Forum
Nadenken als ketterij
Eddy Daniels: ‘Als het Westen op het punt staat te islamiseren, dan zal dat niet bewerkt worden door terrorisme, maar door het verlangen op te houden met denken.’
—

Eddy Daniels is gewezen hoofdredacteur van Intermediair. Hij publiceerde recent een boek over de rol van de profeet Mohammed in het ontstaan van het jihadisme, ‘De kwestie M. Een gekaapte godsdienst’, dat enthousiast aangeprezen werd door Etienne Vermeersch.
Wetenschappelijke ontdekkingen en technologische innovatie zijn geen termen die men gemakkelijk met de islamitische wereld associeert. Alle beweringen over het islamitische ‘gouden tijdperk’ ten spijt, het is geen hol vooroordeel.
In 2007 publiceerde De Standaard een serie over de islamitische bijdragen aan de wetenschap met voorop daarin de ontwikkeling van de algebra door de Pers Al-Chwarizmi (ca. 780-840) aan de Bayt al-Hikhma in Bagdad (het Huis van de Wijsheid).
Daarop volgde een reactie van Rudi Roth – wiskundige en doctor in de theoretische natuurkunde – die er op wees dat de geciteerde verdiensten niet zozeer islamitisch van aard waren, maar veelal het werk van overwegend Griekse, Joodse of Perzische geleerden die vaak recente (gedwongen?) bekeerlingen waren en opereerden in de islamwereld, zonder daar hun inspiratie aan te ontlenen. De krant weerlegde die bedenkingen niet, maar weigerde toch ze te publiceren.
Mu’tazila
De bijdrage van dr. Roth circuleert nu op www.academia.eu. Hij wijst er om te beginnen op dat de Bayt al-Hikhma een vertaalinstituut was dat Griekse, Indische en zelfs Chinese teksten vertaalde in het Arabisch. Het werd uitgebouwd onder kalief Al-Ma’mun (786/813-833). Onder diens impuls kreeg een rationalistische stroming tijdelijk de wind in de zeilen, de Mu’tazila, die zich in essentie op Aristoteles steunde, en stellingen poneerde die door de orthodoxe ulama (islamitische geleerden, red.) als ketters werden beschouwd.
De Mu’tazila werd de stelling kwalijk genomen dat de Koran niet altijd bestaan heeft, maar op een bepaald moment door Allah geschapen werd. Het tegendeel zou volgens hun redenering immers strijdig zijn met de ‘tahwid’, de leer dat er slechts één God bestaat. Indien de Koran eeuwig was, dan zouden er twee entiteiten eeuwig zijn en belandde men dus in een tweegodenstelsel. De implicatie was dat, vermits de Koran niet eeuwig is, er kennis bestaat buiten het woord van God en de mens die dus mocht onderzoeken.
Maar die benadering van de Mu’tazila botste met de orthodoxe visie die stelde dat alles wat men weten kan, in de Koran staat.
De rekenmethode voor kooplieden
Het is van de ruimte die Al-Ma’mun creëerde dat de in De Standaard aangehaalde Al-Chwarizmi gebruik kon maken om de Indische cijfers in te voeren, die wij vandaag onterecht Arabische cijfers noemen. Hij introduceerde ook het getal nul dat in de oude cijferreeksen niet bestond, maar plots een systeem aanreikte dat berekeningen sterk vereenvoudigde en daarom in het middeleeuwse Westen omarmd werd door de kooplieden. Roth wijst er evenwel op dat Al-Chwarizmi dat niet zelf ontwikkelde, maar overnam van de hindoeïstische Brahmagupta.
Indische cijfers noemen wij vandaag onterecht Arabische cijfers
Het nieuwe systeem dat ‘algebra’ ging heten, naar de Arabische term ‘al-jabr’ voor berekening, werd in het Westen geïntroduceerd door paus Sylvester II (Gerbert d’Aurillac, 946-1003), maar tegengewerkt door vakmensen die een baan hadden door op een telraam te rekenen, de ‘abacus’. De naam Al-Chwarizmi ligt dan weer aan de basis van onze term ‘algoritme’.
Inquisitie
De invloed van de islamitische wereld op ons wetenschappelijk denken moet dus niet ontkend worden, maar er kan wel getwijfeld worden over de mate waarin die invloed precies islamitisch was. De weigerachtigheid vanuit de traditionele islam ten overstaan van de vooruitgang was zo groot dat Al-Ma’mun het nodig vond hun orthodoxe kritiek gewoon te verbieden.
Er kan wel getwijfeld worden over de mate waarin de invloed op ons wetenschappelijk denken precies islamitisch was
Hiertoe voerde hij ‘al-Mihna’ in, een soort inquisitie die de rechtzinnigheid van imams onderzocht, vooral door hen te confronteren met de vraag of de Koran al dan niet geschapen was. Wie positief antwoordde ging vrijuit, maar wie ‘nee’ zegde zou in het beste geval zijn positie verliezen en in het ergste geval de doodstraf krijgen.
Die Mihna hield evenwel niet stand na het overlijden van Al-Ma’mun, en in 851 werd hij opgeheven. Vanuit democratisch oogpunt was dat natuurlijk een goede zaak, maar vanuit wetenschappelijk perspectief een ramp, want vanaf dan werd de vrijheid van denken aan banden gelegd. De kalief, de wettelijke opvolger van de profeet, verloor zijn leerstellige bevoegdheid en die rol werd sindsdien definitief ingenomen door de ulama, de gemeenschap van imams of Korangeleerden. Denkers als Ibn Sina/Avicenna (980-1037) moesten van dan af op hun tellen passen.
Denken als verwarrend
De definitieve consecratie van de verstikking gebeurde onder Al-Ghazali (1058-1111) die ‘Tahafut al falasifa’ schreef, ‘De verwarring van de filosofen’. Hij ontkende elke vorm van causaliteit, gebeurtenissen deden zich niet voor als gevolg van andere gebeurtenissen, maar als gevolg van de wil van God.
Het had dus geen enkele zin gebeurtenissen te onderzoeken, intellect diende slechts voor ‘fikh’, om uit de heilige geschriften de wil van God af te leiden. Wetenschap was toegelaten indien de Koran, niet de observatie, als vertrekpunt werd genomen. Experimentatie had geen zin, de goede moslim moest zich onderwerpen en niet meer.
Die leer werd nog bestreden door de Spaanse Ibn Rushd/Averroes (1126-1198) in ‘Tahafut at-Tahafut’, de verwarring van de verwarring, maar hij kon niet meer tegen de dominante stroming opboksen en moest zich letterlijk verschuilen in Marokko. Als zijn werk niet bijtijds opgepikt was door christelijke denkers, dan was het – als zoveel in het Arabisch geschreven wetenschappelijk werk – onherroepelijk verloren gegaan.
Bevrijding in onderwerping
Paradoxaal genoeg betekent die verstikkende leer een bevrijding van het denken voor de gelovige. Als Allah rampen op de mens laat neerdalen, dan hoeft de moslim zich niet af te vragen waarom Hij dat doet. Hij moet slechts accepteren en incasseren.
Als we vandaag Remco Evenepoel horen zeggen dat hij de gunstige uitwerking voelt van het gebed, dan verwijst hij daarnaar. Uiteraard heeft hij de Koran niet gelezen, zomin als zijn Oumi dat waarschijnlijk gedaan heeft. Door zich te buigen voor de onontkoombare wil van Allah, hoeft hij niet te piekeren waarom hij Pogacar niet aankan of Merckx nog altijd niet evenaart. Iets dergelijks overkwam waarschijnlijk ook Eric Gerets toen hij in de Arabische landen actief was.
De verliefdheid op onderdanigheid aan het onvermijdelijke is blijkbaar zo groot dat zij zelfs grote geesten kan meesleuren
Hoe verleidelijk dat denken overigens is, zagen we enkele jaren geleden toen de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum te gast was aan de KU Leuven en in de statige promotiezaal proclameerde dat Al-Ghazali de grootste Arabische wetenschapper was. De verliefdheid op onderdanigheid aan het onvermijdelijke is blijkbaar zo groot dat zij zelfs grote geesten kan meesleuren. Als het Westen op het punt staat te islamiseren, zoals Sam Van Rooy niet ophoudt te beweren, dan zal dat niet bewerkt worden door terrorisme, maar door het verlangen op te houden met denken. Of de Mu’tazila vervolgens nog een kans zal krijgen, valt af te wachten.
| Categorieën |
|---|

Eddy Daniels is gewezen hoofdredacteur van Intermediair. Hij publiceerde recent een boek over de rol van de profeet Mohammed in het ontstaan van het jihadisme, ‘De kwestie M. Een gekaapte godsdienst’, dat enthousiast aangeprezen werd door Etienne Vermeersch.
Eddy Daniels: ‘Israël doet mij denken aan een kampeerder die zijn tent opbouwt op een wespennest en verbaasd is dat die beestjes steken.’
Voor Mark Elchardus, oud-voorzitter van de Vlaamse Socialistische Mutualiteiten, zijn de ziekenfondsen niet de bron van alle kwaad. ‘Bij de N-VA speelt onder meer een gebrek aan inzicht.’







