JavaScript is required for this website to work.
post

Nekka-voorrondes in Hoboken: troubadours, Stadsbaders en ander funky volk

Michiel Leen19/1/2022Leestijd 6 minuten
De Nekkanacht, hier in het Sportpaleis. Editie 2022 vindt plaats in de Lotto
Arena.

De Nekkanacht, hier in het Sportpaleis. Editie 2022 vindt plaats in de Lotto Arena.

foto © Belga

Uit een pak van liefst 34 kandidaten selecteert de Nekka- jury 13 halve-finalisten die het opnemen voor een plaatsje in de finale.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Liefst 34 artiesten, solo of in groep, passeerden het afgelopen weekend de revue tijdens de preselecties van de Nekka-wedstrijd in Hoboken. Uit dat pak selecteerde de vakjury er 13, die op 5 en 6 februari de degens kruisen in de halve finales. Verslag van een weekend ingespannen luisteren, tussen traditie en toekomst, tussen kleinkunst en funk.

Uw dienaar heeft een zeer dubbelzinnige verhouding met het Nederlandstalige lied. Enerzijds kan ik wel tot tranen toe geroerd zitten luisteren naar de betere ballades van bijvoorbeeld Zjef Vanuytsel, anderzijds zoek ik haast reflexmatig een andere zender op wanneer de VRT me weer eens de nieuwste Nederlandstalige watjesfolkworp van Bart Peeters in high rotation door de strot wil rammen. De ‘Welgemeende’ van Flip Kowlier kan ik, althans fonetisch, meebrullen, maar bij de volksverlakkerij waarmee het uit louter koers- en polderclichés opgetrokken ‘Ploegsteert’ van Het Zesde Metaal jarenlang de Belpop 100 mocht aanvullen keert mijn maag. Om maar te zeggen dat er geen onvoorwaardelijke fan van het genre aan mij verloren is gegaan.

De opdracht om liefst twee dagen lang te worden ondergedompeld, in Hoboken dan nog, in een spektakel waarin enkele busladingen onontgonnen talent zijn Nederlandstalige ding mocht komen doen voor de jury, boezemde me dan ook enig ontzag in. Bedenkend dat de jury, bestaande uit Brecht Corty (muzikant) Jan Bervoets (muzikant), André Lefèvre (regisseur Nekka), Erik Goossens (zanger) , Diana Van Strijdonck (Expohuis) en Dirk Blanchart (muzikant) uit dat pak dan ook nog eens ‘streng maar rechtvaardig’ een twaalftal halve-finalisten moest gaan puren, was het helemaal een kwestie van ‘zij liever dan ik.’ Ten onrechte, zeg ik er maar meteen bij.

Solo & akoestisch

De Nekka-wedstrijd ontspint zich in een aantal etappes. De 34 groepen die in Hoboken aantreden, zijn de overblijvers uit een pak van 155 ingezonden demo’s. Bij de voorronde in Hoboken wordt van hen verwacht dat ze een set van twee nummers spelen in akoestische bezetting (of iets dat daar van ver op lijkt). Op die manier wil de jury vooral de teksten tot hun recht laten komen en nagaan of de stemmen en podiumprésence van de deelnemers op peil zijn. In zo’n ‘unplugged’-versie kun je je niet wegstoppen achter een muur van geluid.

Tijdens de halve finales krijgen ze dan weer de kans om in een volledige bezetting een set van twintig minuten te spelen. Er gaan vijf groepen naar de finale. Tijdens die finale wordt ook verwacht dat ze een nummer brengen van Kris De Bruyne. De dochter van de betreurde zanger zit bij die gelegenheid in de jury. De winnaar mag dan op 22 april optreden tijdens de Nekka-nacht in de Lotto-arena.

Strafstudie

De Lotto-Arena is evenwel nog ver af voor veel van de groepen die we zien optreden. Bij de act van het duo Laster & Eerroof (‘Installateurs van centrale verwarring’) lijkt het alsof de prefect van het internaat hun een pakje strafstudie cadeau zal doen, eenmaal de teletijdmachine hen van Hoboken terugflitst naar de bonte avond waar ze, enkele jaren voor Leuven-Vlaams, hun nummertje stonden op te voeren. Variaties op de het gegeven ‘troubadour met gitaar’ (m/v/x) komen ook nog veelvuldig voor, net als ‘meisje aan de piano.’

Bij het optreden van Merle  (zang, gitaar, teksten over dolende ridders en aanverwante wondercreaturen) denk je meteen aan Lenny Kuhr. En een dame als Lauranne, die zich doet opmerken met een slepende cover van Britney Spears’ ‘Toxic’  heeft het hare geleerd van de verkavelings-Vlaamse pop van Mira. Hen zien we in de volgende ronde niet meer terug. We maken nu even abstractie van enkele groepen die Hoboken niet haalden door een venijnige Covid-tackle, en die ene band gewoon niet kwam opdagen.

Zonder ondertitels

Gaat wel door naar de finale: Yentl Vanderiviere . De Brugse muziekpedagoge zingt in het West-Vlaams. Ook zonder ondertitels weet ze de luisteraar midscheeps te raken met een stem die ijs doet breken, zeker in combinatie met een efficiënt achtergrondkoortje. Uit haar set onthouden we vooral de hemelse harmonieën van het nummer ‘Gie.’ Die van het Zesde Metaal kunnen kortom ander werk gaan zoeken.

Nieuwstadt  is het Nederlandstalige project van singer-songwriter Geert Laenens. Die deed het in pre-coronatijden vooral in het Engels, met zijn band Renton Jules. Tijdens de pandemie begon hij nummers in het Nederlands te schrijven. Solo en akoestisch doet zijn stem in de hoge registers denken aan die van ‘Novastar’ Joost Zweegers. Benieuwd hoe deze songs klinken in volledige bezetting.

Elektrische gitaar

Evawicht  komt alleen, met haar gitaar en sampleapparatuur. De Limburgse wedijvert met Merle om de expressiefste ‘r’ van deze voorronde, maar haar muzikale sound slaat bruggen tussen de klassieke kleinkunst en het hedendaagse poplandschap. ‘Geleden lang’ is, als gitaarwalsje in mineur, helemaal thuis in het klassiekste van de kleinkunst. ‘Spenderend bij mannen’ trekt dat idioom nadrukkelijk de 21e eeuw in. Evawicht bedient zich daarbij van een futuristisch uitziende gitaar, die evenwel een opvallend warme en natuurgetrouwe klank voortbrengt.

De Gentenaars van Jarvin  zijn zowaar de eersten die een elektrische gitaar naar deze voorronde meebrengen. Een herhaling van de rel rond Bob Dylans elektrische heiligschennis op het Newportfestival van 1965 hoef je evenwel niet te vrezen. Jarvins set drijft op funky klanken van synthesizers en Casio-beats. Hun ‘Zuiderzon’ heeft potentieel als oorwurm. Een nummer dat je zonder morren wil meeneuriën op de snelweg, ’s avonds op weg naar huis, met de ergste files achter de rug.

Scoren met Shaffy

IJsbrand  pakt het, solo aan zijn piano, clever aan. ’s Mans soundcheck is ‘Laat me’ van Ramses Shaffy, waarmee de blonde Antwerpenaar meteen zijn meezingmomentje beet heeft. Zijn ode aan de Dageraadplaats zou zomaar een hymne van bakfietsend Antwerpen kunnen worden. ‘Vuurtorens op Svalbard’ snijdt de zware thematiek van depressie aan. Veel artiesten in deze voorrondes delen verhalen over donkere thema’s: relatiebreuken, miskramen, burn-outs,… Ze moeten het evenwel stellen zonder Ijsbrands Cleymansiaanse panache.

Tiswatis  knipoogt naar Johnny Cash, met een treinballade die een onbereikbare liefde achternazit tussen Oostende en Eupen. Met die verwijzing naar de fatalistische filosofie van de millenials in haar naam gaat ze bij uw dienaar geen potten breken, maar de warme folksound van deze groep bekoort. Echt beklijven doet zanger ‘Tis’ in zijn eentje, met zijn gitaar, op de stadsballade ‘Kuregem.’ Hier is iemand aan het woord die het zijne geleerd heeft van Brel. De ware kleinkunst is voor minstens de helft chanson. Tussen psalm en hit.

Diss

Blond  is een trio van drie dames die hun haarkleur en podiumoutfit gemeen hebben. Dit project ontstond op het Antwerpse Conservatorium en dolt op een stevige synthbeat met de traditie van het Nederlandse lied, naar eigen zeggen tussen Liesbeth List en De Jeugd van Tegenwoordig. Van hun disstrack ‘Boys, Boys, Boys’ heeft geen enkele patser terug, neem dat van ons aan.

Flor , ontdaan van zijn elektronische arrangementen, grijpt in Hoboken de kans om zijn stem op de voorgrond te plaatsen. Hij schuwt de zwaardere thema’s niet, maar dat staat de melodie en de ambiance niet in de weg. Een nummer als ‘Zalig gevoel’ doet ronduit Destadsbaderiaans aan. Benieuwd wat de volgende Nekka-voorrondes nog voor hem in petto hebben, maar met deze stem en songs zou  mainstreamsucces op eigen kracht weleens een haalbare kaart kunnen zijn voor deze joviale zanger.

En Néerlandais, svp

Sofie Dykmans  verrast vroeg op de zondagmiddag met haar doorleefde, bluesy stem. Ter begeleiding brengt ze goed volk mee. Zo kan Dykmans rekenen op versterking van jazzman Bram Weijters achter de piano. Haar besluit om in het Nederlands te gaan zingen heeft een communautaire twist: na een jaar Frans spreken met een Brussels lief en dito vrienden, claimt ze haar eigen taal op het podium. Haar sound doet denken aan die van Madou. Ook Brussels, pourtant.

Open op zondag heeft een warme Rhodes-sound meegebracht. Deze groep heeft goed geluisterd naar Norah Jones ten tijde van ‘Don’t know why I didn’t come.’ ‘Telefoniste’ is dan weer glorieuze soul. Je associeert het Vlaamse lied misschien niet meteen met funk, maar het is niet helemaal ongehoord. STIJN ging hen een dik decennium geleden op dat paadje vooraf. De danspasjes van toen komen bij ‘Open op zondag’ nog steeds van pas.

Wase reggae

Maanzaad  timmert al een tijde aan de weg. Dit Wase collectief slaagt er ondanks de vraag om akoestische arrangementen toch in een potige reggaesound op het podium te brengen. Met ‘De Zon’ en ‘Camping Guantanamo’ is de maatschapprijkritiek niet van de lucht. Met een stevige knipoog, dat dan weer wel.

Zonen met vaders  hult zich voor de gelegenheid in een jasje van tenorsax, piano, bas en drum. Sober en transparant voor hun doen, want op hun platen kiest de groep voor een muur van geluid met schakeringen van dromerige pop, soms een flard alternatieve gitaren en op tijd een dikke vette knipoog naar de tenoren van de kleinkunst. Ondanks een last-minute ‘onthoofding’ van de band door een covid-besmetting in de rangen, hebben ze terecht hun plaatsje in de finale beet.

Persez

Stroom , tenslotte, is het muzikale uitvloeisel van de samenwerking tussen de theatermaakster Ine Verhaert en muzikant Sebastiaan Simoens. Ons blijft vooral bij dat de ‘ij-‘klanken in deze songs op de waaze van Philemon Persez worden gedeclameerd. Akoestisch klinkt het soms Stoomboot-achtig. Daarmee heeft deze band goede kaarten, want Stoomboot is een laureaat van de Nekka-wedstraad.

Afspraak in februari

Op 5 en 6 februari is het aan deze halve-finalisten om in volledige bezetting hun ding te doen, in het Antwerpse Triarte-theater (5/2) en GC De Corren in Steenokkerzeel (6/2). Tussen de halve finale en de finale doorlopen de finalisten een coachingstraject. De finale vindt plaats op 9 april in het Antwerpse theater Monty. De winnaar treedt op de Nekka-nacht van 22 april 2022 in de voetsporen van onder anderen Yevgueni, Stoomboot en Hannelore Bedert.

Michiel Leen (°1987) is zelfstandig journalist en redacteur voor verschillende publicaties, waaronder De Lage Landen, Deus Ex Machina, Verzin en verschillende vakbladen. Leen woont en werkt in Antwerpen.

Commentaren en reacties