Politiek
Essay
Essay
Roan Asselman

Over bier en politiek

Waarom we nood hebben aan minder politiek engagement
politiek

Toen de uitslagen van de verkiezingen op 26 mei binnenkwamen zat ik, net als een groot deel van de Vlamingen, live te volgen hoe de kiezer de kaarten had geschud. Een van de meer markante reacties op de nieuwe ‘zwarte zondag’ kwam van een jongeman, geïnterviewd op – als ik het me correct herinner – het verkiezingsprogramma van de VRT. Hij was verrast, zelfs geëmotioneerd, dat zo veel mensen ‘konden stemmen’ op de ‘rechtse’ partijen Vlaams Belang en N-VA. Het pure ongeloof gecombineerd met het duidelijke afgrijzen waarmee hij die woorden uitsprak, blijven me tot vandaag de dag bij. Zo een reactie lijkt me immers enkel mogelijk als je de voorbije 5 jaar in een bubbel leefde en nooit de moeite nam om eens een pintje te drinken met die vermaledijde ‘rechtse rakkers’.

‘Pintje?’

Het voorspellen van verkiezingsresultaten is vaak koffiedik kijken. Eén methode om de winnaar van een stembusslag te voorspellen die eruit springt door haar eenvoud is de ‘Bier Test’. Overschouw de kandidaten en stel jezelf de vraag: ‘Who would I rather have a beer with?’. Met wie zou ik liever op café gaan? In mano a mano  verkiezingen, zoals de Amerikaanse presidentsverkiezingen en de Britse parlementsverkiezingen, blijken de antwoorden op dergelijke vragen sterk samen te hangen met de winnaar van de stembusslag. Zo was George W. Bush ingevolge de oorlog in Irak en een aanslenterende economie in 2004 niet meteen de populairste president. Hij versloeg John Kerry, zijn democratische tegenstrever, in de peilingen evenwel in één belangrijke categorie: ‘likeability’; de Amerikanen vonden hem een sympathiekere knul. Maanden later werd hij voor een tweede maal ingezworen als President.

De steeds kleiner wordende meerderheid van de Britse conservatieven van nieuwbakken premier Boris Johnson en de daarmee stijgende kans op een nieuwe verkiezing zal de impact van het bier opnieuw aan een praktijktest onderwerpen. Dat een meerderheid van de Britten liever een goede – zij het in het VK ietwat lauwe – pint gaat drinken met ‘BoJo’ dan met Labour-leider Jeremy Corbyn, staat vast. Nadat Theresa May – weinig subtiel ‘Maybot’ gedoopt wegens haar vermeend gebrek aan spontaniteit en authenticiteit – de fakkel doorgaf aan Johnson stegen de conservatieven overigens zo een 10% in de peilingen. Dat de gemiddelde Vlaming liever een avondje ‘Netflixt’ dan met Kristof Calvo of Meyrem Almaci op café te gaan heeft er ongetwijfeld mede voor gezorgd dat de Groene Golf™ beperkt bleef tot een Groene storm in een glas water.

Of geen pintje?

De biertest kan evenwel ook omgekeerd geformuleerd worden; in plaats van de vraag te stellen met wie men graag eens een avondje zou doorzakken, zou men ook kunnen peilen naar met wie men dit zeker niet wil doen. Zou u er zonder schroom ‘ene gaan drinken’ met uw politieke tegenpool? En zo ja, met wat voor bril zou u naar deze persoon kijken? Is uw gesprekspartner – er van uitgaande dat een echt gesprek mogelijk is – in de eerste plaats een politiek dier dat met argwaan wordt bekeken?

De ‘elephant in the room’ is ongetwijfeld de enorme groep kiezers die hun stem uitbrachten voor het Vlaams Belang en zich daarmee tot paria maakten voor een nog grotere groep medeburgers. De intentie van Tom Van Grieken om het Belang salohnfähig te maken ten spijt, zijn VB’ers nog steeds persona non grata in vele kringen. N-VA-sympathisanten zijn ook niet steeds immuun voor wantrouwende blikken wanneer ze hun standpunt toelichten omtrent migratie, sociale zekerheid of de EU. De N-VA is voor sommigen aan de politieke linkerzijde niets minder dan een VB light; een schuilhaven waar verstokte xenofoben hun thuis vinden zonder geassocieerd te worden met het Belang en aldus hun sociaal en professioneel leven geruïneerd zien.

Politiek activisme als identiteit

Onze media en hun soms hijgerige drang om controverse te vinden waar ze niet is, worden soms als dé oorzaken van de zogenaamde polarisering aangewezen. Ze lijken me eerder een symptoom dan de ziekte. Immers, zoals bij ieder product dat een verkoper aan de man wil brengen, moet er een zekere overeenstemming zijn tussen vraag en aanbod.

Er is een publiek dat blijkbaar ontvankelijk is voor een niet-aflatende stroom aan politieke berichtgeving met een focus op de meest controversiële onderwerpen van de dag. Deze mensen zijn te vinden in alle hoeken van de samenleving, zowel ‘links’ als ‘rechts’, maar hebben gemeenschappelijk dat het meest boeiende aan hun persoonlijkheid is dat ze er niet in slagen om er één te ontwikkelen los van de trending topics  op Twitter.

Ze zijn geen meerderheid – neen, dan zouden we ons als samenleving in een veel ergere toestand bevinden – maar ze zijn luid. Een kleine groep schreeuwlelijken die de boel voor de rest verziekt. Alles is een probleem. Een probleem dat stante pede op nationaal niveau moet behandeld worden door onze pers, opiniemakers en volksvertegenwoordigers. Oh ja, en als u er zelf niet voldoende om geeft, dan bent u waarschijnlijk een woord dat eindigt op -ist.

De heks achter de kleerkast

C.S. Lewis, de Britse schrijver, beschreef in zijn essay getiteld Membership  op metaforische wijze de rol van politiek discours in een maatschappij. Zo schreef hij:

‘A sick society must think much about politics, as a sick man must think much about his digestion: to ignore the subject may be fatal cowardice for the one as for the other. But if either comes to regard it as the natural food of the mind ― if either forgets that we think of such things only in order to be able to think of something else ― then what was undertaken for the sake of health has become itself a new and deadly disease’.

Onze samenleving begint meer en meer te lijken op een hypochonder die steeds nieuwe aandoeningen bij zichzelf diagnosticeert, en van haar dokters-beleidsmakers liever vandaag dan morgen een wondermiddel eist. Wie de helende krachten van dit middel niet aanvaardt is daarenboven de vijand, even erg als de ziekte zelf.

Jordan Peterson

Weinig professoren kunnen opscheppen met het feit dat ze zalen uitverkopen – de mensen betalen dus (vrijwillig!) en worden, in tegenstelling tot de gemiddelde student, niet gedwongen de lezing bij te wonen – met capaciteiten die oplopen tot vier- a vijfduizend plaatsen. Dr. Jordan Peterson, professor psychologie aan de Universiteit van Toronto (Canada) is er daar een van. Hij is tevens auteur van het boek 12 Rules for Life: an Antidote to Chaos  dat verschillende bestsellerlijsten aanvoerde de voorbije 2 jaar.

Voor een man wiens interviews met journalisten of opiniemakers steevast gevuld zijn met de meest omstreden onderwerpen (Donald Trump, #metoo, de gender pay gap, klimaatverandering, freedom of speech  etcetera), gaan zijn lezingen en boek opvallend weinig over deze onderwerpen. Zo gaat 12 Rules for Life  in essentie over richting geven aan je eigen leven om zodoende een meerwaarde te vormen voor je gezin en vrienden alsook voor de bredere samenleving. Dat is opvallend. Wanneer een TV-zender of magazine een succesvol auteur uitnodigt zou je denken dat ze in de eerste plaats over zijn boek zouden praten.

De meest contentieuze en, bijgevolg, bekeken interviews gaan weinig tot niet over de inhoud van zijn boek. Wanneer er dan door de journalist in kwestie toch naar 12 Rules  wordt gerefereerd, dan wordt een quote uit de context van het boek gelicht en in de context van een dan actuele politieke discussie geplaatst.

Hameren

Een voorbeeld. In het eerste hoofdstuk ‘Stand up straight with your shoulders back’ gaat Peterson in op de aloude neiging van iedere diersoort om zich op hiërarchische wijze te organiseren. Egalitarisme is ons niet besteedt. In se doet hij dit om zijn lezers aan te moedigen zich te weren tegen tegenslagen en vaardigheden te ontwikkelen die hen de hiërarchische piramide helpen beklimmen.

Niet zo volgens sommige journalisten en politiek gemotiveerde lezers. Wat hij doet is het goedpraten van de eeuwenlange onderdrukking van bepaalde groepen, in het bijzonder vrouwen, zwarten en armen, door de rijke, blanke man. In het kader van onder andere de discussies rond gendergelijkheid en de roep om meer economisch egalitarisme is het handig om het gedachtegoed van Peterson als de hersenspinsels van de onderdrukker neer te zetten. Peterson zelf probeert – elk interview met een beetje meer verveeldheid in zijn stem – steevast duidelijk te maken dat zijn lezingen en boek niet de monoloog van een politicus zijn, maar de uitnodiging tot dialoog van een klinisch psycholoog. To no avail.

Ideologische bezetenheid voorbij

Mijns inziens is dit het probleem bij uitstek: de onmogelijkheid van sommigen om de wereld te zien als iets anders dan een permanent strijdtoneel tussen conflicterende ideologieën; te begrijpen dat de personal  niet altijd de political  is. In een interview met British GQ Magazine  verwoordt Peterson het zelf op sublieme wijze.

Interviewer, Helen Lewis: ‘I’m married. Modern marriage has a lot to recommend. I also think it’s a patriarchal institution.’

Jordan Peterson: ‘Of course you think that, because you think virtually everything in our society is a patriarchal institution. And it’s easy to think that because then you only have to think one thing. You have a one thing answer for everything. (…). I think you’re making a universally clichéd case (…). I don’t see too much of you reflected in your articles at all. (…). You know, part of the problem too is, with this sort of discussion, and that’s why I consider it a manifestation of ideological possession: it’s predictable. (…).’

Lewis: ‘But having a coherent ideology does mean that it’s predictable.’

Peterson: ‘You don’t need an ideology. (…) I’m not hearing what you think. I’m hearing how you are able to represent the ideology you were taught. And it’s not that interesting because I don’t know anything about you. I can replace you with someone who thinks the same way. (…). You’re not integrating the specifics of your personal experience.’

Peterson legt daarmee de vinger op de, ondertussen etterende, wonde: ideologische bezetenheid (‘ideological possession’). De oplossingen voor ’s werelds (bestaande of vermeende) problemen zijn op te lossen door de toepassing van één overkoepelend denkkader. Een denkkader dat daarenboven allesomvattend is en zo dus weinig buiten haar toepassingsgebied laat. The personal is always the political.

Ideologie als excuus

Wanneer we een voorgeschotelde situatie niet kunnen oplossen met behulp van onze ideologische vooringenomenheid, tast dit onze persoonlijke identiteit aan; die is immers verweven met haar politieke tegenhanger. Een aanval op een politiek denkbeeld dat we onderschrijven is een aanval op ons zelfbeeld, dat bovendien te fragiel blijkt om te bestaan zonder de zekerheden die de ideologie ons biedt.

De ideologie is een shortcut  die ons toelaat snel antwoorden te formuleren op situaties waarvan we niet meteen weten wat aan de oorzaak ligt van het probleem. En we maken soms maar al te gretig gebruik van dit mentaal sluipweggetje. Alles is tegenwoordig onderwerp van politiek debat op het hoogste (of, bij wijze van spreken, laagste) niveau. Bijgevolg kan ieder gespreksonderwerp gemakkelijk ontaarden in een scheldpartij, aangestuwd door conflicterende ideologieën. En ideologieën zijn hardnekkig, waardoor de kans op compromis afneemt. Ze zijn te simplistisch, bijna nietszeggend. Dat betekent niet dat er geen zinvolle elementen terug te vinden zijn in de verschillende ideologische denkkaders, maar dat goede is er eerder ondanks dan dankzij haar incorporatie in een ideologie.

Niet alles is een politiek debat op het scherpst van de snede waard. Het meeste is dat niet. En niets is de zelf opgelegde segregatie van onze medeburgers waard. Wanneer we mekaar het voordeel van de twijfel niet meer gunnen betreffende onze motieven, maar er in tegendeel vanuit gaan dat ‘de andere kant’ in de eerste plaats de vijand is, dan verliezen we onze liberale democratie en alles wat ze ons gegeven heeft. Ga samen een pintje drinken. Het kan maar helpen.

Toen de uitslagen van de verkiezingen op 26 mei binnenkwamen zat ik, net als een groot deel van de Vlamingen, live te volgen hoe de kiezer de kaarten had geschud. Een van de meer markante reacties op de nieuwe ‘zwarte zondag’ kwam van een jongeman, geïnterviewd op – als ik het me correct herinner – het verkiezingsprogramma van de VRT. Hij was verrast, zelfs geëmotioneerd, dat zo veel mensen ‘konden stemmen’ op de ‘rechtse’ partijen Vlaams Belang en N-VA. Het…

Premium Artikel

Dit artikel is een premium-artikel dat alleen leesbaar is voor Doorbraak-lezers die ingelogd zijn op doorbraak.be. Registreren is gratis en geeft toegang tot alle premium artikels. Het is mogelijk dat u al de nieuwsbrief ontvangt of dat u al een steuner bent bij Doorbraak, maar dat u nog geen inlogaccount (met wachtwoord) heeft aangemaakt. Als u via sociale media inlogt of hieronder een nieuwe account aanmaakt, dan wordt die account automatisch aangemaakt en aan uw nieuwsbrief gekoppeld.


Al geregistreerd bij Doorbraak of bij een sociaal netwerk? Log dan hieronder in op Doorbraak.be








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Roan Asselman

Roan Asselman studeert Rechten (in het bijzonder economisch recht en EU-recht) en is bijzonder geïnteresseerd in Belgische en internationale politiek.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans