fbpx


Actualiteit, Binnenland

Over het korte been van de Vivanti-coalitie

Vertegenwoordigen parlementsleden de hele natie?


Vivanti

De wankele coalitie die zich, sinds woensdag coronagewijs, aan het opwarmen is om de kreupele regering-Wilmès op te volgen – en die we, gesteld voor de verscheurende keuze tussen Vivaldi en Avanti, dan maar door samentrekking Vivanti-coalitie noemen – loopt op twee ongelijke benen. Haar vier Vlaamse partijen (CD&V, Open Vld, sp.a en Groen) vertegenwoordigen niet de meerderheid van de Vlaamse kiezers en hebben minder Kamerzetels (42) dan de toekomstige oppositie (47). De drie Franstalige partijen (PS, MR en Ecolo)…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De wankele coalitie die zich, sinds woensdag coronagewijs, aan het opwarmen is om de kreupele regering-Wilmès op te volgen – en die we, gesteld voor de verscheurende keuze tussen Vivaldi en Avanti, dan maar door samentrekking Vivanti-coalitie noemen – loopt op twee ongelijke benen. Haar vier Vlaamse partijen (CD&V, Open Vld, sp.a en Groen) vertegenwoordigen niet de meerderheid van de Vlaamse kiezers en hebben minder Kamerzetels (42) dan de toekomstige oppositie (47). De drie Franstalige partijen (PS, MR en Ecolo) hebben in Francofonië wél een ruime stemmen- en zetelmeerderheid (45 van de 61).

Geen vuiltje?

Constitutioneel is er op het eerste gezicht geen vuiltje aan de lucht. De zeven Vivanti-partijen komen aan 87 van de 150 Kamerzetels en volgens een gewoonterechtelijke regel moet een regering (enkel) de steun hebben van een gewone meerderheid van de parlementsleden. Welke taal die spreken is kennelijk van geen tel, want ‘de grondwet stelt dat de leden van beide Kamers de natie vertegenwoordigen, en niet alleen hun kiezers. Die bepaling staat erin sinds de oprichting van België in 1831 en heeft zes staatshervormingen overleefd’ (Olivier Boehme in De Standaard, 8 september).

Volgens Marc Reynebeau vergeten federale politici ‘te gauw dat de grondwet voorschrijft dat ze als gekozenen de hele natie vertegenwoordigen, van Aarlen tot Oostende, wat overeenstemt met de nog altijd dominante identiteitsgevoelens in het land. Stellen dat een federale regering moet steunen op een meerderheid in elke regio, gaat in tegen wat de grondwet voorschrijft.’ (De Standaard, 29 augustus).

Maar is het wel zo eenvoudig en zo eenduidig?

Van artikel 32 naar 42

We nemen er de gecoördineerde grondwet van 1993 bij, artikel 42: ‘De leden van de Kamers vertegenwoordigen de natie, en niet enkel diegenen die hen hebben verkozen’.

Dat die bepaling sinds de ‘oprichting’ van België in de grondwet staat en zes staatshervormingen heeft overleefd, zoals Boehme schrijft, klopt niet helemaal. In de Constitution die op 7 februari 1831 uitsluitend in het Frans werd afgekondigd stond, in artikel 32: ‘Les membres des deux Chambres représentent la nation, et non uniquement la province ou la subdivision de province qui les ont nommés’.

In de officiële Nederlandstalige versie die zowaar al in 1967 werd vastgesteld luidt het: ‘De leden van beide Kamers vertegenwoordigen de natie, en niet enkel de provincie of een onderverdeling van een provincie die hen heeft benoemd’.

De versie van 1831 is gewijzigd en hernummerd in 1993, bij de vierde staatshervorming. Bij de reorganisatie van de Senaat werd toen beslist de ‘directe’ senatoren niet meer in 21 kiesarrondissementen te verkiezen, maar in twee kiescolleges (een Nederlands en een Frans) en drie kieskringen (Vlaanderen, Wallonië en Brussel-Halle-Vilvoorde). De bepaling ‘de provincie of een onderverdeling van een provincie’, waarmee een kiesarrondissement werd bedoeld, kon daardoor niet behouden blijven. Ze werd vervangen door ‘diegenen die hen hebben verkozen’.

Niet enkel = dus ook

De tekst is duidelijk: de parlementsleden vertegenwoordigen ‘niet enkel’, dit wil zeggen: dus ook hun kieskring (versie 1831) of hun kiezers (versie 1993), maar eveneens de natie. Reynebeau veegt die ‘niet enkel’ onder zijn belgicistische mat en schrijft dus hooguit de halve waarheid als hij stelt dat de grondwet ‘voorschrijft’ dat federale politici ‘de hele natie vertegenwoordigen’.

Dat het individuele parlementslid (ook) een representant is van de hele natie gaat als denkbeeld terug op de Franse republikeinse revolutionairen. Voordien werd de parlementaire instelling zelf geacht die representant te zijn. Zo zei Willem van Oranje in de 16de eeuw en zo staat nog altijd in de Nederlandse grondwet (artikel 50): ‘De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk’.

Pacificatiewet

Is het vanzelfsprekend dat niet het parlement in zijn geheel, maar elk individueel parlementslid de hele natie vertegenwoordigt?

Nemen wij er het advies bij dat de Raad van State in 1988 uitbracht over het ontwerp van zogenaamde Pacificatiewet, de regeling die de (onder leiding van Jean-Luc Dehaene gevormde) regering-Martens VIII had bedacht om de Happart-kwestie te ontmijnen. We schrijven ‘het’ advies, maar dat is niet helemaal correct. De Raad van State was zo grondig verdeeld, dat er in ‘het’ advies twee verschillende adviezen stonden, een van de Nederlandstalige en een van de Franstalige staatsraden.

De Nederlandstalige staatsraden hadden er onder meer problemen mee dat de inwoners van het Vlaamse Voeren het recht kregen om voor de federale en Europese verkiezingen hun stem uit te brengen in de Waalse gemeente Aubel (zoals wafelijzergewijs de inwoners van het Waalse Komen-Waasten/Comines-Warneton in de West-Vlaamse gemeente Heuvelland kunnen gaan stemmen). Ze beriepen zich daarvoor op artikel 32 van de grondwet van 1831, die toen nog in voege was.

‘Onbestemd aantal kiezers’

Dat artikel, aldus de juristen van de Raad van State, zegt dat de parlementsleden ‘in de eerste plaats de provincie en de onderverdelingen ervan vertegenwoordigen en bovendien ook de gehele natie’. De grondwetgever van 1831 heeft gewild ‘dat de verkozenen de plaatselijke bevolking (in enge en in ruimere zin) zouden vertegenwoordigen. Het territorialiteitsprincipe komt hier ook sterk tot uiting: het is een bevolkingsgroep die territoriaal is bepaald, welke kandidaten voor de parlementaire vergaderingen verkiest’.

Een parlementslid, zo gaan de staatsraden verder, kan dan ook niet geacht worden de vertegenwoordiger te zijn ‘van een onbestemd aantal kiezers uit andere kiesdistricten’ dan het kiesdistrict ‘waarvoor hij als kandidaat optreedt en die hij, overeenkomstig de duidelijke tekst van artikel 32 van de grondwet, gaat vertegenwoordigen’. Waarmee de Raad van State wilde zeggen dat een Kamerlid dat, bijvoorbeeld, in het toenmalige kiesarrondissement Luik was verkozen niet geacht kan worden de kiezers te vertegenwoordigen van, bijvoorbeeld, het kiesarrondissement Tongeren-Maaseik, waartoe Voeren behoorde. Om het met het beeld van Marc Reynebeau te zeggen: van een Kamerlid kan niet verwacht worden dat hij de kiezers ‘van Aarlen tot Oostende’ vertegenwoordigt.

Ondeelbaar maar opgedeeld

De regering en haar toenmalige meerderheid (christendemocraten, socialisten en Volksunie) hebben het advies niet gevolgd. Ze antwoordden dat grondwetsartikel 32 in samenhang moet worden gelezen met artikel 25: ‘Alle machten gaan uit van de natie’. En omdat de natie ondeelbaar is, kan het mandaat tot vertegenwoordiging van de natie niet worden opgesplitst, luidde het. Daarmee ging de regeringsmeerderheid er wel vierkant aan voorbij dat de vertegenwoordigers van de ‘ondeelbare’ natie sinds de grondwetsherziening van 1970 opgedeeld zijn in twee taalgroepen, een Nederlandse en een Franse. Ook daar heeft de Raad van State interessante dingen over gezegd. We gaan ervoor terug naar 1985.

In dat jaar – het was nog de tijd van de apparentering – werd Toon van Overstraeten (Volksunie) met stemmen uit Vlaams-Brabant en Brussel verkozen tot senator van het Waalse arrondissement Nijvel. Hoewel hij zijn eed in het Nederlands aflegde, was hij, verkozen zijnde in Wallonië, van rechtswege lid van de Franse taalgroep. Alleen wie in Brussel verkozen was (en is), kan door de taal waarin hij de eed aflegt, zelf zijn taalgroep kiezen. (Pro memorie: als lid van de Franse taalgroep in de Senaat was Van Overstraeten lid van de Waalse Gewestraad en de Franse Gemeenschapsraad, maar die hebben hem onmiddellijk aan de deur gezet.)

Fundamentele componenten

In 1986 diende Robert Hendrick, het enige Kamerlid van het rechts-liberale RAD-UDRT, een wetsvoorstel in om een herhaling van het ‘geval-Van Overstraeten’ te voorkomen. Voor alle gekozenen in Brabant zou de taal van de eed de taalgroep bepalen. Om advies gevraagd, maakte de Raad van State brandhout van het voorstel.

Volgens de staatsraden paste de apparentering in de provincie Brabant niet meer bij de staatsstructuur, meer bepaald de taalgroepen en de gemeenschapsraden (die toen nog uit de Kamerleden en de senatoren van elke taalgroep bestonden). De bevolking van België is ‘samengesteld uit gemeenschappen die elk als zodanig dienen vertegenwoordigd te zijn door voor elk van die gemeenschappen representatieve verkozenen. Deze vertegenwoordigingen verkrijgen een institutionele vorm in de taalgroepen op nationaal vlak en in de gemeenschapsraden op het vlak der gemeenschappen’, aldus de staatsraden. De taalgroepen zijn ‘fundamentele componenten’ van de staatsstructuur en vervullen ‘essentiële opdrachten in naam en ten behoeve van de onderscheiden gemeenschappen’, stond nog in het advies.

Welnu, als ‘de taalgroepen op nationaal vlak’, dus in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, als fundamentele componenten van de staatsstructuur institutioneel vorm geven aan de vertegenwoordiging van de twee gemeenschappen, en essentiële opdrachten vervullen in naam en ten behoeve van de twee gemeenschappen, ligt het dan niet voor de hand dat de regering ‘op nationaal vlak’, de federale regering dus, op een meerderheid steunt in elk van die taalgroepen?

Constitutionele fictie

Tot slot: sinds de hervorming van de Senaat, de tweede ‘kamer’ van het federale parlement, bij de zesde staatshervorming (2011-2013) is de bepaling van grondwetsartikel 42, dat de ‘leden van beide Kamers’ de natie vertegenwoordigen, en niet enkel degenen die hen hebben verkozen, een constitutionele fictie.

Van de zestig senatoren worden er vijftig afgevaardigd door en uit de deelstaatparlementen, en tien gecoöpteerd. Geen van hen is verkozen als senator. De vijftig deelstaatsenatoren hebben zitting als vertegenwoordiger van respectievelijk de Vlamingen, de Walen, de Duitstaligen en de Franstalige Brusselaars. Ze kunnen daardoor onmogelijk ‘de hele natie’ vertegenwoordigen. Artikel 42 mag dus niet ontbreken op de lijst van te herziene grondwetsartikelen.

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.