Actualiteit, Binnenland
Vrije Tribune
Vrije Tribune
Francis Van den Eynde

De partij Islam verbieden is geen optie

Islam Hoofddoekprotest

Alert zijn is zeker niet de eerste kwaliteit van het Belgisch politiek wereldje. Toen een nieuwe politieke formatie onder de naam ‘Islam’ bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 in de Brusselse agglomeratie met een zeer radicaal programma twee zetels binnen haalde, werd hier amper op gereageerd. Wie toen had durven suggereren dat er hieromtrent maatregelen moesten worden getroffen, zou ongetwijfeld door een aantal politiek correcte media als extreem-rechts zijn afgeschilderd.

De poppen gingen echter aan het dansen toen de voorzitter van ‘Islam’ een paar maand terug het programma van zijn partij concreet ging toelichten en hierbij vermeldde dat het de invoering van aparte tramvoertuigen voor mannen en vrouwen inhield. Je kon plots vanuit verschillende hoeken voor een partijverbod horen pleiten. De storm van verontwaardiging die toen opstak, is nog niet gaan liggen, vermits we eind vorige week mochten vernemen dat de Franstalige partijen PS, CDH, Défi en MR op het punt staan de nodige parlementaire initiatieven te treffen om de partij Islam te verbieden.

Toegevingen

Een groot deel van de Vlamingen geeft hen hieromtrent ongetwijfeld gelijk, ook de N-VA. Dit valt best te begrijpen, want er werden de laatste jaren al zoveel toegevingen gedaan: aparte zwemuren voor vrouwen, halalvoeding in een aantal scholen, het uitstellen van het begin van het schooljaar omwille van een islamitische feestdag, het toelaten van het dragen van een hoofddoek aan de leerlingen in katholieke scholen. Er kwam zelfs een rechterlijke uitspraak die bepaalt dat de boerkini in onze zwemkommen moet toegelaten worden.

Het ligt voor de hand dat heel wat mensen dit alles stilaan zijn gaan ervaren als een vorm van onvoorwaardelijke capitulatie ten opzichte van een recent ingevoerde godsdienst die ons zijn wereldbeschouwing wil opdringen en geen enkele rekening wenst te houden met onze tradities en levenswijze. Politici die voor ‘Islam’ een partijverbod bepleiten, vertolken dus ongetwijfeld de mening van hun kiezers. Merkwaardig is wel dat de N-VA-verkozenen die zich voor dat verbod uitspraken wanneer voor de eerste keer vernomen werd dat ‘Islam’ voor een soort seksuele segregatie ijverde, onmiddellijk van plat electoralisme en populisme werden beschuldigd. Tegelijk lokte de recente aankondiging door Franstalige partijen dat ze concrete maatregelen in die zin op het oog hebben, geen enkele reactie van die aard uit. Zou er een moreel verschil bestaan tussen een Vlaams en een Franstalig verbod?

Semiofficieus standpunt

Eén uitzondering op deze regel: Othman El Hammouchi in de dagelijkse Doorbraak van 1 september. Hij richt zijn pijlen echter niet op de PS, de MR, de CDH en Défi, maar wel op de N-VA. Omdat die laten verstaan heeft dat ze het initiatief niet ongenegen is, maar de uitbreiding van het verbod tot het Vlaams Belang niet ziet zitten. Iets dat nochtans uitdrukkelijk de bedoeling van die Franstaligen is (Le Soir 30/8). El Hammouchi is van mening dat ‘Islam’ slechts verboden kan worden indien dit ook voor het VB het geval is.

Het moet mij van het hart dat de argumenten die hij tegen deze partij aanhaalt, kant noch wal raken. Zo beroept hij zich bijvoorbeeld op een VB-standpunt dat hij zélf als ‘semiofficieus’ betitelt. Het zou er op neer komen dat al de Vlaamse moslims, die niet bereid zijn een document te tekenen waarin zij afstand nemen van de islam, gedeporteerd moeten worden. Niet alleen heb ik nooit zo een onzin horen beweren maar erger nog, een ‘semiofficieus’ standpunt is doodgewoon geen partijstandpunt.

Intentieproces

Met andere woorden: Hammouchi voert hier een intentieproces en iedereen weet dat je op die wijze om het even wat kunt aantonen. Hammouchi verwijt ook aan het VB dat het standpunten huldigt die haaks staan op internationale verdragen en niet met de grondwet stroken. Hij zou nochtans moeten weten dat die geen evangelie zijn en ook geen soera uit de Koran (om het bij zijn godsdienst te houden), dat internationale verdragen bijgevolg soms aangepast worden en de grondwet herzien. Iets dat de laatste jaren bijna een hobby van de Belgische politiek is geworden.

Maar wat van dit alles ook zij, de belangrijkste vergissing die in dit debat gemaakt wordt, is denken dat het een goed idee is om een partij zoals ‘Islam’ te verbieden. Deze opmerking geldt uiteraard zowel voor Hammouchi als voor de politieke formaties die dit willen doen. In eerste instantie omwille van de democratie. Deze veronderstelt immers een totale vrijheid van mening en van meningsuiting. Je kan niet een beetje vrij zijn net zoals niemand een beetje zwanger kan zijn. Het komt er dus op neer dat zodra de mogelijkheid bestaat dat een partij verboden zou kunnen worden omdat haar programma choqueert, onaannemelijk en/of verwerpelijk lijkt, elke partij het gevaar loopt ooit in hetzelfde bedje terecht te komen.

Moraliteitscriteria evolueren immers regelmatig en de interpretatie die er moet aan gegeven worden, is uiteraard afhankelijk van de politieke strekking die het op dat ogenblik voor het zeggen heeft. Het gevaar is dan niet meer denkbeeldig dat er een toestand ontstaat die het voor een regering mogelijk maakt haar interpretatie van die criteria in te roepen om zich van haar politieke tegenstanders te ontdoen.

Het motto van Saint-Just

Het motto dat Saint-Just tijdens de Franse revolutie hanteerde, ‘Pas de liberté pour les ennemis de la liberté’, is, hoe logisch het op het eerste zicht ook klinkt, één van de gruwelijkste volzinnen die ooit in de politiek werden uitgesproken. Saint-Just heeft er zich op beroepen om duizenden mensen naar de guillotine te sturen. Wat het begrip ‘vrijheid’ precies inhield, werd immers door hemzelf en de op dat ogenblik aan de macht zijnde Jacobijnen bepaald. Conclusie: het verbieden van politieke standpunten is steeds bijzonder gevaarlijk, hoe verwerpelijk die ook mogen zijn, en dit omdat dat bijna onvermijdelijk naar totalitaire toestanden leidt.

Het is bovendien zo dat partijprogramma’s uiting geven aan politieke ideeën die bij tenminste een deel(tje) van de bevolking leven. Je kan die niet bestrijden door partij(en) te verbieden want dan woekeren die ideeën meestal onopgemerkt voort. Men zou toch moeten beseffen dat een zieke niet altijd als genezen moet worden beschouwd omdat men de symptomen van de kwaal waaraan hij leidt niet langer kan vaststellen.

Is er dan helemaal geen grens? Toch wel, ik ben het met Peter De Roover eens wanneer hij stelt dat je die niet bij de invulling van de democratische ruimte mag leggen, maar wel wanneer het de bedoeling is die ruimte af te schaffen. Maar dat is, in tegenstelling met wat nog steeds vaak beweerd wordt, zeker niet het geval voor het VB. Dit zou wel gebeuren wanneer de sharia de grondwet zou vervangen. ‘De burger verliest dan zijn soevereiniteit die wordt overgedragen aan een heilig boek dat geen wijzigingen verdraagt en een rechtssysteem voor eeuwig vastschroeft’ (Peter De Roover in Doorbraak 4/9/18). Hij heeft echter ook gelijk wanneer hij stelt dat het bijzonder moeilijk is hiertegen een juridisch sluitend initiatief op papier te zetten dat de volkssoevereiniteit niet aantast en de deur niet openzet voor willekeurige partijverboden. Zolang de formule hiervoor niet gevonden is, verdient het dus aanbeveling niet van het verbieden van een politieke formatie te beginnen dromen. Het is echter zeer de vraag of de Franstalige partijen voor deze argumentatie vatbaar zullen zijn.

Francis Van den Eynde

De auteur is ere-ondervoorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en ere-gemeenteraadslid van Gent. Hij is sinds de jaren zestig actief in de Vlaamse beweging.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans