Actualiteit, Communautair
Roover

Peter De Roover: speer van de natie

Mijmeringen

Op 2 februari 2014 publiceerde Doorbraak een portret van Peter De Roover. Hij had toen net zijn overstap naar de N-VA bekendgemaakt en Doorbraak.be verlaten. Nu De Roover zo in het centrum van de belangstelling staat, plaatsen we dit portret opnieuw.

***

 

Mocht ik afgelopen woensdagmiddag niet een lang telefoongesprek hebben gehad met hem, ik zou me donderdag net als velen – binnen en buiten de niet-partijpolitieke Vlaamse Beweging – hebben verslikt in mijn ochtendkoffie. De overstap van Peter De Roover naar de N-VA was een verrassing, niet het minst voor de pers, die er al dagen over speculeerde.

Niet dat Peter niet al eerder aanbiedingen had gekregen om op een lijst te staan, en neen, niet alleen van ‘Vlaams-nationale’ partijen. Peter hield tot nog toe altijd de boot af. Tot woensdag dus. Mijn ‘track record’ met Peter gaat ongeveer 22 jaar terug – ik moet toegeven dat ik op één jaar tijd de tel kwijt ben. En waar hij oorspronkelijk enkel zijn column Vrijspraak leverde voor ons geëerde ledentijdschrift Doorbraak, was ik al vroeg (1992?) redactielid en eindredacteur van het blad. Niet alleen in die rol had ik met Peter te maken. We kruisten elkaar ook in andere geledingen van de Vlaamse Volksbeweging – hij was er immers algemeen voorzitter van – zoals het Politiek Bureau en later ook het hoofdbestuur (lees: Raad van Bestuur).

U hebt het ondertussen in de pers kunnen lezen, en er bestaat ook zoiets als Wikipedia. Nadat de Volksunie achter de ‘derde fase van de staatshervorming’ bleef aanhuppelen als een ezel achter een wortel, en een verruimingsfase die vele radicale jongeren niet zinde, hield Peter het voor bekeken in de VUJO en VU van Antwerpen in 1988. Met zijn rechterhand Jan Jambon ‘infiltreerde’ hij in de ingeslapen Vlaamse Volksbeweging om er al snel – sinds 1991 – de voorhoede van de Vlaamse Beweging, ‘de speer van de natie’ van te maken. Het aprilcongres van Kortrijk – ‘Onze toekomst in Europa, Vlaanderen onafhankelijk’ en de betogingen van het gelegenheidscomité ‘Actiecomité Vlaanderen ’90’ bliezen de niet-partijpolitieke Vlaamse Beweging nieuw leven in. Tussen een communautair lethargische Volksunie enerzijds en een vuilbekkend Vlaams Blok anderzijds was het moeilijk kiezen voor vele flaminganten; kiest u graag tussen pest en cholera? De VVB kende een enorme toestroom van leden – vooral jongeren – en politiek talent. De hele Vlaamse Beweging radicaliseerde (want schoof op richting onafhankelijkheid, cf. Lionel Vandenberghes woorden als IJzerbedevaartcomitévoorzitter: ‘Waalse vrienden, laten we scheiden’). Maar met die radicalisering vond ook een rationalisering plaats. Vlaggen, liederen, herdenkingen en andere romantiek maakten steeds meer plaats voor een helde, rationeel en onderbouwd discours over fiscaliteit, loonlasten, organisatie van de sociale zekerheid, dubbeldemocratie … Kortom, het discours van de N-VA een tijd later. Een ‘centennationalisme’ dat ook heel wat toen in de oppositie zittende liberalen aansprak.

Zelf niet het minst een liberaal – ik zou Peter eerder een cultureel christelijke groene conservatief durven noemen – nam hij enthousiast deel aan het overleg met de VLD. Verhofstadt zat in de oppositie en samen met Bart Somers speelde ik verbindingsofficier met de top van die partij. In het blauwe Sanhedrin van de Melsensstraat waren er geregeld contacten. De Verhofstadt van de Burgermanifesten was een graag geziene gast op VVB-activiteiten. Guy Vanhengel een enthousiast lid van de separatistische VVB.

In mijn hele VVB-loopbaan onder het voorzitterschap van Peter verschilden we maar één keer fundamenteel van mening. Als dienstdoende liberaal in de ‘pluralistische en onafhankelijke beweging voor zelfbestuur’ vond ik dat de VVB zich enkel en alleen met communautaire politiek moest inlaten. De VVB was niét nationalistisch en moest – naar aloude traditie, en dat sinds 1956 – links en rechts verzamelen, gelovig en vrijzinnig, en al wat er tussen en rond hing. Toen de IJzerbedevaart begon te verzwakken en zich afkeerde van het onafhankelijkheidsstandpunt – louter en alleen omdat dat ook werd uitgedragen door een te groot geworden Vlaams Blok – vonden Peter en Jan het nodig een IJzerbedevaardersforum op te richten en de VVB daarin als spil te laten optreden. Daarnaast was nog een Werkgroep Radicalisering IJzerbedevaart, waarvan de uitgesproken rechtse en traditioneel Vlaams-nationalistische groepen deel uitmaakten. Het Forum was een strategisch kanaal om een meerderheid te krijgen in het IJzerbedevaartcomité, opdat het terug op het onafhankelijkheidsstandpunt zou staan. De Werkgroep wou terug naar de Bedevaarten van weleer – de huidige IJzerwake is daar het logisch voortvloeisel van. De VVB stak er veel energie in, maar ook bloed, zweet en tranen. In het hoofdbestuur met praktisch 20 leden waren er slechts drie tegenstemmen. Het leidde tot gekibbel dat we konden missen als kiespijn. Het leidde tot het ontslag en het monddood maken van enkelen. Een spijtige gebeurtenis, waarover ik tot op vandaag nog van mening verschil met Peter. Maar dat is lang geleden. En tijd heelt wonden. Whisky helpt daar trouwens bij …

Na zijn voorzitterschap bleef Peter actief in de VVB als politiek secretaris. Hij verkreeg de titel van ere-voorzitter. Maar doorheen de jaren werd er minder en minder naar Peter geluisterd. En hij voer een steeds onafhankelijker koers, wat hem ook niet door iedereen in dank werd afgenomen. Een scheiding, het verleggen van wat accenten, de groei van het Vlaams Belang en de opkomst van de N-VA die als magneten kaderleden uit de VVB wegzogen … Peter ontdekte rust, kokerellen, broodbakken, … en wierp zich steeds meer op als opiniemaker. Gaan spreken voor verenigingen allerlei, debatteren, opiniestukken en vrije tribunes schrijven, de kortstondige hoofdredactie van het weekblad Punt. En waar hij vroeger slechts één artikel per nummer pleegde, vulde hij mee het ondertussen schoorvoetend van de VVB loskomende Doorbraak op. Om vorig jaar mee de stap te zetten los van de vereniging.

Het opinieklimaat in Vlaanderen was – met een sterke Vlaams-nationale partijpolitieke vertegenwoordiging – rijper voor een duidelijke Vlaamse opiniestem dan voor een Vlaamse drukkingsgroep. De kracht van het woord, weet u wel. Die kracht van het woord en de scherpe pen verder geoefend wordt hij straks een duchtig tegenstander voor kritische politologen, journalisten en partijpolitieke tegenstrevers. Maar ook in de eigen partij zal het hem ‘varen’. Tenzij hij zich op de vlakte zou houden, zal hij in ‘zijn’ partij geen vlekkeloos parcours afleggen. Hoewel ik niet beschik over de spreekwoordelijke glazen bol, wil ik twee voorzichtige voorspellingen doen.

(1) Jarenlang leidde hij de Vlaamse Volksbeweging, jarenlang was hij een leider in – of liever van – de niet-partijpolitieke Vlaamse Beweging. Ook toen hij geen voorzitter meer was van de VVB was hij een geëerde en gerespecteerde stem. Grote strategische beslissingen kwamen zelden zonder zijn medeweten of fiat tot stand. Vandaag militeert hij in een politieke partij, met een andere pedigree, structuur, quintessens. Vandaag moet hij in de pas lopen, is hij één van de tienduizenden leden van de N-VA. En straks een van de vele parlementariërs van die partij. Zoals ik Peter ken, wordt dat aanpassen. Of net niet. Met het ouder worden is hij zeker wat bedeesder geworden. Maar niet minder bescheiden. Al gauw zou hij gezicht en stem kunnen worden van een bepaalde strekking in de partij – daarbij handig geholpen door de media, die smullen van eloquentie en oneliners, en Peter grossiert in beide. Méér zelfs: na de verkiezingen breken de laatste maanden aan van het partijvoorzitterschap van Bart De Wever. De partij wordt te vaak verweten een eenmanskiesvereniging te zijn. Peter zou misschien een uitweg kunnen zijn. Negen jaar voorzitterschap van de VVB, een natuurlijk leiderschap, overtuigingskracht, humor, geen klein ego. Misschien moet de N-VA straks niet té ver zoeken en is bij deze de queeste naar een waardig opvolger al afgerond. De contacten heeft hij al, en dat in alle noordelijke, zuidelijke, linkse, rechtse, autochtone en allochtone vleugels die de partij rijk zou zijn. De know how ook. Tot slot kan het mystieke huwelijk met Jan Jambon hersteld worden – want Jan ging hem in 2005 al voor naar de N-VA.

(2) Hoe vaak ook Peter niet werd gevraagd eerder op te komen, hij stond altijd op zijn partijpolitieke onafhankelijkheid. Niet alleen omwille van de VVB of – later – Doorbraak. Maar voor zichzelf. Als onafhankelijke opiniemaker werd hij overal gepolst en gevraagd om zijn onderbouwde mening. Als Bart De Wever geen commentaar wou geven bij een politiek feit, belde Ter Zake maar wat graag naar Peter De Roover, die niet liever deed dan als waakhond – of luis in de pels? – zijn mening te geven. Communautaire politiek en strategie en onderwijs waren zijn stokpaardjes. In de N-VA zal hij ook als federaal parlementslid kunnen wegen op onderwijsdossiers, maar in de pers wordt dat moeilijk, nu hij partijsoldaat is. Weg de ongezouten meningen en de kritische commentaar. In de pas lopen, wordt het motto. Tenzij – en ook dat zou mij niet verbazen – een geniale Bart De Wever zijn intellectuele spitting image die Peter is ‘tendensrecht’ zou geven, naar het model van de Conservatives in het VK.

De partijpolitiek onafhankelijke Vlaamse Beweging en haar partijpolitieke vertaling hebben altijd al leentjebuur gespeeld. Het zijn altijd al communicerende vaten geweest. Na de Tweede Wereldoorlog werden heel wat Vlaamse Bewegers opgepikt door Volksunie en CVP, tijdgenoten Maurits Coppieters en Wilfried Martens – die Doorbraak stichtte – zijn daar de mooiste exponenten van. De Vlaamse Beweging was vaak ook politiek laboratorium, de VVB niet het minst. VU en CVP adopteerden en kopieerden het federalisme van de VVB. In de VVB werden contacten gelegd en georganiseerd tussen Vlaams-nationalisten en christendemocraten – al in 1994 droomde latere VU- en N-VA-ondervoorzitter Eric Defoort van een kartel. En in de jaren 1990 stond zelfs de liberale partij open voor het rationele scheidingsdiscours, waar de N-VA – in opvolging van de VVB – vandaag de emanatie van is. De jongste zet is de overstap van Peter – de speer van de natie. Er zullen er ongetwijfeld nog volgen. En ooit – dat is de harde wet van de geschiedenis – gebeurt het zelfde opnieuw in omgekeerde richting.

De laatste twee kindjes van Peter, Doorbraak en De Werkvloer – een drukkingsgroepje omtrent de hervorming van het secundair onderwijs – blijven enigszins verweesd achter. Ikzelf ben een compagnon de route kwijt. Maar geen vriend. Het wordt al uitkijken naar smakelijke anekdotes bij een Schotse single malt. Slaínte, Peter! Behoud je kritische geest. En maak er iets van!

Karl Drabbe

Karl Drabbe is uitgever non-fictie bij Vrijdag en van Doorbraak Boeken. Hij is historicus en wereldreiziger en werkt al sinds 1993 mee aan Doorbraak.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Karl Drabbe?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans
// geen premium