Binnenland
PHILIPPE CLOSE

Philippe Close moet opstappen

Al van bij de aankondiging op 9 juni 2017,dat Philippe Close (PS) zou worden voorgedragen om Yvan Mayeur (PS) op te volgen als burgemeester van Brussel, werd er in de pers op gewezen dat ook Close geen ‘onbesproken figuur’ is. Daarbij werd verwezen naar de dubbele rol die hij als voorzitter van Brussels Expo gespeeld heeft in het toekennen door de Stad Brussel van de concessie voor de exploitatie van het Koninklijk Circus. In onze bijdrage op ‘Doorbraak’ op 12 juni 2017 onder de titel ‘Het uitmesten van de Brusselse augiasstal‘ hebben wij nog voor de benoeming van de heer Close tot burgemeester er op gewezen dat er in dat dossier sprake is van belangenneming, wat toch geen klein bier is. Het blijft ons verbazen dat de voogdijoverheid hier niet opgetreden is.

Belangenneming Close twee keer vastgesteld

In zijn arrest van 29 juni 2017 zet de tweede kamer van het Hof van Beroep te Brussel de feiten goed op een rij. Brussels Expo met als voorzitter Philippe Close stelt zich op 25 september 2014 kandidaat bij het college van burgemeester en schepenen om de exploitatie van het Koninklijk Circus over te nemen. Op 6 november 2014 beslist het schepencollege, met inbegrip van de heer Close, om de lopende concessie met ‘Le Botanique’ niet te verlengen. Op 7 september 2015 besluit de heer Close met de Brusselse gemeenteraad op voorstel van het schepencollege om de concessie van ‘Le Botanique’ te beëindigen. Op 27 juni 2016 besluit de heer Close met de gemeenteraad op welke wijze en onder welke voorwaarden een mededinging zal georganiseerd worden om een nieuwe exploitant voor het Koninklijk Circus te selecteren. Daarmee had Brussels Expo een onmiskenbare voorkennis, nog voor er een oproeping tot mededinging gedaan is. Enkel bij de uiteindelijke toekenning van de exploitatie aan Brussels Expo op 21 november 2106 neemt de heer Close geen deel aan de beraadslaging.

De tussenkomst van de heer Close tegelijk als voorzitter van Brussels Expo en als schepen van de Stad Brussel is problematisch. Voor alle duidelijkheid, Brussel Expo is een private vzw. Dat de heer Close niet mee beslist heeft over de uiteindelijke toewijzing, neemt niet weg dat hij op cruciale en beslissende ogenblikken wel tussengekomen is. Een dergelijk gedrag valt onder het begrip ‘belangenneming’.

Na het arrest van 29 juni 2017 van het Hof van Beroep neemt het schepencollege van de Stad Brussel op 6 juli 2017 de beslissing om aan Brussels Expo een bezetting ter bede toe te staan (resolutie nr. 339). Met die resolutie probeerde het schepencollege met een onvoorstelbaar cynisme de gevolgen van het arrest van het Hof van Beroep aan de kant te schuiven. Deze beslissing wordt door de Raad van State geschorst bij uiterst dringende noodzakelijkheid. De Raad van State steunt daarvoor op de overwegingen van het Hof van Beroep (arrest nr. 238.926 van 3 augustus 2017). De resolutie nr. 339 staat ook stijf van de belangenneming. Men mag immers niet uit het oog verliezen dat niet enkel schepen Close geviseerd is door het arrest van het Hof van Beroep. De heer Close is in het goede gezelschap van de voormalige burgemeester Mayeur en van schepen Coomans de Brachène. Men zal wellicht niet diep moeten graven om de betrokkenheid van de afwezigen vast te stellen.

Een schepen mag niet aanwezig zijn bij of deelnemen aan de beraadslaging of de stemming over een punt waarbij hij een persoonlijk en rechtstreeks belang heeft. De heer Close had als voorzitter van Brussels Expo een persoonlijk en rechtstreeks belang bij alle beslissingen die er op gericht waren om de concessie van het Koninklijk Circus toe te wijzen aan Brussels Expo. Het Hof van Beroep stelt vast dat hij minstens een moreel belang had. Door zich niet aan de regel te storen heeft de heer Close ‘belangenneming’ gedaan. Men mag trouwens niet vergeten dat de heer Close zijn functie binnen Brussels Expo ook niet onbezoldigd waarnam. Het in concessie geven van een gemeentelijk eigendom aan een schepen of aan een rechtspersoon waarin de schepen mee de dienst uitmaakt, dat is belangenneming.

Belangenneming verhindert de benoeming als burgemeester

In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden de burgemeesters benoemd door de Brusselse Hoofdstedelijke regering, uit de verkozenen voor de gemeenteraad. De benoeming gebeurt op voordracht, waarvoor een dubbele meerderheid vereist is. De voordracht moet de steun hebben van een meerderheid van de gemeenteraadsleden en ook van een meerderheid van de gemeenteraadsleden die op dezelfde lijst werden verkozen als de kandidaat-burgemeester. De burgemeester legt vervolgens de eed af ten overstaan van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.  Close legde op 20 juli 2017 de eed af in handen van minister-president Vervoort (PS).

Op het ogenblik dat de heer Close werd voorgedragen om burgemeester te worden, was de belangenneming in zijnen hoofde vastgesteld. Om het beleefd te zeggen, is het niet de gewoonte om mensen die zich aan belangenneming of andere feiten schuldig hebben gemaakt voor te dragen, laat staan te benoemen. Het roept ernstige vragen op dat de heer Close niettegenstaande het arrest van het Hof van Beroep voorgedragen is. Het roept nog meer vragen op dat de benoemende overheid daar overheen stapt. Dat gaat immers in tegen het ‘Vade-Mecum’ van de plaatselijke verkozenen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Minister-president Vervoort heeft hier zeker uitleg te geven. Hoe is dat kunnen gebeuren, mijnheer Vervoort?

Een burgemeester of schepen kan wegens belangenneming worden afgezet

Bourtembourg

Het arrest van het Brusselse Hof van Beroep kan vrij gedownload worden op de website van Bourtembourg & Co.

We kunnen ons al inbeelden wat het antwoord van de heer Vervoort zal zijn. Hij zal natuurlijk beweren dat hij niet op de hoogte was van het arrest van het Hof van Beroep. Wel, dan is hij dat nu wel. Hij kan het arrest opvragen bij de Stad of kan het lezen op de website van het advocatenkantoor Bourtembourg.

Een burgemeester of schepen is onderworpen aan tuchttoezicht. Zij kunnen geschorst of afgezet worden wegens kennelijk wangedrag of grove nalatigheid. De wet bepaalt niet wat ‘kennelijk wangedrag of grove nalatigheid’ is. De woorden ‘kennelijk’ en ‘grove’ geven wel aan dat het om zwaarwichtige feiten moet gaan. In het ‘Vade-Mecum’ van de plaatselijke verkozenen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2006, blz. 20) wordt er op gewezen dat belangenneming een grove nalatigheid is.

Niettegenstaande het arrest van het Hof van Beroep waaruit de belangenneming duidelijk blijkt, grijpt de tuchtoverheid niet in. Er is voor zover wij konden nagaan nog zelfs geen onderzoek geopend. Dat doet al niet veel goeds vermoeden voor wat betreft de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de Brusselse tuchtinstanties.

Opkuisen

Nu de heer Close duidelijk niet het fatsoen heeft om de eer aan zichzelf te houden, zien wij ons genoodzaakt om hem te helpen en hem uit te nodigen om ontslag te nemen. Doet hij dat niet, dan zou de tuchtoverheid zich in de huidige omstandigheden medeplichtig maken door verder te blijven stil zitten.

Hoe zei een voormalige eerste-minister dat ook al weer? Wie gelooft die mensen nog? Brussel moet opgekuist worden.

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans