JavaScript is required for this website to work.
post

Niet Puigdemont maar Rajoy schendt Spaanse grondwet

Jan Ghysels5/11/2017Leestijd 7 minuten
Rajoy gebruikt aloude dictatoriale methodes

Rajoy gebruikt aloude dictatoriale methodes

foto © Reporters

Rajoy en zijn PP behandelen de Spaanse grondwet als een vodje papier, stelt grondwetspecialist Jan Ghysels.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Een staat moet gezag hebben om zijn grondgebied te besturen. Gezag steunt altijd op macht en macht wordt ontleend aan geweld. De hoogste macht binnen een bepaald grondgebied wordt de ‘soevereiniteit’ genoemd. Een staat is soeverein, onafhankelijk, wanneer zijn overheid de macht uitoefent zonder inmenging van andere staten. Naarmate het gezag zich installeert, is er enkel nog de dreiging met geweld. Gezag installeert zich door regels vast te leggen. In een rechtsstaat onttrekt het gezag ook zichzelf niet aan die regels. De basisregels consolideren het staatsgezag, zij betreffen de gezagsuitoefening en worden daarom met meer gewicht vastgelegd, in wat men noemt een grondwet. Het moderne grondwetsbegrip doet de organisatie van de staatsmacht steunen op de instemming van de geregeerden, waardoor de ordening democratisch kan genoemd worden. Een democratische staatsordening put zijn kracht uit de mensen die ze regeert; uit autonome burgers die zichzelf de wet stellen.

De veranderlijkheid van de grondwet

Regels zijn echter nergens of nooit definitief. Zij evolueren mee met de maatschappij die zij beogen te regelen. Dat is niet anders voor een grondwet, ook al is die meestal starder dan gewone wetten. Het politiek-juridisch stelsel van de grondwet vormt een geheel met de politieke cultuur van de betrokken samenleving. Dat vereist een wisselwerking, die kan leiden tot het veranderen van de grondwet. De geregeerden hebben het recht om hun instemming ter discussie te stellen of in te trekken. De veranderlijkheid van de grondwet is aldus het gevolg van het zelfbeschikkingsrecht van iedere staat. Als de grondwet kan en mag gewijzigd worden, dan is het ook legitiem om het gezag in vraag te stellen. Elk normaal en redelijk gezag, zeker wanneer het een rechtsstaat betreft, duldt dat. Het alternatief is immers geweld, in onderdrukking of in revolutie. De uitkomst van geweld is altijd onzeker. Het aanpassen van de grondwet geeft meer zekerheid en dat voor een langere tijd. Geweld is trouwens een vreemd fenomeen. Niet zelden kan de gebruiker het moeilijk in toom houden en keert het zich tegen hem. Disproportioneel geweld stelt de wettigheid van het gezag in twijfel.

Een revolutionaire toestand is op zich niet onwettig

Wanneer de geregeerden, of een deel van hen hun instemming met het gezag opzeggen, dan ontstaat er een revolutionaire toestand. Hoewel daardoor het gezag wordt afgewezen, betekent dit niet dat men zich in de onwettigheid bevindt. Een democratische grondwet impliceert de mogelijkheid om het gezag af te wijzen. De essentie van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (4 juli 1776) is precies het beroep op een hoger recht om het geldende gezag af te wijzen. Wanneer de revolutionaire herordening opnieuw leidt tot instemming van de geregeerden, ontstaat er een nieuwe grondwet, die de revolutionaire toestand beëindigt.

Het Volkenrecht vereist dat drie elementen zich verenigen opdat er sprake is van een staat:

  • een groep personen;
  • die leven op een bepaald grondgebied;
  • waarbij geregeerd wordt door een overheid die effectief en daadwerkelijk onafhankelijk gezag uitoefent over die personen.

Er is maar sprake van een ‘effectief en daadwerkelijk gezag’, wanneer de overheid feitelijk bij machte is haar wil aan de bevolking op te leggen, en zij die bevolking met een zekere bestendigheid aan die wil kan doen gehoorzamen. De erkenning van een staat door andere staten is van politieke aard. Zij wordt bepaald door de beoordeling die andere staten maken van de kwaliteit van het gezag. Het is het gezag dat als wettig gepercipieerd wordt dat erkenning zal krijgen door andere staten.

De Spaanse soevereiniteit en de geest van Franco

Het koninkrijk Spanje is heel gevoelig wat betreft zijn soevereiniteit. De stugge houding van Spanje op dat vlak is bekend. Prins Willem van Oranje, de Zwijger, heeft het met zijn leven betaald. Maar ook nu nog is Spanje Alva/Franco-stug. Zo blijft Spanje de teruggave van Gibraltar eisen, tegen de wil van de lokale bevolking in. Het koninkrijk blijft zelf vasthouden aan zijn enclaves in Noord-Afrika (Ceuta en Melilla). Dat is de geest van generaal Franco, die met ijzeren hand een eenheidsstaat oplegde. Dat Franco-Spanje had zoals bekend géén grondwet. Tijdens de tweede Spaanse Republiek had in 1934 Catalonië zich al eens onafhankelijk verklaard. Bij de Spaanse Burgeroorlog die in 1936 losbarstte, werd de legeropstand in Catalonië aanvankelijk neergeslagen. Toen de nationalisten in 1939 uiteindelijk het pleit wonnen en een dictatuur vestigden, werd alles wat Catalaans was verboden.

De autonome gebieden hebben een onderhandeld statuut

Volgens de huidige grondwet ligt de soevereiniteit bij het Spaanse staatsvolk. Tegelijk bevestigt de grondwet het bestaan van meerdere Spaanse volkeren. Zij krijgen het recht en de waarborg op autonomie. Binnen de gebieden waar die volkeren leven, wordt hun taal als officieel erkend. Dat is het geval voor het Baskisch, het Catalaans, het Galicisch en het Valenciaans. Intussen is het hele land opgedeeld in autonome gebieden, tot streken aan toe waar geen sprake was van een eigen historische identiteit. Daarmee werd tegemoetgekomen aan eeuwenoude lokale gevoeligheden die door Franco waren onderdrukt. De autonomiestatuten zijn niet allemaal dezelfde. Wel hebben zij allemaal een eigen parlement en een eigen regering. De autonomiestatuten komen tot stand door onderhandeling. De parlementen van de autonome gebieden hebben een initiatiefrecht voor de herziening van de grondwet.

Over onafhankelijkheid kan men volgens de Spaanse grondwet onderhandelen

Het is niet onbelangrijk dat de Spaanse grondwet geen lijst bevat van bepalingen die niét voor wijziging vatbaar zijn. Er is zelfs in een bijzondere procedure voorzien voor de herziening van de grondwet als geheel. Dat wil dus zeggen dat dergelijke onderhandelingen tegen de strekking van de grondwet in mogen gaan en toch legaal blijven. De parlementen van de autonome gebieden hebben zoals gezegd een recht van initiatief. Het zal niet verwonderen dat de conservatieve krachten, die – zoals we allemaal hebben kunnen zien op de beelden die de wereld rondgaan – nog steeds duchtig en met gestrekte arm Franco groeten, daar willen tegenin gaan, en de autonomie juist terugdringen. Het terugdringen van die autonomie gaat in tegen een basisbeginsel van de grondwet. De autonome gebieden zijn ingevoerd als reactie op het centralistische bewind onder Franco. De verwoede pogingen van de Partido Popular om terug te keren naar een centralistisch bewind zoals ten tijde van Franco, is dus niets anders dan een staatsgreep en dus bijzonder gevaarlijk. Wat Rajoy doet, verschilt niet zo fel van wat Erdoğan in Turkije doet.

Catalonië, een autonoom gebied en een ‘natie’

In 2006 kreeg Catalonië een nieuw autonomiestatuut dat het Catalaans zelfbestuur Catalonië als ‘natie’ definieert. Na deze erkenning kan men Catalonië niet zomaar in het regionalisme plaatsen. Het was de Spaans-nationalistische Partido Popular (die in 2015 in Catalonië 11 zetels op 135 behaalde) die bij het Spaanse Grondwettelijk Hof beroep had ingesteld om de omschrijving als ‘natie’ te schrappen, met als argument dat een natie binnen een natie niet kan. Hoewel de strekking van het arrest gematigd is, en het argument niet overtuigt, is het Hof er in 2010 toch op ingegaan. Aangezien de Spaanse grondwet het bestaan van meerdere volkeren, waaronder het Catalaanse volk erkent, lijkt het argument dat een natie in de natie niet kan, niet op te gaan. De uitspraak van het Grondwettelijk Hof is dan ook eerder politiek dan juridisch. Het is een illusie dat een toezegging die tegemoet komt aan een zo diepe historische verzuchting langs juridische weg ongedaan kan worden gemaakt. Het Grondwettelijk Hof heeft eerder al de rechtsgevolgen van bepaalde van zijn arresten, die strijdig bevonden waren met het EVRM, ongedaan gemaakt.

Altijd maar de Partido Popular, nationalistisch, zoals Franco

Het is toch goed om te weten wat de Partido Popular juist is, tenslotte de partij van de huidige Spaanse premier Mariano Rajoy. Zij werd na de dood van Franco opgericht als Alianza Popular, door Franco’s minister van ‘Voorlichting’ (en dus perscensuur) Manuel Fraga. De partij heeft in 2005 het homohuwelijk aangevochten voor het Grondwettelijk Hof. Die partij is ook tegen abortus en euthanasie. De Partido Popular is tegen het onderzoek naar de massagraven van het Franco-regime. Zij is tegen eerherstel voor de personen die veroordeeld werden omdat zij zich hebben verzet tegen de dictatuur. De partij wil ook het verbod om Franco te vereren opheffen en de amnestiewet voor de franquisten handhaven. De Partido Popular is de centrale partij in het grootste actuele corruptieschandaal (Grütel-zaak). Eén van de hoofdrolspelers in die zaak is de voormalige partijsecretaris Pablo Crespo Sabaris die, net als Rajoy, uit Galicië komt. Het onderzoek blijkt maar niet tot een einde te komen. Het is deze partij die van bij de aanvang tegen een volksraadpleging in Catalonië was. Eigenaardig genoeg zit deze partij op Europees niveau samen in de Europese Volkspartij (EVP/EPP) van Commissievoorzitter Juncker, met de Vlaamse CD&V en het Nederlandse CDA.

Het referendum was wel grondwettig

De grondwet stelt dat de soevereiniteit bij het volk ligt, maar men is ‘vergeten’ aan dat volk een initiatiefrecht voor de herziening van de grondwet toe te kennen. Dat mag bevreemden. Dat is het argument waarop de Partido Popular voorhoudt dat het Catalaans referendum ongrondwettig zou zijn. Dat referendum wordt voorgesteld als een volksinitiatief tot wijziging van de grondwet. Ook dit argument kan niet worden aangenomen omdat het berust op een maar gedeeltelijke lezing van de Spaanse grondwet.

Het referendum is door de grondwet nadrukkelijk betrokken in de procedure tot herziening. Bij een gedeeltelijke wijziging kan er een beslissend referendum worden gevraagd door één tiende van één van beide kamers. Wordt de grondwet in haar geheel herzien, is een beslissend referendum zelfs verplicht. Er is dus wel een vorm van volksinitiatief.

Het Catalaans parlement wenste zijn autonoom statuut andermaal te heronderhandelen, hetgeen zou uitmonden in een gedeeltelijke grondwetsherziening. Zoals hoger aangehaald, kon daarbij de autonomie (grond)wettig op de agenda geplaatst worden. Het Catalaans parlement maakt daarbij gebruik van zijn grondwettelijk recht op initiatief. Nergens is bepaald dat het parlement van een autonoom gebied, in de uitoefening van dat recht geen referendum zou kunnen houden, om zich op de voorgenomen onderhandelingen voor te bereiden.

Rajoy riskeert op termijn zelf vervolging

De Partido Popular heeft met gebruik van buitensporig geweld, de uitoefening van dat grondwettelijk recht van initiatief door het Catalaans parlement verhinderd. Door de buitensporigheid, is dat geweld in geen enkel opzicht wettig te noemen. Dat zijn geen lichte feiten. Dat dit gebeurt om de staat opnieuw te centraliseren, waarbij met meer dan nostalgie teruggekeken wordt naar het Franco-tijdperk, maakt dat het moeizame evenwicht dat in de grondwet werd gevonden, op de helling komt te staan. Aangezien de Partido Popular een andere machtsverhouding nastreeft dan deze opgenomen in de grondwet, zonder de procedure tot grondwetswijziging te volgen, is dit een vermomde staatsgreep. Vergeet niet dat diezelfde motieven ook al aan de basis lagen van de effectieve poging tot staatsgreep op 23 februari 1981, waarvan luitenant-kolonel Tejero het gezicht was. Los van het feit dat artikel 155 van de Spaanse grondwet in strijd is met het internationaal recht, zoals hier eerder door Veerle Wouters en Hendrik Vuye aangetoond, met verwijzing naar prof. Alfred-Maurice de Zayas (Verenigde Naties), werd deze bepaling klaarblijkelijk verkeerd toegepast. De vervolging van de Catalaanse verkozen regeringsleiders, beknot hun grondwettelijke rechten op onrechtmatige wijze. Daarmee is de basis gelegd om de rollen om te draaien. Wanneer de Partido Popular de macht zou verliezen in Madrid, zouden haar leiders ter verantwoording kunnen geroepen worden voor de obstructie om grondwettelijke rechten uit te oefenen, en voor het door hen gebruikte geweld. Redenen te over om niet in te gaan op het verzoek om Puigdemont uit te leveren, aangezien hij dan zeker een politiek proces tegemoet gaat.

Jan Ghysels (1961) is als jurist o.a. gespecialiseerd in grondwettelijk en administratief recht. Hij is als grondwetspecialist verbonden aan de UGent. Hij is oprichter van het tijdschrift Publiekrechtelijke Kronieken en hij was o.a. lid van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.

Meer van Jan Ghysels
Commentaren en reacties