JavaScript is required for this website to work.

Jozef Deleu’s nieuw groot verzenboek

Guido Lauwaert28/1/2021Leestijd 4 minuten

Een nieuwe lente een nieuwe herziene bloemlezing van Jozef Deleu, de grootmeester van de Nederlandstalige poezie.

Dikke boeken zijn weer in, lees ik in de krant. Wel, dan is Jozef Deleu bij de gelukkigen, met zijn nieuwe, herziene druk van zijn Groot verzenboek.

Een cultureel feit

Er voltrekt zich — volgens boekhandelaars — een renaissance van de leescultuur. De literaire klassiekers behoren opnieuw tot de amusementssfeer. Een categorie mensen zien boeken blijkbaar als een vlucht uit de coronaverveling. Dat is een cultureel feit van explosieve waarde. Lezen is leren, zo is dat.

Maar wat voor soort dikke boeken verhoogt de stijgende omzet van de boekhandel? Romans? Ten dele. De top van de explosie van de nieuwe leescultuur wordt gevormd door historische boeken. Over de Bourgondiërs. Wat precies hebben Napoleon, Pablo Picasso, Thomas Cromwell, Lord Byron en de Coburgs precies uitgespookt? Hoe verging het Ludwig van Beethoven? Het zijn de nieuwe thrillers.

Een ander literair genre dat boomt, is de poëzie. Niet zozeer de bundels van levende dichters. Ze zijn doorgaans niet dikker dan 70 à 90 bladzijden. Daar heeft alleen de lezer huizend aan de voet van de Parnassus geld voor over. Ze moeten al van steengoede kwaliteit zijn om een hoge oplage te halen. Zoals het Verzameld Werk van Vasalis. Haalde om en nabij de 200.000 exemplaren. Veel lucratiever dan de doorsnee dichtbundels zijn bloemlezingen. Je hebt tenminste waar voor je geld.

Kleurrijk palet

De meest succesvolle bloemlezing in onze contreien, zowel op literair als op commercieel vlak, is het Groot Verzenboek van Jozef Deleu. Zijn verzamelde selectie lokt veel lezers en haalt een oplage die kilometers voorligt op gelijkaardige uitgaven. Deleu ziet als geen ander de stations van de levenslijn, gaf ze een logische volgorde en parkeerde er bijpassende gedichten in. Zijn keuze een nog kalere verklaring gevend, komt het neer op Geboorte, Leven en Dood. Het vereenvoudigt de hang naar een gedicht, want in tijden van vreugde of verdriet wordt algauw gezocht naar een gedicht als troost of vreugde. Wel, dan is men bij de bloemlezing aan het goede adres. Het verlangde is snel gevonden. Je hoeft er geen goed oriëntatievermogen voor te hebben.

Jozef Deleu heeft dus, toen hij de gedachte aan een bloemlezing vorm gaf, gezorgd voor een kleurrijk palet. Simpelweg gezegd: wat de boeken van de chef-koks zijn voor de keuken, is het Groot Verzenboek voor de salon. Een gouden greep. Op de eerste druk in 1976 zijn tientallen herdrukken gevolgd, en elke druk niet in een paar honderd, maar enkele duizenden exemplaren. Met als resultaat dat de negentiende druk 5.000 exemplaren telt, bovenop de 84.000 die hun bestemming al hebben gevonden.

Bijbel en Kookboek

Een niet onbelangrijk deel van het succes zit hem in de verbouwingen. Om de vijf jaar verschijnt een herziene uitgave. Sommige gedichten of dichters verdwijnen om plaats te maken voor andere. Dichters van 50, 60 jaar geleden worden niet vergeten, maar hun aandeel verkleint. Terwijl nieuwe, jonge dichters een plaats krijgen met één of meer gedichten. De verjongingskuur reveleert verrassingen. Op hun beurt zorgen jongeren voor de aanschaf van Deleu’s lyrische ruiker. Want jongeren willen jongeren lezen. In één zin samengevat is het Groot Verzenboek enerzijds de Bijbel in een nieuwe vertaling, anderzijds een versgebakken versie van het Kookboek van de Boerinnenbond.

Poëzietuin

Telde de eerste uitgave 320 bladzijden en 500 gedichten, de nieuwste versie, de negentiende herziene druk, 686 pagina’s en 600 gedichten. Door de zuivering en de verjonging lijkt het wel of deze uitgave nooit eerder is uitgegeven. Daarenboven heeft de anthologie een aantrekkelijke vormgeving meegekregen; de stijl is sober. Dat moet Jozef Deleu ook voor ogen hebben gehad: poëzie verdient een mooie verpakking. Hij pronkt daar niet mee, pronkzucht is Deleu vreemd. Nee, de frisheid zit hem in de subtiele wijziging van de titel. Die is niet langer Groot Verzenboek, zoals die aanvankelijk was, máár… Nieuw Groot Verzenboek. Dit lag ook voor de hand na het grondig wieden in de grootste poëzietuin van het Nederlandse taalgebied.

De nieuwe druk verschijnt niet alleen n.a.v. de lenteaanbieding. Dat is gebruikelijk. Tweemaal per jaar heb je in die sector presentaties. De bekendste is de herfstaanbieding, wegens de traditionele Boekenbeurs. Nee, dat de nieuwe versie in januari het licht ziet, komt door de Poëzieweek. Die begint op de laatste donderdag van de eerste maand van het jaar. Poëzie staat dan volop in de belangstelling. Deleu profiteert terecht mee van de vaart van het genre. Maar genoeg met bloemen richting Jozef Deleu gegooid. Tijd voor een gedicht uit de 1,86 kg bloemlezing; uiteraard van een jonge dichter. Claus, Gezelle en Van Ostaijen hebben al genoeg licht en lucht gekregen, al ontbreken zij niet, laat dat duidelijk zijn. Zij het minder prominent. Goed, hier gaat mijn keuze. En als toemaatje de favoriete klassieker van wijlen meester Piet Van Eeckhaut.

Een jonge dichter en een klassieker

Geef mij een man

geef mij een man
bij wie ik op de voeten kan staan in een dans

een voorovergebogen man
om te schuilen

met grote longen voor mijn kinderen van morgen
die op het strand, even geen achterbankkotsers
krokodillen willen oppompen

een gestreken man. Voor de zekerheid
naast mij op familiefeesten

en voor als ze vraagt of ze mij verkeerd heeft opgevoed
geef mij een man
voor mijn moeder

MAUD VANHAUWAERT

————

De tuinman en de dood

Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –

Van middag – lang reeds was hij heengespoed –
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’

Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ’t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.’

P.N. VAN EYCK

Guido Lauwaert (1945) is organisator, regisseur, acteur, auteur, columnist, recensent voor o.a. Het Laatste Nieuws, NRC Handelsblad, Het Parool, VPRO-radio, Knack en Doorbraak. Hij richtte de Poëziewinkel op (later Poëziecentrum) en heeft een grote liefde voor Willem Elsschot en Paul van Ostaijen.

Commentaren en reacties