fbpx


Geschiedenis

Niet alle ‘Kinders van den Yzer’ keerden terug… 

Titel
De Kinders van den Yzer
Auteur
Luc Selis
Onze beoordeling
Aantal bladzijden
500
Prijs
€ 60
Extra informatie
Het boek kan besteld worden door overschrijving van €60 (verzendkosten inbegrepen) op rekening BE39 6451 3487 6919 van Luc Selis.

Luc Selis (°1957) schreef met De Kinders van den Yzer, een rijk geïllustreerd boek over de evacuatie van de kinderen uit de Westhoek en van deze die er als vluchteling terecht gekomen waren bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. De titel verwijst ook naar de Belgische hulporganisatie die binnen het Ministerie van Binnenlandse Zaken in 1915 werd opgericht. Het doel ervan was dubbel: onderwijs geven volgens de voorschriften van de wet op de leerplicht van mei 1914 en tegelijkertijd de kinderen evacueren naar een veilige omgeving, weg van de gevaren van de frontzone.

Weinig bestaande scholen bruikbaar

De Belgische overheid wou de kinderen in onbezet België onderwijs geven. Na onderzoek bleken weinig of geen bestaande scholen bruikbaar te zijn. Ze waren of verwoest of deden dienst als hospitaal en/of slaapkwartier voor geallieerde soldaten. Toch werden door enkele caritatieve organisaties nog scholen opgericht in noodgebouwen zoals in Booitshoeke en Vinkem, nu allebei deelgemeenten van Veurne. Dat lukte niet echt omdat het aantal beschikbare plaatsen was veel te klein.

De traagheid van de regering, die pas in april 1915 een plan maakte, was een doorn in het oog van buitenlandse burgers, vooral steenrijke Amerikanen die of in Frankrijk woonden of er tijdens de zomer verbleven. Zij zamelden fondsen in om opvang te voorzien in Frankrijk en Zwitserland. Het buitensporig geweld dat de Duisters geëtaleerd hadden tijdens de invasie zoals in Leuven en Dendermonde, had kwaad bloed gezet. Zij wilden vooral de zwakste slachtoffers helpen: wezen, zieke en gekwetste kinderen, vluchtelingen.

Verplichte evacuatie

Eens het plan opgesteld werd vanaf mei 1915, via de burgemeesters van de door Duitse beschietingen belaagde gemeenten, gevraagd kinderen vrijwillig naar Frankrijk te evacueren. De dienstnota van 19 mei, opgesteld door Jean Steyaert, arrondissementscommissaris van Veurne/Diksmuide, was nog vriendelijk opgesteld, maar nadat meerdere kinderen bij bombardementen de dood vonden werd de evacuatie verplicht.

Steyaert schreef op 15 juni 1916, één jaar later dus, aan de burgemeesters in de frontzone dat alle meisjes tussen drie en vijftien en alle jongens tussen drie en zestien naar veiliger oorden moesten gebracht worden. Er werden geen uitzonderingen meer toegestaan. Meer nog: er werd gedreigd met de onmiddellijke gedwongen verwijdering van de hele familie uit de oorlogszone. De krijgsgouverneur zou de rijkswacht opdracht geven de maatregelen toe te passen. De oorspronkelijk vrijwillige verhuizing van de kinderen uit de risicozones werd hiermee een wettelijke verplichting.

Opvang in buurlanden

De kinderen werden per vrachtwagen of tram naar de stations van Veurne, voor het noordelijk deel, en naar Poperinge, voor het zuidelijk deel van onbezet België, gebracht. Vanuit die spoorwegstations ging het richting Parijs. Ze werden er gewassen, gekleed en medisch onderzocht in een oud seminarie, het ‘Secours de Guerre’, een gebouw dat sinds tien augustus 1914 ingericht was als opvanghuis. Na enkele dagen werden jongens en meisjes gescheiden en overgebracht naar ter beschikking gestelde of gehuurde gebouwen in de Parijse regio.

Toen er rond Parijs geen vrije plaatsen meer waren reden de treinen vanuit de Westhoek naar nieuwe opvangplaatsen in Normandië en Bretagne. Zelfs tot in het diepe zuiden van Frankrijk, zoals in Albi en Bayonne, werden kinderen opgevangen. Bij Franse gezinnen werden meestal volledige gevluchte families gehuisvest.

In alle Belgische schoolkolonies in het buitenland, en natuurlijk ook in onbezet België, gaven Belgische leerkrachten les volgens het Belgische curriculum. Op enkele plaatsen vonden kinderen wel in Franse (bestaande) scholen opvang, maar het onderwijs zelf bleef een exclusieve van de Belgische overheid. De Nederlandse regering richtte een speciaal comité op dat instond voor de organisatie van de scholing van de 15.000 kinderen van Belgische vluchtelingen. Ook hier waren, op enkele uitzonderingen na, alle leerkrachten Belgen. In Nederland werd zowel in het Nederlands als het Frans onderwezen. Een minderheid van de kinderen kwam immers uit Wallonië.  De leerkrachten waren gevluchte onderwijzers en onderwijzeressen of werden gerekruteerd onder de geïnterneerde Belgische militairen in de kampen.

De terugkeer

Na de wapenstilstand konden ouders hun kinderen laten terugkeren door een verzoek te richten aan de regionale bestuurders van de schoolkolonies. Ze keerden dan in kleine groepjes per trein terug naar België.

De terugkeer naar de frontzone, naar de verwoeste gebieden verliep anders. In sommige dorpen dienden er eerst noodwoningen voor de terugkerende vluchtelingen te komen. Ook noodscholen werden in houten barakken ingericht. Dat ging niet in elke gemeente even snel, zodat sommige kinderen tot in de herfst van 1919, één jaar na de Wapenstilstand dus, in Frankrijk moesten blijven alvorens naar huis terug te kunnen keren.

Adoptie

Een aantal van hen keerde niet terug. Het ging vooral om kinderen waarvan beide ouders of overleden of niet terug te vinden waren. Sommige werden geadopteerd door Franse gezinnen, anderen vonden pleegouders tot zelfs in Amerika toe.

Er waren ook families die in Frankrijk bleven. Marie en Isabelle Vandewaeter uit Nieuwpoort waren ondergebracht in de schoolkolonie van Tillières-sur-Avre; hun jongere broer Charles (1908) in het Château Joly in Gommerville.  Hun ouders vluchtten daarna ook naar Frankrijk, begonnen in Bretagne een boerderij en keerden nooit meer terug. De kinderen trouwden en bleven allen tot aan hun dood in Frankrijk wonen.

De auteur

Luc Selis, eminent kenner van de geschiedenis van de post, vond stof voor De Kinders van den Yzer  in vele documenten rond de evacuatie en het verblijf van Vlaamse kinderen in buitenlandse kastelen, kloosters en zelfs fabrieksgebouwen. Hij startte een tiental jaar geleden een onderzoekstraject op om dit hele boeiende, maar vrijwel onbekende, verhaal in kaart te brengen.

Het boek kan besteld worden door overschrijving van €60 (verzendkosten inbegrepen) op rekening BE39 6451 3487 6919 van Luc Selis.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Johan Van Duyse

Johan Van Duyse (1953) is erkend gids voor en in de Westhoek en gefascineerd door WO I. Hij publiceerde het boek '1919: Een jaar van (on)vrede'.

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier
Talk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *