JavaScript is required for this website to work.

Waarom Wilders wél wint

Pieter de Jonge3/10/2025Leestijd 4 minuten
TitelWaarom Wilders wél wint
AuteurRoy Kramer
UitgeverAlfabet
ISBN9789021343730
Onze beoordeling
Aantal bladzijden224
Prijs€ 19,99
Koop dit boek

Eigenlijk is het vreemd dat Geert Wilders, aanvoerder van de uiterst rechtse PVV, al twintig jaar de Nederlandse politiek domineert. Of niet…

Wilders toon is zó fel, dat hij ook kiezers verliest. Hij beëindigde twee keer een regeringssamenwerking, terwijl Nederlandse kiezers weglopers juist afstraffen. Zelfs zijn pose als ‘buitenstaander’ klopt niet: hij is al vanaf 1991 — bijna zijn gehele loopbaan — werkzaam in de Tweede Kamer.

Voor Roy Kramer, voormalig woordvoerder van het links-liberale D66, is het duidelijk: veel Nederlandse politici richten zich op de opvattingen uit hun directe omgeving. Wilders daarentegen communiceert zoals de gemiddelde kiezer werkelijk denkt en voelt. In Waarom Wilders wél wint legt hij uit wat Wilders goed doet – en andere partijen fout.

Hoogopgeleide bubbel

Op het landelijke niveau komen volksvertegenwoordigers, bestuurders, rijksambtenaren en journalisten elkaar geregeld tegen. Zij zijn hooggeschoold. Hetzelfde geldt voor hun vrienden en kennissen. Ze wonen in grote steden of voorsteden, overwegend in de westelijk gelegen randstad.

Politici valt dat nauwelijks op, omdat ze alleen omgaan met mensen van hetzelfde opleidings- en inkomensniveau

Die relatief homogene groep vertegenwoordigt een minderheid van de bevolking. De meeste kiezers voldoen niet aan die kenmerken. Politici valt dat nauwelijks op, omdat ze alleen omgaan met mensen van hetzelfde opleidings- en inkomensniveau.

Veel kiezers herkennen zich niet in de meeste politici. Tijdens de verzuiling geloofden kiezers nog dat hun leiders opkwamen voor het groepsbelang van het eigen bevolkingsdeel. Met de ontzuiling verviel ook deze identificatie van kiezers met verkozenen.

Verkiezing winnen of besturen?

Politieke partijen moeten twee dingen doen: verkiezingen winnen en — als het vervolgens lukt om in de regering te komen — besturen. Kramer wijst erop dat je voor het eerste op een hele andere manier moet communiceren dan voor het laatste. In verkiezingstijd moeten partijen met simpele boodschappen komen en benadrukken dat op hen moet worden gestemd. Het is verkiezingsstrijd: alles draait om andere partijen verslaan. De nadruk ligt op de verschillen.

Besturen is anders: je moet dan verkiezingsstandpunten omzetten in beleid en oplossingen zoeken voor problemen. Dan helpt het om je te richten op wat haalbaar is. En om de verhouding met andere partijen goed te houden. De nadruk ligt dan op overeenkomsten.

In verkiezingstijd horen partijen duidelijk te zijn over wat ze zélf willen. De traditionele partijen zijn alleen eenzijdiger geworden. Zo gericht op besturen dat de onderlinge verschillen vervagen. Waarop kiezers uitwijken naar partijen die wel duidelijk zijn. Dat zijn almaar eenzijdiger de partijen op de flanken. Volgens Kramer beseft Wilders dat wél.

Identiteit

Het boek is verdeeld in drie delen. Het eerste deel gaat over verkiezingscampagnes, vooral die van de Tweede Kamerverkiezingen van 2023. Vier partijen waren in de race om de grootste te worden: PVV, de rechts-liberale VVD, het groene en sociaaldemocratische kartel GroenLinks-PvdA en het dat jaar opgerichte NSC van Pieter Omtzigt.

Als kiezers vooral stemmen op in wie ze zich herkennen, hadden twee partijen de verkeerde lijstrekker. PvdA-lijsttrekker Frans Timmermans probeerde zijn eenvoudige afkomst te benadrukken. Maar ook al was zijn grootvader mijnwerker, als voormalig diplomaat en Europees Commissaris was zijn cv te elitair voor arbeiders om zich in hem te herkennen.

VVD-kiezers zijn blanke mannen die werken in het bedrijfsleven en sociaaldemocraten eng vinden. Lijstrekker Dilan Yeşilgöz was een allochtone vrouw en voormalig ambtenaar, die eerder lid was van linkse partijen.

Betere kandidaten

Wilders en Omtzigt waren de twee langstzittende Kamerleden, maar onderscheidden zich van andere lijsttrekkers door hun provinciale afkomst te benadrukken. Omtzigt was populair vanwege zijn rol in het boven tafel krijgen van de toeslagenaffaire.

Maar terwijl kiezers duidelijkheid willen bleek hij een twijfelaar, zelfs over de vraag of hij kandidaat-premier was. Ook de VVD verloor stemmen zodra onduidelijk werd of ze wel of niet met de PVV wilden regeren. Alleen Wilders oogde standvastig en zelfverzekerd.

Veranderde samenleving

Het tweede deel gaat over maatschappij en media. De afgelopen dertig à veertig jaar werd in de politiek en media de universiteit de norm. Vroeger konden arbeiders nog via plaatselijke politiek of als partijvrijwilliger opklimmen tot Kamerlid, tegenwoordig komen alleen mensen met een universitair diploma op de kandidatenlijst. Ook in de media werd de universiteit de norm. Na de middelbare school leerling-journalist worden zit er niet meer in.

Een almaar kleiner deel van de bevolking bepaalt wie kandidaat mag zijn voor de Tweede Kamer. Een almaar homogener deel van de bevolking, dat vooral uitgaat van coalitievorming na de verkiezingen. Een klasse die andere prioriteiten stelt dan de rest van de bevolking – merkbaar in discussies over internationalisering, maar ook in culturele kwesties als Zwarte Piet, diversiteit en de omgang met het verleden.

Partijman

Het derde deel gaat over politieke partijen en politici. Van analist vervelt de auteur hier tot partijman. Zijn eigen D66 is de norm der dingen. Andere partijen en groeperingen worden beschreven vanuit vooroordelen. Zo zijn alle rechtse partijen ‘conservatief’. En conservatieven zijn ‘bang voor de toekomst’.

In het eerste gedeelte omschreef hij Timmermans als ‘diplomatenzoon’. Ja, vader Timmermans werkte op ambassades (als administratief medewerker). In het derde deel begaat hij meer feitelijke onjuistheden. Zo schrijft hij dat in 2021 de leeftijd voor alcohol omhoogging van 16 naar 18 jaar – dit gebeurde al per 2014. De Vlaamse N-VA plaats hij in dezelfde hoek als de Duitse AfD en in Frankrijk de partij van Marine Le Pen.

Gemiste kans

Jammer, want hij doet ook een intrigerende vaststelling: vrijwel alle nieuwe politieke partijen vanaf 2000 waren afsplitsingen van de VVD en het christendemocratische CDA. De Nederlandse politiek had stabieler kunnen zijn, als die twee partijen een beter personeelsbeleid hadden gevoerd.

Maar zelfs daar toont Kramer zich een partijman: hij verzwijgt dat allochtonenpartij Denk een afsplitsing is van de sociaaldemocraten en in het pro-Europese Volt zijn er ex-D66’ers. Zonder dit gedeelte was het boek beter geweest.

Beperkt de lezer zich tot de eerste twee delen, dan leert hij veel. Kramer beschrijft daarin de kloof tussen kiezers en politici. Hier toont hij meer werkelijkheidsbesef dan vele van zijn voormalige collega’s.

Pieter de Jonge is historicus. Hij publiceert regelmatig op www.historiek.net en is Nederland-correspondent voor Doorbraak.be.

Meer van Pieter de Jonge
Commentaren en reacties