fbpx


Actualiteit, Binnenland, Communautair

Sire, het is simpel!

De vorst kan twee premiers benoemen



De eigenlijke assemblage van de 'Vivanti'-regering moet nog beginnen, en al weken woedt er achter en af en toe op de (tv-)schermen een felle strijd voor het ‘postje’ van eerste minister*. Nu CD&V om tactische redenen blijkbaar niet langer Koen Geens in de etalage zet, is de kamp gereduceerd tot een tweegevecht tussen Alexander De Croo en Paul Magnette. Beide heren branden van ambitie. Zoals bekend behoort het tot 's koninkrijks politieke costumen dat een politieke ‘verliezer’ het leven van…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De eigenlijke assemblage van de ‘Vivanti’-regering moet nog beginnen, en al weken woedt er achter en af en toe op de (tv-)schermen een felle strijd voor het ‘postje’ van eerste minister*.

Nu CD&V om tactische redenen blijkbaar niet langer Koen Geens in de etalage zet, is de kamp gereduceerd tot een tweegevecht tussen Alexander De Croo en Paul Magnette. Beide heren branden van ambitie. Zoals bekend behoort het tot ’s koninkrijks politieke costumen dat een politieke ‘verliezer’ het leven van de ‘winnaar’ azijnzuur maakt. Ter wille van de peis en vree in de paars-groen-oranje coalitie is het derhalve aangewezen dat er geen winnaar en geen verliezer is. Daar zijn twee oplossingen voor.

Twee honden

Koning Filip, die zoals bekend zijn ministers benoemt en ontslaat (artikel 99 van de grondwet), zou, het spreekwoord van de twee honden indachtig, het been van de Wetstraat 16 naar een derde kunnen werpen. Die oplossing heeft als nadeel dat er dan twee verliezers zijn en dus twee belhamels die het leven van de nieuwe huurder van ‘de 16’ kunnen verzuren.

De tweede mogelijke oplossing heeft dat nadeel niet, en heeft dus de voorkeur. Ze bestaat erin zowel De Croo als Magnette te laten winnen en dus twee eerste ministers te benoemen.

Wat zegt u: totaal onmogelijk en compleet surrealistisch? Ach, er is in dit land en zijn politiek zo veel surrealistisch. En als het mogelijk is een regering te vormen die niet kan steunen op een meerderheid van de Vlaamse kiezers, waarom zou het dan niet mogelijk zijn twee eerste ministers te benoemen?

90 jaar zonder premier

Nog niet overtuigd? Werp een blik op de geschiedenis en stel vast dat het koninkrijk België de eerste (afgerond) negentig jaar van zijn bestaan is doorgekomen zonder eerste minister. Welaan dan, waarom zou het de laatste (afgerond) negentig jaar – de kans is groot dat het minder is – van zijn bestaan niet kunnen doorstaan met twee eerste ministers?

Voor wie de geschiedenis niet zo goed (meer) kent, frissen we even het geheugen op.

Vanaf het allereerste exemplaar, het kabinet-de Mûelenaere (juli 1831-september 1832), begon de vorming van een regering met een koninklijke opdracht aan een ‘formateur’. De betrokkene gaf zijn naam aan de regering en werd, zoals het hoorde in het Frans, ‘chef de cabinet’ genoemd. Toch was hij een ‘gewoon’ minister met  bevoegdheidsportefeuille, net als de andere ministers. Zelfs de vergaderingen van de regering voorzitten mocht hij niet, want dat deed de koning. Alleen wanneer de vorst niet aanwezig kon zijn, leidde de ‘chef’ het kabinetsberaad.

Carton de Wiart

In het Belgisch Staatsblad van 4-5 december 1918 dook, in koninklijke besluiten over de benoeming van enkele ministers van Staat, voor het eerst de benaming ‘eerste minister’ op. Een tiental dagen eerder was, bij koninklijk besluit van 25 november 1918, het ‘Kabinet van de Eerste Minister’ gecreëerd, maar dat besluit verscheen pas in het Staatsblad van 23-24 december 1918.

Henry Carton de Wiart was de eerste regeringsleider die, in het benoemingsbesluit van 20 november 1920, officieel de titel  ‘eerste minister’ kreeg. Tegelijk was hij minister van Binnenlandse Zaken.

Naarmate de koning minder en minder de vergaderingen van de ministerraad bijwoonde en voorzat, nam het gewicht van de eerste minister toe. Aangezien coalitieregeringen nu de regel waren, was hij de moderator en coördinator van het regeringsbeleid. Maar bovenal beheerde hij één of meer portefeuilles. De drie eerste ministers die in de jaren 1930 geen departement leidden, waren uitzonderingen op de regel.

Paul-Henri Spaak was de laatste premier die ook vakminister was, in casu van Buitenlandse Zaken (1947-1949). Sinds Gaston Eyskens hem op 11 augustus 1949 opvolgde, is de regeringsleider steevast een minister zonder portefeuille. Een bijzonder statuut heeft hij niet. Hij is de primus inter pares, de eerste onder gelijken. In die hoedanigheid is hij onder meer voorzitter en woordvoerder van de ministerraad. Tevens vertegenwoordigt hij de Belgische staat in de Europese Unie en op het internationale parket.

Aseksueel

Het eersteministerschap kreeg pas in 1970 vermelding in de grondwet, op het ogenblik dus dat, o ironie van het lot, de herziening van de Constitution belge van 7 februari 1831 het einde van het ene en ondeelbare België consacreerde door de erkenning van vier taalgebieden, de instelling van gemeenschappen en gewesten, en de opdeling van het parlement en de ministerraad in twee taalgroepen.

Het was uitgerekend in het nieuwe grondwetsartikel dat bepaalt dat de ministerraad evenveel Nederlandstaligen als Franstaligen moet tellen, dat de ‘eerste minister’ verscheen als eventuele uitzondering op de voorgeschreven taalpariteit. Sindsdien is het gebruikelijk dat de premier ‘taalkundig aseksueel’ is, wat per definitie onmogelijk en dus politieke fictie is.

Rekbare grondwet

Wat kan koning Filip beletten aan twee ministers van de in de broeikas liggende Vivanti-regering, een Nederlandstalige en een Franstalige, de titel ‘eerste minister’ te geven?

Constitutionalisten zullen tegenwerpen dat in de grondwet sprake is van ‘de eerste minister’, in het enkelvoud, en ze hebben gelijk. Maar de grondwet is al vaker rekbaar gebleken, onder meer toen bij de verkiezingen van 1919 álle mannen van 21 jaar en ouder mochten stemmen. Of toen in 2010 tegen de grondwet in federale verkiezingen plaatsvonden zonder dat de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde gesplitst was.

Tweetaligheidsprobleem

‘Aan de onderhandelingstafel valt te horen dat de volgende premier vlot tweetalig moet zijn én de publieke opinie langs weerskanten van de taalgrens moet kunnen bespelen’, schreef De Morgen op 11 september. Hoe nodig dat is, maakten we deze week nog mee met de bedroevende corona-videoboodschap van premier Sophie Wilmès. Ze deed, zoals prof. Ignaas Devisch (UGent) het filosofisch formuleerde (De afspraak, 15 september), ‘meer denken aan een juf van een kleuterschool dan aan iemand die de bevolking toespreekt’: geen empathie, geen betrokkenheid, ‘niet iemand die een band met de bevolking kan aangaan’. Of om het met de in een andere context uitgesproken woorden van een oud-hofmaarschalk te zeggen: ze kan het niet, hé.

Hemeltergend, inderdaad, een regeringsleider die niet eens een tekst in de taal van de bevolkingsmeerderheid behoorlijk kan aflezen, die woorden maar half uitspreekt en die klemtonen even verkeerd legt als sommige journalisten doen bij het zingen, pardon, het lezen van het radionieuws.

Confederaal

Met de invoering van de eersteministeriële duobaan is dat tweetaligheidsprobleem van de baan. Eerste minister Alexander De Croo kan de Vlamingen toespreken, ‘premier ministre’ Paul Magnette de Walen en de Franstalige Brusselaars, de eerste als een Mark Rutte, de tweede als een Emmanuel Macron: betrokken, met empathie, accentloos en met correcte klemtonen.

Bovendien en bovenal zou de ‘ontdubbeling’ het ambt van eerste minister constitutioneel in overeenstemming brengen met de fundamentele tweeledigheid van het land. Zodoende zou het een bijkomende stap zijn naar de verdere confederale inrichting van het koninkrijk.

Sire, waar wacht u op om morgen twee formateurs aan te stellen en binnenkort twee eerste ministers te benoemen?

 

* Vóór de jongste spellinghervorming mochten/moesten we eerste-minister schrijven, met koppelteken. Dat woordbeeld oogt toch beter en is toch duidelijker dan eerste minister.

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.