JavaScript is required for this website to work.
post

Spaanse framing: Catalaanse indepes zijn supremacisten

Christophe Bostyn19/2/2020Leestijd 4 minuten
Quim Torra, supremacist? De Spaanse framing draait op volle toeren, ook in de
Belgische media

Quim Torra, supremacist? De Spaanse framing draait op volle toeren, ook in de Belgische media

foto © Reporters / DPA

De tactiek: herhaal constant dat zij die gediscrimineerd worden voor het spreken van een minderheidstaal, de echte supremacisten zijn.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Om de zoveel tijd is het opnieuw van dat: in Spanje ontstaat een mediarel omwille van een uitspraak van een Catalaans pro-onafhankelijkheidspoliticus. Dikwijls gaat het over de Catalaanse taal en nieuwgekomen Catalanen of migranten die uit de rest van Spanje komen. De rode lijn: verwachten dat die nieuwkomers Catalaans spreken is racisme, Catalaans supremacisme en dergelijk fraais.

Nochtans is de realiteit keihard: amper een derde van de Catalanen gebruikt het geminoriseerde Catalaans als dagdagelijkse taal, de rest het Spaans. In Spanje is één taal officieel: het Spaans of Castiliaans. Catalaans, Baskisch of Galicisch (Portugees zoals gesproken in Galicië) zijn co-officieel op regionaal niveau, een status die weinig meer om het lijf heeft dan dat de talen door de Spaanse staat getolereerd worden in die regio’s. Madrid vaardigt constant wetten uit in het nadeel van de minderheidstalen.

‘Verander niet van taal!’

De rel van het moment draait rond het project ‘No em canviïs la llengua!’ (Verander niet van taal!). De burgemeester van Vic, Anna Erra (Junts per Catalunya), wou in het Catalaans parlement de aandacht vestigen op het project en verdedigde er ‘de bewustmaking van de autochtone Catalanen dat voor wie buiten Catalonië geboren is en Catalaans wil en moet spreken, een einde moet gemaakt worden aan de alomtegenwoordige praktijk, in bepaalde regio’s van Catalonië, om steeds naar het Spaans om te schakelen omwille van het uiterlijk of de naam van een persoon die ogenschijnlijk niet Catalaans lijkt.’

Ze wijst op het minderwaardigheidscomplex van de Catalanen. Die gebruiken als eerste taal Spaans bij personen die ze niet kennen en al zeker indien die een buitenlands uiterlijk hebben. Elke Noord-Europeaan of ‘guiri’, elke Zuid-Amerikaan met een autochtoon uiterlijk, elk Aziaat weet het. Zelfs al spreek je vloeiend Catalaans, het is een continu gevecht om Catalaans te spreken met Catalaanstaligen. Vooral in het hoofdstedelijk gebied van Barcelona en de zones met Spaanstalige meerderheid, veranderen de Catalaanstaligen voortdurend van taal. Ze willen vooral niet tot last zijn met hun Catalaans.

Ook Torra afgebrand als supremacist

Van deze klinkklare evidentie brouwde El Mundo een politieke en mediarel, gretig overgenomen door de Spaanse politiek en pers. ‘No em canviïs la llengua!’, geleid door een Peruaanse en andere nieuwe Catalanen, wordt zo voorgesteld als een racistisch instrument van Catalaanse supremacisten. Deze tactiek wordt constant toegepast in de Spaanse politiek en media: beschuldig de andere van wat je zelf doet. Minister-president Quim Torra moest het zelf ook ondervinden. Hij werd met pek en veren overladen door binnen- en buitenlandse pers — deze laatste neemt meestal klakkeloos over wat er in de Madrileense pers verschijnt — omwille van een artikel dat hij in 2012 schreef.

Torra deed toen nog niet aan politiek en werkte in Zürich. Toen hij op een dag een vlucht nam naar Barcelona, was er een Spaanse passagier die hysterisch werd omwille van het feit dat vluchtinformatie ook in het Catalaans werd gebracht. De passagier deed zelfs zijn beklag in een Zwitserse krant, argumenterend dat zijn rechten geschonden waren aangezien het Spaans ‘de eerste officiële taal van Spanje’ is. Torra, schrijver en uitgever, greep dit incident aan om deze haatvolle houding, algemeen verspreid in Spaans-nationalistische kringen, aan te klagen. In een artikel vergeleek hij de passagier of de Spaanse nationalist met een hyena, schuimbekkend van haat ‘bij elke uitdrukking van de Catalaanse taal of cultuur’. De vergelijking mag dan al straf zijn, hij drukte er inderdaad op een etterbuil: de irrationele en ‘ziekelijke fobie’ die behoorlijk wat Spanjaarden hebben voor alles wat Catalaans is.

Toen Torra minister-president werd, ging de Spaanse pers aan het graven en vond het algauw het artikel. Flarden werden uit de context getrokken en het besluit was even duidelijk als unisono: Torra beschouwt de Spanjaarden als schuimbekkende hyena’s en beesten en is een Catalaanse supremacist. De buitenlandse pers nam de ‘framing’ gretig over. Wat te denken over de titel en inleiding van dit artikel van De Standaard? ‘De vuilgebekte marionet van Carles Puigdemont.’

‘Quim Torra wordt gezien als de loyale dienaar van Carles Puigdemont. Toch mag je zijn politieke engagement niet onderschatten: in oude teksten en tweets ventileerde hij zijn virulente haat tegen de Spanjaarden.’

Castiliaanse suprematie

Nochtans is Spanje als vanouds een staat die gedragen wordt door de Castiliaanse elite. Toen Castilië de Confederatie van de Kroon van Aragon annexeerde na de Spaanse Successieoorlog, werden de eigen (grond-)wetten van de Kroon van Aragon afgeschaft. Ook het Catalaans werd verboden als administratieve taal. Sindsdien werd de Catalaanse taal actief en via de wet bestreden vanuit de Spaanse overheid. Ook nu nog is het idee dat geheel Spanje Spaans of Castiliaans moet spreken, een dominant idee in de Spaanse politiek en samenleving. Nog in 2012 verzekerde de Spaanse minister van Onderwijs, José Ignacio Wert, expliciet dat zijn departement en nieuwe wet ‘het verspaansen van de Catalaanse kinderen’ tot doel had.

Sterker nog: elke geboren Spanjaard heeft de grondwettelijke plicht Spaans te kennen. Dat komt zo tot uiting in een Catalaans proces, waar geen enkele van de beschuldigden het recht had om te getuigen in hun eigen taal. Ook in Catalonië zelf is dat de gangbare praktijk: slechts 7,7% (2018) van de gerechtelijke procedures wordt er in het Catalaans gevoerd, een historisch dieptepunt sinds de democratie. In 2004 was dat nog 20,6%, wat wijst op een significante — en doelbewuste — verslechtering van de positie van het Catalaans. Catalanen hebben meestal schrik om te eisen dat hun zaak in hun taal behandeld wordt. Rechters worden centraal vanuit Madrid benoemd en naar eender waar gezonden. Taalvereisten zijn daarbij onbestaand. Spaanse rechters die in Catalonië recht spreken zonder een letter Catalaans te begrijpen, het is een dagdagelijkse realiteit.

Wit is zwart en zwart is wit

Denk echter niet dat het vragen in eigen taal bediend te worden door de overheid, of les te kunnen volgen in het Catalaans, als een recht gezien wordt in Spanje. Dat wordt steevast weggezet als discriminatie van de Spaanstalige. Wanneer op de Catalaanstalige Balearen bij regionale overheidsexamens gevraagd wordt dat medisch personeel het Catalaans machtig moet zijn, werd dat door enkele eentalige Spaanstaligen weggezet als discriminatie, een relaas dat opnieuw gretig overgenomen werd door de Spaanse pers. Het is een Goebbeliaanse tactiek: herhaal constant dat zij die institutioneel gediscrimineerd worden omwille van het feit dat ze een minderheidstaal spreken, de echte supremacisten zijn.

Catalonië, een van Spanjes meest linkse regio’s, historisch verdraagzaam tegenover immigratie (ooit waren ze zelf vluchtelingen), wordt zo weggezet als supremacistisch en racistisch. Kenmerken die dan weer typerend zijn voor grote delen van het Spaanse unionisme.

Christophe Bostyn is Spanje- en Cataloniëkenner. Hij volgt de Spaanse en Catalaanse politiek op de voet en publiceert daar regelmatig over.

Commentaren en reacties