fbpx


Filosofie, Mijmering

Streamingschaamte

Mijmering uit een coronadagboek


De goede mensen achter PornHub hebben de taak op zich genomen om de eenzame nachten van de – anders vurige – Italianen te verzachten. Ze zien, in deze tijden van isolement, een gat in de markt voor klantenbinding. De markt in dat gat moet klanten warm – of nat? – krijgen voor na de quarantaine. Het platform zal tevens een deel van de opbrengst van hun ModelHub doneren aan de Italiaanse gezondheidszorg. Een dialectiek van morele en lichamelijke zelfbevrediging. Het solipsisme wordt uit de masturbatieangel gehaald.

Ursula von der Leyen schoot van de weeromstuit in een Italiaanse furie. Doordat al het vertier zoals bioscopen, cafés, theaters en de Carré gesloten zijn, zoeken mensen hun laatste strohalm op Netflix. Deze invasie – in combinatie met het telewerk, videochats, thuisonderwijs, en skypepintelieren – kan het internet constiperen. De eruptie van gratis porno kan er niet meer bij. Onder lichte druk van de Europese Commissie heeft Netflix dan maar de beeldkwaliteit verlaagd om overbelasting van het internet te voorkomen.

Streamingslaven

Netflix en Spotify zorgen voor een democratisering van beeld en muziek. Nooit kon je zo veel bekijken en beluisteren aan zo’n lage prijs. Bovendien deed streaming de plasticberg aanzienlijk afnemen. Ergo, streaming draagt bij tot de vergroening? Niet zo snel. Op twintig jaar tijd is de broeikasgasuitstoot van de muziekindustrie gestegen van 157 miljoen kilo naar ruim 300 miljoen kilo. Die toegenomen uitstoot is het gevolg van de opslag van muziek in datacenters en het versturen ervan naar luisteraars.

Al die seizoenen van Friends staan ergens opgeslagen. De overstap van blootbladen naar de videotheek – achter lintjes – naar je Brazzers-abonnement? Staat ergens opgeslagen. Die datacenters zijn energieslurpende machines. Volgens Vice ‘stelt het internet mensen in staat om zoveel tijd door te brengen met porno kijken dat het slecht is voor het milieu.’ Ziedaar, PornHub als antiheld.

De Spotify’s en Netflix’en van deze wereld zijn abonneediensten. Je hebt toegang tot de content, je betaalt ervoor, maar je bezit de content niet. Als Netflix of Spotify morgen stoppen, heb je wel betaald, maar kan je niks meer bekijken of beluisteren. Zeg maar dag, tegen je uitgebreide muziekbibliotheek. Gedaan met het bingewatchen van Sex Education. Wie herinnert zich niet het zwarte gat van Fortnite? Het veroorzaakte wereldwijde paniek. 250 miljoen spelers keken uren naar een zwart scherm. Het zet een mens wel aan het denken over de macht die streamingplatformen op ons leven en onze omgeving uitoefenen.

Woke

Het hebben van een streamingabonnement mag dan wel niet bijdragen aan het klimaat, het scoort toch hoger op de ‘wokeness’-schaal dan het illegaal downloaden waar we ons vroeger aan bezondigden, hoor ik u echter denken? Wel, toch niet helemaal. Een studie van Digital Media Finland bracht het streamingmodel eens in beeld.

Het pro rata systeem is vooral voordelig voor de streamingplatformen zelf. Zij houden ongeveer 30 procent van de abonneekost voor zich. De platenmaatschappijen, producers en uitvoerders delen onderling 55 à 60 procent van de inkomsten. De rechtenhouders van het nummer, krijgen zo’n 10 tot 15 procent van de taart. Om deze reden gebruikt een bevriende regisseur Bandcamp als alternatief. Artiesten kunnen daarop hun muziek uploaden en fans kunnen rechtsreeks hun favoriete artiest steunen. Je weet als fan dat je geld rechtsreeks naar de muzikant gaat.

Platformslaaf

Spengler schreef dat ‘op een dag het laatste portret van Rembrandt en de laatste maat van Mozart niet meer zullen bestaan – ofschoon het beschilderde doek en het vel met noten er nog zal zijn – omdat het laatste oog en het laatste oor dat toegang tot hun boodschap heeft, zijn verdwenen.’ Zo ver zou ik niet willen gaan, maar streamen beïnvloedt wel degelijk onze ‘kunstbeleving’.

Het streamingmodel heeft een pervers luistereffect. Doelgedreven playlists halen het boven albums. Het verdienmodel van streaming is dat mensen niet stoppen met luisteren. Hierdoor haalt gemakkelijke behangmuziek het van uitdagende muziek. Muziek beluisteren is niet meer intentioneel, maar instrumenteel. De playlist start en stopt, maar daartussen bepalen algoritmen wat je hoort. Dit zorgt ervoor dat niet alleen het gebruik, maar ook de productie van muziek verandert. Liedjes worden korter en korter. Er is minder waardering door de vluchtigheid.

Luisteren naar vinyl is – ondanks een infantiele revival – in moderne tijden een anachronisme. Vinyl is niet toegerust op de hedendaagse productiviteit. Het betekent tijd nemen voor het betekenisvolle. Doelbewust een plaat opleggen. Er gaat een handeling aan vooraf. Het betekenisvolle is de combinatie tussen de boodschap en het materiële. Streaming is triviaal. Vinyl is sacraal. Het is overstijgen, loskomen van het moment. Het past in het kader van een vallende avond, een diepe rust die neerdaalt over de arme, door het dagelijkse werk, vermoeide geesten en hun gedachten.

Met de opkomst van slow television en de revival van slow coffee ontstaat er, echter, wel een tegenbeweging ten opzichte van de vluchtigheid.

Renaissance van de fysieke drager?

Zijn de streamingdiensten de moderne Saturnus? De God die zijn eigen kinderen opeet? In een opiniestuk schrijft Veronica Walsingham dat onze hele maatschappij gekeerd is richting huren. Generatie Z of Zoomer huurt een appartement en kijkt naar gehuurde content. Een eigen wagen hoeven ze niet, want er is Cambio. Met hun start-up huren ze werkplekken. Ze huren of leasen hun jeansbroek bij Mud Jeans en huren hun meubels bij Ikea. Tegelijk zien we dat jonge dertigers met een gezin toch weer de omslag maken richting eigenaarschap van wagen, huis en meubels.

Het doet allemaal wat denken aan wat Harry Kessler op 1 april 1903 in zijn dagboek schreef: ‘Hoe de ziel te verzoenen met het enorme aantal nieuwe zaken, is het probleem van de moderniteit. Het specifieke karakter van vandaag ligt in het feit dat geen ander tijdvak ooit het hoofd heeft moeten bieden aan zo veel nieuwe elementen.’

In quarantaine kan een mens nog al eens serieus doorbomen. Ik haast me naar het zonnigste terras van Gent (het mijne). Ik heb namelijk een afspraak om te e-piritieven. Dat is het vullen van een glas, met alcohol naar keuze, terwijl je FaceTimet en je vrienden of familie hetzelfde doen… aldus Flair.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Mathieu Cockhuyt

Mathieu Cockhuyt (1993) is master in de criminologie en bachelor in de sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van Jong N-VA Gent en gepassioneerd amateur op vele gebieden. Hij omschrijft zichzelf als schrijver in de marge en zondagschilder.