fbpx


Binnenland, Geschiedenis
taalwet

Taalwet van 1921 legde grondlaag van taalgebieden




De verbouwing van de Belgische eenheidsstaat in een (con)federale staat is een werk van lange adem. Strikt genomen zette de transformatie in met de grondwetsherziening van 1970. De vervaardiging van de bouwstenen waarvan de politieke aannemers gebruik konden maken, was al tijdens het interbellum begonnen. Morgen is het honderd jaar geleden dat de bestuurstaalwet van 31 juli 1921 de grondlaag legde van de opdeling van het land in taalgebieden. Frans-eentalige natiestaat De ‘Belgische’ separatisten die zich in 1830 afscheurden van…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De verbouwing van de Belgische eenheidsstaat in een (con)federale staat is een werk van lange adem. Strikt genomen zette de transformatie in met de grondwetsherziening van 1970. De vervaardiging van de bouwstenen waarvan de politieke aannemers gebruik konden maken, was al tijdens het interbellum begonnen. Morgen is het honderd jaar geleden dat de bestuurstaalwet van 31 juli 1921 de grondlaag legde van de opdeling van het land in taalgebieden.

Frans-eentalige natiestaat

De ‘Belgische’ separatisten die zich in 1830 afscheurden van het Koninkrijk der Nederlanden en een nieuw koninkrijk ‘stichtten’, concipieerden België als Frans-eentalige natiestaat. Weerwerk van de flaminganten heeft de realisatie van hun project verhinderd.

De bestuurstaalwet van 22 mei 1878 sloeg een eerste, kleine bres. Ze verplichtte de rijksambtenaren om in het Vlaams te corresponderen met de inwoners en de gemeentebesturen van Vlaanderen, inclusief Brussel, tenzij die dat in het Frans wensten te doen. Mededelingen en berichten aan de Vlamingen moesten zij hetzij ‘en langue flamande’, hetzij ‘en langue flamande et en langue française’ doen.

De regeling gold niet voor de Vlaamse gemeente- en provinciebesturen. Die konden ongehinderd in het Frans blijven corresponderen en communiceren. Vlaanderen, met inbegrip van Brussel, werd door de wet van 1878 een tweetalige regio, terwijl Wallonië eentalig-Frans bleef.

Tot de Eerste Wereldoorlog nam de overgrote meerderheid van de flaminganten vrede met dat tweetaligheidsregime. Toen al hadden de wallinganten duidelijk gemaakt dat zij de uitbreiding van dat regime tot heel België, en dus ook tot Wallonië, nooit zouden aanvaarden.

Offensief

De Eerste Wereldoorlog, met het activisme in het bezette landsdeel en de Frontbeweging in de loopgraven aan de IJzer, heeft de Vlaamse Beweging geradicaliseerd. Versterkt door de invoering van het algemeen enkelvoudig (mannen)kiesrecht in 1919, zette ze meteen een offensief in voor de volledige vernederlandsing van het bestuur, het gerecht en het onderwijs in Vlaanderen.

Als eerste kwam een nieuwe bestuurstaalwet aan de orde, om nu ook het taalgebruik door de gemeenten en de provincies te regelen. In een bijzondere commissie van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de zogenaamde Taalcommissie, had Frans van Cauwelaert, de voorman van de (katholieke) flaminganten, een meerderheid gevonden voor een wetsvoorstel dat, algemeen gesteld, alle gemeente- en provinciebesturen intern eentalig en extern tweetalig zou maken.

Voor een meerderheid van de parlementsleden ging die regeling te ver. Eerst de Kamer en vervolgens, en vooral, de Senaat zwakten het voorstel van de Taalcommissie af, met de bedoeling de tweetaligheid van Vlaanderen zoveel mogelijk te bestendigen en de eentaligheid van Wallonië maximaal te vrijwaren.

Afgezwakt uitgangspunt

De wet van 31 juli 1921 ‘betreffende het gebruik der talen in bestuurszaken’ gaf voor het eerst toepassing aan het territorialiteitsbeginsel, dit wil zeggen dat ze de indeling van het land in gemeenten, arrondissementen en provincies als basis nam voor het taalgebruik en dus regionale eentaligheid invoerde.

Dat principiële uitgangspunt werd evenwel door de wet zelf afgezwakt. Allereerst gold de regionale eentaligheid – Nederlands in Vlaanderen, Frans in Wallonië – gold enkel intern, dit wil zeggen: in de diensten van de gemeenten, de provincies en de lokale ‘antennes’ van de rijksministeries, en niet extern, dit wil zeggen: voor correspondentie en communicatie.

Bovendien konden alle gemeente- en provincieraden beslissen ook de andere taal als ‘toegevoegde diensttaal’ te gebruiken, anders gezegd: toch intern tweetalig zijn. Zoals het de bedoeling van de tegenstanders van het voorstel van de Taalcommissie was, zouden sommige Vlaamse steden maar geen enkele Waalse gemeente dat doen.

Brusselse agglomeratie

Een aparte regeling was er voor de ‘verdwaalde gemeenten’ en de gemeenten van de Brusselse agglomeratie. Die konden vrij hun interne bestuurstaal kiezen.

‘Verdwaald’ waren gemeenten wanneer de meerderheid van de inwoners de andere taal sprak dan die van het ‘taalgebied’ waarin ze lagen, bijvoorbeeld een West-Vlaamse gemeente met een Frans sprekende meerderheid.

Het concept ‘Brusselse agglomeratie’ was door de Taalcommissie geïntroduceerd om de stad Brussel en haar omliggende gemeenten te benoemen, die niet onder het eentalig-Nederlands regime vielen. Volgens de wet van 1921 bestond de agglomeratie – het embryo van het latere tweetalige arrondissement en taalgebied Brussel-Hoofdstad – uit zeventien gemeenten; in 1954 zouden er nog twee bijkomen.

Extern

Voor het externe taalgebruik was, zoals gezegd, niet het territorialiteitsbeginsel van toepassing, maar bleef het personaliteitsbeginsel dat. In heel België kon elke burger in de taal van zijn keuze met een lokaal, provinciaal of nationaal bestuur corresponderen. Wanneer hij niet de interne bestuurstaal gebruikte, stond het een bestuur zelfs vrij in de andere, gekozen taal te antwoorden.

Voorts konden alle gemeenten mededelingen en berichten in de twee landstalen doen. Die tweetaligheid was verplicht voor de centrale rijksbesturen, de plaatselijke rijksdiensten, de provinciebesturen, de gemeenten van de Brusselse agglomeratie en de gemeenten waar een vijfde van de gemeentekiezers dat vroeg.

Structurele ruggengraat

Ondanks haar beperkingen is de bestuurstaalwet van 1921 van historisch belang omdat ze de eerste, principiële grondlaag legde van de regionale eentaligheid van Vlaanderen en Wallonië, en drie taalgebieden-avant-la-lettre creëerde: Vlaanderen, Wallonië en de Brusselse agglomeratie. Daarmee was de weg naar algemene en algehele tweetaligheid van België weliswaar niet definitief afgesloten, maar toch erg smal geworden.

Toen Waalse Kamerleden in 1928, bij de bespreking van een nieuwe legertaalwet, voor de eerste keer aandrongen op een algemene regeling van de taalkwestie, zei Van Cauwelaert dat ook de Vlamingen dat wilden en dat ze de keuze tussen algehele tweetaligheid en regionale eentaligheid overlieten aan de Walen. Aangezien de Waalse Beweging de algehele tweetaligheid al had verworpen, was die keuze snel gemaakt.

Al in 1932 kwam een nieuwe, derde bestuurstaalwet tot stand, die het territorialiteitsbeginsel en de regionale eentaligheid voor het interne taalgebruik versterkte en doortrok tot het externe taalgebruik.

Met de wettelijke erkenning van de eentalige regio’s Vlaanderen en Wallonië, en van de tweetalige agglomeratie Brussel werden toen drie van de vier taalgebieden gecreëerd – op het Duitse was het wachten tot 1963 –, die de structurele ruggengraat zouden worden van de ‘federale staat, samengesteld uit de gemeenschappen en de gewesten’, zoals het in artikel 1 van de grondwet staat.

[ARForms id=103]

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.