fbpx


Filosofie

Auschwitz en de banaliteit van het kwaad

Wat Hannah Arendt stelt over totalitarisme komt ernstig dichtbij vandaag!


Aangeboden door Sid Lukkassen


Dit artikel is een plus-artikel voor abonnees. Het wordt u gratis aangeboden door Sid Lukkassen, een abonnee van Doorbraak

Vindt u het interessant? Neem dan vandaag uw eigen gratis proefabonnement van 30 dagen.



Het uitroeien van miljoenen joden was onmogelijk geweest zonder de medewerking van duizenden normale mensen. De Holocaust was de eerste keer in de geschiedenis dat mensen zijn vermoord op industriële schaal en met industriële middelen.

Vergelijkbare gebeurtenissen?

Zijn er vergelijkbare gebeurtenissen in de menselijke geschiedenis voorgevallen? In ieder geval heeft deze intens kwaadaardige menselijke impuls zich ook in andere tijdvakken botgevierd.

Tijdens de Mongolenstorm werden er reusachtige bergen van schedels gebouwd, de Azteken offerden dag en nacht mensen op de meest bloederige wijze, de Katharen zijn zó grondig uitgeroeid dat we weinig meer van hen weten. En, de Spanjaarden en andere Europeanen hebben op hun beurt aardig huisgehouden in de Nieuwe Wereld. Naast Hitler hebben we natuurlijk nog Stalin en Mao gehad. Ook die regimes hebben miljoenen de dood ingejaagd.

Concentratiekampen gemaakt van LEGO-blokjes

Auschwitz is het derde kamp dat ik heb bezocht, naast Sachsenhausen (waar ik een rondleiding gaf voor middelbare scholieren) en Westerbork, dat ik bezocht als student. Dat was als deel van een cursus verzorgd door Gerke Hoekstra aan de HAN, die naar verluid studenten instrueerde om een concentratiekamp te bouwen met legoblokjes.

Studenten moesten zich dus verplaatsen in ontwerpers die andere mensen op een efficiënte wijze om het leven wilden brengen. Mogelijk opent dit een portaal naar het ‘hoe’ – hoe heeft dit kunnen gebeuren? Bouwkundigen en andere hoogopgeleiden hebben zich er actief voor ingezet. Anderen voelden intuïtief aan dat ze met iets duisters bezig waren. Ze schermden zich af en wilden bewust zo min mogelijk weten van het grotere plaatje.

Werk verdelen

Om zoiets te kunnen doen moet je het werk verdelen. Iemand brengt het hout voor de wachttoren. Een ander levert het gas. En ergens in één of ander duister meesterbrein komen al deze afzonderlijke handelingen samen. De handelingen van doodnormale mensen die beter zouden moeten weten.

Dat is wat de Holocaust uniek maakt en anders dan de schedelbergen van de Mongolen of de uitgerukte harten van de Azteekse mensenoffers. De kille, klinische afstandelijkheid waarmee het moorden werd gepland en uitgevoerd. Je besluit dat je het moet doen en dat is het dan. Je gaat het maar gewoon doen. En een heel werelddeel doet mee.

De banaliteit van het kwaad

De filosoof Hannah Arendt (1906 – 1975) vatte dit alles samen met de zinsnede: ‘De banaliteit van het kwaad.’ Deze uitspraak is inmiddels een cliché geworden, maar het gaat hier om de onderliggende dynamiek. Een journalist vertelde dat hij Auschwitz vijf maal (!) bezocht: ‘Ik vraag mij af of er hierover ooit de grote eindanalyse is geschreven en of dit überhaupt mogelijk is. Ik ben er dus vijf keer geweest omdat ik het wilde begrijpen, die dodenfabriek en de intense slechtheid van de uitvoerders. Dat lukte dus niet – iedere keer snapte ik het minder. De kwaadaardigheid ontglipte mij iedere keer meer.’

Arendt ontving veel kritiek op haar woordkeuze: ‘banaal’ doet denken aan vulgair, platvloers en stompzinnig. Terwijl het nu juist een kwestie van wiskundige precisie was om de logistiek van de mensenvernietiging te laten werken: van de opsporing tot en met het transport.

Banaal als ‘alledaagsheid’

Beter kunnen we ‘banaal’ interpreteren als ‘alledaagsheid’. Het kwaad werd een geïntegreerd onderdeel van het dagelijks leven waar bijna iedereen van afwist. En ofwel passief van wegkeek ofwel actief aan meewerkte. Eén manier om ermee om te gaan was om dit als ‘gewoon werk’ te beschouwen – ‘just doing my job’.

Het kwaad kon dit niveau van alledaagsheid c.q. ‘banaliteit’ bereiken doordat mensen al in een eerder stadium moreel waren gecompromitteerd. Dit opende de weg voor stapsgewijs grotere kwaden.

Hart van inktzwarte slechtheid

Om te kunnen binnendringen in het hart van de inktzwarte slechtheid, moeten we ons rekenschap geven van een belangrijke omstandigheid. Er brak een moment aan dat er geen kritische vragen meer werden gesteld. Er kwam een punt waarop ieder moreel bezwaar tegen wat er gebeurde, niet meer werd uitgesproken.

Het doet ergens denken aan de mechanismen die de Eerste Wereldoorlog (1914 – 1918) in gang zetten. Op het laatste moment belde keizer Wilhelm II met de legergeneraal Helmuth von Moltke. Als er dan toch oorlog gevoerd moest worden, kon het dan misschien beperkt blijven tot Rusland? Moltke antwoordde dat dit niet kon, en dat ook België en Frankrijk moesten worden binnengevallen. ‘Want het is een militaire noodzakelijkheid.’

Bureaucratische ondoordringbaarheid

Er zijn dus systemen – of ze nu militair of medisch van aard zijn – bureaucratische systemen met hun eigen logica, die geen ethische overwegingen ‘van buitenaf’ meer toestaan als ze eenmaal tractie krijgen. Ze zijn domweg ondoordringbaar. Dit is wat ik me dus realiseerde, toen ik in de zomer van 2021 in Auschwitz stond.

Tegelijk is dit het antwoord op de vraag van de journalist. ‘Zouden de Nazi’s zijn gestopt?’ Zo vroeg de gids zich af terwijl hij naar stapels afgeschoren mensenhaar achter glas staarde. ‘Als ze eenmaal klaar waren met de joden, de politieke tegenstanders, de zigeuners? Of zouden dan de Slavische volkeren hier in de ovens zijn beland?’

Precies die vraag is het antwoord: dat soort systemen hebben een eigen logica, ze moeten blijven draaien, ze worden opgezet om onpersoonlijk en gecompartimentaliseerd te zijn. Maar juist omdat ze onpersoonlijk en gecompartimentaliseerd zijn, kan geen individu ze stoppen.

Zondebok

Wist Hitler bijvoorbeeld van de Holocaust? Ja, dat kan niet anders. Ongetwijfeld wist hij het en stond hij er moreel achter. Maar wist hij van de details? Of bleef de donkere binnenbuik van deze moordmachine zelfs voor hem verborgen? Hoe langer je over deze vraag nadenkt, hoe absurder hij wordt.

Het begrijpen van de Holocaust als uniek historisch fenomeen – met de specifieke achtergrond van Hitlers jodenhaat en hoe de Duitsers een zondebok zochten om de frustraties van het Verdrag van Versailles op af te reageren – is in die zin minder interessant dan de universele geschiedenis van de banaliteit van het kwaad.

Absurde tegenstrijdigheden in de moorddadigheid

Ik wilde die gids een vraag stellen maar ik deed het niet, omdat de vraag een fundamentele ongerijmdheid bevat die ieder antwoord absurd maakt. Het doel van de Nazi’s met Auschwitz was om mensen te vermoorden, zo snel en zo veel mogelijk. Want de volgende wagons kwamen er weer aan en er waren opstoppingen.

Anderzijds was het doel om nuttige en productieve arbeid aan de gevangenen te onttrekken. Ze werden geselecteerd op beroepservaring en er werd arbeid geleverd aan grote fabrikanten. Maar veel gevangenen waren al binnen enkele weken dood. Tegen de tijd dat mensen waren ingewerkt, waren ze al te lijfelijk uitgeput om nog efficiënt te kunnen zijn. Toch werden ze elke dag weer naar de werkplaats gejaagd, totdat ze dood neervielen.

Albert Speer

Ooit las ik de biografie van de topnazi Albert Speer (1905 – 1981) door Joachim Fest. Volgens sommige biografen was Speer een ideologisch bezielde Nazi, volgens anderen een pragmatische opportunist. In ieder geval kwam Speer tot het inzicht dat het werk veel productiever was als er beter voor de gevangenen werd gezorgd.

Hoewel de oorlogseconomie mede afhankelijk was van deze arbeid, maakte dit inzicht geen verschil. Ook schreven legercommandanten boze brieven aan de nazi-top: wapens en voorraden voor het Duitse leger konden niet tijdig naar het oostfront worden aangevoerd omdat de spoorlijnen bezet waren door jodentransporten. Ook deze brieven maakten geen verschil.

En zo boren we dieper door tot het kille hart van de niet-te-bevatten logica. Enerzijds mensen uitroeien, anderzijds waardevolle arbeid aan mensen onttrekken. Het is bizar. Tegen de tijd dat ze zijn ingewerkt en hun werk efficiënt kunnen uitoefenen, zijn ze dood.

In de eigen groeven vastzitten

Laten we nu verder inzoomen op de universele betekenis van de banaliteit van het kwaad. Zie dit citaat van de antropoloog Jaron Harambam, die een boek over complotdenken maakte en werd geïnterviewd door NRC. Feitenvrije berichtgeving over corona en vaccinaties zou schadelijk zijn en de volksgezondheid ondermijnen, aldus de genoemde krant. Er moet wat worden gedaan, is de implicatie, dat soort super gevaarlijk complotdenken mag toch niet zomaar rondgaan?

Harambam antwoordt als volgt: ‘Dat klopt, maar er is wel een verschil tussen de eerste fase, waarin snel beleid moet worden gemaakt, en de latere fase, waarin de vraag is: hoe gaan we verder met dit virus leven? Dat zijn politieke vragen, die je open moet kunnen stellen.’

Dit antwoord is briljant, want hiermee zijn we terug bij de Duitse keizer en generaal Von Moltke. Ook hier was het een systeem dat in zijn eigen groeven bewoog en zich niet van buitenaf liet temmen, dat de wereld in een oorlog stortte.

Schrijftafelmoordenaars

Wat er dus gebeurt in fase 1 – in dit geval de fase van de wereldwijde paniek over het virus – is het neerzetten van een bureaucratisch controle apparaat dat zich steeds verder doorzet, uitrolt en in fase 2 – dus als het virus en de effecten algemeen kenbaar zijn – geen kritiek meer verdraagt.

Die logica van het in de eigen groeven vastzitten, dus de logica die intern is aan het systeem, blijft overeind en houdt alle logica die van buitenaf komt, tegen. En als dit soort systemen eenmaal dodelijke slachtoffers maken – zoals in het geval van het systeem achter de Holocaust – dan hebben we het dus over ‘schrijftafelmoordenaars’.

Gezond verstand versus expert-logica

Dit is ook de kern van het verhaal van Arendt over de opkomst van het totalitarisme. Het gezond verstand, de common sense van de doorsnee alledaagse huisvader, wordt overrompeld door de expert-logica van technocratische bewindsvoerders. En wie met dit antwoord in het achterhoofd, kijkt naar de aanslagen van elf september 2001 (9/11) en de wereldwijde reactie op de COVID19 pandemie, ziet een rechte lijn.

Het systeem krijgt een bedreigende impuls te verwerken. In reactie daarop verstart het systeem, met als gevolg een steeds intensere drang tot controle, reguleren, het vergaren van gegevens en het beperken van vrijheden. Je ogen gaan open als je op een vliegveld bent. Vanwege de terroristen kun je twintig jaar na dato nog steeds niet eens een flesje shampoo in je handbagage meenemen en nu zijn daar alle vaccinatiescreeningen bovenop gekomen.

‘Links’

Wat we vandaag ‘links’ noemen was destijds vóór vrijheid en tégen de maatregelen, want moslims werden gezien als zondebok van dit alles en dat vond men zielig. ‘If you give up a liberty to gain security, you deserve neither and will lose both’, zo schreven mijn links-liberale vrienden destijds op sociale media. Vandaag hebben diezelfde mensen een totáál tegengestelde mening over ongevaccineerden…

Vandaag is links vóór de maatregelen want die zouden dienen om zwakkeren te beschermen en die zijn zielig. Het zou nu de taak zijn van de overheid om mij te beschermen tegen de slechte gezondheid van anderen. Klinkt absurd?

Sander Schimmelpenninck liet al weten dat ongevaccineerden beter kunnen worden opgesloten. Later krabbelde hij weliswaar wat terug, maar toch. Het geeft aan hoe makkelijk woede en rancune kunnen worden gevoed en bespeeld voor politieke doeleinden.

Tot besluit: Mao’s China

De Kristalnacht, de collectieve woede uitbarsting in 1938 van Duitsers tegenover joden, gebeurde niet van de één op de andere dag. Stapsgewijs had men joden gedehumaniseerd. Steeds dacht men: ‘Dit gaat te ver…’, maar tóch ging het verder. Want de mensen die in opstand hadden moeten komen, die hadden al in een eerder stadium hun principes verloochend.

Hierin ligt een resonantie met hedendaagse maatregelen, waarin ondernemers in een rol als uitvoerder van staatscontrole worden geduwd. Ze worden gedwongen om hun klanten en naasten uit te sluiten, waarmee ze hun geweten compromitteren. En als u deze vergelijking niet gepast vindt, kijk dan naar de Culturele Revolutie (1966 – 1976) van Mao, en zie daar dezelfde dynamiek.

In Mao’s China werden mensen bestempeld als ‘burgerlijk’ of als ‘contrarevolutionair’ en daarmee verdacht gemaakt en uitgesloten van het maatschappelijke leven. Om in Mao’s maatschappij mee te draaien moest je soms je naasten verraden.

Deze verhandeling heeft ons veel geleerd over de banaliteit van het kwaad. Dat kwaad zit hem in systemen die op gang komen met een zelf drijvende logica waartegen het individu zich niet meer kan verzetten. Mensen bewegen mee – zelfs mensen die beter weten – want ja, baantje en hypotheek, just following orders, anders kijken de anderen mij zo raar aan. Zo’n systeem volgt een eigen dynamiek en laat zich van binnenuit niet meer temmen. Dwarsliggers zijn in ieder geval de eersten om te verdwijnen, in oorlog- en in vredestijd. Zij zijn echter de enigen die de mensheid voor systemische misstappen zullen behoeden.

Sid Lukkassen

Sid Lukkassen (1987) studeerde geschiedenis en filosofie. Hij is onafhankelijk denker, vrijwillig bestuurslid van de Vlaamse Club Brussel en inspirator van De Nieuwe Zuil. Hij schreef onder andere 'Avondland en identiteit' en 'Levenslust en Doodsdrift'. Hij promoveerde op 'De Democratie en haar Media'.