Forum
Vakbonden handelen niet rationeel maar uit gewoonte
Ruben Terryn: ‘Vakbonden staken niet vanwege inhoudelijke eisen, maar omdat het ritueel hen ertoe is gaan verplichten.’
—
Ruben Terryn is masterstudent Europese studies aan de KU Leuven.
Het is vandaag — weeral — algemene staking. De aanleiding ligt bij hevige protesten tegen de pensioenhervormingen en besparingen bij de NMBS, voorgesteld door de regering-De Wever. De acties oogsten onbegrip bij werkgeversorganisaties en regeringsleden, die de bonden verwijten het sociaal overleg te frustreren. De stakingen wijzen echter ook op iets fundamentelers: een diepe crisis binnen het Belgische overlegmodel, dat ooit het toonbeeld van sociaaleconomische stabiliteit was.
De kern van het Belgische overlegmodel, het tripartisme, ligt traditioneel in de samenwerking tussen overheid, werkgevers en vakbonden. Het gaat hierbij om een delicate balans waarin vakbonden hun legitimiteit putten uit zowel hun ledenaantal als hun institutionele inbedding.
Vakbonden zijn historisch verankerd in allerlei overlegorganen: van ondernemingsraden tot nationale economische overlegstructuren. Hun macht komt voort uit een permanente institutionele dialoog, niet enkel uit incidentele acties. Toch dreigt het overlegmodel vandaag een formaliteit te worden: stakingen volgen elkaar sneller op, dialoog maakt plaats voor institutioneel tribalisme.
Tripartisme vraagt gedeelde verantwoordelijkheid, maar blijkt almaar meer een rituele dans waarbij echte oplossingen ontbreken. Vakbonden voelen zich verplicht te staken omdat zij geen andere institutionele rol kunnen opnemen. De ceremonie van het overleg zelf lijkt belangrijker geworden dan de uitkomst ervan.
Rituele vakbonden
Dat brengt ons bij een fundamenteel probleem: sociologisch institutionalisme. Volgens deze stroming handelen organisaties en hun actoren niet noodzakelijk rationeel, maar eerder uit traditie, gewoonte en geïnstitutionaliseerde reflexen. Gedrag wordt gestuurd door verwachtingen, routines en symbolische handelingen die als vanzelfsprekend worden beschouwd.
Vakbonden staken dan niet enkel vanwege inhoudelijke eisen, maar omdat het ritueel hen ertoe aanzet. Stakingen worden bijna automatisch aangekondigd. Niet alleen als strategisch middel, maar als institutionele plicht. Dat leidt tot een vorm van tribalisme: vakbondslidmaatschap wordt een soort verzekering, een identiteitsclan die blind en solidair acties voert. Een kritische reflectie op nut en effectiviteit verdwijnt naar de achtergrond.
Wanbeheer
Hieruit volgt meteen een pijnlijke conclusie: het Belgische model lijdt onder een gebrek aan institutioneel rekenschap en aansprakelijkheid. De overheid, jarenlang beheerder van de pensioenen van haar ambtenaren, heeft financieel wanbeheer toegestaan.
Vakbonden dragen hierin ook medeverantwoordelijkheid: zij waren decennialang een tussenpersoon voor sociale uitkeringen zonder kritische reflectie, zolang het institutionele belang maar werd veiliggesteld. Burgerlijke controle schiet ook tekort: burgers aanvaarden de bestaande situatie te gemakkelijk, wellicht omdat zij zich te weinig verantwoordelijk voelen of onvoldoende kritisch ingesteld zijn tegenover autoriteit. Dat gebrek aan rekenschap ondermijnt de geloofwaardigheid van het gehele overlegmodel.
DOGE
Het roept de vraag op of er stilaan geen nood is aan een onafhankelijk controleorgaan – enigszins vergelijkbaar met het beruchte Amerikaanse Department of Government Efficiency (DOGE) van Elon Musk – dat op permanente basis de werking van publieke instituties opvolgt. Maar ook DOGE schaadt de kwaliteit van de werking van de overheid, om niet te zeggen dat het die overheid zelfs vernietigt.
Toch zou België zelf moeten nadenken over een onafhankelijk agentschap dat de overheid en het middenveld tot verantwoording en aansprakelijkheid kan dwingen. Geen orgaan dat straft, maar een dat transparantie en rekenschap eist van de instellingen die namens de bevolking beslissingen nemen.
De klassieke mechanismen – de stem van de burger, de rechterlijke macht, sociale verkiezingen – blijken onvoldoende krachtig om diepgaande verantwoordelijkheid af te dwingen. Een cultuur van rekenschap is in België nauwelijks aanwezig, het lijkt haast een uitgestorven begrip.
Cultuur van rekenschap
Misschien moeten we daarom leren van staatslieden zoals Aldo Moro, wiens verhaal recent opnieuw aandacht kreeg dankzij een Netflix-documentaire. Moro was een politicus die in het gepolariseerde Italië van de jaren zeventig introspectie en verantwoordelijkheid centraal stelde, en daarmee een brug bouwde tussen tegengestelde kampen.
België bevindt zich vandaag op een soortgelijke tweesprong: ofwel blijven we vastzitten in tribaal geïnstitutionaliseerde reflexen en symbolische acties, ofwel kiezen we voor echte introspectie, institutionele hervorming en een hernieuwde cultuur van rekenschap.
Concreet vraagt dat moed van alle partijen: overheid, vakbonden én burgers moeten opnieuw nadenken over hun eigen rol en verantwoordelijkheid binnen het overlegmodel. Zonder die rekenschap blijft tripartisme slechts een hol ritueel, gedoemd om almaar verder uitgehold te worden door permanente stakingen en wederzijdse beschuldigingen.
Het alternatief is dat België niet alleen zijn traditie van sociaal overleg, maar ook zijn maatschappelijke samenhang definitief ziet ontsporen. Het herstel van rekenschap is geen luxe, maar een existentiële noodzaak.
| Categorieën |
|---|
| Tags |
|---|
| Personen |
|---|
Ruben Terryn is masterstudent Europese studies aan de KU Leuven.
John Dejaeger: ‘De mainstreammedia negeren de grote maatschappelijke vraagstukken. Polariserende feiten worden liever achtergehouden.’
Nergens in Europa is het met de natuur slechter gesteld dan bij ons, klinkt het geregeld. Dat we ook het duurste natuurbeleid van Europa hebben wordt zedig verzwegen.











