JavaScript is required for this website to work.
GESCHIEDENIS

Vandaag 1939: Adolphe Max overleden, liberaal politicus en waarschijnlijk meest anti-Vlaamse burgemeester van Brussel ooit

VandaagLuc Pauwels6/12/2024Leestijd 2 minuten

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

Op 6 december 1939 overlijdt in Brussel Adolphe Max, jurist en liberaal politicus, burgemeester van Brussel (1919-1939), bekend om zijn stug verzet tegen ook de meest gematigde eisen van de Vlaamse Beweging. Een verhaal zonder voorgaande.

Adolphe Max wordt in 1869 geboren in Brussel, in een rijke doktersfamilie. Zijn vader is de persoonlijke arts van koning Albert I van België. De relatie met het koningshuis zal zoon Adolphe nog van pas komen. Al op zijn zestiende is hij medestichter van de Jeune Garde de la Ligue Libérale modérée. Maar zijn politieke carrière is allesbehalve gematigd. Max wordt in 1895 directeur van het doctrinair liberale weekblad La Liberté.

In 1896, vijf jaar nadat hij in de rechten is afgestudeerd, wordt hij liberaal provincieraadslid in Brabant. Belangrijker is dat hij in 1909 burgemeester van Brussel wordt, wat hij blijft tot aan zijn dood in 1939. Tijdens de Eerste Wereldoorlog voert Max fel verzet tegen de Duitse bezetter, zonder zich te bekommeren over de gevolgen daarvan voor de Brusselse bevolking. Hij wordt verschillende keren gearresteerd. Max brengt de oorlogsjaren door in hechtenis, eerst in Namen, daarna in verscheidene Duitse gevangenissen. Eens Brussel bevrijd, wordt Max er in november 1918 als een ware oorlogsheld onthaald. Albert I benoemt hem tot minister van Staat.

Maar daarmee gaan we voorbij aan de dubieuze rol die Adolphe Max speelt in het uiterst wrede beleid van koning Leopold II van België in zijn privé-kolonie Congo Vrijstaat, dat tot miljoenen doden leidt. In 1898 wordt hij door de koning benoemd tot auditeur bij de Hoge Raad voor Justitie van Congo. Daarna wordt hij er zelfs ondervoorzitter van. In onze geschiedschrijving wordt dit stelselmatig verzwegen. Zelfs op Wikipedia wordt er met geen woord over gerept.

Met zijn verkiezing tot volksvertegenwoordiger in 1919 wordt Max een politiek zwaargewicht binnen de Liberale Partij. Hoewel van huis uit Nederlandstalig haalt hij in de Kamer fors uit tegen elke vorm van ‘contrainte linguistique’ en tegen de ‘flamandisation’ van Brussel. Als voorzitter van de liberale Kamerfractie weet Max vele Vlaamsgezinde voorstellen te blokkeren. Zo verzet hij zich tegen de eentaligheid van Vlaanderen, tegen de vernederlandsing van de universiteit van Gent, de goedkeuring van de taalwetten in de jaren 1930 en diverse amnestie-voorstellen. ‘Max ontpopte zich in het interbellum als een invloedrijke liberale tegenstander van het Vlaamse minimumprogramma’, weet historicus Dr. Christophe de Spiegeleer. Hij is ook de enige die het Congo-verleden van Max durft te vermelden.

Vanuit zijn machtspositie in Brussel treedt Max herhaaldelijk het betogingsrecht van Vlamingen met voeten. Hij wordt het boegbeeld van het Franstalige establishment. De Vlaamse katholieke fractieleider Frans van Cauwelaert protesteert in de Kamer herhaaldelijk en fel tegen het beleid van Max als een anti-Vlaamse burgemeester die telkens weer een ‘staat van beleg’ organiseert wanneer Vlamingen in de hoofdstad ‘hun bestaan in het land’ kracht willen bijzetten door op straat te komen.

In het centrum van Brussel is de belangrijkste laan naar Adolphe Max genoemd.

Luc Pauwels is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichter van het tijdschrift 'TeKoS', waarvan hij de eerste hoofdredacteur was.

Commentaren en reacties