Analyse, Economie
Essay
Essay
John Croughs

Vermogensoverdracht

Blijf van mijn geld!
erfenisrecht

Ons vermogen is van ons! Hoe het ook opgebouwd is, het is ons bezit. Op een groot deel van onze inkomsten —voor de meesten veruit op het grootste deel— betaalden we al heel wat belastingen vooraleer we konden beschikken over het netto-gedeelte.

Daarom lijkt het zo vanzelfsprekend dat we dit vermogen zomaar mogen weggeven of nalaten aan wie we maar willen, zonder dat de overheid daar een deel van opeist. In dat opzicht zijn erfenis- en schenkbelastingen onrechtvaardig en anti-liberaal.

Fils à papa

Er is evengoed een andere invalshoek om naar het erfenis- en schenkingsrecht te kijken. Een invalshoek waar man exact het omgekeerde bepleit. Ook dat klopt (deels).

Dit omgekeerde perspectief toont aan dat vele mensen over meer middelen en kansen beschikken dan de gemiddelde burger, enkel en alleen omdat ze een vermogen ontvingen via een vermogensoverdracht. En dat zonder daarvoor een meerwaarde aan de samenleving te bieden.

Dit kan je een beetje vergelijken met een koningshuis, waar de nakomelingen vorstelijke macht verwerven omdat ze toevallig familie zijn van het vorstenpaar.

Vermogensoverdracht is een heel delicaat thema is waarbij we te maken hebben met een moeilijke ethische spreidstand… Elke stelling klopt, tenminste ten dele.

Consequente en rationele fiscaliteit…het kan!

We moeten dit hele debat door een rationele bril bekijken, zoals dat bij elk debat zou moeten. Enkel zo kunnen we nagaan welke regel we al dan niet invoeren of wijzigen. We zouden daarbij steeds rechtvaardigheid en verantwoordelijkheid voorop moeten stellen.

Wanneer we specifiek naar vermogensoverdrachten kijken stellen we enkele problemen vast. Die situeren zich voornamelijk in het domein van de rechtvaardigheid:

  1. Het over te dragen vermogen is (meestal) al belast geweest bij het verwerven ervan. Men belast het nogmaals, enkel omdat het wordt overgedragen.
  2. Bezit via vermogensoverdracht is de grootste oorzaak van ongelijke kansen.
  3. Hoewel iedereen gelijk zou moeten zijn, belast men de ene begunstigde ongelijker dan de andere.
  4. Er is een grote ongelijkheid tussen een overdracht bij leven of bij overlijden.

 

Zoals ik reeds aanhaalde is de eerste stelling correct. In een perfecte wereld zou een vermogensoverdracht niet belast hoeven te worden, omdat de fiscaliteit en de sociale zekerheid ervoor zouden zorgen dat er voldoende rechtvaardigheid is voor iedereen die binnen de samenleving zijn verantwoordelijkheid opneemt. Dit zou betekenen dat iedereen verplicht is om een meerwaarde te bieden en dat elke vorm van onverantwoordelijkheid, onrechtvaardigheid, opportunisme of profitariaat onmogelijk wordt gemaakt. Vandaag is dit zeker niet het geval. Er bestaat een onrechtvaardig en vaak onverantwoordelijk fiscaal-sociaal systeem.

Erfbelasting als pleister op het fiscale houten been

Fiscaliteit dient ervoor te zorgen dat iedereen zijn verantwoordelijkheid opneemt. Op haar beurt zorgt de overheid voor alles waar een samenleving nood aan heeft, op een rechtvaardige en verantwoordelijke manier. Daarom moet elke fiscale en sociale maatregel (lees: belastingen en uitkeringen) op steeds dezelfde peilers te stoelen:

  1. Is de maatregel rechtvaardig? Behandelt de maatregel iedereen gelijk?
  2. Vereist de regel verantwoordelijkheid? Wordt men op zijn daden (druk die men uitoefent op de samenleving) belast? Heeft de ontvanger van een uitkering zijn verantwoordelijkheid opgenomen?
  3. Dient de regel een hoger doel? Zulke doelen omvatten bvb. gelijkheid, sociale vrede, economische en ecologische stabiliteit…

 

Wanneer we alle belastingen en uitkeringen onder de loep nemen, stellen we vast dat ze de toetsing aan deze drie pijlers meestal niet doorstaan (zie mijn eerdere stukken op Doorbraak.be).

We kunnen dus concluderen dat ons fiscaal systeem niet rechtvaardig is opgebouwd, waardoor een belasting op vermogensoverdracht noodzakelijk is. We kunnen deze belasting anderzijds niet loskoppelen van het volledige fiscale en sociale stelsel. Een volledige hervorming, gebaseerd op de juiste peilers dringt zich op!

Arbeid versus vermogen

De ongelijke verdeling van kansen vloeit eigenlijk voort uit het antwoord op punt 1.
Vermogen schept mogelijkheden en in principe worden deze mogelijkheden afgedwongen door een meerwaarde te bieden aan de samenleving. Iemand die meer meerwaarde biedt, heeft als gevolg meer kansen. Dit zorgt voor een principiële rechtvaardige ongelijkheid. Maar omdat het fiscale en sociale systeem niet gestoeld is op de juiste peilers, werkt deze simpele redenering in de praktijk niet.

Zo zorgt het huidige fiscale systeem ervoor dat vermogen kan groeien zonder een proportionele bijkomende meerwaarde te bieden aan de samenleving. Geld maakt geld. Een voorbeeld: Een inkomen uit arbeid biedt een meerwaarde aan de samenleving. Er is geen werkloosheidsuitkering te betalen aan de werknemer, de werkgever en werknemer dragen bij aan de sociale zekerheid, de werknemer betaalt belasting op het loon en men gebruikt het loon om te kunnen consumeren. Dat doet de economie gunstig evolueren en daardoor ontvangt de overheid BTW.

De werknemer zorgt mee voor de meerwaardecreatie van het bedrijf dat daar op zijn beurt belastingen op betaalt én op termijn kan groeien met jobcreatie tot gevolg. Zo zet deze evolutie zich verder als een positieve groeispiraal. Schaft men bijvoorbeeld daarentegen met dat vermogen appartementen aan om ze daarna te verhuren, zijn de positieve effecten voor de samenleving veel kleiner. Er gaat verhoudingsgewijs veel minder van dat inkomen via belastingen naar de overheid. Er is ook geen bijdrage aan de sociale zekerheid en er wordt geen of veel minder bijkomende economische activiteit gecreëerd.

De macht van het geld

Een tweede gevolg, waar zelfs een rechtvaardig fiscaal en sociaal stelsel weinig aan zou veranderen, is de macht die door een vermogen kan ontstaan. Hoe groter het vermogen, hoe meer macht men kan afdwingen. Men krijgt vaak voorrang in de consumptiecyclus omdat men meer opbrengt. Het kan nog erger: Men krijgt privileges omdat men anderen met macht kent. Ons kent ons!

Daarom is het nodig dat vermogens op een verantwoordelijke manier herverdeeld worden. Dat is nodig, omdat eventuele onrechtvaardige gevolgen een te grote spanning  binnen de samenleving zouden creëren. Dit gaat dus hand in hand met het realiseren van een hoger doel.

Teveel belasten zorgt voor minder inkomsten!

Er is natuurlijk ook een keerzijde aan het herverdelen van vermogens. Een vermogen wordt meestal gecreëerd door arbeid, denkwerk of risico’s. Deze eigenschappen zorgen voor een meerwaarde in de samenleving, waardoor ze welvaart kan bieden aan iedereen die er deel van uitmaakt. Wanneer de herverdeling niet evenwichtig is, worden deze 3 eigenschappen beknot met negatieve gevolgen voor de welvaart tot gevolg. De internationale ongelijkheid m.b.t. fiscale en sociale stelsels versnelt dit effect omdat de mogelijkheid bestaat om te verhuizen naar landen met gunstigere stelsels.

We mogen overigens één van de redenen voor vermogenscreatie niet uit het oog verliezen: het opbouwen van een nalatenschap voor de kinderen of geliefden. Wanneer de herverdeling hier te groot is, bestaat de kans dat de wil om een vermogen te creëren afneemt waardoor er tegelijk ook een afname van de welvaartscreatie is.

Een derde belastingsrisico ontspruit uit de laksheid van ons sociaal stelsel: Een groot deel van de herverdeling gaat naar mensen die hun verantwoordelijkheid niet opnemen. Dit zorgt voor een onrechtvaardigheidsgevoel bij de belastingplichtige, wat eveneens als een rem op diens ‘productieve goesting’ kan werken.

Wie erft wanneer? Het doet ertoe!

In het huidige erfenis- en schenkingsrecht is er een enorme ongelijkheid tussen meerdere soorten begunstigden. Die hangt af van de familiale band tussen de belanghebbenden. Dit is m.i. niet rationeel te beargumenteren en leidt tot zeer onrechtvaardige situaties.

Op het eerste zicht is er geen rationeel argument waarom een vermogensoverdracht bij leven goedkoper zou moeten zijn dan bij overlijden. Zeker het voorbeeld indachtig waarbij iemand een vermogensoverdracht wil doorvoeren, maar plots komt te overlijden. Het verschil kan aanzienlijk zijn.

Het enige positieve argument om  een schenking voordeliger te maken dan een erfenis is de creatie van economische activiteit. Bij een erfenis staat niet vast dat men het geërfde vermogen ook daadwerkelijk zal gebruiken, omdat de noodzaak daartoe niet zeker is. Dat vermogen zou dus één of meerdere generaties ongebruikt kunnen blijven. Bij een schenking is de kans dat het vermogen, of een deel ervan, gebruikt wordt aanzienlijk groter. Dat komt omdat schenkingen vaak gebeuren wanneer de begunstigde een jongere leeftijd heeft. Er staan dan immers nog meerdere uitgaven in de (nabije) toekomst op stapel die het eigen vermogen overtreffen.

Het broze fiscale evenwicht

Ik concludeer dat een belasting op vermogensoverdracht nodig is om het huidige onrechtvaardige fiscale stelsel te corrigeren én om enkele onrechtvaardige gevolgen van vermogensbezit af te vlakken. Een zulke belasting zal echter steeds het juiste evenwicht moeten vinden tussen principes en de eventuele negatieve gevolgen van zo’n belasting. Daarom blijft een progressieve belasting de beste oplossing: De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. De tarieven en bepalingen zijn echter wel dringend aan een rechtvaardigheids-update toe…

John Croughs

Londerzelenaar en vader van 2. Projectontwikkelaar en vooral geëngageerd burger die de samenleving als het hoogste goed beschouwt.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans