fbpx


Geschiedenis
canon

‘Vlaamse canon’ wil zoveel mogelijk mensen laten kennismaken met onze geschiedenis

Commissievoorzitter Emmanuel Gerard wil van de canon een 'positief project' maken



Vorige week kondigde minister van Onderwijs Ben Weyts aan dat er binnenkort een commissie wordt samengesteld die de canon van de Vlaamse geschiedenis moet ontwerpen. Die canon maakt deel uit van het Vlaamse regeerakkoord. Prof. Emmanuel Gerard, emeritus van de KU Leuven, krijgt als voorzitter de taak de commissie samen te stellen. Een gesprek. Het is niet evident dat een ‘contemporeanist’ (een historicus, gespecialiseerd in de hedendaagse geschiedenis) de verantwoordelijkheid opneemt om een canon op te stellen. Toen Bart De…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Vorige week kondigde minister van Onderwijs Ben Weyts aan dat er binnenkort een commissie wordt samengesteld die de canon van de Vlaamse geschiedenis moet ontwerpen. Die canon maakt deel uit van het Vlaamse regeerakkoord. Prof. Emmanuel Gerard, emeritus van de KU Leuven, krijgt als voorzitter de taak de commissie samen te stellen. Een gesprek.

Het is niet evident dat een ‘contemporeanist’ (een historicus, gespecialiseerd in de hedendaagse geschiedenis) de verantwoordelijkheid opneemt om een canon op te stellen. Toen Bart De Wever als formateur van de Vlaamse regering zijn fameuze startnota uit de doeken deed in augustus 2019, was het kot te klein in menig geschiedenisdepartement. Onder meer zijn broer Bruno, hoogleraar aan de Ugent, haalde het kanon boven om de canon af te schieten. Een canon zou een inhoudelijk lijstje worden van wat de N-VA ziet als minimumvoorwaarden van de Vlaamse identiteit, zo vreesde men. Professor Gerard is alleen al daarom op zijn hoede, al ziet hij heel wat positieve elementen in het concept van een canon.

Nederland

Het debat van afgelopen zomer ontstond onder meer uit de vrees voor politieke inmenging van de overheid – en niet het minst van de N-VA. Alsof een Vlaams-nationalistische partij zou bepalen hoe onze geschiedenis er zou moeten uitzien, of onderwezen moeten worden op de schoolbanken. Een debat dat eerder ook in Nederland plaatsvond, maar waar onder leiding van de neerlandicus prof. dr. Frits van Oostrom in 2006 met succes een canon werd ontwikkeld, waar de hele samenleving mee aan de slag kon. Die werkwijze neemt Gerard als leidraad.

‘Vele van de opmerkingen van mijn collega’s historici, veel van hun kritiek op zoiets als een canon, is terecht,’ steekt Gerard van wal. ‘Maar je kan het ook positief bekijken, en er een instrument van maken om zoveel mogelijk mensen te laten kennismaken met onze geschiedenis.’

Selectie

De gepensioneerde professor is zich bewust van de dunne koord waarop hij moet dansen. Een canon neigt snel een beperkte selectie te zijn, die een soort verplichting oplegt. En die bovendien wordt opgelegd door de Vlaamse overheid. Maar dat is een canon niet. Integendeel.

‘Ik zou de opdracht niet aanvaard hebben als ik niet in alle vrijheid en autonomie mijn commissie kan samenstellen,’ stelt Gerard. De commissie zal niet noodzakelijk enkel bestaan uit academici. Gerard wil ruimer gaan. De canon zal niet louter politiek zijn, maar ook sociaaleconomisch, en met oog voor kunst, wetenschap en literatuur en die expertise ligt verspreid over verschillende instellingen.

Sommige aspecten komen nu al aan bod in het Bezoekerscentrum van het Vlaams Parlement. Dat werd einde 2018 ingericht. Manu Gerard was er de curator van. Hij kon dat centrum destijds in ‘volledige wetenschappelijke onafhankelijkheid’ uitwerken ‘zonder druk van de partijpolitiek.’ Een van de aspecten van dat kennismakingscentrum van het hart van de Vlaamse democratie, is de politieke en sociaaleconomische geschiedenis van Vlaanderen. Dat zette Gerard op het netvlies van de kabinetten van Cultuur en van Onderwijs. Daarom werd de Leuvense prof gevraagd de canoncommissie voor te zitten.

Identiteit

Als leidraad wil hij het Nederlandse voorbeeld nemen, dat Van Oostrom uittekende. Dat betekent op de eerste plaats dat de canon moet loskomen van het debat over identiteit. ‘De canon moet een instrument zijn om kennis te nemen van onze geschiedenis. Voor het brede publiek is ons verleden vaak een grote onbekende. Dat kan een canon verhelpen, daarvoor moet je je niet uitspreken over identiteit.’

Op de tweede plaats moet de canon een aanbod zijn, ‘en vooral geen verplichting.’ Een inspiratiebron voor wie in het onderwijs staat, of inburgeringscursussen geeft. Gerard voegt toe: ‘Hij geldt evengoed voor wie hier geboren en getogen is, die mensen weten vaak ook heel weinig van onze geschiedenis. Je moet in diverse milieus met de canon aan de slag kunnen.’ Dat wil dus niet zeggen dat de canon, eens die op papier staat, moet vertaald worden in eindtermen voor het onderwijs, benadrukt Gerard nog.

Een van de gevaren van een canon is dat hij ‘maar’ een lijstje is, rigiditeit. De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL) stelt elke vijf jaar een canon op van de Nederlandse literatuur. Maar ‘zelfs literatuur kan je niet vastleggen in stenen tafels. Geschiedenis is “beweeglijk”, je moet dus in een canon voldoende ruimte geven aan openheid. In Nederland doet men dat met “vensters”. EEn van de vijftig blikvangers bijvoorbeeld is Erasmus, die opent dan een venster op het humanisme bijvoorbeeld.’ Gerard benadrukt heel sterk die openheid en dynamiek. ‘De minister vraagt dat we een website maken van de canon, die moet dynamisch zijn. Klik je op een onderdeel, dan krijg je tekst en uitleg, maar ook tips van historische romans, jeugdboeken, documentaires… en links naar andere vensters en ankerpunten.’ Zo zal iedereen kunnen kennisnemen van het verleden, en zelf beslissen hoe diep hij daarin wil duiken.

Drie voorwaarden

Manu Gerard hamert op die drie elementen als voorwaarden én doelen van de canon. Een dynamisch karakter en dus niet gefixeerd op een gesacraliseerde lijst van namen, feiten of boeken. Het moet een ‘aanbodsinstrument’ zijn voor iedereen die wil kennismaken met ons verleden. En tot slot een ontkoppeling van identiteit en het debat daarover.

Helemaal loskomen van dat identiteitsdebat zal nochtans niet makkelijk zijn, met onze geschiedenis. Want wat is dat Vlaanderen waarover die canon moet gaan? Het hedendaagse Vlaanderen? Dat bestaat zo je wil maar sinds de eerste fase van de staatshervorming (1970). Welke criteria zal de commissie daarvoor hanteren? Gerard: ‘Het Vlaanderen van vandaag was in de middeleeuwen een lappendeken. De Vlaamse canon zal meanderen van de Lage Landen, over de Zuidelijke Nederlanden, over België tot het Vlaanderen zoals we dat vandaag kennen. Maar let op, het is niet omdat het moderne “Vlaanderen” in pakweg de 13de eeuw niet bestond, of een totaal andere politieke entiteit was, dat het Vlaanderen van vandaag geen geschiedenis heeft.’ Hetzelfde zie je in Nederland, waar de canon begint nog voor de romanisering van onze gewesten.

Leidraad

Voor wie niet professioneel bezig is met geschiedenis is dat misschien verwarrend. En dat moet de canon verhelpen: ‘Hij moet een leidraad bieden, mogelijkheden om mensen interesse bij te brengen in iets dat hen meestal heel vreemd is.’ Gerard klinkt enthousiast: ‘De canon is een instrument voor professionele historici om hun vak te delen met anderen. Als dat niet nuttig is!’

Twee jaar heeft de prof gekregen om de canon samen te stellen. Eerst moet hij zijn commissie vormen, die zou bestaan uit een negental mensen. Gerard is er volop mee bezig. Eens dat gebeurd is, zal de commissie debatteren over de selectie van de onderwerpen die de canon zullen uitmaken. ‘Gaan we ook met vijftig vensters werken, zoals in Nederland? Of meer, want dat werkt toch iets makkelijker.’

Zaak is dat het eindresultaat een ‘handzaam, bevattelijk iets is voor zoveel mogelijk mensen. Geen doctoraat dat bol staat van de voetnoten.’ In een volgende fase moeten de geselecteerde elementen worden ingevuld. Daarvoor zal allicht een beroep gedaan worden op experten buiten de stuurgroep. In een laatste fase moet er aan de vertaalslag worden gewerkt voor het brede publiek, dat kennis zal kunnen maken met de canon via een website.

Kritiek

Is Gerard niet bang voor tegenwerking van zijn professiegenoten? Makkelijk wordt zijn klus niet. Gerard: ‘Historici moeten niet bang zijn van hun eigen schaduw. Ik begrijp hun vrees voor een instrumentalisering van de geschiedenis, ik begrijp de vrees niet dat de canon er louter een zou zijn van de Vlaamse beweging.’

Hij komt terug op de autonomie en de vrijheid die hij krijgt. ‘Mocht de regering zich willen mengen, dan zou ik de opdracht niet aanvaard hebben,’ herhaalt hij. ‘Ik wil er een positief project van maken. Niet een project dat enkel positieve historische elementen behandelt, want er zijn er heel veel andere waar iets over te vertellen valt. Maar ik wil belangstelling ontwikkelen voor onze geschiedenis, en daar kan een canon bij helpen.’

Karl Drabbe

Karl Drabbe is uitgever non-fictie bij Vrijdag en van Doorbraak Boeken. Hij is historicus en wereldreiziger en werkt al sinds 1993 mee aan Doorbraak.