fbpx


Commentaar, Klimaat
milieu

Waals-Brussels ‘zakjesverbod’ goede zaak?

Plastic zakjes niet milieuonvriendelijk


Brussel en Wallonië zetten de strijd tegen plastic een versnelling hoger door een nog strenger verbod op wegwerpzakjes. Het doel is minder afval te produceren en het volgen van de Europese ecologische richtlijnen. Maar de feiten zijn niet zo eurocratisch gezind: wegwerpzakjes vormen maar een zeer kleine fractie van ons afval, ze helpen zelfs prima om de afvalberg te verminderen. In de realiteit vormen ze enkel in de vrije natuur een milieuprobleem. Voor mij is het dan ook een erezaak dat ik al mijn plastic afval in de vuilbak deponeer.

De veel dikkere herbruikbare tassen zijn in de praktijk niet noodzakelijk beter, want ze moeten toch wel vele malen hergebruikt worden om het verschil te maken. Als je de zak met zeep en water reinigt, verhoog je je ecologische voetafdruk alweer. Doe je dat niet, word je misschien misselijk van onhygiënisch ingepakt voedsel – ook ziek zijn is slecht voor het milieu.

De afvalberg verkleinen

Vanaf 1 maart zijn de dunne plastic zakjes voor groenten en fruit in Wallonië en Brussel verboden – maar dat is geen verrassing. Ook in Vlaanderen willen velen elk stukje plastic uit ons leven bannen, maar we volgen toch niet het verbod van zijn zuiderburen. Zo legt OVAM-woordvoerder Jan Verheyen het Vlaamse beleid uit:

‘Wij willen die zakjes niet verbieden omdat we vrezen dat alternatieven – zelfs papier – het milieu nog meer zouden belasten. OVAM wil vooral inzetten op hergebruik van verpakkingen.’ Ook deze visie ziet verpakking enkel maar als een milieuprobleem. Toch heeft Vlaanderen gelijk stand te houden tegen deze onzinnige maatregel.

Waarom gebruiken we eigenlijk die wegwerpzakjes? Ze zijn uiteraard een zeer gemakkelijk transportmiddel om je boodschappen van A naar B te brengen. Tegelijk bieden ze enkele andere belangrijke voordelen: ze zijn relatief sterk, licht, soepel en vooral ook kiemvrij. Bergketens voedsel moeten we niet weggooien vanwege het gebruik van plastic. Papieren zakjes hebben ook hun voordelen, ik gebruik ze ook graag omdat ze niet zo lastig blijven plakken. Maar een enigszins natte salade of – godbetert – een vis in puur papier (zonder dunne folie) is vragen om problemen.

Hergebruiken toch niet zo groen

De vraag is echter ook hoe de zakjes worden geproduceerd en wat ermee gebeurt na gebruik. Het produceren en transporteren van flinterdunne plastic zakjes kost eigenlijk zeer weinig energie en grondstoffen. Daarnaast worden ze in de meeste huishoudens wel degelijk op verschillende wijzen hergebruikt, typisch als zakjes voor de prullenbak. Inderdaad, als je verantwoordelijk omspringt met plastic komt er maar weinig van in zee terecht – in de befaamde ‘plasticsoep’. Zo meldde Doorbraak al op 10 oktober vorig jaar: ‘Slechts 2% tot 3% van al ons plastic komt in zee terecht.’

Dat cijfer kan nog sterk omlaag, maar het gebruik van plastic betekent lang niet altijd dat het ook ergens verkeerd terechtkomt. De naam ‘plasticsoep’ is overigens wat misleidend, want de aanwezigheid van niet al te veel microscopische plasticdeeltjes in de oceaan is al voldoende om dat woord te gebruiken. Bovendien is het gros van het maritieme plastic afkomstig van de scheepvaart of uit Aziatische landen. Het is bekend dat heel wat van ons plastiek en ander gescheiden afval in het Oosten terechtkomt. Zo stelde de Ugent-onderzoeker Jivan Dasgupta hierover in Knack:

‘De helft van alle plastic afval bestemd voor recyclage wordt door geïndustrialiseerde landen geëxporteerd. Deze export smukt de ‘recyclage’-statistieken van westerse landen op zonder enige opvolging van het lot van dat afval in die importlanden. Het gaat over een 14 miljoen ton plastic afval dat jaarlijks wordt verscheept. De helft ging tot voor kort naar China.’

Lakse milieuwetgeving

Ofwel moet dus de recyclagecapaciteit van de westerse landen verdubbelen, maar dat kan heel moeilijk zijn want niet alle soorten plastic kan je goed recycleren. Bovendien is het in gemengde fracties vaak zeer moeilijk om de soorten plastic van elkaar te scheiden. Ofwel moeten we andere oplossingen zoeken voor de plastic afvalberg. Dasgupta verklaart in hetzelfde artikel het probleem: ‘Sinds de striktere regulering van afval in de jaren tachtig komt ons afval terecht in landen met lakse milieuwetgeving. Door het verschil in milieustandaarden is de verwerking er goedkoper.’

De regulering van ons afval is te strikt, zo lees ik hierin, waardoor cijfertjes belangrijker worden dan mogelijk creatieve maar milieuvriendelijke oplossingen. Inderdaad, zowel gecontroleerd verbranden in speciaal daarvoor voorziene verbrandingsovens (dat is tegenwoordig zonder vuile gassen) als hermetisch afgesloten storten (met afbraak door speciale bacteriënzijn hier, ondanks de kritiek van de ‘felgroenen’, in feite goede oplossingen – zeker beter dan het versturen naar de andere kant van de wereld: beide oplossingen houden het plastic weg van het milieu.

Plastic niet enkel slecht voor het milieu

Verantwoord gebruik van plastic is heel goed mogelijk. En zelfs als een klein deel daarvan in het milieu terechtkomt is dit nog geen ramp. De wilde natuur heeft best wel de veerkracht om een redelijke hoeveelheid plastic te boven te komen – denk maar aan de verschrikkelijke massa-extincties die zij toch kon trotseren. Moeder natuur is een stevige tante, geen huiltrutje. Plastic is ook iets positiefs. Antwerpen is zelfs een grote speler in de plastic-economie, zo stelde de energiespecialist Samuel Furfari in het hierboven geciteerd artikel van Doorbraak: ‘Antwerpen is de tweede petrochemische pool van de wereld, na Houston. Dit zou heel België trots moeten maken, zelfs als het afhankelijk is van fossiele brandstoffen.

Omdat wereldwijd de chemische sector nog enorm zal groeien, moet Antwerpen, als het zijn rang wil behouden, veel meer investeren.’ Plastic is dus een product van onze bodem! Laten we pragmatisch de beste economische en ecologische manier uitwerken. Met recyclage als het kan, zonder als het moet, maar zeker met herbruikbare zakjes!

Tegen sluikstort om de hoek

Echte milieuverantwoordelijkheid, zo zei Roger Scruton al in zijn boek Groene Filosofie, zoekt oplossingen in de eerste plaats in ‘oikofilie’, uit liefde voor het eigen land – door zelf regelmatige opruimacties te ondernemen en hard op te treden tegen sluikstorters (door ze bijvoorbeeld als taakstraf de straten te laten vegen in een knalgeel uniform met de tekst ‘ik ben een sluikstorter’).

Echte milieuverantwoordelijkheid maakt milieuproblemen concreet door ze lokaal op te lossen, in plaats van te denken in zwaar veralgemenende termen zoals ‘plastic is slecht’ of ‘recyclage is goed’. Spaarzaam omspringen met grondstoffen hoeft geen obsessie te worden, dat is de logica zelve. Los van milieuoverwegingen, hangt de kwaliteit van je leven op een gegeven moment niet af van de hoeveelheid wegwerpspullen die je verzamelt – integendeel. Zo zijn wegwerpzakjes bij nader inzien geen milieuprobleem, maar een milieuoplossing.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Rob Lemeire

Rob Lemeire (1973) is burgerlijk ingenieur. Hij was radicaal groen, nog voor dat mainstream was. Nu milieuactivisme zelf de heersende stroming is geworden voelt hij eerder de neiging om sterk op de rem te gaan staan.