JavaScript is required for this website to work.
WETENSCHAP

Forum

Waarom blijft de zon buiten beeld?

Willem Amery: ‘Ach, die vermaledijde fossiele brandstoffen. We reduceerden ze drastisch, maar het werd warmer.  Hoe kon dat?’

Willem Amery is doctor in de geneeskunde, heelkunde en verloskunde (KU Leuven) en doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen (RU Utrecht). Hij heeft een lange onderzoekscarrière achter de rug.

23/4/2025Leestijd 3 minuten

Iedereen weet dat het zonnetje de wereld warm houdt, maar toch besteedt niemand er aandacht aan wanneer het over klimaatopwarming gaat. Hoe komt dat toch?

Als een zware wolk op een hittedag voor de zon schuift, koelt het plots af. Volgens onderzoek van een Finse professor is het de zware bewolking die uiteindelijk de temperatuur op aarde regelt. Overdag kaatsen wolken de zonne-energie terug en beperken zo de opwarming. ’s Nachts, wanneer er geen zon is, verhinderen ze de afkoeling door als een deken te werken.

Verder zijn er de broeikasgassen. Zij doen het subtieler en werken als ‘warmtesponsjes’. Zowel overdag als ’s nachts houden zij infrarode stralen tijdelijk vast om ze na een tijd opnieuw uit te stralen. Dat proces staat bekend als het fameuze natuurlijke ‘broeikaseffect’. Niet onbelangrijk: zonder broeikasgassen zou het op aarde ruim 30 graden kouder zijn.

Zonneschijn

Terug naar de zon. Zonder de zonnestralen zou het onleefbaar koud zijn. Waarom is er dan zo weinig aandacht voor de zon wanneer het over klimaatopwarming gaat? Het lijkt zowat een blinde vlek bij klimaatwetenschappers, zelfs bij het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) dat voor de Verenigde Naties alle klimaatgegevens overziet.

Vijfentwintig wetenschappers hebben in 2021 daarover een diepgaande doorlichting van de wetenschappelijke literatuur gepubliceerd. Zij stelden vast dat er zestien degelijke studies over dit onderwerp gepubliceerd zijn, dat de studieresultaten variëren van ‘de zon verklaart zo goed als de hele opwarming’ tot ‘de zon heeft er geen invloed op’ en dat het IPCC besliste enkel rekening te houden met een minderheid van de studies, namelijk diegene die ‘geen invloed’ vaststellen.

Ook bij ons bestuderen wetenschappers zonnestraling. Volgens KMI-informatie is de jaarlijkse zonneschijnduur in de periode van 1887 tot 2023 opgelopen van zowat 1.500 tot ruim 1.700 uren.

Temperaturen

Andere gegevens wijzen ook naar de zon. Die is, met zijn zeer energierijke uv-stralen, een belangrijke oorzaak van kwaadaardig melanoom, de gevaarlijkste huidkanker. In onze streken is er een geleidelijke toename van het aantal melanoomgevallen, maar in het Verenigd Koninkrijk is dat aantal tussen 1993 en 2018 zowat verdubbeld. Al moet je opletten voor correlaties want een oorzakelijk verband bewijzen ze niet.

Er zijn evenwel directere indicaties. De zon zorgt voor onze maximumtemperaturen, maar voor onze minima zorgen verschillende mechanismen die zonnewarmte tijdelijk opslaan. Wellicht beseffen velen dat niet. Zelfs het IPCC werkt enkel met gemiddelde temperaturen, maar die geven niet aan welke rol de zon en de mechanismen die warmte bewaren spelen.

Maxima en minima kunnen ons dus veel vertellen. Daarom ben ik op drie ver uiteen gelegen plaatsen op zoek gegaan naar informatie: in Nederland, in het Mauna Loa-observatorium in Hawaï en in het Australische Campbelltown. Die plaatsen vertoonden een gelijkaardige tendens: de maxima stijgen er meer of sneller dan de minima.

Klimaatveranderingen

Het lijkt er dus sterk op dat de wereld meer zonnestralen ontvangt. Dat is niet eens verwonderlijk. Dankzij de Serviër Milanković (1879-1958) kennen we de ‘Milanković-cycli’: de voortdurend veranderende positie van de aarde ten opzichte van de zon leidt tot vrij langdurige klimaatveranderingen.

Als we even terugblikken in de tijd, zien we dat we momenteel nog aan het recupereren zijn van de ‘Kleine IJstijd’. Het was toen zo’n 1 à 2 graden kouder dan nu. Vóór die Kleine IJstijd was het dus warmer, net als nu. Alleen bestond de term ‘klimaatopwarming’ nog niet en gebruikte men evenmin fossiele brandstoffen.

Maar de wolken helpen ons, want zij temperen de hogere temperatuur. Dat hebben we zelf ondervonden. In 2020 was er een lockdownperiode: van 14 maart tot 11 juni viel al het gemotoriseerd verkeer zo goed als stil. De CO2-uitstoot daalde drastisch. Volgens de gangbare opvattingen moest onze aarde dus afkoelen. Toch genoten we van abnormaal hoge temperaturen en was er zo goed als geen lage bewolking of neerslag.

Fossiele brandstoffen

Ach, die vermaledijde fossiele brandstoffen. We reduceerden ze drastisch, maar het werd warmer. Hoe kon dat? Hun verbranding stelt CO2 en waterdamp vrij, en veroorzaakt luchtverontreiniging. Dat laatste leidt tot aerosolvorming waarrond waterdamp tot wolken condenseert, tot barrières voor de zonnestraling. Sommige ‘oplossingen’ voor de klimaatopwarming zouden dus averechts kunnen werken.

Wanneer komt er een klimaatwetenschapper met de boodschap ‘it’s the sun, stupid’?

Willem Amery is doctor in de geneeskunde, heelkunde en verloskunde (KU Leuven) en doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen (RU Utrecht). Hij heeft een lange onderzoekscarrière achter de rug.

Commentaren en reacties