fbpx


Vlaamse Beweging
Nick Peeters

Wordt de laatste tand van de leeuw getrokken?



Jong en Vlaams

Bepaalde – veelal partijgebonden – jongeren binnen de Vlaamse beweging lijken vandaag haast obsessief bezig met het ideaal om zoveel mogelijk mensen te betrekken bij het Vlaamse streven naar zelfbestuur. Ze lopen rond met het idee dat heel Vlaanderen achter dit ideaal zou moeten staan, terwijl de Vlaamse beweging vanouds eigenlijk een succesvolle minderheidsbeweging is.

Invloed of macht?

Anders dan de traditionele ideologische stromingen in dit ‘land’ hebben de Vlaams-nationalisten geen diepe maatschappelijke wortels, die het resultaat zijn van de verzuiling van de vorige eeuw. Wel steunt de Vlaamse beweging sinds haar ontstaan op sterke, leidinggevende symbolen, naar wie de rechtzoekende Vlamingen opkeken en -kijken. Die Vlaamse symbolen en hun aanhangers hadden in de vorige eeuw nooit nood aan de steun van 50% van de Vlamingen om verandering te bekomen. De Vlaams-nationalisten bezaten op geen enkel moment in het verleden een dergelijke macht als vandaag, doch was hun invloed in het verleden des te voelbaarder in de samenleving.

Tot spijt van wie het benijdt, maar de Vlaamse kwestie is een gegeven van strijd tot België stopt te bestaan. Doorheen het Belgische verhaal verkregen de Vlamingen hun rechten alleen maar door fel te rebelleren en op straat te protesteren. Vriendelijk aan tafel zitten met Franstaligen en/of vertegenwoordigers van het Belgische systeem heeft de Vlaamse beweging en Vlaanderen in het geheel zelden tot nooit een stap vooruitgeholpen.

Anno 2018 – ons verleden indachtig – plots beweren dat we onze koppige houding als Vlaams-nationalisten overboord moeten gooien, doet bij verschillende geëngageerde jongeren de wenkbrauwen fronsen. Het is immers net die Vlaamse koppigheid, die ervoor heeft gezorgd dat onze beweging nog bestaat en we vandaag toch nog een bedreigde maatschappelijke relevantie genieten. Willem Elsschot schreef in 1947 in niet te misverstane bewoordingen: ‘Gij dacht, o lijdzaam volk, dat ’t gruwelijk getij der oude tyrannie voor immer was voorbij. Weet nu dan dat uw stem door niemand wordt aanhoord, zolang gij stamelend bidt of bedelt bij de poort.’ Die boodschap is voor mij nog altijd actueel en dat zal ze ook blijven.

De beschaamdheid over het zogenaamde kaakslagflamingantisme

Zelf ben ik afkomstig uit een volstrekt apolitiek gezin en ik ontwikkelde mijn Vlaamsgezindheid als jonge tiener zodoende door eigen historisch onderzoek. Dat ik nogal wat geschiedenisboeken doorkruiste, betekent evenwel niet dat ik met mijn hoofd in het verleden leef. Integendeel werden bepaalde constanten in de manier waarop de Belgische staat en de Franstaligen met de Nederlandstaligen omsprongen en -springen al snel zichtbaar. Die constante zal zeker geen haar veranderen door na decennia van tweederangs burgerschap wat vriendelijker naar mensen te glimlachen en op een zachtere toon te praten onder het mom van een ‘zachtere vorm van het Vlaams-nationalisme’. Onze samenleving telt al genoeg navelstaanders. In de plaats hebben we juist nood aan meer overtuigde doeners, die volk op de been krijgen.

In het Vlaamse Woordenboek staat als beschrijving bij ‘kaakslagflamingantisme’: ‘Omdat men zich minderwaardig behandeld voelt als Vlaming’. Sinds kort beweren zelfverklaarde ‘rationele flaminganten’ dat zogenaamde ‘romantische kaakslagflaminganten’ alleen maar agressief en zonder tact kunnen overkomen, wanneer ze onrecht aanklagen. Daarbij wekken ze meteen ook de indruk dat deze laatsten moeilijk tot compromissen komen en al te veel mensen afschrikken. Ze lijken te vergeten dat de Belgische staat nooit met redelijke voorstellen voor de dag is gekomen en als ze al met iets op de proppen kwam, dan was het ‘too little, too late’, zoals N-VA-voorzitter Bart De Wever tijdens een radio-interview beweerde. Mijn excuses dat ik dan nog maar weinig geloof hecht aan de ‘Belgische redelijkheid’ en daarom begrijp dat geregeld met de Vlaamse vuist op de Belgische tafel moet worden geslagen. Ik en velen met mij weigeren spontaan ‘mea culpa’ te scanderen, wanneer we met reden forse taal hanteren.

Het ideaal van het compromis en de angst voor de eigen schaduw

Vlaams-nationalisten streven in wezen als geen ander naar een vredevolle maatschappij, maar dan moet er goede wil zijn van beide zijden. Hiermee wil ik zeker niet beweren dat alle Franstaligen van slechte wil zijn, maar het staat vast dat zij die het in het zuiden van ons land voor het zeggen hebben niet zo vriendelijk zijn voor ons, puur omdat ze zich superieur achten. Wanneer dag na dag echter bewezen wordt dat de Franstaligen de taalwetgeving niet respecteren, dan moeten de Vlamingen dit ook met alle middelen die ze ter beschikking hebben durven aankaarten. Het Belgisch compromis an sich heeft nooit bestaan en als men zich hier iets bij wil voorstellen, dan is het alleen maar een aaneenschakeling van Vlaamse toegevingen. Het enige resultaat hiervan is een flagrant onevenwicht, dat alleen maar zal toenemen.

Achter de vooropgestelde vriendelijkere toon van het ‘rationeel flamingantisme’ gaat schijnbaar een verlangen uit om elk ideologisch conflict met tegen, maar ook medestanders te vermijden. Zij die hun mond alsnog roeren, zijn blijkbaar achterhaalde kaakslagflaminganten en dus niet relevant. Bij de Vlaamse Volksbeweging pleiten we eerder voor het verenigen van strekkingen binnen onze beweging, dan dat we andersdenkenden verketteren en de fundamenten van ons Vlaams huis afbreken.

Sommigen zouden zelfs zo ver gaan, dat ze het eigen verleden totaal verloochenen. De Vlaamse Leeuw, de muzikale getuige van de gelijkheidsstrijd van ons volk, wordt geridiculiseerd alsof het dateert van ettelijke eeuwen terug. Onze vlag met zwarte leeuw is dan weer te agressief en zou mensen afschrikken. Zouden we niet eerder de kortzichtigheid van zij die onze leeuw haten proberen bij te werken, in plaats van op de knieën te gaan voor de noden van onwetende klagers? Er gaan zelfs stemmen op om de Vlaamse fronters van 1914-1918 niet meer te vermelden. Dit terwijl we het aan hun strijd tegen de Belgische onrechtvaardigheden te danken hebben, dat we vandaag in een geëvolueerd België leven waar een onstabiele consensus heerst. Alleen conflict verandert de wereld structureel. De huidige fouten en onvolkomenheden van de Belgische staat, zoals constante inbreuken op de taalwetgeving, de transfers, … vreten dan ook die consensus vandaag weer aan.

Het valt te betreuren dat de Vlaamse beweging vandaag door jongeren wordt verdeeld in mensen die zogezegd het ‘enige juiste pad’ volgen en anderen, die als verloren gelopen schapen worden beschouwd. Als het verleden ons iéts leert, is het dat de Vlaamse beweging alleen succesvol kan zijn wanneer iedereen onverzettelijk zijn steentje bijdraagt. Daarbij is het voor de jonge generatie Vlaamsgezinden van groot belang om met onze overtuiging niet stil te staan bij eeuwige middelmatigheid. Integendeel dienen we onze rol als -hopelijk- toekomstige bevrijders van Vlaanderen op te nemen zonder complexen. Anders kunnen we evengoed samen aardappelen gaan schillen.

Samen met Nick Peeters onderschrijven volgende mensen dit opiniestuk:

Thomas Decat, Arne Loosen, Yannick Dhondt, Lieselotte Decroix, Pablo Govaerts, Niklas Arents, Jeroen Bergers, Mike Schepers, Simon Cox, Lenn De Cleene, Stijn Bergers, Gust Cambré, Tim Pluys, Stijn Everaert, Jan Vanhove, Filip Penders, Tim De Clercq, Brent Roelandt, Dominic Potters, Jeroen Petit, Ward Dewitte, Jorden Dewachter, Jason Broodcoorens

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Nick Peeters

Nick Peeters is hoofdredacteur van de VVB-jongeren en bestuurslid bij Jong N-VA Leuven.