Benjamin Dalle: ‘Ik ga eerlijk zijn: binnen drie jaar is de drugscrisis niet opgelost’
Brusselse sterkhouder cd&v verdedigt 'zijn' regering-Dilliès

Benjamin Dalle, de enige cd&v-verkozene in het Brusselse Parlement.
foto © Belga
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementBenjamin Dalle is de enige cd&v-verkozene in het Brussels Parlement en meteen ook de enige vertegenwoordiger van zijn partij in de Brusselse regering-Dilliès. Gek genoeg is Dalle geen minister of staatssecretaris, maar werd hij voorzitter van de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, het parlement van de Vlaamse Brusselaars. ‘Net omdat ik niet in de regering zit, heb ik vrijheid van spreken.’
Benjamin Dalle (43) gaat al een tijdje mee in de politiek. Sinds 2008 was hij onder meer adviseur voor Yves Leterme, Steven Vanackere en Jean-Luc Dehaene. Hij onderhandelde in 2010 ook als grondwetspecialist van de KU Leuven mee het Vlinderakkoord, de laatste grote Belgische staatshervorming. In de Belgische regering-Michel was hij adjunct-kabinetschef van Justitieminister Koen Geens en in de Vlaamse regering-Jambon was hij minister van Media en Brussel.
Dalles ene parlementszetel bleek nodig om een Nederlandstalige meerderheid te kunnen vormen in de regering
En Dalles hart klopt nog altijd voor Brussel, de stad waar hij in 2006 als West-Vlaming naar verhuisde. Vandaag is hij met zijn ene zetel voor CD&V het (voorlopig) laatste restant van de christendemocratie in het Brussels Parlement, dertig jaar geleden nog de grootste Nederlandstalige partij in die assemblee.
Toch bestuurt cd&v sinds een maand het Brussels Hoofdstedelijk Gewest opnieuw mee. Na onderhandelingen die 600 dagen duurden – er werd vaak niet onderhandeld – bleek Dalles ene parlementszetel nodig om een Nederlandstalige meerderheid te kunnen vormen in de regering van MR-minister-president Boris Dilliès.
Een lezer bij Bruzz merkte aan het begin van de regering-Dilliès op: ‘Dit is een rechts kabinet met de PS.’ Klopt dat?
Benjamin Dalle: Daar is iets van, ja. De PS gaat tenslotte mee in de zware besparingen en het regeerakkoord kan je gerust centrum tot centrumrechts noemen, met zware accenten op veiligheid, netheid en bestuursefficiëntie. Het is alleszins een noodzakelijke correctie tegenover het beleid van ex-minister-president Rudi Vervoort (PS), die meer dan tien jaar lang liet aanmodderen.
U bent grondwetspecialist. Was het een reële optie dat de federale overheid had ingegrepen als Brussel onbestuurbaar was gebleken?
Juridisch is het onmogelijk om als federale overheid in te grijpen in het bestuur van Brussel. Wat wel kan, is dat dat de federale regering Brussel middelen ter beschikking stelt en daar bepaalde voorwaarden aan koppelt. Het probleem daarmee is dat je dan nog altijd een partner nodig hebt die die voorwaarden uitvoert. Een regering-Vervoort in lopende zaken zou zo’n voorwaarden waarschijnlijk níét uitvoeren, en al zeker niet zonder parlementaire meerderheid.
Als Brussel niet meer kan lenen, dan zit het met een probleem
Op een bepaald moment heeft premier Bart De Wever (N-VA) ermee gedreigd om als een soort IMF op te treden in Brussel. Dat is een de facto–scenario, want juridisch bestaat die mogelijkheid niet. Sterker nog: het federale niveau kan geen leningen geven aan het Brussels Gewest en kan zich zelfs niet garant stellen voor leningen. Als Brussel niet meer kan lenen, dan zit Brussel met een probleem aangezien de bijzondere financieringswet geen borgstelling van het federale niveau toelaat.
Dat is verhelderend om te horen.
Wat de federale overheid ook kan – in theorie althans – is Brusselse regeringsbeslissingen schorsen en bepaalde projecten met gemeenschappelijk belang coördineren. Maar zomaar de regie van een autonome regio overnemen, dat is juridische sciencefiction. Dat is net de kern van het Belgische federalisme: de deelstaten zijn volwaardige partners voor de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die ze uitoefenen.
Hoe staat het met het Nederlands in Brussel?
Uit het laatste VUB-taalonderzoek blijkt dat het Nederlands het in Brussel lang niet slecht doet, zeker niet bij de bevolking. Een bepalende factor is hoeveel jonge Vlamingen hier willen wonen en blijven om een gezin te stichten. Een vijfde van de Brusselaars gaat in het Nederlands naar school en dat is een forse nettoverbetering tegenover de FDF-jaren. Nederlands is een taal die ook geapprecieerd wordt omdat ze kansen biedt. Maar een deel van de oudere Franstalige politieke klasse heeft dat vaak nog niet door. Dat blijkt uit de rapporten van Brussels vicegouverneur Jozef Ostyn over de tweetaligheid van de Brusselse dienstverlening. Gelukkig staan jongere Franstalige politici meer open voor het Nederlands.
U bent met één zetel verkozen in het Brussels Parlement en daarmee ook voorzitter van de Raad van de VGC geworden. Een pyrrusoverwinning?
Eerst dit: ik weet dat er rond mijn aanstelling een zekere controverse is ontstaan doordat ik geen deel uitmaak van de Brusselse regering, maar ik steun wel de regeringsmeerderheid en werd aangesteld als voorzitter van de Raad van de VGC. Er was kritiek dat het reglement daarvoor werd aangepast. Vroeger was er immers een regel die stelde dat enkel bureauleden voorzitter van de Raad van de VGC konden worden, waardoor een eenmansfractie daarvoor niet in aanmerking kwam. Dat is aangepast. Dat ik alleen ben, verhindert niet dat ik mijn werk als voorzitter correct kan uitvoeren.
Dan, over de specificiteiten van de Brusselse democratie: wie niet met Team Fouad Ahidar in zee wil, die kan uiteindelijk niet anders dan een coalitie vormen waarin maar liefst vier partijen zitten: Groen, Vooruit, Anders en de cd&v. Ik vond het niet opportuun om na meer dan 600 dagen onderhandelen een extra staatssecretaris of een regeringscommissaris te eisen voor mijn partij. Zeker niet nu er net bespaard wordt op administraties en subsidies. Daarom heb ik voor deze oplossing gekozen. Ik hoop dat ik daarmee op de regering-Dilliès kan wegen.
Ik heb als eenmansfractie zonder regeringslid vrijheid van spreken
Uiteindelijk heeft cd&v goed onderhandeld: cd&v heeft een adjunct-kabinetschef op het kabinet van Boris Dilliès. Op die manier hebben we directe invloed. Daarnaast beschikken we over een aantal bestuursmandaten in belangrijke Brusselse instellingen. Ik ben dan wel alleen, maar net daardoor kan ik me kritisch opstellen ten opzichte van de meerderheid. Ik heb als eenmansfractie zonder regeringslid vrijheid van spreken.
Heeft uw partij kunnen wegen op het regeerakkoord?
Bij het begin van de regeringsonderhandelingen waren er elf pagina’s. Uiteindelijk zijn we geëindigd bij een regeerverklaring die 24 pagina’s telt. Belangrijke passages werden op mijn vraag toegevoegd. Thema’s als tweetaligheid, veiligheid, drugs en netheid zijn thema’s die u mee op ons conto mag schrijven.
Was het vanuit democratisch en strategisch oogpunt niet beter geweest indien de Vlaamse partijen geëist hadden dat ook N-VA deel uitmaakte van deze Brusselse Regering?
Ik ben daar al sinds 2024 voorstander van, een Brusselse N-VA die mee Brussel bestuurt. Sterker nog: N-VA heeft één zetel meer dan mijn partij, het zou logisch geweest zijn als ze mee hadden bestuurd. N-VA is een Belgische machtspartij die ook de eerste minister van het land levert. Maar het was en bleef ‘nee’ voor PS, en ook voor Ecolo en voor Defi, de enige mogelijke alternatieven voor de Franstalige socialisten. Ik betreur dat. Het is ronduit ondemocratisch omdat het ingaat tegen de bestuurslogica van de Brusselwet. Maar het was nog eens Vervoort in lopende zaken of de regering-Dilliès. Dus heb ik voor Dilliès gekozen.
Op die manier is PS natuurlijk wel beloond voor haar verrottingsstrategie. Valt er met die partij constructief te onderhandelen?
Ik heb PS-kopstuk Ahmed Laaouej verschillende keren gezegd dat zijn manier van werken haaks staat op de democratie. Maar wat Laaouej drijft in zijn haat voor N-VA, moet u aan hem vragen.
Wat Laaouej drijft in zijn haat voor N-VA, moet u aan hem vragen
Dat gezegd zijnde: Laaouej is een intelligente politicus en heeft een uitgebreid netwerk in Brussel. MR mag de verkiezingen van 2024 in Brussel dan wel gewonnen hebben, maar PS heeft ze uiteindelijk niet verloren. Die partij is in Brussel nog altijd machtig. Daarom heeft Laaouej binnen zijn partij steun gekregen om njet te blijven zeggen.
Wat vindt u eigenlijk van de nieuwe Brusselse minister-president Boris Dilliès?
(Denkt na) Dilliès weet dat zijn kennis van het Nederlands bijgeschaafd moet worden. Voorts zie ik iemand die verbindend is en ook talent nodig zal hebben. Hij heeft zeker alle gunstige eigenschappen om het de komende drie jaar goed te doen. Ik hoop dat hij het volledige regeerakkoord kan realiseren. Dat wordt een grote budgettaire uitdaging. Proportioneel heeft geen enkele Belgische overheid ooit al zoiets gedaan. Dilliès verdient dus het voordeel van de twijfel.
Is het regeerakkoord realistisch?
Het begrotingsluik is alleszins duidelijk: er moet verplicht meer dan een miljard structureel bespaard worden op drie jaar tijd. Andere hervormingen zullen langer dan drie jaar duren, daar wil ik eerlijk in zijn. De drugscrisis zal niet in 2029 opgelost zijn, ook al kan er op drie jaar tijd veel gebeuren.
Ook wat netheid betreft, voert Brussel nu pas hervormingen door die al lang hadden moeten plaatsvinden. Vandaag mogen Brusselse vuilnisophalers naar huis als hun werkdienst erop zit. De gemiddelde werkdag bij Net Brussel bedraagt daardoor nog geen vijf uur en de focus van veel vuilnisophalers ligt op hun shift afhaspelen en snel naar huis. Dat moet veranderen: men zal kwalitatiever moeten werken en langer beschikbaar moeten blijven zolang de shift loopt. Maar de resultaten van zulke hervormingen tonen zich over meer dan drie jaar.
Wat met de hervorming van de Brusselse politiezones? Die worden in Vlaanderen met argusogen gevolgd.
Er staat dankzij cd&v in het regeerakkoord dat het Brussels Gewest die hervorming met federale loyauteit gaat uitvoeren en dus geen stokken in de wielen zal steken. Na de zesde staatshervorming heeft Brussel zelf belangrijke veiligheidsbevoegdheden gekregen. Het gewest heeft dus alle instrumenten in handen om die federale wet over de Brusselse politiezones mee tot een goed einde te brengen. Het stemt mij optimistisch dat Boris Dilliès, zelf geen grote voorstander van de politiehervorming, in het parlement heeft gezegd dat hij die hervorming wel gaat uitvoeren. Sterker nog: Dilliès zegt dat hij die hervorming zelfs wil coördineren. Dat is al een dag en nacht verschil met Rudi Vervoort, die met zijn nieuwe veiligheidsbevoegdheden niets heeft aangevangen.
MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez maakt er geen geheim van dat hij de Vlaams-Brusselse gewaarborgde vertegenwoordiging wil afschaffen. Wat is uw antwoord als VGC-raadsvoorzitter?
(Droog) Zoals u weet ben ik een jurist met specialisatie in grondwettelijk recht. Elke verandering aan de Brusselse gewaarborgde vertegenwoordiging van de Vlamingen brengt een gesprek op gang over de pariteit in de federale regering. Als Bouchez vanuit Bergen denkt dat hij even kan morrelen aan Brussel, dan moet hij ook eerlijk genoeg zijn om aan de federale evenwichten te morrelen.
Brussel is een stad van minderheden die ondertussen al aardig overweg met het Nederlands kunnen
Wat mij vooral stoort aan die uitspraak van Bouchez is dat hij ervan uitgaat dat de Vlamingen slechts 10 procent van de Brusselaars uitmaken, en de eentalige Franstaligen de overige 90 procent. Maar Brussel is allang niet meer die stad: de eentalige Franstaligen zijn hoop en al nog 40 procent. Brussel is een stad van minderheden. Flink wat van die minderheden kunnen ondertussen al aardig overweg met het Nederlands. Welk gesprek denkt Bouchez eigenlijk aan te gaan? Hij dreigt het kind met het badwater weg te gooien. De VGC werkt goed. Wij bereiken de Brusselse Vlamingen echt, hé. En nog veel meer mensen daarbuiten. Ik denk dat Bouchez niet goed weet wat er in Brussel leeft en alles nogal ideologisch bekijkt.
Nu: als Brussel een stad van minderheden is, kan je natuurlijk ook redeneren dat je de democratie daaraan moet aanpassen en dat de harde tweedeling tussen het Nederlands en het Frans voorbijgestreefd is, niet?
De tweedeling is taalkundig, niet demografisch. Het gaat erover dat de verschillende Brusselse minderheden reële linken hebben met de Franse, dan wel de Vlaamse Gemeenschap in Brussel, en dat de Brusselaars op die manier verweven zijn met de hoofdstedelijke functie van de stad. Net dat verantwoordt de grondwettelijke garanties voor de Vlamingen en investeringen die ermee gepaard gaan.
Sinds 1989 – toen het Brussels Gewest opgericht is – is Brussel veranderd. Ook in Vlaanderen neemt het aantal mensen toe dat niet meer wakker ligt van Brussel, de Vlaamse Brusselaars en hun vertegenwoordiging. Kan je Brussel nog wel aan Vlaanderen linken als de Vlaming Brussel almaar minder als hoofdstad beschouwt?
Het klopt wat u zegt: Brussel is niet geliefd in Vlaanderen en is dat eigenlijk nooit geweest. Vroeger bestond er een politieke consensus dat Brussel de Vlaamse hoofdstad was en dat die functie ook investeringen vereist. Die consensus is aangetast, bij alle politieke partijen. Als Brusselaar wil ik die consensus verdedigen. Maar Brussel moet natuurlijk ook al die aandacht verdienen. Daarom is het van kapitaal belang dat de regering-Dilliès de rekeningen op orde krijgt en goed leert samenwerken met Vlaanderen.
Daarom is het van kapitaal belang dat de regering-Dilliès de rekeningen op orde krijgt en goed leert samenwerken met Vlaanderen
Zet de Nederlandstalige minderheid in Brussel zichzelf niet vaak buitenspel door allerlei veto’s van de Franstaligen te aanvaarden? Zeven van de zeventien Nederlandstalige parlementszetels – die van N-VA, Team Fouad Ahidar en Vlaams Belang – zijn de facto onbruikbaar. Dat kan een kleine minderheid zich toch niet permitteren?
Die voor het Vlaams Belang, j’assume, daar blijf ik van overtuigd dat het cordon mag blijven bestaan. Tegen Ahidar en N-VA heb ik geen veto’s. Dat is de verantwoordelijkheid van andere politieke partijen en u moet hen daarop aanspreken.
Iets wat in Brussel nog altijd uitblijft, is de fusie van verschillende gemeenten. Het is toch logisch als de Brusselse gemeenten, net als in Antwerpen en Parijs, districten zouden worden? Waarom staat die hervorming niet in het regeerakkoord?
Tja, ik heb onlangs net hetzelfde gezegd in de commissie van het Brussels Parlement: in een ideale wereld bestuur je een stad zoals Parijs, met arrondissementen, maar vooral met een sterke centrale stadsoverheid. Maar de Franstaligen zijn nog altijd communalisten: hun gemeente is voor hen uiterst belangrijk. Ook moet ik bekennen dat veel van die gemeenten wel een meerwaarde hebben: iemand die in Jette woont hecht eraan in Jette te wonen, en iemand die in Watermaal-Bosvoorde woont is vaak tevredener over zijn gemeente dan over het Brussels Gewest.
Politiek is de fusie van de Brusselse gemeenten onhaalbaar. Maar je kan natuurlijk wel de bevoegdheidsverdeling kritisch tegen het licht houden. Ook dat staat in het regeerakkoord: er moet de komende drie jaar een kritische analyse komen over de bevoegdheidsverdeling in Brussel. En ik ga dat scrupuleus opvolgen.
| Categorieën |
|---|
| Tags |
|---|
| Personen |
|---|

Christophe Degreef is journalist voor Doorbraak. Thema's: Wallonië, energiebeleid, wetenschap en politiek.
Vlaams minister-president Matthias Diependaele gewrongen: Europese inkomsten mislopen of onpopulaire maatregel goedkeuren.
Gekkigheid mag, maar het moet wel gekkigheid blijven.











