JavaScript is required for this website to work.
Wetenschap

Konden we coronadoden vermijden?

Vragen bij het Belgische coronadebacle

Koen Tanghe7/6/2020Leestijd 5 minuten
Had minder getalm en meer actie doden kunnen vermijden?

Had minder getalm en meer actie doden kunnen vermijden?

foto © Belga

België wereldkampioen Coronadoden? Het is alsof Marc Coucke de afgang van Anderlecht zou proberen goed te praten door erop te wijzen dat je evengoed naar het aantal corners kunt kijken, of naar het aantal kilometers dat het aflegt op het veld.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Als we even abstractie maken van het dwergstaatje San Marino (33,000 inwoners, gelegen in Noord-Italië) staat België momenteel met 820 COVID-19 doden per miljoen inwoners met stip op 1 in de wereldranking van worldometer.

Oversterfte

Lange tijd heeft men de boot proberen af te houden door erop te wijzen dat we onze coronadoden beter tellen dan andere landen. In een recent interview doet Erika Vlieghe, de voorzitter van de groep van experten die instaat voor de exit uit de coronaviruscrisis (GEES), dat trouwens nog altijd.

Nochtans suggereren zogenaamde oversterftecijfers al geruime tijd dat dit maar een deel van de waarheid is. Volgens recente berekeningen van de Financial Times, bijvoorbeeld, behoort België qua oversterfte tot de top 4, samen met Spanje (1) het Verenigd Koninkrijk (2) en Italië (3). Nummer 5, Nederland, heeft ongeveer een derde minder oversterfte, andere landen ongeveer de helft of minder.

Britse mea culpa, VRT nuanceert

De Britse commentator Ambrose Evans-Pritchard stelt dat het Verenigd Koninkrijk maar 1000 coronavirus doden had mogen tellen, wat neerkomt op een paar honderd voor België. ‘All the other deaths are in essence a policy failure.’ Over een onwaarschijnlijke ramp gesproken…

In een bizar stukje gooit de immer staatsvriendelijke VRT het dan maar over een andere boeg. Er zijn veel factoren die verklaren hoe stevig het virus toegeslagen heeft in een land en we mogen niet enkel naar de mortaliteit kijken. In België hebben we bijvoorbeeld ‘een beter beeld van de werkelijke COVID-overlijdens’ en ‘ons zorgsysteem is niet overbelast geraakt’.

Het is alsof Marc Coucke de afgang van Anderlecht zou proberen goed te praten door erop te wijzen dat je evengoed naar het aantal corners kunt kijken dat een team toegewezen krijgt tijdens een seizoen, of naar het aantal kilometers dat het aflegt op het veld.

De uitsmijter van het stukje is dat uiteindelijk geen enkel land écht gewonnen heeft in deze crisis. Werkelijk? Mocht er één winnaar aangeduid moeten worden, dan zou dat Mongolië zijn. Al zijn er nog tal van andere landen of deelstaten die zonder meer succesverhalen genoemd kunnen worden, van Nieuw-Zeeland en Duitsland  tot Vietnam, Cuba en de Indiase deelstaat Kerala.

Mongolië

Laten we het echter houden bij Mongolië. Het land heeft zero doden en zero lokale transmissie van het virus, ook al is het een buurland van China en zijn er dagelijkse vluchten naar Wuhan. Dat is te danken aan een combinatie van de laagste bevolkingsdichtheid ter wereld en een extreem goed beleid. Het is dankzij dat beleid, en enkel dankzij dat beleid, dat het coronavirus zelfs in de dichtbevolkte hoofdstad Ulaanbaatar geen voet aan wal kreeg.

Het Mongoolse geheim? Ze namen het virus al doodernstig in januari, toen China de provincie Hubei in cordon sanitaire plaatste. Drie dagen later waren de universiteiten gesloten en publieke evenementen verboden. Mongolië repatrieerde burgers en plaatste ze in quarantaine. In februari bereidde Mongolië zich voor op een uitbraak door voorraden mondmaskers, testkits en beschermingsmateriaal aan te leggen. Ook al waren er ook toen nog niet eens besmettingen vastgesteld.

Beleid beleid beleid

België is zowat het spiegelbeeld van Mongolië: een grote bevolkingsdichtheid (maar lager dan die van Nederland) en een zeer slecht beleid. Die eerste factor heeft wel degelijk een belangrijke rol gespeeld: onderzoek naar het debacle in Lombardije heeft uitgewezen dat luchtverontreiniging geen verschil maakte maar bevolkingsdichtheid wel.

Een goed beleid had de effecten van de bevolkingsdichtheid echter kunnen neutraliseren. We kregen helaas het omgekeerde, ondanks waarschuwingen van wereldvermaarde epidemiologen en virologen. Wie niet meeging in het ‘het is maar een griepje’-verhaal, werd afgeblaft (Marc Van Ranst ziet er trouwens nog altijd geen graten in).

Al moet daar meteen aan toegevoegd worden dat België, qua timing van de genomen lockdownmaatregelen, niet moet onderdoen voor een aantal Europese landen die het (veel) beter gedaan hebben, waaronder Duitsland en Nederland. Het voornaamste probleem is wellicht dat het virus hier voor die lockdown al ruim verspreid was. Het nalaten, door minister van volksgezondheid Maggie De Block, om een eerder vernietigde strategische voorraad van miljoenen mondmaskers in allerijl te vervangen, heeft daarbij een cruciale rol gespeeld.

‘Volstrekt zinloos’

Het is de reden waarom Marc Van Ranst mondmaskers lange tijd als ‘volstrekt zinloos’ afdeed. Uit een recente Pano-uitzending is verder ook gebleken dat de openbare instelling Sciensano een beperkte gevalsdefinitie voor het testen van mogelijk besmette mensen afdwong omdat er onvoldoende beschermingsmateriaal was voor artsen. Tegen de zin van Van Ranst in. In het Verenigd Koninkrijk wordt het afzien van testen inmiddels als de voornaamste oorzaak beschouwd van het hoge aantal doden in dat land.

Er zijn nog twee redenen waarom België relatief weinig testte, en het virus zich snel kon verspreiden. Het laboratorium van Van Ranst werd aangeduid als het enige referentielaboratorium en er bleek al snel een tekort te zijn aan de voor tests noodzakelijke reagentia. Niet zo lang geleden noemde Van Ranst breed testen trouwens nog altijd een ‘fetisj’ van ‘salonvirologen’. Allicht is ook dat niet toevallig.

Daar waar landen als Duitsland massale voorraden aanlegden en andere landen (Taiwan en Zuid-Korea) zelfs fabrieken ombouwden om reagentia te produceren, gebeurde hier niks van dat alles. Doordat er maar één referentielaboratorium was, duurde het verder vaak ook lang vooraleer testresultaten bekend raakten. In tussentijd konden geïnfecteerde mensen hun omgeving besmetten.

Een arts in de Pano-uitzending noemt deze situatie onbegrijpelijk, Herman Goossens noemt ze absurd, Van Ranst ontkent: op 14 februari was er al een netwerk van laboratoria. Hij zegt er echter niet bij dat zijn referentielab alle positieve testen nog altijd moesten bevestigen.* Dat was wellicht het probleem.

Volgens Christophe Goossens, lid van de Parti Libertarien, werd via een Koninklijk Besluit (Belgische Staatsblad 18 maart 2020) trouwens ook maar één test toegestaan. Juist: die van Van Ranst. Een Brussels bedrijf, dat een alternatieve test ontwikkelde, week dan maar uit naar Hong Kong.

De Ischl-kwestie

Tot slot waren er natuurlijk ook nog de skitripjes naar Oostenrijk en Italië. Die konden eind februari nog volgens Van Ranst (al moest men ‘proberen’ mensenmassa’s te vermijden) en Herman Goossens. Mensen die terugkeerden uit skigebieden moesten niet in quarantaine (‘wetenschappelijk gezien heeft dat geen enkele zin’, dixit Maggie De Block).

Het zal U inmiddels niet verwonderen dat Van Ranst ook daar nog altijd geen inschattingsfout in ziet, net zomin als Goossens trouwens. Het is wellicht mede daardoor dat het virus zich hier verspreidde vanuit een groot aantal besmettingshaarden en een nog groter debacle maar op de valreep vermeden werd.

Van Ranst

In 2009 vroeg de Belgische Vereniging van Artsensyndicaten (BVAS) op een bepaald moment het ontslag van Van Ranst als interministerieel commissaris influenza omdat hij zijn ‘fouten en zijn chaotische beheer (van de Mexicaanse griep – nvda) aan het maskeren’ was. Hij wekte ‘twijfels op over zijn capaciteiten om de gebeurtenissen in goede banen te leiden, en [nam] het vertrouwen weg van het medische korps’.

Je kunt je afvragen of hij het er deze keer veel beter vanaf gebracht heeft. Als viroloog heeft hij ongetwijfeld grote verdiensten. Gezien zijn uitmuntende communicatieve skills zou hij als extreem-links politicus allicht eveneens hoge toppen kunnen scheren. Voor het managen van epidemieën, daarentegen, lijkt Van Ranst veel minder in de wieg gelegd te zijn. Al was hij natuurlijk lang niet de enige architect van het rampzalige Belgische beleid en ligt de politieke eindverantwoordelijkheid sowieso bij Maggie De Block.


* In maart verklaarde Van Ranst dat zijn referentielab de capaciteit had om dagelijks honderden stalen te testen, en dat het dit desnoods kon optrekken ‘tot zelfs enkele duizenden’. Het artikel vervolgt: ‘Daarnaast zijn een aantal ziekenhuizen bij machte om zelf stalen te testen op corona: het gaat om het UZ Gent, het UZA, het UZ Leuven, het Sint-Jan-ziekenhuis in Brugge en het AZ Aalst. Blijkt uit hun controle dat u geen corona hebt, dan bent u 100 procent zeker corona-vrij. Is de test positief, volgt een bijkomende controle door het referentielab van de KU Leuven.’

Koen Tanghe is als onderzoeker in de geschiedenis en de filosofie van de levenswetenschappen verbonden aan de UGent.

Commentaren en reacties