fbpx


Buitenland
Lincoln

David Reynolds: Lincoln ‘haatte de slavernij en wilde ze afschaffen’

Waarom het betoog van Frank Albers in Interne Keuken geen steek houdt



De dag dat de slavernij werd afgeschaft is in de Verenigde Staten deze maand voor het eerst gevierd als een nationale feestdag (‘Juneteenth’). Naar aanleiding daarvan was vorige week zaterdag Frank Albers te gast in Interne Keuken. Hij sprak er over de vuistdikke nieuwe biografie van Abraham Lincoln van David S. Reynolds: Abe. Abraham Lincoln in his Times. ‘Moeten jullie lezen’, had Albers de redactie van Interne Keuken laten weten.

Toen het al snel over Lincolns positie ten aanzien van de slavernij ging, stak Albers echter een betoog af dat mijlenver staat van dat van Reynolds zelf. Zonder dat dat op enig moment duidelijk gemaakt werd. Waarom was Lincoln tegen de slavernij? Dat was niet omdat Lincoln sterke morele bezwaren had tegenover de slavernij an sich, aldus Albers. Lincoln begreep dat slavernij een splijtzwam aan het worden was die de unie in twee dreigde te breken. ‘Voor Lincoln ging het niet om de slavernij, maar om het land bijeen te houden’, werd de titel boven het interview. Dat is trouwens nog steeds op de website van de VRT terug te vinden.

‘Veralgemening’ van de slavernij

Albers ondersteunde dit betoog met een uitspraak van Lincoln. ‘Lincoln’, aldus Albers, ‘zei dat als hij het land bijeen kon houden door de slavernij in alle staten in te voeren, hij dat onmiddellijk zou doen.’ Alleen… Lincoln heeft die uitspraak nooit gedaan. Albers had hier waarschijnlijk een citaat van Lincoln uit 1862 in gedachte. Daarin verklaarde die laatste: ‘Indien de Unie gered kan worden door alle slaven te bevrijden, zou ik het doen; indien de Unie gered kan worden door geen slaven te bevrijden, zou ik het doen; indien de Unie gered kan worden door een deel van de slaven te bevrijden, zou ik het doen’.

Dat klinkt alsof Lincoln niet de fanatiekste vijand van de slavernij was. Maar daarmee zei hij natuurlijk niets over een mogelijke ‘veralgemening’ (Albers’ woordkeuze) van de slavernij. Hij praat alleen over het al dan niet vrij verklaren van mensen die de facto reeds slaaf waren in de (hoofdzakelijk) zuidelijke staten.

De ‘Emancipation Proclamation’

Bij Reynolds wordt die uitspraak bovendien geduid als een manoeuvre om het terrein te effen voor de Emancipation Proclamation (1863) die Lincoln aan het voorbereiden was. Die zou de slaven in rebellerende staten ‘voor altijd vrij’ verklaren (wat vervolgd zou worden met de aanname van het Dertiende Amendement in 1865 dat de slavernij definitief afschafte). Lincoln voorzag de verontwaardiging van racistische conservatieven. Hij trachtte met een aantal tactisch weloverwogen uitspraken hun kritiek op voorhand te ontkrachten. Reynolds vat het zo samen: ‘Lincoln always hated slavery and wanted it to be abolished. However, he lived in an intensely racist and conservative era, and as a politician he sometimes had to adapt to his environment.’

Overigens is het idee dat Lincoln uitspraken zou gedaan hebben over het veralgemenen van de slavernij in het midden van de burgeroorlog, waar conflicten rond slavernij net de aanleiding toe hadden gevormd, eigenlijk te gek voor woorden. Men kan zich de zwarte soldaten in herinnering halen die in het begin van de film van Steven Spielberg (Lincoln) tegenover Lincoln hun ongenoegen uiten over de ongelijke behandeling van zwarten in het noordelijke leger. En men kan zich hun reactie voorstellen bij een uitspraak van Lincoln die erop neerkwam dat die soldaten, als de strijd goed en wel voorbij was, in de slavernij zouden worden gedwongen. Albers noemt Lincoln een ‘racist’. Op zich een betwijfelbare stelling. Bovendien lijkt hij in hem ook een kwade genius te herkennen.

De ‘Jim Crow’-wetten

Het betoog van Albers is echter niet alleen problematisch omdat het berust op een foutief aan Lincoln toegeschreven uitspraak en diametraal ingaat tegen het boek dat hij zogezegd aan het bespreken is. Albers verwoordt in feite een variant op de zeer beladen stelling dat de burgeroorlog helemaal niet om de slavernij had gedraaid. Die stelling stak snel na het einde van de burgeroorlog de kop op. Ze werd in de zuidelijke staten door lokale gezaghebbers ingezet om bevrijde slaven opnieuw in een de facto systeem van onderwerping te dwingen. Dat werd door zwakke politici in het noorden oogluikend toegestaan. ‘We fell under the leadership of those who would compromise with truth in the past in order to make peace in the present’, schreef de Afro-Amerikaanse mensenrechtenactivist William Du Bois in 1935.

Cynisch genoeg werd het feit dat na de burgeroorlog een systeem van segregatie is geïnstalleerd (met de zogenaamde ‘Jim Crow-wetten’) later als bijkomend argument gebruikt voor de stelling dat de burgeroorlog inderdaad niet om slavernij had gedraaid. Dat argument wordt vandaag zelfs gebruikt door Vlaamse politici om een identiteitsdiscours te stutten. Zo schreef Bart De Wever in Over identiteit (2019): ‘Dat de slavernij wel de aanleiding maar niet de oorzaak was van de Amerikaanse burgeroorlog, blijkt uit de realiteit dat de zuidelijke staten van de VS vrij snel na de burgeroorlog terugkeerden naar een gesegregeerde samenleving waarin zwarten zowel sociaal als juridisch tweederangsburgers waren.’ De burgeroorlog ging voor De Wever dan ook over de Amerikaanse nationale identiteitsontwikkeling.

Slavernij als erfzonde

De burgeroorlog draaide echter natuurlijk wel eerst en vooral om de slavernij. Hij kwam voort uit het te grote spanningsveld tussen een republikeinse grondwettelijke orde op basis van het principe van de gelijkheid van alle mensen, en de meest extreme vorm van ongelijkheid die het slavensysteem inhield. Met de verkiezing van Lincoln kwam die spanning tot een kookpunt. De daaruit volgende burgeroorlog werd door hem aangegrepen om, met bewonderenswaardig tactisch en politiek-strategisch vernuft, de definitieve afschaffing van de slavernij erdoor te duwen.

(De auteur citeert voor het artikel uit persoonlijke correspondentie met David S. Reynolds)

Stefaan Marteels Natiestaat contra Republiek is te koop in de online boekhandel van Doorbraak.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Stefaan Marteel

Stefaan Marteel is historicus en auteur van Natiestaat contra Republiek: de ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme (Garant, 2021)