fbpx


Binnenland

De Belgische coronastrategie

Hoe het anders én beter kan



Het overlegcomité van afgelopen vrijdag liep uit op een sisser: men besliste om niets te beslissen. Terwijl het – hoe moeilijk en onduidelijk de omstandigheden ook zijn – nochtans niet onmogelijk is om het beleid hier en daar wat bij te sturen en een stuk efficiënter te maken. Viermaal anders en beter, op basis van gesprekken met drie experts.

I. Win tijd, en zorg voor een snellere bescherming van de meest  kwetsbaren

Al sinds het begin van de vaccinaties opteren onder meer de Britten ervoor om in eerste instantie zoveel mogelijk mensen met maar één dosis in te enten. De Britse gezondheidsdienst publiceerde begin deze week een eerste studie die aantoont dat één dosis van het Pfizer-Biontechvaccin een testgroep gezondheidswerkers jonger dan 65 voor 72 procent beschermde tegen een zware infectie. Een dubbele dosis van dat vaccin trekt de beschermingsgraad op tot 85 procent. Astra Zeneca van zijn kant liet weten dat één dosis van hun vaccin het aantal hospitalisaties met 94 procent zou doen afnemen.

Ook de nieuwe Italiaanse regering zou nu overwegen om de toediening van de tweede dosis van het vaccin uit te stellen, zodat er in een eerste ronde al veel meer kwetsbare profielen kunnen worden ingeënt. ‘Begin dit jaar werd mijn mening gevraagd over één enkele vaccinatie met het Pfizer-vaccin. Ik was daar toen tegen gekant,’ klinkt het bij Zeger Debyser, hoofd van de afdeling moleculaire virologie en gentherapie aan de KU Leuven. ‘Er waren te weinig gegevens en ik vreesde ook voor resistente stammen. Wat het Pfizer-vaccin betreft, ben ik daar nog altijd geen groot voorstander van, al kan je de termijn tussen beide vaccinaties wel wat oprekken, zoals ook de Denen doen.

‘Daarnaast moeten we gewoonweg ook minder vaccins in reserve houden, en op dat vlak doet ons land het momenteel het goed. We verliezen te veel tijd nu.’ Voor het Astra Zeneca-vaccin – dat een compleet ander vaccin is – liggen de kaarten anders, vindt hij. ‘Daar kan je 12 weken wachten voor de tweede dosis, en ik heb het gevoel dat er intussen  een consensus bestaat in ons land om de beschikbare doses niet op te sparen, en zo veel meer mensen al een basisbescherming te bieden. Los daarvan valt er ook tijdswinst te boeken door mensen die al corona hebben doorgemaakt sowieso maar één dosis meer te geven, zoals ook de Franse gezondheidsraad geadviseerd heeft. The Lancet publiceerde daar deze week ook een heel duidelijke studie over.’

Debyser pleit er tegelijk ook voor om pakweg de tachtigjarigen die nog thuis wonen én zeer kwetsbaar zijn sneller te vaccineren. ‘Ik begrijp dat het zorgpersoneel prioriteit krijgt. Maar je kan je toch de vraag stellen of het ondersteunend personeel in die ziekenhuizen ook voorrang moet krijgen: moet een kerngezonde 25-jarige die in een ondersteunende functie werkt prioriteit krijgen op een zeer kwetsbare tachtiger die thuis woont? Mogelijk is dit een logistiek probleem, maar in het advies van het Comité voor Bio-ethiek – waarvan ik deel uitmaak – hebben we er wel degelijk voor gepleit om de ouderen die nog thuis wonen voorrang te geven.’

II. Méér vaccins bestellen is wel degelijk een politieke keuze.

De Standaard bracht deze week uit dat ons land eind vorig jaar de kans liet liggen om extra vaccins van Pfizer-Biontech te bestellen. Alle vaccins voor de EU-lidstaten worden besteld via de raamcontracten die de Europese Commissie daarover met de verschillende farmabedrijven afsloot. ‘Die vaccins worden vervolgens volgens een vaste verdeelsleutel, gebaseerd op de bevolkingsaantallen, pro rata verdeeld onder de lidstaten. Alleen kunnen die lidstaten achteraf zelf met elkaar nog andere afspraken maken om zes effectief te verdelen,’ verduidelijkt Stefan De Keersmaecker, woorvoerder van de Europese Commissie. ‘Zo kon het gebeuren dat een bepaalde lidstaat minder geïnteresseerd was in één bepaald vaccin, waardoor er opnieuw doses van dat vaccin vrijkwamen. De onderhandelingen over de eventuele aankoop daarvan zijn een exclusieve bevoegdheid van de lidstaten zelf, daar heeft de Commissie dus helemaal niets mee te maken.’

Wat blijkt nu? Onder meer Denemarken is er zo in geslaagd om ruim een derde meer vaccins van Pfizer-BioNTech te bemachtigen. Omdat de Deense regering zich, in tegenstelling tot de Belgische, half december wél geïnteresseerd toonde om de vrijgekomen doses aan te kopen. Datzelfde Denemarken dus waar volgens het European Centre for Disease Prevention and Control al 7,4% van de bevolking minstens één maal gevaccineerd werd. In eigen land ligt dat percentage voorlopig op een wel zeer schamele 4,5%. Het idee dat ons land voor de bestelling van de vaccins met handen en voeten gebonden was aan de Europese verdeelsleutel klopt dus niet. En de verantwoordelijkheid om niet méér Pfizer-BioNTech-vaccins aan te kopen, lag in België bij de verschillende ministers van Welzijn en Volksgezondheid.

Zij baseerden zich daarvoor op een advies van een – jawel – geheim adviescomité. ‘De lidstaten hebben effectief flink wat eigen speelruimte om zelf meer of minder vaccins aan te kopen,’ bevestigt De Keersmaecker. ‘Dit is hun eigen politieke verantwoordelijkheid.’ Alle Pfizer- en Astra Zeneca-vaccins werden intussen effectief toegewezen, maar binnenkort zal ook het Johnson & Johnson-vaccin ter goedkeuring voorliggen bij het Europese Geneesmiddelenagentschap. Van dit vaccin is maar één dosis nodig en je moet het bovendien maar bij -8° bewaren. Het is dus een stuk laagdrempeliger dan de vaccins die al op de markt zijn. Ons land heeft hiervan, op basis van het Europese raamcontract, recht op vijf miljoen van de eerste bestelling van 200 miljoen doses.

Daarnaast heeft de Commissie bij Johnson & Johnson ook een optie genomen op nog eens 200 miljoen extra doses. ‘Het is aan de individuele lidstaten zelf om te beslissen of ze dan met andere lidstaten willen onderhandelen over een ruimer aandeel daarvan, zoals onder meer Denemarken met het Pfizer-vaccin gedaan heeft,’ klinkt het nog bij de woordvoerder. Met andere woorden: België krijgt binnenkort een herkansing om, minstens in het aantal bestellingen, het Deense voorbeeld te volgen. Waarna we enkel nog de vaccinatiestrategie zelf op Deense leest moeten schoeien.

III. Versoepelingen zijn mogelijk, laat het gezond verstand primeren

Epidemioloog Luc Bonneux, zelf werkzaam in Nederland, kan het niet voldoende benadrukken: alle maatregelen zijn er in eerste instantie op gericht om tijd te winnen, in afwachting van de vaccinatie van de meest kwetsbare doelgroepen. Bovendien weten we van heel wat maatregelen ook niet echt hoe doeltreffend ze precies zijn. ‘België heeft in de eerste golf op onwaarschijnlijke wijze geflaterd, waardoor er vooral in de woonzorgcentra heel veel te vermijden slachtoffers zijn gevallen. Tijdens de tweede golf daarentegen was ons land bij de beste leerlingen van de Europese klas en deed België het beter dan Nederland.’

‘Enkel op vlak van communicatie en openheid naar de bevolking toe – in mijn ogen essentieel om het draagvlak te behouden – blijft ons land bijzonder zwak scoren.’ En dan rijst uiteraard de vraag: hoe kunnen we het beleid de komende maanden bijsturen in een poging om enerzijds de epidemiologische situatie onder controle te houden en anderzijds de negatieve impact van de maatregelen voor de brede bevolking een stukje kleiner te maken?’ Bonneux doet enkele suggesties.

  • De mondmaskerplicht in open lucht

‘Wat mij betreft, bestaat er op dat vlak weinig twijfel: zo’n masker buiten heeft enkel zin als je minstens een kwartier op minder dan een meter afstand met iemand praat. Een algemene verplichting in stadscentra, in parken of godbetert op de zeedijk is pure symboolpolitiek, die het draagvlak bij de bevolking verder ondergraaft. De boodschap aan de bevolking kan dus helder zijn: neem altijd en overal een mondmasker mee en zet het op zodra je in open lucht langere tijd met iemand praat en niet minstens een meter afstand kan houden. Er zullen altijd wel wat mensen zijn die er de kantjes aflopen, maar ik denk dat de overgrote meerderheid van de bevolking slim en verantwoordelijk genoeg is om die regel zelf toe te passen.’

  • Het verbod op niet-essentiële reizen

’In eerste instantie stel ik me hierbij de vraag: hoe kan je dit effectief controleren, zeker als het over reizen naar onze buurlanden gaat? Ikzelf steek tweemaal daags de grens met Nederland over, welnu, ik ben nog nooit gecontroleerd. Los daarvan: zo’n verbod zal nieuwe varianten niet tegenhouden, maar het kan ze wel een tijdlang afremmen. Daarin zie ik dan ook de grootste meerwaarde van deze maatregel.’ Volgens Bonneux kunnen we de exacte risico’s van reizen momenteel onvoldoende inschatten, maar tegelijk pleit hij voor respect voor de rechtsstaat. ‘Ik zou voorstellen het wettelijke verbod nu op te heffen, maar buitenlandse reizen wel te blijven afraden.’

  • De sluiting van de horeca

‘Binnen zijn horecazaken ongetwijfeld een belangrijke bron van verspreiding van het virus geweest. Voorlopig blijven die dus beter gesloten, vrees ik.’ Een ander verhaal zijn de terrassen, vindt Bonneux. Daar zijn de risico’s beperkter, en hij ziet er dan ook geen graten in om die te heropenen, eventueel met een aantal flankerende maatregelen. ‘Je zou bijvoorbeeld een tijdslimiet per tafel kunnen hanteren, zodat mensen niet té lang blijven plakken, met het risico dat het alcoholverbruik iets te hoog oploopt. Een absoluut nulrisico bestaat sowieso niet, en is beleidsmatig ook allesbehalve wenselijk.’ Bonneux wijst er ook op dat stijgende temperaturen het virus sowieso zullen terugdringen. ‘Neem het van mij aan: eind mei is dit min of meer voorbij. Waarna het virus in het najaar opnieuw aan kracht wint, zou haast iedereen gevaccineerd moeten zijn.’

  • Festivals en concerten

Ook hier toont Bonneux zich voorzichtig optimistisch. ‘Tegen de zomer moeten de meest kwetsbaren gevaccineerd zijn én speelt de temperatuur in ons voordeel. Jongeren kunnen wel besmet raken, maar het is uitzonderlijk dat zij echt zwaar ziek worden. Ik denk dus dat concerten en festivals in de zomer groen licht moeten krijgen, eventueel met mondmaskers op.’ Ook de bredere cultuursector mag zich wat hem betreft opmaken voor een heropening. ‘Binnen kan je stoelen ver genoeg uit elkaar plaatsen, het komt er daar vooral op aan om mensen druppelsgewijs binnen en buiten te laten gaan. Onlangs heb ik in België zelf een fysiek congres bezocht, dat uitgerekend door een artsenvereniging was georganiseerd. Er waren een honderdtal aanwezigen en de stoelen stonden ver genoeg uit elkaar. Waarom zou dit dan niet voor andere sectoren kunnen?’

  • Het onderwijs en de gebedplaatsen

‘Het is ronduit godgeklaagd dat er op dit vlak niet meer inspanningen waren. Waarom staan we studenten niet wat meer contactonderwijs toe, één of twee dagen per week in grote aula’s? Als je het goed omkadert, kan dit perfect, en het zou een zegen zijn voor de mentale gezondheid van onze jongeren.’ Hij trekt die redenering door naar de huidige beperking om met maximaal 15 personen een gebedsdienst bij te wonen. ‘Voor pakweg de Basiliek van Koekelberg gelden nu dezelfde beperkingen als voor een kleine parochiekerk. Dit is natuurlijk doldwaze regelneverij.’

IV. Het maatschappelijke debat: breder, tegensprekelijker, en minder ruimte voor tafelspringers

Het recept is intussen bekend: valt de boodschap lastig te verkopen, dan trekken politici een blik experten open of halen ze er wat biostatistische modellen bij. Dat die experten vanuit één welbepaalde expertise spreken, of dat die modellen uitsluitend één parameter hanteren, daar malen we dan even niet om. Als bepaalde experten het wat hoog in de bol krijgen en zichzelf stilaan ook politicus wanen, moeten we dan op die experten of op de politiek schieten?

‘Zowel het advies naar de politiek toe als de communicatie kan veel beter,’ vindt Zeger Debyser, zelf ook viroloog. ‘Nadat we in het begin van deze crisis te eenzijdig de virologen aan het woord lieten, werden er in het najaar ook mensen met een bredere expertise bijgehaald. Waarna die al heel snel ook opnieuw aan de kant werden geschoven. En inderdaad, deze week had ook ik het gevoel dat de politici een aantal experts gebruikten om een bepaalde boodschap over te brengen.’ Voor Debyser is er vandaag vooral sprake van overcommunicatie, waarbij de kakofonie hoegenaamd niet bijdraagt tot een groter publiek draagvlak.

‘Ook de media dragen daarin een grote verantwoordelijkheid. Ik vind dat we de rollen beter moeten definiëren: een expert spreekt vanuit de eigen expertise, maar moet ook beseffen dat hij heel veel weet over heel weinig. Het is dus absoluut zinvol om, als je dan toch experten aan het woord laat, een veel breder panel op te voeren. Het debat moet veel breder en tegensprekelijker zijn. Zo werkt wetenschap nu eenmaal. En dit soort wetenschappelijke discussies moet ook niet op de bühne plaatsvinden: laat een professionele woordvoerder achteraf de boodschap naar buiten brengen. Vandaag werpen sommige experten zich op als expert én als woordvoerder van hun eigen mening: dit zou moeten stoppen.’

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Filip Michiels

Filip Michiels is zelfstandig journalist.