Analyse, Commentaar
nieuwe zuil

De discussie over de Nieuwe Zuil brandt los

Lukkassen versus Sanctorum

Onlangs is de discussie over mijn initiatief De Nieuwe Zuil in alle hevigheid losgebarsten. Johan Sanctorum reageerde op Doorbraak. Mijn eerdere debat met hem op de Boekenbeurs is overigens hier terug te zien. Ook anderen gaven hun visies, zoals Andreas Jongeneel op Novini. Sander Loones publiceerde al eerder zijn spreektekst. Op de betreffende boekpresentatie bij De Abt in Gent was het zeer gezellig. Toch zijn er delen van deze visies die de Nieuwe Zuil niet op alle fronten recht doet – in dit stuk zet ik eventuele misverstanden recht.

Over Sanctorum moeten eerst de verdiensten van zijn schrijverschap worden genoemd. Op het recente Bassam Tibi symposium op de Universiteit Leiden kwamen die bij de borrel nog ter sprake. Dat betrof zijn artikel over Joël de Ceulaer en Gwendolyn Rutten. Buiten de dagelijkse verslaggeving speelt zich in de contacten tussen media en politiek een eigen wereld af, waarvan de argeloze nieuwsconsument hooguit bij tussenpozen een glimp opvangt – als er ruzie in de tent is. Dit sluit nauw aan bij de katholieke Vlaamse volksaard: daarin speelt het mysterie nog een rol. Er is voldoende verbeeldingskracht om zich zo’n wereld van intriges voor te stellen, waar de nuchtere Hollander vanuit zijn gortdroge protestantisme eerder denkt: ‘Zoals het er staat geschreven, zal het wel zijn.’ Het nieuws wordt zo gelezen als de Bijbel: niet allegorisch, zoals bij katholieken – het woord is letterlijk.

Cultuurmarxisme is een irrationeel heilsgeloof
Deze theologische veldverkenning is zeer toepasselijk, want Jongeneel doet in zijn bespreking van Kerkgangers en Zuilenbouwers een poging om mijn werk dat evident politiek-filosofisch van karakter is, te duiden vanuit een theologische bril. Hij plaatst de rationele uitgangspositie van DNZ namelijk tegenover de uitgangspositie van het globalistische cultuurmarxisme – een positie die hij óók als rationeel kenschetst. Hij concludeert dan dat hier twee rationele posities tegenover elkaar staan: dat zou een keuze hiertussen arbitrair maken, terwijl de christelijke zuil (of wat daar van over is) tenminste de openbaring heeft, als onderscheidend geloofskenmerk.

Echter deze weergave van zaken is onjuist en precies op dit punt is de dialoog met Jan School in het boek zo relevant (Loones verwees er ook naar). Hier wordt uitgelegd dat het globalistische denken van bijvoorbeeld Eurocommissaris Frans Timmermans, uitgaat van een ontkerkelijkte heilstheologie. Het cultuurmarxisme heeft een messianistische opvatting van de geschiedenis: het geloof dat de wereld tot eenheid komt, dat leeuwen naast lammeren zullen slapen (zoals in dit geval de moslim naast de christen).

De ‘kinderen van het licht’ tegenover de ‘kinderen van de duisternis’ (bijbelse theologie) staan in de cultuurmarxistische theologie voor ‘onderdrukten’ en ‘onderdrukkers’. In mijn artikels heb ik hierom regelmatig het belang van de Duitse filosoof Karl Löwith benadrukt: het boek zelf volgt (dit blijkt uit het hoofdstuk over de grote historische persoonlijkheden) meer de cyclische interpretatie van de geschiedenis, die consequent rationeel is. De cultuurmarxistische interpretatie verweeft daarentegen een theologisch heilsgeloof met seculiere analyses, en meent precies hierom dat we (via het globalisme) lineair op weg zijn naar een wereldwijde broederschap die culturele verschillen overbrugt.

Nu zal ik op maar liefst tien punten commentaar leveren, om een beter begrip te vestigen van de Nieuwe Zuil als initiatief.

[1] De ‘Nieuwe Zuil’ is opgericht als tegenhanger van de ‘linkse kerk’. Sanctorum noemt het begrip ‘linkse kerk’ problematisch. Er is een organisch gegroeide lappendeken van linksigheid maar de term ‘kerk’ zou meer eenheid suggereren dan er feitelijk is.

Deze voorstelling van zaken lijkt een misverstand dat kon ontstaan doordat Sanctorum de linkse kerk eenzijdig op de media betrekt; wellicht omdat media in zijn eigen oeuvre het hoofdonderwerp zijn. In mijn boek trek ik het breder: kijk naar musea-subsidies, zorgnetwerken, sociale woningbouw corporaties, de klimaat- en asiellobby en de universitaire eenzijdigheid. Zie voor dit laatste in Nederland de discussie rond Pieter Duisenberg en diens aangenomen motie die al weer twee jaar achter ons ligt. En nee, het landschap is sindsdien niet verbeterd: het heersende aanbod van ideeën is niet pluriformer geworden.

Wat Sanctorum zegt over de ‘losheid’ van deze verbanden blijkt irrelevant op het moment dat je kijkt naar de praktijk: daar vindt de realist een gesloten bolwerk tegenover zich op het moment dat de realist ook maar één stap wil zetten naar de culturele subsidies, zendtijd in de mainstream media of een positie binnen een universiteit. De Nieuwe Zuil is opgericht om die stand van zaken in alle openheid te benoemen en te erkennen dat het geen zin heeft om nog verder te klagen: bovenal zullen we daadwerkelijk zelf moeten gaan bouwen aan een eigen ondersteunend netwerk als tegenhanger.

[2] Sanctorum noemt Jean-Marie Dedecker een “paranoïde brulboei” en stelt dat (kritiek op) de klimaathype een complottheorie begint te lijken. Dat is gewoon niet zo – zie in Nederland de spaarlampen discussie:

“Zo bracht de WNL-serie Haagse lobby aan het licht hoe het gloeilampverbod, opgelegd in 2009, voortkwam uit een gênant staaltje handjeklap tussen Philips en Greenpeace. Het is een mooi voorbeeld van crony capitalism: want al zijn de spaarlampen energiezuinig, ze bevatten zeer giftige stoffen.” (Bron: Levenslust en Doodsdrift, 2017, blz. 163)

Er zit gewoon veel geld in gesubsidieerde energie en vanuit dit belang wordt de klimaathysterie tot religieuze proporties aangezwengeld, inclusief Kinderkruistocht. Verklaar niet uit complotten wat je ook uit hebzucht kunt verklaren. De vraag is sowieso waarom Sanctorum een publicatie over mijn boek – dat ook volgens Wout Willemsen perfect is gedocumenteerd – aangrijpt om een noot te kraken met Dedecker, die mogelijk wat meer intuïtief formuleert.

[3] Sanctorum uit scepsis over hoe de Nieuwe Zuil alternatieven zou kunnen bieden voor falende overheidsdiensten. Dit is een deel van het dossier dat een specifieke achtergrondkennis vergt van de Nederlandse situatie. Tijdens de voordracht van Sander Loones was dit voor mij overigens ook een ‘aha-moment’. In België is het namelijk onbekend dat de Nederlandse overheid – beogend om zowel de financiën als de verzorgingsstaat beheersbaar te houden – is begonnen met de decentralisering en de bouw van een ‘participatiesamenleving’. De Rijksoverheid delegeert de verzorgingsstaat-taken naar de lokale overheid. Om die taken op te vangen proberen gemeenten zoveel mogelijk mantelzorgers en wijkteams te betrekken.

Echter dit is gedoemd te falen zonder sociale samenhang. Zet een nationalistische arbeider, een fundamentalistische moslim en een progressieve expat-wereldburger in één groep, en er zal weinig gebeuren. Sam van Rooy zei het al: schudt olie en azijn en het zal niet mengen. De decentralisering zal die groepsvorming versnellen, echter niet in de vorm zoals voorgehouden door de Nederlandse overheid maar in de vorm die Van Rooy omschrijft. Dit is omdat mensen weer direct op elkaar aangewezen zijn en niet op de overheid. Daarom biedt de decentralisering een geweldige kans aan de Nieuwe Zuil om mensen vanuit de grassroots te verbinden.

[4] Als ‘rechts’ wil dat de overheid krimpt, dan zullen de natie en het maatschappelijk middenveld die competenties en taken moeten opvangen. Met andere woorden niet de staat is nu aan zet, maar het volk. Dit vergt coördinatie en verenigende beginselen – en dus een Zuil.

[5] Sanctorum gaat in op ‘rechtse politieke correctheid’. Misschien is dit voor anderen een probleem – voor mij is dit absoluut geen probleem. Wil iemand een warm pleidooi voor Israël houden dan is hij of zij welkom en hetzelfde geldt voor iemand met een stevige kritiek. Het is mij te doen om de vrije uitwisseling van ideeën, die door de linkse kerk wordt afgekneld.

In bijna ieder betoog is wel een zinnige kern te vinden – het punt is nu juist dat deze zinnige kernen door de mainstream media niet worden doorgesluisd naar de publieke discussie. Daar vinden we eenzijdig en oppervlakkig gedeug waarbij de kritische kanttekeningen worden weggefilterd als ‘zure onderbuik’, ‘complotdenken’ en ‘xenofoob populisme’. Dat weet Sanctorum ook, immers zijn beroep valt samen met zijn belangrijke rol als ‘tegengeluid’.

[6] Volgens Sanctorum is de N-VA intussen op alle postjes vertegenwoordigd. Is dat zo? Toen ik mezelf oriënteerde op een functie binnen het academische landschap heb ik hierover van gedachten gewisseld met onder meer Maarten Boudry, Dirk Verhofstadt en Karl van Camp. Uit de som van de gesprekken concludeerde ik dat er in het academische landschap toch een min of meer linkse monocultuur heerst, al wordt het niet altijd zo genoemd. Bent u nu uit uw stoel gevallen van verbazing? Zo niet, dan onderstreept dit precies de noodzaak van een ‘Nieuwe Zuil’. Kennelijk zijn we deze stand van zaken al gaan accepteren als normaal.

Sowieso maakt het voor de levensvatbaarheid van een Nieuwe Zuil niet uit wat de N-VA verder doet of nalaat. Sanctorum spuwt in het artikel zijn gal over Bart de Wever. Ik vraag me af waarom want mijn boek biedt een overkoepelende analyse van de toestand in West-Europa. Nederlanders die zich verheugden op een beschouwing over de Nieuwe Zuil constateerden dat er vooral een intern Vlaams appeltje moest worden geschild. Sanctorums opmerking over ‘middelmatigheid tot norm verheffen’ leg ik naast mij neer; Matthias Storme zei op de bijeenkomst dat Kerkgangers en Zuilenbouwers “dermate erudiet is geschreven dat ik om de drie zinnen naar adem hapte”.

[7] Het meest staat mij tegen de opmerking dat ‘kritische vrijdenkers in geen kerk thuishoren’. Dit komt over alsof de onderliggende argumentatie wordt genegeerd. Vrije media als Doorbraak, TPO en Sceptr vechten op de centimeter om betalende sympathisanten en abonnees. Terwijl het geld bij linkse bladen met marginale oplages over de plinten klotst: zie de casus One World.

Sanctorum noemt Kant en Nietzsche, maar als het zo doorgaat met de linkse kerk in het onderwijs zijn deze namen binnenkort uitgewist. Het vergt de gecoördineerde structuur van instituties voor een denker om school te kunnen maken – zeker als de bestaande ingebedde instituties deze vrije denkers actief tegenwerken en marginaliseren.

Is de hele discussie over algoritmes, EU-censuur en het demonitizen door tech-giganten dan aan hem voorbijgegaan? Des te belangrijker is het wat Matthias Storme hier tijdens de boekpresentatie in Gent over zei. Dat er een hele nieuwe situatie is ontstaan waarbij internationale tech-bedrijven nog veel bedreigender zijn voor het vrije debat dan linkse overheden, en dat dit vanuit de conservatieve hoek een institutioneel antwoord vergt.

[8] Laten wij terugkomen tot de kern: een geloofwaardig persmedium met een groot bereik is noodzakelijk om tegen de doctrinaire mainstream media te kunnen opboksen. Omdat het perslandschap zó links is durven de mainstream rechtse partijen (zoals in Nederland de VVD) uit angst voor negatieve verslaggeving in het parlement hun tanden niet te laten zien: hierdoor stemmen zij niet mee met voorstellen van neem nu FvD.

Tegenstanders menen nu dat “iedere nieuwe zuil al snel niet meer te onderscheiden zal zijn van de andere zuilen”: zij willen juist daarom verder ontzuilen. Echter voor Nederland geldt dat de katholieke, liberale en socialistische zuilen zijn opgelost in een ‘ons kent ons’ bestuurscultuur met een linksliberaal-utopistische ondergrond. Daarbuiten bestaat er tussen het realisme en de deugcultuur een existientieel-metafysische grens, zoals ook is benadrukt in de reeds aangehaalde boekbespreking door Andreas Jongeneel.

Daarom is het verder ontzuilen van alle media geen oplossing: nog steeds zitten we dan met linksliberale universiteiten, onderwijs, multinationals en tech-giganten die onze sociale media modereren en dus de grenzen van onze politieke discussies bepalen.

Sowieso hoeven al deze instituties niet formeel verenigd te zijn in het korset van een zuil, om tóch een beknellende druk uit te kunnen oefenen op alles wat buiten de deugcultuur ligt. Hierover zijn Sanctorum en ik het waarschijnlijk eens. Mijn punt is dat die overkoepelende linksliberale zuil informeel bestaat, zelfs al leggen we formeel vast dat het niet zo is: dit komt door het instinctief samenclusteren van die utopische wereldbeelden en het werven van bijpassend personeel. Daarom is het credo ‘naar een Nieuwe Zuil!’ vooral een call to action om een succesvolle eigen beweging te vormen.

[9] Het begin van de Zuil – ik kan het niet genoeg benadrukken – ligt niet per se bij politieke partijen maar juist bij netwerken aanleggen, platformen uitbouwen en ideeën uitwisselen. Dit alles kun je doen los van je politieke loyaliteit. Het initiatief van de Zuil moet bloeien op het maatschappelijk middenveld: in het boek noem ik dit ‘kwadranten’ (blz. 150).

Daarmee bedoel ik dat men altijd intermediaire structuren behoeft tussen de politiek en de individuele burger. Een democratie, waarbij individuele burgers het beleid bepalen, is absoluut een sprookje. Commentatoren kunnen nog een volle eeuw hun ongenoegen blijven uiten over de gangbare politiek: zolang zij geen structuren opbouwen van een niet-links karakter, zal er niets veranderen. De kwadranten zijn nodig als organisatorische onderbouw in het middenveld, waar politieke partijen op kunnen steunen.

De macht van deze middennetwerken heb ik in De Democratie en haar Media (2017) omschreven als ‘schaduwspelers’. Het tweede kabinet Rutte (VVD-PvdA) had in het regeerakkoord vastgelegd dat de illegale opvang van asielzoekers definitief tot het verleden behoorde. Maar PvdA’ers gingen achterom door via een netwerk van linkse rechters, asieladvocaten en burgemeesters die op eigen houtje opvang regelden. Het gevolg was dat het regeerakkoord door de praktijk werd ingehaald en de VVD door de realiteit tot een linkser migratiebeleid werd gedwongen.

Dit dossier staat in Nederland bekend als de ‘bed, bad en brood’ discussie. Het laat duidelijk zien hoe ontzettend belangrijk een solide organisatie op het maatschappelijk middenveld is. Dankzij het middennetwerk kon de PvdA in de coalitieonderhandelingen beleidspunten ‘uitruilen’ waarvan ze wisten dat ze de uitvoer konden tegenhouden.

[10] Zie tot slot dit citaat van de conservatief-liberale vrijdenker Sander van Luit:

“Dr. Lukkassen gaf aan dat netwerken op de linkerflank al van nature veel sterker en belangrijker zijn. Dit is omdat mensen zonder meritocratie en in de context van de deugdynamiek meer afhankelijk zijn van netwerken dan van competenties. Moeten politieke tegenstanders gesloopt worden, dan valt het hele netwerk – mede door het collectieve karakter van dominant links – de ‘foute mens’ en masse aan. Uit angst om ook aangevallen te worden is er dan weinig steun te verwachten van anderen: zo lukt het links keer op keer om reputaties en carrières te slopen. Maar niet als ons eigen collectief hier tegenover staat.”

Wij concluderen dat een Zuil de eigenheid van een leefgemeenschap beschermt en ondersteunt op een wijze die is afgestemd op de tijd. Zuilen hoeven niet even groot te zijn. Wél moeten ze mee-evolueren met de intellectuele en creatieve verschuivingen van de maatschappij, ter versterking van de bijbehorende leefgemeenschap.

Sid Lukkassen

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Sid Lukkassen?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans