fbpx


Filosofie, Geschiedenis

De geheime mentor van Bart De Wever

'Een staat die zichzelf niet kan veranderen, kan zich ook niet meer in stand houden'


conservatief

Af en toe gebruikt Bart De Wever een Latijns gezegde. Dat wordt altijd gretig genoteerd en becommentarieerd. Af en toe verwijst hij ook eens naar Edmund Burke. Heilige stilte… Journalisten zouden er goed aan doen de werken van Edmund Burke (1729-1797) eens ter hand te nemen. Bart De Wever zou dan voor hen veel beter leesbaar worden. Het citaat in de ondertitel is trouwens niet van de N-VA-voorzitter, maar van Burke. Zo zie je maar. Een filosoof met praktische ervaring…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Af en toe gebruikt Bart De Wever een Latijns gezegde. Dat wordt altijd gretig genoteerd en becommentarieerd. Af en toe verwijst hij ook eens naar Edmund Burke. Heilige stilte… Journalisten zouden er goed aan doen de werken van Edmund Burke (1729-1797) eens ter hand te nemen. Bart De Wever zou dan voor hen veel beter leesbaar worden. Het citaat in de ondertitel is trouwens niet van de N-VA-voorzitter, maar van Burke. Zo zie je maar.

Een filosoof met praktische ervaring

Burke is een zeldzaam voorbeeld van een politieke filosoof met een zeer ruime praktische ervaring in doordeweekse politiek. Hij was onder meer privésecretaris van de Britse premier Rockingham en Paymaster General, zeg maar financieel directeur van het Britse leger. Van 1765 tot 1794 zetelde hij in het Britse Lagerhuis. Daar was hij echt niet voor in de wieg gelegd, letterlijk.

Burke was immers een Ier, men vergeet het te vaak. Hij werd in Ierland geboren toen dit al wel deel uitmaakte van het Britse koninkrijk, maar de Ieren nog van vele rechten verstoken waren, wegens een katholieke geloofsovertuiging. Zo konden katholieken bijvoorbeeld geen volksvertegenwoordiger worden. Edmunds vader, Richard Burke, was een handige advocaat die zich kort voor zijn huwelijk tot het protestantisme ‘bekeerde’ om carrière te kunnen maken. Zijn moeder was en bleef katholiek.

Edmund Burke wordt geboren in het West-Ierse dorpje Shanballymore, op 230 km van Dublin. Dat is een katholiek dorp. Daarom gaat de vooruitziende vader de geboorte van zijn zoon aangeven in het meer protestantse Dublin. Edmund wordt protestants gedoopt, vertelt ons Bart Jan Spruyt, gewezen directeur van het Edmund Burke Instituut in Den Haag, maar hij krijgt van zijn zesde tot zijn elfde jaar een (illegale) katholieke opvoeding, Hij wordt ‘zijn leven lang achtervolgd door verhalen en speculaties over zijn katholieke achtergrond, zijn nederige komaf en een financiële positie die nooit reden tot onbezorgdheid bood.’ Dat hij met een katholieke vrouw trouwt, Jane Mary Nugent, doet zijn reputatie geen goed, al blijft hij zelf zijn leven lang bij de anglicaanse kerk.

Burke houdt zich op afstand van roomse praalzucht en protestantse interpretatiezucht, van katholieke zelfgenoegzaamheid en calvinistische zelfbeperking. Hij leert snel de relativiteit der dingen en het verschil tussen theorie en realiteit.

Glorious Revolution en het kostbare weefsel van de samenleving

Politiek gezien is Burke aanvankelijk een Whig. Dat wordt meestal gemakshalve vertaald als ‘liberaal’. In werkelijkheid waren de Whigs, zowel vóór als ten tijde van Burke, aanhangers van de onbloedige Glorious Revolution van 1688-1689. Die was gericht tegen vorstelijk absolutisme en ambtelijke willekeur, en voor de erkenning van de Bill of Rights, waarin de rechten en vrijheden van het volk en het parlement worden verankerd. Slechts in de loop van de 19de eeuw worden de Whigs langzamerhand liberaal, wat eerst in 1877 tot de oprichting van een liberale partij leidt.

Als in 1789 de Franse Revolutie losbarst — aanvankelijk een liberale revolutie — is Burke geschokt. Als geen ander voorziet hij waartoe de abstracte principes en de vernietigingsdrang van deze opstand zullen leiden. Op 1 november 1790 publiceert hij zijn Reflections on the Revolution in France. Hij moet niet lang wachten op zijn gelijk. Weldra rollen in naam van de ‘mensenrechten’ meer dan 40.000 koppen — letterlijk — over de Place de la Concorde. De genocide in de Vendée en de noyades (massale verdrinkingen in de Loire) moeten nog komen. ‘Dat Burke deze ontwikkeling als een van de weinigen in een zeer vroeg stadium heeft voorzien, geeft aan zijn analyse in de Reflections een niet geringe overtuigingskracht,’stelt Thierry Baudet.

Met zijn boek wordt Burke op slag de aartsvader van het intellectuele conservatisme. Hij verlaat de Whigs, maar verloochent de Glorious Revolution geenszins. Nadrukkelijk verwerpt hij iedere equatie tussen de Franse Revolutie en de Engelse van een eeuw vroeger. De Glorious Revolution was geen ontwrichtende omwenteling, stelt Burke, maar een herstel van oude vrijheden en traditionele instellingen die teruggaan op de Magna Charta van 1215. Historische continuïteit is daarbij het politieke criterium.

Ideologen zoals die van de Franse Revolutie ‘rechtvaardigen iedere wreedheid met een beroep op de vooruitgang die in de verre toekomst te verwachten zou zijn’ (Spruyt). In werkelijkheid — de 20ste eeuw heeft het helaas aangetoond — bereiden ze de totalitaire staat voor, nieuwe oorlogen en terreur. Nieuwe absolutismen ook en de vernietiging van het kostbare weefsel (bij Burke ‘the costly fabric of society’), zo dierbaar aan Bart De Wever dat hij het als titel voor zijn eerste boek nam (2008). Hij had het al eerder gezegd en geschreven, geheel in de lijn van Burke: ‘Voor een conservatief is de mens niet louter individu, maar komt hij pas tot ontplooiing in relatie tot andere mensen. Het kostbare weefsel dat een samenleving aan elkaar houdt, moeten we dus proberen gezond te houden. Zodat die samenleving vanzelf normen en waarden genereert. En mensen daarin worden opgevoed’ (2006).

Het verdwenen en het herboren conservatisme

De tweede helft van de 19de eeuw is het tijdperk van bourgeoisie, industriële omwenteling en uitbuiting. Het liberalisme heeft vele decennia lang de overmacht. Mgr. Wiel Nolens (1860-1931), de leider van de Rooms-Katholieke Staatspartij in Nederland, stelt op het einde van de Eerste Wereldoorlog vast dat mensen nog liever van brandstichting worden beschuldigd dan van conservatisme.

Daar komt pas vele decennia later verandering in. Voorloper is de bekende Nederlandse historicus en hoogleraar Hermann von der Dunk (1928-2018) die in 1976 zijn boek Conservatisme publiceert. Bij een volgende generatie zien we in 1989 de huidige hoogleraar Paul Cliteur promoveren op het proefschrift Conservatisme en cultuurrecht. Rond de eeuwwisseling stellen we vast dat de term ‘conservatief’ weer deel uitmaakt van de woordenschat van politiek en media. Het wordt een geuzennaam voor mensen die zich laten inspireren door Edmund Burke. En inmiddels is het ook weer een heel gewoon woord dat zonder enig waardeoordeel iemands plaats in het politieke spectrum aanduidt (Spruyt).

In Vlaanderen is Bart De Wever de eerste politicus die zich op Burke beroept (2001), in Nederland Thierry Baudet met zijn Forum voor Democratie (2015).

Werkbare waarden

Inhoudelijk staat het conservatisme van Burke wel voor meer dan het louter aanvaarden van de gedachten van de Glorious Revolution en het verwerpen van de ideologie en praktijken van de Franse Revolutie. Men kan ze best omschrijven als drie clusters van werkbare waarden, niet toevallig de titel van Bart De Wever’s tweede boek (2011).

De eerste cluster van Edmund Burke is die van de sociale continuïteit. Revolutie is kwaadaardig, niet alleen om reden van het gebruikte geweld, maar ook omdat het mensen aan de macht brengt die niet meer in staat zijn de gevestigde waarden van een samenleving werkbaar aan te wenden en evenmin er op vreedzame wijze afscheid van te nemen (Scruton).

Conservatisme is geenszins stilstand of reactionaire terugkeer naar vroeger. Hervormingen zijn nodig, ‘we have to change in order to preserve’ (Burke). Bewaren en veranderen, je hebt die twee voeten nodig om te gaan en om te staan. Maar vooruitgang is alleen dan goed wanneer men daarbij trouw blijft aan zijn waarden. Arnold J. Toynbee (1889-1975) zal dit in vorige eeuw verwoorden als ‘Onze ervaring van het verleden verschaft ons het enige licht op de toekomst dat binnen ons bereik is.’ Een volk dat zijn verleden negeert, heeft geen toekomst. Waaruit Bart De Wever pregnant besluit: geen revolutie, maar evolutie.

Het tweede denkspoor van Burke is zijn kritiek van het individualisme en dus impliciet van het liberalisme. Individuen vinden hun zelfontplooiing en voldoening enkel in normen, gebruiken en instellingen die hen een gevoel van verbondenheid geven met hun evenmensen en medeburgers. De maatschappelijke orde moet door de burgers worden begrepen en spontaan aanvaard.

In België zien we hoe twee gemeenschappen op een verschillende manier naar dezelfde maatschappelijke problemen kijken. Vlaanderen in meerderheid vanuit een centrumrechtse, eerder conservatieve richting, Wallonië voornamelijk vanuit een linkse hoek, doordrenkt van de ideologie van de Franse Revolutie. Waaruit Bart De Wever realistisch besluit: ‘Dit land is volledig ontdubbeld. Het bezit geen enkele unitaire socialisatiestructuur meer.’ Of nog: we leven in een land met twee democratieën.

Burkes derde fundament is zijn kritiek op de sociaal-contracttheorie. Volgens een aantal filosofen, van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778) tot John Rawls (1921-2002) komt de legitimiteit van het gezag van de staat over het individu voort uit een (hypothetisch) contract dat tussen beiden is afgesloten. Onzin, betoogt Burke, de natie is niet alleen de som van alle kiezers, maar in de eerste plaats de gemeenschap van alle doden, levenden en nog ongeborenen. De natie is de verbinding van verleden, heden en toekomst.

Burke werd goed begrepen door de bekende Franse auteur Antoine de Saint-Exupéry (Le petit Prince): ‘Wij erven onze grond niet van onze voorouders, wij lenen hem van onze kinderen.’ Dat is rentmeesterschap: onze cultuur en onze leefomgeving zijn een van vorige generaties ontvangen erfenis die wij moeten in stand houden en zo mogelijk verbeterd aan volgende generaties doorgeven. Bart De Wever, letterlijk: ‘Je bent de rentmeester van je kinderen. Niet de eigenaar.’

Tegen transferpolitiek

Ten tijde van Burke was Amerika, althans een belangrijk deel van wat wij nu de Verenigde Staten noemen, een Britse kolonie. De Amerikanen waren onderworpen aan een rigoureus belastingsysteem, maar kregen weinig of geen inspraak. Dat stond haaks op de Engelse traditie van ‘no taxation without representation.’  De voortdurende transfers van de Amerikaanse kolonies naar Londen werden niet in evenwicht gehouden door een evenredige inspraak in het beleid.

In maart 1775, een jaar voor de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring, waarschuwde Burke indringend voor de gevolgen hiervan. Hij pleitte voor een samenwerkingsverband op basis van gelijkwaardigheid, zeg maar confederalisme, ter vervanging van de onbillijke transferpolitiek. Men wilde niet naar hem luisteren, de Amerikaanse onafhankelijkheid werd onafwendbaar.

In dezelfde zin herhaalt Bart De Wever voortdurend dat Vlaanderen 60% van de Belgische bevolking uitmaakt, 70% van het bruto nationaal product levert en meer dan 80% van de buitenlandse handel realiseert. Politiek zijn wij echter nog altijd ondervertegenwoordigd. We zitten nog vast in een grendelgrondwet die de Vlaamse meerderheid in dit land onwerkzaam maakt en met een kiessysteem waarin een Vlaamse stem minder waard is dan een Waalse.

Ook op ander vlakken was Burke een resoluut tegenstander van de reactionaire politiek van de koning en zijn partijgangers. Hij pleitte onophoudelijk voor gelijke rechten voor de Ieren en tegen de schandelijke Britse koloniale dwingelandij in Indië.

Een tegenwerping die er geen is

Regelmatig hoor ik de tegenwerping dat Edmond Burke en Bart De Wever toch een totaal verschillende waardering hebben van de Verlichting: Burke tegen, De Wever vóór. Dat is slechts schijn. Edmund Burke ging in tegen de Franse Verlichtingsfilosofen, die deductief redeneerden. Van abstracte axioma’s kwamen ze tot ‘dwingende’ besluiten voor de werkelijkheid.

Burke zit op de lijn van de Schotse Verlichting en die was empirisch: sinds David Hume (1711-1776) werd hier inductief geredeneerd, eerst de waargenomen feiten en vandaar naar de algemene conclusies. In alle teksten van Bart De Wever is het impliciet duidelijk dat hij de Schotse Verlichting volgt, zeker niet de Franse.

Laat de hypocrisie hier stoppen, vroeg Bart De Wever

Iedere keer dat een ‘Marrakesh-politicus’ pleit voor open grenzen of soepeler asiel krijgt hij te horen ‘Vang ze dan bij u thuis op!’ — wat dan door de betrokkene met een van ongeloof verstijfd gelaat onmiddellijk terzijde wordt geschoven. Wel, het is ooit gebeurd dat iemand de daad bij het woord voegde. Na 1789 waagden steeds meer Fransen de oversteek naar Engeland, niet om economische redenen, maar op de vlucht voor de guillotine.

Edmund Burke riep op om die émigrés, zo werden ze genoemd, behoorlijk op te vangen. Hij begon met ze zelf onderdak te geven op zijn domein nabij Beaconsfield, op 40 km van Londen. Niet dat hij het zo breed had: dat landgoed was een miskoop en hij zat danig krap bij kas. Voor de kinderen van die vluchtelingen richtte hij een eigen schooltje op. De jonge Franse auteur Chateaubriand (1768-1848), toen nog onbekend, verbleef bij Burke en schrijft erover in zijn memoires. Terug in Frankrijk stichtte Chateaubriand in 1816 het blad Le Conservateur, Burke indachtig. Bart De Wever kan in alle opzichten trots zijn op zijn geheime mentor.

 

Over het conservatisme van Bart De Wever gaat ook Joël De Ceulaers nieuwe boek Tragiek van de macht, te koop in de Doorbraak online boekhandel.

_____

Leeslijst

Arthur Aughey, Greta Jones en W.T.M.Riches, The conservative political tradition in Britain and the United States, Pinter, London, 1992.

Kenneth Baker, The Faber Book of Conservatism, Faber and Faber, London en Boston, 1993.

Thierry Baudet en Michiel Visser (red.), Revolutionair verval en de conservatieve vooruitgang in de achttiende en negentiende eeuw, Bert Bakker, Amsterdam, 2002.

Edmund Burke, Bespiegelingen over de revolutie in Frankrijk (red. Jabik Veenbaas), Wereldbibliotheek, Amsterdam, 2019.

Edmund Burke, Het wezen van het conservatisme. Een bloemlezing uit Reflections on the Revolution in France (red. Bart Jan Spruyt), Agora, Kampen, 2002.

Edmund Burke, Reflections on the Revolution in France (ed. L.G.Mitchell), The World’s Classics, Oxford University Press, Oxford, 1993.

Edmund Burke, Traditie en Vooruitgang. Een bloemlezing uit Reflections on the Revolution in France (red. J.M.M. de Valk), Agora, Kampen, 1989.

Ian Crowe (ed.), The Enduring Edmund Burke. Bicentennial Essays, Intercollegiate Studies Institute, Wilmington (DE), 1997.

Theodore Dalrymple/Marc Vanfraechem, Franse Revolutie en Engelse traditie. Edmund Burke als voorspeller van terreur, Doorbraak, Antwerpen, 2017.

F.J.C.Hearnshaw, Conservatism in England. An analytical, historical and political survey, Howard Ferrtig, New York, 1967.

Caspar von Schrenck-Notzing, Lexikon des Konservatismus, Leopold Stocker Verlag, Graz en Stuttgart, 1996.

Roger Scruton (ed.), Conservative Thinkers: essays from The Salisbury Review, tweede uitg., The Claridge Press, London en Lexington (GA), 1989.

Roger Scruton, The Palgrave Macmillan Dictionary of Political Thought, derde uitg., Palgrave Macmillan, Basingstoke, 2007.

Peter J. Stanlis, Edmund Burke, The Enlightenment and Revolution, Transaction Publishers, New Brunswick (USA) en London (UK), 1993.

Luc Pauwels

Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift 'TeKoS'.