fbpx


Actualiteit, Politiek
Weltmeister

De sp.a pleegt moordaanslag op het voetbal

Deel I: De fiscale en parafiscale gunstregimes voor sportbedrijven


Sinds de sp.a geen burgemeesters meer levert voor Brugge, Gent, Antwerpen, Sint-Truiden en Oostende, is het electorale nut van het voetbal en zijn supporters verdwenen. Zo lijkt het toch. Als je de parlementaire initiatieven van John Crombez (Oostende) en Joris Vandenbroucke (Gent) van de afgelopen weken samenvoegt, dan worden de Ghelamco Arena, de Versluys Arena en Versluys Dôme straks relikwieën uit vervlogen sporttijden.

John Crombez wil een absoluut verbod op gokreclame, inclusief de branding bij sportsponsoring, en Joris Vandenbroucke wil alle fiscale gunstregimes afschaffen. In dit eerste deel belicht ik de afschaffing van alle fiscale en parafiscale gunstregimes. Voor de duidelijkheid begin ik met een historisch overzicht.

Speciaal RSZ-statuut

In de nasleep van de successen van België’s beste wielrenner ooit, Eddy Merckx, werd met de wet van 7 november 1969 (Wet Beroepsrenners) voor het eerst een specifiek RSZ-statuut aan beroepssporters toegekend. Na de professionalisering van het voetbal, volgde met de wet van 3 maart 1977 (Wet Beroepsvoetballers), ook het sociaal statuut van de profvoetballer. En finaal kwam in 1978 het sluitstuk met de Wet betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars.

Omwille van de aanwezigheid van een amalgaam van vergoedingen voor sporters, die voornamelijk prestatiegericht waren, zoals winstpremies, puntenpremies of deelnamepremies, werd bij de beroepsrenners (1969), de beroepsvoetballers (1977) en bij alle andere beroepssporters (1985) de RSZ-bijdrage berekend via een forfaitair stelsel. Concreet betekent dit dat een ploegsporter gemiddeld nooit meer dan 300 euro per maand op zijn keizerlijk loon afdraagt aan de sociale zekerheid.

Tegenover dit gunstige regime voor beroepssporters stond in den beginne wel een beperkte toegang tot de sociale zekerheid, maar sinds 1997 kunnen beroepssporters ook ten volle genieten van een werkloosheidsuitkering, ziekte en – invaliditeitsuitkeringen, kinderbijslag enz. Wat in 1969 een verdedigbaar regime was, is vandaag, zeker in het voetbal, waar de G5-voetbalbedrijven miljoenen euro’s winst opstrijken en hun spelers gemiddeld 337.000 euro brutoloon binnenrijven, niet meer verdedigbaar.

De Assubel-deal van Jean-Luc Dehaene

Om Belgische topspelers op internationale verlanglijstjes, zoals Jan Ceulemans (Club Brugge) en Eric Gerrits (Standaard), hier te houden, dokterde Michel D’Hooghe, toenmalig voorzitter van de profliga, een gunstig en exclusief pensioenplan voor voetballers uit. Hij werd daarvoor bediend door notoir Club Brugge-fan en toenmalig minister van Sociale Zaken, Jean-Luc Dehaene (CD&V), die de zogeheten Assubel-deal via een omzendbrief van 25 oktober 1985 invoerde. Een gouden deal voor het voetbal en een diamanten deal voor Club Brugge dat als bij toeval Assubel als hoofdsponsor kreeg tussen 1985 en 1992.

Dit op maat van voetballers geschreven pensioenplan zorgt er via een groepsverzekering voor dat zij een exuberant pensioenspaarpotje kunnen aanleggen. Ze mogen dit aanvullend pensioen al op hun 35ste cashen en als kers op de taart wordt slechts 20% belast, de rest van de miljoenenspaarpot is vrijgesteld. Begin jaren negentig van vorige eeuw sloten ook volleybalclubs en basketbalclubs zich aan bij dit systeem, ondanks het feit dat de wet het gunstregime strikt genomen enkel voorzag voor voetballers.

Dit gedoogbeleid werd onder impuls van basketballobbyist Johan Vande Lanotte  ingevoerd. Pas begin deze eeuw werd het door minister van Sociale Zaken en Pensioenen Frank Vandenbroucke (sp.a), geregulariseerd met de wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen. Zo werd de Assubel-deal verruimd naar alle beroepssporters.

Korting op bedrijfsvoorheffing

In 1992 voerde minister van Financiën, Philippe Maystadt (cdH), een exclusief belastingtarief van 18 procent in voor buitenlandse ‘sportbeoefenaars’ en ‘podiumkunstenaars’ die occasioneel optraden in ons land. Dit betekende dat een buitenlandse voetballer die één miljoen euro netto verdiende bruto slechts 1,22 miljoen euro kostte. De creatieve boekhouders van sportclubs rekten de term ‘occasioneel’ al snel naar drie tot vier jaar in ons land spelend en verblijvend. Zij werden echter niet altijd gevolgd door de administratie van de belastingen, waardoor clubs in bepaalde regio’s (Wallonië) wel konden genieten van een brede interpretatie  en andere dan weer niet.

Om extra Amerikaanse basketbalspelers aan te trekken voor zijn club in Oostende belastte Johan Vande Lanotte, minister van Financiën, Didier Reynders (MR) ermee om via de omzendbrief van 15 mei 2002 het gunstig belastingtarief voor buitenlandse voetbal- en basketbalspelers wettelijk te regelen. In 2004 verruimde Reynders dit naar alle beroepssporters. Ministers die wetten op maat van hun behoeften laten schrijven, het is in België helaas een gewone praktijk.

Drie jaar later werd met de wet van 4 mei 2007 een vrijstelling van 80% ingevoerd op de bedrijfsvoorheffing voor alle spelers. Clubs moesten vanaf dan nog slechts 20% bedrijfsvoorheffing betalen. Van alle ingehouden bedrijfsvoorheffing van spelers ouder dan 26 jaar moest de helft geïnvesteerd worden in de jeugdwerking, inclusief lonen van jeugdtrainers, medewerkers en spelers jonger dan 23 jaar.

Illegale staatssteun

Uit een onderzoek van de KU Leuven is gebleken dat alle gunstmaatregelen in verband met de bedrijfsvoorheffing en RSZ voor sportclubs onder de noemer staatssteun vallen. Vermits een en ander niet werd aangemeld bij de Europese Commissie is dit per definitie illegale staatssteun. Mocht u twijfelen of sportbedrijven onder de striktere toepassing van de Europese regels vallen, dan kan ik u melden dat de Europese Commissie in 2016 de Spaanse voetbalclubs Real Madrid, Barcelona, Valencia, Bilbao, Osasuna, Elche en Hercules veroordeelde tot het terugbetalen van 50 miljoen euro onterecht verkregen staatssteun.

Maar zowel Karel Van Miert, Europees Commissaris van Consumentenbescherming en Mededinging (1989-1999), als Karel De Gucht, Europees Commissaris voor Handel (2010-2014) lieten de doos van Pandora dicht en lieten de Belgische illegale staatssteun ongemoeid. Ook Jean-Luc Dehaene en Yves Leterme hebben als voorzitter van het UEFA-panel voor de financiële fair play, de grabbelmand van de Belgische voetbaltyconen niet blootgelegd. Eigen club(s) eerst.

Politieke ontvoogding van de professionele sport

Wat de illegale staatssteun via onbillijke fiscale gunsttarieven en lokale financiële constructies betreft, moeten we ons de vraag stellen of de belastingbetaler topsport en grote voetbalbedrijven moet subsidiëren. Moeten we niet eerder sportbeleving en een gezonde levensstijl promoten en financieel ondersteunen? Moeten we voetbalmanagers die in België tussen de 100.000 en 500.000 euro per jaar verdienen subsidiëren? Moeten we de exuberante salarissen van topvoetballers sponsoren? Moeten wij de prestaties in de Champions League sponsoren?

Moeten we het winnen van een Europese Beker sponsoren? Moeten we in individuele carrières van professionele topvoetballers investeren? Misschien even melden dat het net die eigenaars, topsporters, managers en trainers zijn die nadien met hun geld vluchten naar Monaco of via Luxemburgse banken offshore constructies opzetten om hier geen belastingen te moeten betalen. Stank voor dank heet dat dan. Ze lijken wel te zeggen: ‘Wij eisen dat jij solidair bent met het voetbal, maar wij zijn niet solidair met België en zijn belastingbetalers.’

Ik ben van mening dat we professionele sport op geen enkele manier moeten subsidiëren, maar dat we meer belastinggeld moeten vrijmaken voor amateursport en sportprojecten die de gezondheid van onze jongeren, senioren en personen met een handicap bevorderen. We moeten meer aandacht besteden aan de gezondheidsproblemen gekoppeld aan obesitas en deze via gezond bewegen inperken. We moeten geenszins topsportvedettes en topsportbedrijven miljoenen euro’s toestoppen om hen nogmaals een zoveelste loonsverhoging te geven of een beker in de trofeeënkast te bezorgen.

Geen moordaanslag, maar geleidelijke afbouw van subsidies

De sportsector opereert nu 42 jaar volgens een economisch model gebaseerd op fiscale gunstregimes verkregen via de politiek. Wie deze regimes wil terugschroeven mag dat niet abrupt doen maar moet de sector de kans geven om zich een nieuw economisch model aan te meten. Dat doe je niet van vandaag op morgen. Het best gebeurt dit gaandeweg over een periode van pakweg tien jaar. De volledige en abrupte afschaffing van alle voordelen is dan ook een moordaanslag op het Belgische voetbal en zou een sportieve en economische ramp zijn.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Ignace Vandewalle

Ignace Vandewalle (1966) is zaakvoerder van het onafhankelijk politiek adviesbureau BFELT.