Actualiteit
liberaal

De suicide van de Open VLD

Hoe de laatste mercantiele liberaal uit de partij jagen?


Bij gebrek aan beter nieuws, is er in de media veel te doen geweest over het postelectorale onderzoek van Kantar in Knack (08/01/2019). Nu vind ik dat maar een mager beestje. Om te beginnen werd het uitgevoerd tussen 3 en 24 juni, en is dus al lang achterhaald; en bovendien werd het online uitgevoerd, wat een zeer brede onderlaag – die electoraal erg belangrijk is – per definitie uitsluit.

Maar dat is niet het ergste euvel. De kwestie is dat het ons eigenlijk nauwelijks iets vertelt wat we al niet lang weten, tenzij misschien het doorprikken van de (voor hun tegenstrevers geruststellende) fabel dat het Vlaams Belang zo fors zou gewonnen hebben dankzij zijn investering in ‘sociale media’. Facebook zou voor tien procent een rol hebben gespeeld en de andere varianten voor vier procent. De tweede doorbraak van die partij lijkt niet slechts te maken te hebben met communicatie, maar ook met een omslag in de geesten, en dat blijkt ook uit de afname van de afkeer voor die partij van 58 naar 47 procent. Terwijl die voor Groen, dat met de klimaatmarsen de media beheerste, toenam van 24 naar 35 procent. En dat was voordat de pers begon te jeremiëren over Bart De Wever die het Belang salonfähig zou maken door (te lang) met hen te praten. Er is meer aan de hand.

Het ‘ownership’ verkwanseld

Het meest hallucinante aan dit Knack-artikel is echter niet de peiling zelf, maar de reactie van Gwendolyn Rutten. Die geeft blijk van een zodanige wereldvreemdheid dat je je afvraagt waar het inzicht is van de politieke commentatoren die haar uitspraken nog als een indicatie nemen dat paarsgeel onmogelijk is geworden. Rutten vertegenwoordigt duidelijk haar partij niet meer en het is een kwestie van tijd vooraleer dit tot een opstand zal leiden. Wat zegt ze namelijk? ‘We hebben in de regeringen te sterk gefocust op de sociaaleconomische dossiers. We hebben daardoor het ownership over thema’s als belastingen en arbeidsmarkt, maar dat volstaat niet langer’ (p. 35).

Wablief? Je mag zeker zeggen dat de VLD vanuit haar traditie en ideologie de roeping heeft om dat ownership te hebben, maar net dat zijn ze kwijtgeraakt aan N-VA. Wat trouwens één van de problemen van N-VA is, die te sterk is bij de goed gesitueerden en de ‘slachtoffers’ – zoals Tom Van Grieken ze noemt the deplorables) op dezelfde bladzijde – verliest aan het Belang. Jan Peumans is daarvan een exponent, die duikt binnenkort misschien bij Groen op. De VLD heeft echter bijna stelselmatig haar startkapitaal verkwanseld, het enige wat verhindert dat nog meer van haar kiezers overlopen is de viscerale afkeer die velen nog steeds voelen voor de ‘zwarten’. Niet voor niets werd de PVV, in de glorietijd van Omer Van Audenhove in 1968, wegens haar uitgesproken unitaire campagne (‘Zij breken af, wij bouwen op’) door de flaminganten uitgescholden voor Pest Voor Vlaanderen.

De pragmatische kmo’s

Opmerkelijk is dat de partij toen geleid werd door een Vlaamse ondernemer (Euro Shoe/Shoe Post van Diest). Het was de tijd dat de kmo’s het discours bepaalden en de liberalen voor het eerst ook katholieke ondernemers en zelfstandigen wisten aan te trekken. Het discours was zakelijk met Frans Grootjans als tenor in tv-debatten (‘Ieder zijn waarheid’). Grootjans had echter een Vlaamse reflex maar kon die niet verzilveren omdat zijn partij daarin achterop hinkte, en dus vloog zij in 1977 uit de regering.

Dat bracht in 1982 Guy Verhofstadt aan de macht die aanknoopte bij de pragmatische traditie en als minister van begroting de bijnaam ‘baby thatcher’ kreeg en volgens Leo Tindemans ‘een ijskoude boekhouder’ was. Toch loonde dit electoraal, maar hij kreeg zoveel vijanden binnen de politieke kaste dat hij niet meer ministeriabel werd (‘da joenk’). Daarom zocht hij een uitbreiding van zijn partij via een vervlaamsing via een infusie uit de Volksunie. Daarna bleek hij tot alles bereid voor de macht en dus verspeelde hij – tegen zijn aanvankelijke principes in – tussen 1999 en 2007 de begrotingssanering die onder Martens en Dehaene was doorgevoerd (en waardoor we nu, als ze voortgezet was, buiten de gevarenzonen zouden zijn). Om dit te camoufleren zette hij een zwenking in van mercantiel naar ethisch liberalisme. Dat is de spagaat waar de VLD vandaag in verkeert.

Erst das Fressen, dann die Moral

Gwendolyn Rutten is, net als Verhofstadt, bereid tot zware offers op het sociaaleconomisch terrein als dit haar naar de macht voert, en ook zij zoekt haar camouflage in ethische dossiers: ‘Mensen vragen zich af hoe wij de wereld willen verbeteren (…). In het verleden zijn we daarin te pragmatisch geweest. Het liberalisme is meer dan de economie.’ Dit wordt nagebazuind door haar gedoodverfde opvolger Bart Tommelein, in De Afspraak (10/01): ‘We moeten het humanisme meer beklemtonen’. Maar liberale zelfstandigen zijn helemaal niet bezig met dromen over wereldverbetering of vage ideologische principes, zij zijn bezig met budgetcontrole.

Erst das Fressen, dann die Moral, laat Bertolt Brecht Mackie Messer zeggen in Die Dreigroschenoper (1928), als parodie op het kapitalisme. Maar dat is precies de kern van het liberale programma. Of zoals Els Ampe, kandidaat-opvolger van Gwendolyn, het verwoordt in Het Nieuwsblad (11/01 p. 8): ‘De nota-Magnette was voor veel Open VLD’ers niet één maar vele bruggen te ver (…). Gezien de belastingstsunami had Gwendolyn Rutten die nota meteen moeten afkeuren. Dat was voor veel leden de druppel’.

Alles wijst erop dat Tommelein de Gwendolynse provocatie van de eigen kernkiezers wil voortzetten in naam van het ‘humanisme’. Benieuwd of hij op die basis voorzitter kan worden.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Ik word vriend van Doorbraak.

Eddy Daniels