JavaScript is required for this website to work.
Multicultuur & samenleven

De toekomst, een stiekeme hoop

Pinar Akbas8/10/2019Leestijd 4 minuten

foto © Karolina Grabowska / Pixabay

Zij en ik, ik en zij, wij… Wij springen samen in een avontuur, uit de behoefte om te vertellen en het boek mijn hoofd uit te schrijven

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Als een kind in verwondering. Zo voel ik mij vaak als ik naar een Doorbraak-activiteit ga. Ik kom dan altijd mensen tegen die mij zeggen dat ze mijn stukken lezen en dat ze veel overeenkomsten uit hun leven herkennen.

‘Wanneer ga je nog iets publiceren, Pinar?’ is een vraag die ik de laatste tijd al een paar keer heb te horen gekregen van onbekende mensen die mij verwachtingsvol aankijken en mij zelfs knuffelen.

‘Dat zijn jouw lezers, he!’, zegt een vriendin dan, als ik enthousiast over de vorige avond vertel. Toen mijn allereerste stuk op Doorbraak  werd gepubliceerd, dacht ik aan een boek van de Turkse journaliste Ayse Arman. De titel luidt: Als niemand het leest, lees ik het wel! Eigenlijk staat er veel in de titel vermeld: haar angst en onzekerheid die ze wil verdoezelen met arrogantie en onverschilligheid, maar ook haar stiekeme hoop dat het boek wel gelezen wordt. Ze zegt in de inleiding van haar boek ook letterlijk dat ze zo graag wil dat haar boek gelezen wordt, maar dat ze zichzelf kalmeert met de woorden: ik lees het zelf wel. Vertrekkende vanuit diezelfde mindset  ben ik beginnen te schrijven. En nu heb ik lezers…

Symbiose

Het is dan ook met de grootste nederigheid dat ik dit stuk schrijf. Er is natuurlijk een reden dat ik sinds de zomer niet meer heb gepubliceerd. Nee, de verhalen zijn niet uitgeput. Mijn moeder en ik zijn nog altijd bezig met onze strijd voor vrijheid en gelijkwaardigheid in ons eigen wereldje. Niets is wat het lijkt. Ik heb, samen met mijn moeder, nog oude demonen die af en toe verschijnen in onze levens.

Toen Ada, mijn therapeute, in de beginfase van mijn therapie concludeerde dat wij een symbiotische moeder-dochterrelatie hadden, werd ik boos. Ik voelde mij onbegrepen, alweer. Ada verschoot van mijn stemverheffing, maar de therapiesessies duurden en duren nog altijd voort. Ik vond niet dat Ada het recht had een diagnose te stellen over mijn relatie met mijn moeder zonder dat ze eerst het hele verhaal had gehoord. Wij hebben een geschiedenis samen die niet op een uurtje tijd kan uitgelegd worden.

Onze zielen zijn één, we verstaan mekaar en we beleven de pijn en het verleden op eenzelfde manier. Als wij ’s ochtends bellen, luisteren we naar mekaars stemmen, op zoek naar verdriet, op zoek naar eenzaamheid, op zoek naar de rusteloosheid in ons hoofd. Wij hebben praatsessies, mijn moeder en ik, in een koffiebar, in het park, in de auto, in de Albert Heijn. Overal hebben wij onze tranen achtergelaten, omdat we met niemand anders onze diepste geheimen konden delen. Wij waren er voor mekaar op een moment dat het leven ons in zijn macht en greep hield. Wij hebben samen besloten de controle over ons eigen leven over te nemen. Met slag en stoot, met vallen en opstaan, met kwetsende woorden en alweer met die verdomde eenzaamheid. Maar we geraken er samen door.

Samen springen

En kijk, hier zitten we dan. Op Doorbraak  zit ik stukjes te tikken over Turkse vrouwen en homo’s en maak ik politieke analyses over de Turkse politiek. Het angstzweet breekt, net als bij Ayse Arman, ook bij mij uit als ik denk aan mijn volgend project dat ik al op sociale media heb bekendgemaakt. Na elk stuk dat gepubliceerd werd op Doorbraak, vroegen mensen mij wanneer mijn boek zou verschijnen. Ik antwoordde altijd dat ik geen plannen had in die richting. Maar ik kon die vragen en de gedachte over een boek niet loslaten en ik polste bij mijn moeder.

‘Wat denk je, jij en ik, doen we dit samen?

‘Maar is dat zo belangrijk, wat ik te vertellen heb dan?’, antwoordde ze bezorgd.

Er komt dus een boek. Over haar en mij, over ons. Geen klassiek migratieverhaal, want die zijn er al genoeg. Dit is een verhaal met als rode draad de zoektocht naar emancipatie en vrijheid. Hoe ze ontwaakte uit haar slaapmodus en zag dat ze haar dochter moest redden. Hoe ze vanop een afstand haar dochter bijstuurde om op eigen benen te staan. ‘Spring dan, Pinar!’, zijn haar woorden als ik twijfel over iets. Ik spring, en nu trek ik haar mee. De rollen zijn nu omgekeerd.

Ze beseft het wel. Ze vertelt nu nog meer en gedetailleerder over haar jeugd, over haar dorp en haar moeder. Over de liefde, seksualiteit en maagdelijkheid. Over hoe het is om als jonge vrouw op te groeien in een Anatolisch dorp in de jaren ’70. Over de druk die er op haar werd gezet omdat ze op haar achttiende nog altijd niet getrouwd was en ze op die manier een reputatie kreeg. Families zouden haar niet meer willen als bruid omdat ze pretentieus was en elke potentiële huwelijkskandidaat afwees. Over het tragische verhaal van Ayla, die op jonge leeftijd zwanger geraakte van haar verloofde in het dorp in de jaren ’60. Over polygamie. Over haar positie als huisvrouw. Over de opvoeding van haar kinderen: ‘Ik heb mij vaak de vraag gesteld of de opvoeding, die ik aan mijn kinderen gaf, gelijkwaardig was en ik vervloekte elke keer de onverschilligheid van je vader.’

’s Avonds belt ze mij om te zeggen dat ik niks slechts over mijn vader mag schrijven, dat hij een goede vader is en dat ze allebei niet beter wisten in die tijd. Mijn lieve, zachte vader heeft ook zijn littekens in zijn ziel, maar hij is geen prater. Daarom dat hij in het boek een minder prominente rol zal krijgen.

Lef en branie

Dit boek heeft mij in de ban: na elke praatsessie met mijn moeder heb ik een paar dagen nodig om de tragiek in haar verhalen te verwerken. Rauwe verhalen over rauwe thema’s waar de krop in de keel dagen later nog voelbaar blijft. Althans bij mij. Het is een aanklacht naar een gemeenschap waar het patriarchaat nog altijd in stand wordt gehouden door vrouwen. Soms uit machteloosheid, soms uit onbegrip en soms vanuit een verbitterde levensvisie.

Ik ben klaar voor dit avontuur. Ik bereid mij voor op slapeloze nachten waar ik ga zitten zoeken naar de mooiste zinnen om de verhalen van de mensen en ons verhaal in mijn boek op een eervolle en respectvolle manier over te brengen naar jullie. Het boek was er altijd al in mijn hoofd, het ontbrak mij alleen aan lef en branie volgens een vriend.

Pinar Akbas (1980) uit Hasselt is een verpleegkundige van opleiding. Een Vlaamse Turkse, actief in de politiek en met een mening over integratie, participatie, gelijke kansen en gender.

Commentaren en reacties