De Wever werkt wel degelijk aan een zevende staatshervorming, maar is het een goede?

De afschaffing van de Senaat is een symbooldossier voor N-VA.
foto © Belga
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementIn ons boek ‘De kolonisten van de Wetstraat’ uit 2024 blikten ik en drie medeauteurs terug op de zevende staatshervorming uit 2018. Toen werd de bijzondere wet aangepast om de gewesten bevoegd te maken voor de regels inzake de lokale verkiezingscampagnes. Die wetswijziging ging maar over een detail en is overigens geheel onopgemerkt voorbij gegaan (behalve hier op Doorbraak). Het was bij wijze van grap dat we dat een ‘staatshervorming’ noemden.
Bij nader inzien was dat misschien toch niet zo’n goed idee, want nadien merkte ik op examens dat sommige studenten het in alle ernst over de ‘zevende staatshervorming van 2018’ hadden.
Onvermijdelijk stelt zich dan de vraag: wat is dat eigenlijk, een staatshervorming? Het moet natuurlijk gaan om een institutionele hervorming van enige ampleur, dat zeker. Een paar punten of komma’s wijzigen in de Grondwet of de bijzondere wetten volstaat niet.
Daarnaast zijn we staatshervorming ook gaan associëren met een overheveling van bevoegdheden van de federale overheid naar de deelstaten. Maar dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn. Als men het omgekeerde zou doen en een groot aantal bevoegdheden zou herfederaliseren, dan moeten we dat even goed een staatshervorming noemen.
Senaat
En de afschaffing van de Senaat, waarvoor premier De Wever momenteel een tweederdemeerderheid zoekt? Een staatshervorming?
Die afschaffing heeft veel meer voeten in de aarde dan je zou denken. Formeel-juridisch is dat een vrij omvangrijke operatie. De Belgische Grondwet telt in totaal 198 artikelen. Niet minder dan 46 daarvan moeten aanpassingen ondergaan om komaf te maken met de Senaat. Die hervorming betreft met andere woorden ongeveer één vierde van de Grondwet. 19 artikelen zullen expliciet worden gewijzigd via een Grondwetsherziening. 27 andere zullen worden aangepast via een coördinatie van de Grondwet achteraf (net zoals dat ook gebeurde in 1994, na het Sint-Michielsakkoord).
In 2012 verzette N-VA zich nog heftig toen de regering-Di Rupo die procedure toepaste
De operatie is zelfs nog iets ingewikkelder. Van de 19 expliciet te wijzigen artikelen zijn er vijf die ‘niet voor herziening vatbaar’ zijn verklaard. Om de aanpassing daarvan mogelijk te maken moet eerst een overgangsbepaling worden toegevoegd aan artikel 195. Dat artikel bepaalt hoe de Grondwet moet worden gewijzigd, en is wél voor herziening vatbaar verklaard. In feite komt die procedure erop neer dat artikel 195 tijdelijk buiten werking wordt gesteld.
Bemerk dat N-VA zich in 2012 nog heftig tegen die procedure heeft verzet, toen die door de regering-Di Rupo werd toegepast bij de zesde staatshervorming. De truc met artikel 195 is immers flagrant in strijd met artikel 187: ‘De Grondwet kan noch geheel, noch ten dele worden geschorst’.
Het schorsen van artikel 195 is nochtans precies wat hier gebeurt. Maar er is geen hogere Belgische autoriteit die de grondwetgever in deze kan terugfluiten. Het Grondwettelijk Hof is immers niet bevoegd voor wijzigingen aan de Grondwet.
Volwaardige staatshervorming?
Dat er zoveel artikelen moeten worden gewijzigd om de Senaat af te schaffen komt natuurlijk omdat België oorspronkelijk is opgevat als een volwaardig tweekamersysteem en heel de Grondwet daarvan doordesemd is. Daar komt bij dat sinds de jaren 90 de Senaat ook geconcipieerd is als sluitstuk van het federale systeem. De onderhandelingen over de vierde staatshervorming (het Sint-Michielsakkoord) en de zesde gingen in belangrijke mate over de samenstelling en de bevoegdheden van de Senaat. Dat is eigenlijk een reden te meer om de volledige afschaffing ervan een zevende staatshervorming te noemen.
Maar is het ook een goede staatshervorming? Hugo Schiltz en de Volksunie hebben er ten tijde van het Sint-Michielsakkoord hard voor gevochten om Vlaanderen via de Senaat inspraak te geven in institutionele aangelegenheden. Dat bleef aanvankelijk zeer beperkt: van de 71 senatoren waren er 21 gemeenschapssenatoren, waarvan 10 Vlaamse parlementsleden. Het is vooral dankzij de CD&V dat het aantal deelstaatsenatoren bij de zesde staatshervorming werd uitgebreid tot 50 van de 60. 29 daarvan zijn Vlaamse parlementsleden. Anders gezegd, het Vlaams Parlement kan momenteel elke wijziging van de Grondwet of van de bijzondere wetten blokkeren.
Door de afschaffing van de Senaat wordt ook dat Vlaamse institutionele vetorecht ongedaan gemaakt. En dat enkel maar voor een besparing van, op termijn, hoop en al enkele tientallen miljoenen euro.
Alternatief
Die besparing zou overigens gemakkelijk op een andere manier kunnen worden gerealiseerd, zonder de deelstaten onderuit te halen. Men zou de Senaat kunnen behouden als een slapende assemblee. Dat zou dan een beetje vergelijkbaar zijn met het Congrès du Parlement in Frankrijk: de verenigde vergadering van de Senaat en de Assemblée Nationale. Dat is een aparte instelling, met een eigen reglement, die enkel wordt geactiveerd in geval van een grondwetswijziging.
Naar analogie daarmee zou de Senaat alleen worden geactiveerd wanneer de Kamer een wijziging van de Grondwet of van een bijzondere wet goedkeurt. Via de Senaat zouden de deelstaten die wijziging dan al dan niet kunnen bekrachtigen.
Dat zou niets kosten, want het personeel van de Kamer kan gemakkelijk instaan voor het organiseren van de zittingen van de Senaat. Organisatorisch gezien zou de Senaat dan een soort extra commissie van de Kamer zijn, die maar heel uitzonderlijk bijeen zou komen.
N-VA’s symbooldossier
Toch denk ik niet dat dat zal gebeuren. Het is veel te moeilijk om uit te leggen … Bovendien is de afschaffing van de Senaat vooral een symbooldossier voor N-VA. Het is een Belgische scalp die ze per se aan hun riem willen zien hangen.
De afschaffing van de Senaat is vooral een symbooldossier voor N-VA
Maar een steunpilaar van de Belgische natie kun je de Senaat bezwaarlijk noemen. Die assemblee komt nooit in beeld en slechts weinigen wisten nog dat die bestaat. Als de N-VA echt de symbolische steunpilaren van de Belgische natie wil verzwakken, dan zou ze in de eerste plaats naar de monarchie moeten kijken. Maar dat durft de partij niet. Erger nog, met zijn herhaalde loftuitingen aan het adres van de koning, verstevigt Bart De Wever juist die pijler.
Voor N-VA is het wel mooi meegenomen dat de afschaffing van de Senaat als een staatshervorming moet worden beschouwd. Hoezo de N-VA heeft nog nooit een staatshervorming gerealiseerd? En de afschaffing van de Senaat dan? Maar dat argument heeft natuurlijk ook een keerzijde. Het is bijzonder zuur voor Vlaamsgezinden dat de enige staatshervorming waar de N-VA sinds haar oprichting effectief werk van maakt er een is die de Vlaamse macht vermindert, in plaats van versterkt.
| Categorieën |
|---|
| Personen |
|---|

Bart Maddens (1963) is germanist en politieke wetenschapper. Als student was hij actief in het KVHV van Leuven en in de Volksunie-Jongeren. In de jaren 1990 was hij lid en bestuurder van het IJzerbedevaartcomité. Vandaag publiceert hij regelmatig opiniestukken over de Vlaamse Beweging en de staatshervorming. Hij is auteur van onder meer 'Omfloerst separatisme. Van de vijf resoluties tot de Maddens-strategie'.
Met Colombia en waarschijnlijk Peru krijgt Latijns-Amerika twee nieuwe rechts-conservatieve regeringsleiders.
Gekkigheid mag, maar het moet wel gekkigheid blijven.











