JavaScript is required for this website to work.
COMMENTAAR

N-VA: institutioneel amateurisme?

NieuwsBart Maddens7/5/2026Leestijd 4 minuten
Bart De Wever, N-VA-kopman bij uitstek.

Bart De Wever, N-VA-kopman bij uitstek.

foto © Belga

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

De afschaffing van de Senaat moet wel degelijk gezien worden als een staatshervorming. Daarom zet de N-VA daar ook zo sterk op in. Maar intussen lijkt de partij met institutioneel amateurisme te kampen.

‘Hoezo heeft de N-VA nog nooit een staatshervorming kunnen realiseren? En de afschaffing van de Senaat dan? Er was iemand zoals Bart De Wever nodig om dat voor elkaar te krijgen.’ Zo zal het luiden tijdens de volgende verkiezingscampagne, en dat kan nog werken ook. Maar dat plan botst tegen wat stilaan begint te lijken op institutioneel amateurisme.

Het is al begonnen aan het einde van de regeringsonderhandelingen. In het hoofdstuk  van het regeerakkoord over de ‘modernisering van de staatsstructuur’ staat: ‘Hierover zal de eerste minister de nodige contacten leggen om bijkomende parlementaire steun te vinden om de benodigde meerderheden te bereiken zonder de steun van extremistische stemmen.’

Merk op dat die laatste toevoeging pas op het allerlaatste moment in de tekst is geslopen. Want in de versie van het regeerakkoord die op zaterdag 1 februari 2025 werd vrijgegeven stond ‘zonder de steun van extremistische stemmen’ nog niet.

Discussie

Er blijkt discussie te zijn over de precieze draagwijdte van die bepaling. Strikt genomen heeft die geen betrekking op de afschaffing van de Senaat. Het luik ‘modernisering van de staatsstructuur’ gaat over de bredere hervorming die de regering voor ogen heeft en die zal worden voorbereid door de premier. Maar dat blijft zeer vaag in het regeerakkoord.

De kans dat de Senaat effectief wordt afgeschaft verkleint daardoor aanzienlijk

De passage over de afschaffing van de Senaat vinden we in een ander deel van het akkoord: dat over de ‘versterking van de democratie en de rechtstaat’. Het statuut van die passage is duidelijk heel anders. Hier gaat het onmiskenbaar over beslist beleid: ‘We beslissen om de Senaat af te schaffen, en de daartoe nodige grondwetswijzigingen volledig en onmiddellijk bij de start van deze legislatuur goed te keuren.’ Van het weren van ‘steun van extremistische stemmen’ is hier geen sprake.

Franstaligen zien het anders

Maar de Franstaligen zien dat duidelijk anders. Volgens hen is de bepaling ‘zonder de steun van extremistische stemmen’ van toepassing op alle institutionele hervormingen die een bijzondere meerderheid vereisen, dus ook op de afschaffing van de Senaat. Met andere woorden: ook daarvoor moet de eerste minister ‘de nodige contacten leggen’. Hij moet dus vooraf onderhandelen met ‘niet-extremistische’ partijen om zich te verzekeren van een tweederdemeerderheid.

Die interpretatie veroordeelt de premier ertoe om met aartsvijand Paul Magnette (PS) aan tafel te gaan zitten over de afschaffing van de Senaat (aangezien die partij onmisbaar is om aan honderd ‘niet-extremistische stemmen’ te geraken). De kans dat de Senaat effectief wordt afgeschaft verkleint daardoor aanzienlijk.

Beter voorbereiden

Had N-VA dan niet kunnen voorzien dat de Franstaligen de toevoeging ‘zonder de steun van extremistische stemmen’ zeer ruim zouden interpreteren? Als de afschaffing van de Senaat zo belangrijk is voor de partij, waarom heeft men dan niet de tijd genomen om dit door te praten en duidelijke afspraken te maken? Institutioneel amateurisme? Of was Bart De Wever te gehaast om de sleutels in handen te krijgen?

Volgens hen is de bepaling ‘zonder de steun van extremistische stemmen’ van toepassing op alle institutionele hervormingen

Dat de premier op zoek zal moeten gaan naar een breed institutioneel akkoord met de ‘niet-extremistische’ oppositie is nog eens duidelijk geworden na de uitspraken van Senaatsvoorzitter Vincent Blondel (Les Engagés) in Le Soir. Mark Deweerdt onderstreepte eerder al het politieke belang van dat interview. Dat Blondel de afschaffing van de Senaat nu koppelt aan drie nieuwe voorwaarden — waaraan vooraf moet voldaan worden — is flagrant in strijd met het regeerakkoord.

Gegarandeerde vertegenwoordiging

Tijdens de bespreking in de Senaatscommissie had premier De Wever wel oor naar een van die voorwaarden: de gegarandeerde vertegenwoordiging van de Duitstalige Gemeenschap op federaal niveau. Om dat mogelijk te maken diende de MR een amendement in dat de artikels 62 en 63 toevoegde aan de lijst van grondwetsartikels die kunnen worden herzien. Die twee artikels regelen de verkiezingen in de Kamer.

Maar op vraag van de premier werd dat amendement weggestemd. ‘Eerst moet de Senaat worden afgeschaft’, zei hij, ‘daarna kan worden gekeken naar de vraag van de Duitstaligen.’

Tijdens de plenaire vergadering verklaarde de N-VA, bij monde van Karl Vanlouwe, daarover het volgende: ‘Daarbij kan worden nagedacht over de oprichting van een eigen kieskring. Daarvoor is wat ons betreft geen wijziging nodig van artikel 62 en 63 van de Grondwet. Zoiets kan geregeld worden bij gewone wet en dat zou een oplossing kunnen bieden voor onze Duitstalige vrienden op federaal niveau.’

Complete onzin

Dat is natuurlijk onzin. Mark Deweerdt argumenteerde overtuigend dat het creëren van een aparte kieskring voor de Duitstaligen enkel kan via een grondwetsherziening. Ook een minder ingrijpende regeling, waarbij een van de veertien in de kieskring Luik verkozen Kamerleden gedomicilieerd moet zijn in een gemeente van de Duitstalige Gemeenschap, zal de toetsing van het Grondwettelijk Hof allicht niet doorstaan.

Het is evident dat die gegarandeerde vertegenwoordiging via de Grondwet geregeld moet worden. Als de N-VA de Duitstaligen tegemoet wil komen, waarom heeft ze dan geweigerd om de desbetreffende artikels in de Grondwet open te stellen voor herziening? Alweer amateurisme?

Geruchten

Er zijn al langer geruchten dat de studiedienst van de N-VA zich amper nog bezighoudt met staatshervorming en institutionele zaken wegens heel andere prioriteiten. Na het vertrek van Hendrik Vuye en Veerle Wouters stierf ‘Objectief V – Studiecentrum Confederalisme’ (onder leiding van Sander Loones en Matthias Diependaele) een stille dood. Het confederalismeplan ligt al twaalf jaar stof te vergaren in de onderste schuif op het secretariaat.

De partij lijkt dat te zien als een diepvriesmaaltijd die zo in de microgolfoven kan worden gestopt als de politici ooit weer communautaire honger krijgen. Maar als de N-VA dat niet grondig voorbereidt en hetzelfde institutionele amateurisme aan de dag blijft leggen, dan dreigt dat een bijzonder onsmakelijke maaltijd te worden.

Bart Maddens (1963) is germanist en politieke wetenschapper. Als student was hij actief in het KVHV van Leuven en in de Volksunie-Jongeren. In de jaren 1990 was hij lid en bestuurder van het IJzerbedevaartcomité. Vandaag publiceert hij regelmatig opiniestukken over de Vlaamse Beweging en de staatshervorming. Hij is auteur van onder meer 'Omfloerst separatisme. Van de vijf resoluties tot de Maddens-strategie'. 

Commentaren en reacties