fbpx


Geschiedenis, Literatuur

Hemingway, de Spaanse Burgeroorlog en de dood van José Robles

Een nieuwe lectuur van 'Voor wie de klok luidt' 2



Was José Robles, de gemeenschappelijke vriend van Dos Passos en Hemingway, een held of een schoft?  Indien Robles een overtuigd republikein was die slachtoffer werd van de stalinistische paranoia, dan moeten we Dos Passos prijzen om zijn scherpzinnigheid en het feit dat hij menselijke waarden boven politieke stelde. Maar indien Robles voor de franquisten werkte, dan had Hemingway gelijk, hoewel het antwoord van de auteur van For Whom the Bell Tolls (Voor wie de klok luidt) aan Dos Passos op het perron…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Was José Robles, de gemeenschappelijke vriend van Dos Passos en Hemingway, een held of een schoft?  Indien Robles een overtuigd republikein was die slachtoffer werd van de stalinistische paranoia, dan moeten we Dos Passos prijzen om zijn scherpzinnigheid en het feit dat hij menselijke waarden boven politieke stelde. Maar indien Robles voor de franquisten werkte, dan had Hemingway gelijk, hoewel het antwoord van de auteur van For Whom the Bell Tolls (Voor wie de klok luidt) aan Dos Passos op het perron in Parijs in mei 1937 nog iets anders evoceert: ‘Civil liberties shit. Are you for us or against us?’.

Heiligt het doel de middelen?

Suggereerde de auteur van The Sun also Rises zo dat, ook al was José Robles onschuldig, dan nog zijn dood slechts een verwaarloosbaar detail was in een rechtvaardige oorlog – ‘collateral damage’ in de strijd tegen het franquisme? Heiligt het doel de middelen?

Hoe dan ook, op 28 maart 1939, de dag waarop Franco Madrid inneemt en er einde komt aan de Burgeroorlog, begint Hemingway in zijn huis op Cuba aan For Whom the Bell Tolls, de roman waarin hij zijn recente Spaanse ervaringen op papier zet. Hoe vertaalt Hemingway zijn engagement voor de Republiek in literaire taal?

Een rechtvaardige oorlog

For Whom the Bell Tolls vertelt het verhaal van Robert Jordan, een Amerikaan die vecht voor de zaak van de Spaanse Republiek. Hij krijgt de opdracht achter de linies een brug op te blazen in samenwerking met lokale strijders. Jordan heeft geen sterke ideologische overtuigingen. De woorden ‘democratie’ of ‘revolutie’ gebruikt hij niet en in de controverse tussen anarchisten en stalinisten – die zo funest was voor de republikeinse zaak – houdt hij zich afzijdig, hoewel hij de discipline van de communisten kan waarderen.  Zijn motivatie situeert zich op algemeen menselijk vlak en heeft te maken met ‘absolute brotherhood’.

De verdediging van de Republiek is voor hem een vanzelfsprekendheid: de oorlog is ‘just and right and necessary’. Maar het personage houdt ook van de opwinding van het strijdgewoel, van ‘the dry-mouthed, fear-purged, purging ecstacy of battle’ (‘de droge, door angst gezuiverde en zuiverende extase van de strijd’) – woorden die de sfeer van Ernst Jüngers verslag over de Grote Oorlog oproepen. Robert Jordans houding weerspiegelt die van de auteur zelf. Ook Hemingway was geen ideologische scherpslijper en critici zijn het erover eens dat zijn aanwezigheid in Spanje tijdens de burgeroorlog meer te maken had met hang naar avontuur en fascinatie voor extreme situaties. Dat neemt niet weg dat, zoals ik het al beschreef, de schrijver ondubbelzinnig achter de republiek stond.

Folteringen

Maar het beeld van de romancier die het opneemt voor de belaagde Spaanse Republiek vind ik niet volledig terug in mijn recente lectuur van For Whom the Bell Tolls. Laat me duidelijk zijn: het boek brengt geen fraaie voorstelling van Franco’s troepen.  Moros, de Marokkaanse soldaten van Franco, verkrachten María, de jonge vrouw op wie Robert Jordan verliefd wordt. Franquisten onthoofden gesneuvelde guerrillastrijders en nemen hun hoofd mee als bewijs. Maar het enige bloedbad dat de auteur lang en breed uitsmeert, is de foltering van en de moord op burgers verdacht van rechtse sympathieën.

In hoofdstuk 10 lees je in ondraaglijk detail hoe ze een voor een uit de gevangenis worden gehaald, roedelopen tussen boeren die hen afranselen met hun landbouwwerktuigen en hoe ze ten slotte in een afgrond verdwijnen. Hemingway vond inspiratie voor de scène in waar gebeurde feiten in het stadje Ronda. Misschien wilde de auteur zo de gewelddadige uitwassen van sommige anarchisten aanklagen.

‘A true fanatic’

Maar ook de communisten spaart Hemingway niet. Over Enrique Líster bijvoorbeeld, een van de grote militaire leiders van de republiek, zegt de verteller: ‘He was a true fanatic and he had the complete Spanish lack of respect for life’. (‘Hij was een echte fanaticus en hij had een compleet Spaans gebrek aan respect voor het leven’) Ook Dolores Ibárruri, la Pasionaria, die de massa’s opzweepte met haar ‘No pasarán!’, krijgt er van langs. De partizanen spotten met het feit dat haar zoon in volle burgeroorlog zijn studies voortzet in Moskou.

Maar wie het het meest moet ontgelden is Komintern-agent en leider van de Internationale Brigades, de Fransman André Marty. Hemingway zet hem neer als een bloeddorstig onbenul – hij kan zelfs geen kaart lezen – wiens stalinistische paranoia hem ertoe brengt de beste medestanders van de Republiek uit de weg te ruimen.

De atypische franquist

Ik schreef dat het beeld van de franquisten niet positief overkomt. Toch is er ook daar een element dat niet in het plaatje past. De soldaten die hun tegenstanders onthoofden staan onder leiding van luitenant Berrendo – de enige franquist overigens die een naam krijgt. De lezer komt meer te weten over hem, via de gedachtestroom van het personage. En wat blijkt? De jonge luitenant ontsnapt aan het stereotiepe beeld dat de republikeinen hebben van wie zij de ‘fascisten’ noemen.

Hij beseft dat het onthoofden van gesneuvelde tegenstanders een barbaarse daad is, maar de verteller noemt hem geen fanaticus, zoals Enrique Líster, integendeel, hij onderstreept dat de jonge franquist niet van oorlog houdt en afstand neemt ten opzichte van ‘those who like such things’ (‘zij die van dergelijke zaken houden’).

Onder het prestige van Hemingway…

Het verbaast dan ook niet dat Amerikaanse veteranen van de Internationale Brigades de roman niet konden op prijs stellen. In 1952 publiceerden ze een anthologie met teksten over de Burgeroorlog, maar ze weigerden een bijdrage van Hemingway op te nemen, want zo schreef oud-strijder Alvah Bessie in het voorwoord: ‘Under the name and prestige of Hemingway, important aid was given to humanity’s worst enemies’ (‘Onder de naam en het prestige van Hemingway werd belangrijke hulp verleend aan de ergste vijanden van de mensheid’). Steve Nelson, voormalig politiek commissaris van de Lincoln Brigade, had lof voor de roman, maar de Partij floot hem terug.

Als een goed communist paste hij zijn oordeel aan en schreef dat het geen toeval was dat de roman werd bewierookt ‘in de salons van de bourgeoisie’. In de Sovjet-Unie was de roman verboden, naar het schijnt onder invloed van La Pasionaria die de kritische woorden over haar zoon niet had geapprecieerd. De censuur werd opgeheven in 1968, nadat de Spaanse zich kritisch had uitgelaten over het neerslaan van de Praagse Lente…

De ironie wil overigens dat ook in het Spanje van Franco de roman verboden was tot… 1968. Wellicht is dat het beste wat een roman kan overkomen, dat zowel een extreemrechtse als een extreemlinkse dictatuur hem verbieden. Want een goede roman biedt geen zekerheden, maar geeft de ingewikkeldheid van het leven weer en stelt politieke dogma’s aan de kaak.

Wil de echte Hemingway opstaan?

Wie is de échte Hemingway? De man die zijn vriend John Dos Passos aanspoort om zich niet druk te maken over het lot van één enkel individu dat wordt verpletterd in de maalstroom van de geschiedenis, terwijl een titanenstrijd tussen goed en kwaad plaatsvindt? De man die stelt dat burgerlijke vrijheden niet opwegen tegen de strijd voor een rechtvaardige zaak, dat het doel de middelen heiligt? Of vinden we de echte Hemingway terug in de roman die hij onmiddellijk na zijn terugkeer uit Spanje schrijft, en waar twijfel de overhand neemt boven dogmatische zekerheden?

For Whom the Bell Tolls is geen manicheïstische fabel, maar wijst op de complexiteit van elke historische situatie: niet alle franquisten waren schoften, en niet alle republikeinen waren engelen. Goede literatuur toont dat geschiedenis labyrintisch is en zelden te herleiden tot duidelijke situaties waar goed en kwaad netjes tegenover elkaar staan. Iets om over na te denken, op een ogenblik dat militante zekerheden de verwardheid en de complexiteit van het verleden willen ontkennen.

Luc Rasson

Luc Rasson is gefascineerd door de manier waarop het verleden het heden blijft bepalen. In zijn laatste boek, 'Het lijk van de dictator', illustreert hij dat aan de hand van de lotgevallen van het stoffelijk overschot van respectievelijk Franco, Mussolini en Pétain.