fbpx


Binnenland, Politiek
herfederalisering

Het narratief van de Vivaldi-dictatuur

De vrije meningsuiting onthoofden om de macht te consolideren



De electoraal eroderende traditionele partijen zitten als een kat in het nauw. Dat bewijzen de laatste peilingen. In een poging om hun macht te bestendigen klitten ze samen, molesteren ze onze democratie, leggen ze rechten van de mens en grondrechten naast zich neer, onthoofden ze de vrije meningsuiting en dansen ze in de onbekwaamheid van hun betweterigheid.

Het narratief van een valse perceptie

De traditionele partijen verliezen hun macht, de macht om het narratief te bepalen. In de vorige eeuw konden ze de opinie sturen, eerst vanop de preekstoel en via allerlei organisaties uit het middenveld, later door eigen kranten en tijdschriften en nog later via staatstelevisie en radio. Rond het millennium werd het radio en tv-monopolie stilaan doorbroken.

Sociale media en internetkranten vervingen beetje bij beetje de door links gemanipuleerde media. De stemmen van de traditionele partijen smolten zienderogen. Eind vorige eeuw rukte de kiezer zich terecht los uit de boeien van partijpolitieke structuren en gooide het juk van het zuilgebonden stemmen van zich af. Het leeghoofdig slaafs, soms haast genetisch stemmen maakte plaats voor een licentieus realistisch tijdsgebonden stemgedrag.

Door de sociale media, de ontvoogding van kiezer en de onmacht van de politique politicienne om het narratief te domineren verdween de brainwash van een valse perceptie en weerklinkt de echte stem van de Vlaming. Net daarom wil men nu de vrije meningsuiting inperken met een pseudostrijd tegen haat. Een fake argument waarmee ze de eigenaars van sociale media met succes onder druk zetten om hun censuur op te drijven. De zogenaamde strijd tegen haat moet verholen dat ze eigenlijk strijden om opnieuw het politiek narratief te kunnen domineren. 

De boemerang van de kiesdrempel

In 2003 vergat de Open Vld even dat ze liberalen waren. Onder aanvoering van Guy Verhofstadt werd de kiesdrempel van 5% ingevoerd. Het doel was de parlementen te vrijwaren van afwijkende meningen die de burger via kleine partijen wou laten horen. Op Lijst Dedecker na slaagden de trado’s er ook in om deze legitieme meningen buiten de democratische besluitvorming te houden. Zo snoerden ze van overheidswege de mond van honderdduizenden Vlamingen.

De kiesdrempel is in hun aangezicht ontploft. De burger, in de onmogelijkheid om via normale democratische weg zijn ongenoegen te laten horen, vlucht naar de extremen van Vlaams Belang en PVDA. De kiezer steekt dan vaak de Rubicon over. Door de kiezer enkel de kans te bieden via de extremen de heersende klassieke politieke partijen electoraal af te straffen, delven de trado’s hun eigen graf.

De linksliberale dwaalgedachten

Met Alexander De Croo en Vincent Van Quickenborne krijgen we een nieuwe dictatuur met een linksliberale D66-retoriek. Linksliberaal is een oxymoron dat door sommigen zelfs als een basaltwoord wordt gebruikt. Maar anders dan die stijlfiguren verliest linksliberaal zijn inhoud door de tegenstelling. Wie liberaal wil zijn en tegelijk een links beleid wil voeren, kan deze paradox enkel gestalte geven via een schizofreen bestaan. Maar als je mossel noch vis bent, vang je overal achter het net. In Ter Zake hoorde ik Patrick Dewael het schadebeginsel van John Stuart Mills —mijn favoriete filosoof — aanhalen als de verdediging voor de wijziging van art 150 van de Grondwet. De grondwetswijziging waarmee men haatspraak wil correctionaliseren en de vrije meningsuiting aan banden wil leggen.

John Stuart Mill

De belangrijke Britse filosoof John Stuart Mill schreef in ‘on Liberty’: ‘De enige reden waarom men rechtmatig macht kan uitoefenen over enig lid van een beschaafde samenleving, tegen zijn zin, is de zorg dat anderen geen schade wordt toegebracht. Iemands eigen welzijn, hetzij fysiek, hetzij moreel, is geen voldoende rechtsgrond.’

Ook enkele linksliberale tweepers en Jong VLD-ers zag ik dit als argument papegaaien. Aan al deze liberalen raad ik ten stelligste aan om ‘On Liberty’ van Mill volledig te lezen. En de rest van zijn oeuvre ook! Hij beschrijft daarin de reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting. Die moet volgens hem zo groot mogelijk zijn. Zolang er geen sprake is van fysiek geweld of het aanzetten ertoe, is mentaal kwetsen of beledigen volgens Mill toegestaan. Hij is van mening dat wanneer ook mentaal leed zou meegerekend worden in het schadebeginsel, de vrijheid van meningsuiting te eng zou worden. Mills betoogt dat men de mening van de enkeling die anders denkt niet mag fuiken. Wat hij de ‘tirannie van de meerderheid’ noemt, heeft volgens Mill niet het recht om een alleenstaande mening te censureren omdat ze ongemakkelijk is.

Vooruitgang die gebonden is aan een eenheidsvisie is volgens Mill nooit een globale vooruitgang voor iedereen. Mill is niet alleen mijn favoriete filosoof omwille van zijn standpunt omtrent de vrijheid van meningsuiting. Hij was ook de eerste filosoof die vrouwenrechten, dierenrechten en de zorg voor het milieu verdedigde. Hij was een visionair wiens ideeën vandaag, bijna 150 jaar na zijn overlijden, nog steeds actueel zijn.

Het Hof van Assisen

De grondwetgever voorzag in 1831 in een ruime bescherming van de vrije meningsuiting door de volksjury bevoegd te verklaren voor meningsmisdrijven. In de eerste plaats wilde hij zo kritische meningen over het staatsregime beschermen. Onze grondwet werd toen, onder meer omwille van de bescherming van vrije meningsuiting, beschouwd als de meest liberale en vooruitstrevende grondwet van Europa. Net dat wil men nu terugschroeven. Dit kan niet anders dan omschreven worden als een deliberalisering van onze grondwet.

Het liberale principe wil men vooral schrappen omdat men geen extra geld en middelen wil investeren in het hof van Assisen. Indien men meer meningsmisdrijven wil vervolgen zou men net zo goed de mogelijkheid kunnen verhogen om voor een volksjury te verschijnen. Er zijn heel wat voor- en nadelen aan juryrechtspraak, maar de nadelen wegen mijns inziens niet op tegen de bescherming van kritische meningen. De vraag of onze maatschappij niet beter gediend is met de bescherming van de vrije meningsuiting via het verhogen van de toegankelijkheid tot het Hof van Assisen, wordt vandaag jammer genoeg niet gesteld. Nochtans is deze vraag pertinenter en zonder twijfel liberaler.

Groepshaatzaaien

In de Kamer vroeg fractieleider van Vooruit, Melissa Depraetere, om met spoed hoorzittingen te organiseren rond haar ‘wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden wat het verbod van ondemocratische groeperingen betref’(sic). Ze wil daarmee organisaties verbieden die opgericht zijn met de bedoeling om haat te zaaien onder de bevolking. Ze stelt voor om ook verenigingen te verbieden die als wezenlijk kenmerk hebben dat zij aanzetten tot geweld, discriminatie of haat op bepaalde gronden.

Het is een gevaarlijke wet die de deur openzet tot willekeur en verenigingen wil verbieden op basis van een gevoel. Haat is een gevoel. Het is de tegenhanger van liefde. Het maakt ons tot mens. Ook het verbieden van verenigingen omwille van een ongemakkelijke mening is verwerpelijk. Politiek wordt gestreden met woorden, niet met ondemocratische daden in strijd met de mensenrechten. Mocht straks een rechtse coalitie beslissen over de definitie van ‘haat’, zal je met zekerheid je eigen wet vervloeken, beste Melissa.

Wie bepaalt de definitie van haat

Vorige week lanceerde Alexander De Croo in de Kamer van Volksvertegenwoordigers het adagium: ‘Haatspraak is strafbaar, het mag niet straffeloos blijven.’ Dit is een simplistisch populistische veralgemening die enkel tot doel heeft te misleiden. In België valt haatspraak onder art 444 van het strafwetboek het zogenaamde ‘laster en eerroof’. Maar niet elke laster en eerroof is een haatmisdrijf conform de antidiscriminatiewet van 25 februari 2003. Sterker nog: de meesten zijn het zelfs niet.

Het probleem is dat de term ‘haat’ niet duidelijk omschreven is. Wie zal de definitie bepalen en is ze wel te omschrijven als misdaad? Bovendien worden er in België veel misdaden gepleegd uit haat die geen ‘haatmisdrijven’ zijn. Omgekeerd heeft de dader van een haatmisdrijf vaak ook geen specifieke of persoonlijke haatgevoelens naar het slachtoffer toe.

De waarom-vraag

Dat brengt ons naadloos weer bij de waarom-vraag. Waarom zijn liberalen bereid om na 190 jaar de vrije meningsuiting te beknotten? Tijdens deze 190 jaar kenden we oorlogen, massabetogingen, volksopstanden, terreurdaden, privémilities, seriemoordenaars enzovoort, allemaal binnen de huidige context van de bescherming van de vrije meningsuiting. Waarom wilden ze die toen niet verder beperken en nu wel? Omdat ze nu wegsmelten tot dwergpartijen en hun eigen kiesdrempel vrezen. Omdat ze de macht verloren hebben het narratief van onze gedachten te bepalen.

Mag ik eindigen met te zeggen dat je met een muilkorf de verlichting uitdooft en het stil protest aanwakkert. Mahatma Ghandi zei daarover: ‘U kunt me ketenen, u kunt me martelen, u kunt zelfs dit lichaam vernietigen, maar u kunt nooit mijn gedachten gevangen zetten.’ Het had een quote van Jurgen Conings kunnen zijn in zijn afscheidsbrief.

 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Ignace Vandewalle

Ignace Vandewalle (1966) was kabinetsmedewerker van minister Marc Verwilghen en staatssecretaris Vincent Van Quickenborne, parlementair medewerker van Boudewijn Bouckaert en sinds 2019 partij-onafhankelijk parlementair medewerker van Jean-Marie Dedecker. Sinds 2014 is hij zaakvoerder van het onafhankelijk politiek adviesbureau BFELT.