Filosofie, Multicultuur & samenleven

Homo communicus manifesteert zich

Homo economicus is ondergelegen aan de homo communicus

In de economische wetenschap is het idee van de ‘homo economicus’ (quasi-Latijn voor economische mens) een mensbeeld waarin de mens eerst en vooral een economisch wezen is. Dat wil zeggen: de mens is gericht op de rationele bevrediging van zijn behoeften op efficiënte, rationele of logische wijze. Dit mensbeeld wordt sterk geassocieerd met kapitalisme en economisch liberalisme. Beide zijn theorieën die ervan uitgaan dat de behoeftebevrediging door berekenende individuen binnen bepaalde kaders de beste sociaaleconomische organisatie zal bewerkstelligen. Een verwant begrip is de ‘calculerende burger’, gebaseerd op een visie waarin burgers worden gezien als consumenten die, scherp calculerend, diensten afnemen van overheden en instellingen.

Homo communicus

Het huidige neoliberale mensbeeld heeft veel oog voor de homo economicus, maar geen of te weinig oog voor de mens als sociaal dier met gevoelens van solidariteit en loyaliteit. De ‘homo communicus’ is te omschrijven als de mens gericht op rationele of logische bevrediging van solidariteitsgevoelens vanuit een diepgeworteld groepsgevoel. Dergelijke gevoelens behoren bij de mens die efficiënt en rationeel handelt op basis van solidariteit met groepsleden.

Solidariteit beschrijft een gevoel van saamhorigheid en is in die zin een fundamenteel aspect van een samenleving. Het werkt als een bindmiddel tussen individuen die verenigd worden door een gevoel van eenheid en gemeenschap. Zoals bij elke vorm van groepsvorming binnen een gemeenschap zullen er personen binnen of buiten de groep vallen, dus binnen of buiten de solidariteit vallen. In het verlengde hiervan ligt de empathische burger, die zich meer of minder loyaal en solidair opstelt jegens zijn naasten of andere groepen binnen een gemeenschap. Hij of zij zal op die basis gevoelens van empathie of mededogen vertonen.

Tien solidariteitsringen

Er is geen onenigheid over de betekenis van solidariteit zelf, maar wel over met wie je solidair bent. Of moet zijn. De discussies over solidariteit gaan daarom vaak over de vraag: wie zijn ‘wij’ en wie zijn ‘zij’? De homo communicus komt voor het beantwoorden van die vraag te hulp. De rationele bevrediging van solidariteit hangt af van mensen of groepen die in meer of mindere mate er in slagen de gemeenschap in stand te houden. Dit is te vertalen naar ringen van naasten of groepen van naasten die meer of minder nabij zijn aan de individuele mens en die de individuele mens in meer of mindere mate kan vertrouwen om een bijdrage te leveren aan de instandhouding van de gemeenschap.

Deze ringen rond de individuele mens zijn als volgt te omschrijven: ring 1: gezin, vrouw en kinderen; ring 2: familieleden; ring 3: naaste vrienden; ring 4: kennissen; ring 5: club en buurtgenoten; ring 6: stadsgenoten; ring 7: provinciegenoten; ring 8: landgenoten; ring 9: continentgenoten; ring 10: wereldgenoten. De homo communicus wenst zijn gevoelens van solidariteit intact te houden en zal een afwerende of zelfs vijandige houding aannemen jegens mensen die daaraan tornen. Anders gezegd, de homo communicus heeft de meeste gevoelens van solidariteit, gehechtheid en empathie met mensen uit naaste ringen. Dus met mensen die een zekere mate van betrokkenheid hebben met elkaar.

Dit maakt het mogelijk burgerschap te vertonen. Hier speelt evolutie en overlevingsdrang van de mens een rol, hetgeen beter bevredigd wordt door mensen die nabij zijn, waar op solidariteit en vertrouwen gerekend mag worden. Dit staat tegenover mensen die ver weg zijn, die je niet kent en in de eerste plaats niet hoeft te vertrouwen, dus niet kunt vertrouwen. Dit betekent dat als mensen van buitengelegen ringen naar binnengelegen ringen stromen ze mogen rekenen op meer of minder acceptatie en empathie op basis van nabijheid.

Wij-zij

In de ‘wij-zij’ discussies over solidariteit is geen vaste afbakening te maken wie ‘wij’ en ‘zij’ zijn, maar doorgaans wordt gesteld dat ‘wij’ ophoudt bij de landsgrenzen. Dit hangt samen met het gegeven dat men belasting betaalt en vrij nauwkeurig weet waarvoor dat geld in het land dient en waaraan het besteed wordt. Burgerschap vormt de basis voor de acceptatie van het betalen van belasting, zodat hier de homo economicus en homo communicus samenvloeien.

Dit verklaart tevens de weerstand die men voelt bij de vraag naar (opgedrongen) solidariteit voor mensen binnen de Europese Unie, buiten de eigen landsgrenzen. Men vraagt solidariteit met mensen in ring 9, waarvoor men slechts zeer beperkte of geen solidariteit voelt. Het is immers in ring 8 bekend dat er (veel) belastinggeld naar ring 9 toevloeit, zonder dat men echt weet hoe het besteed wordt. Men heeft er evenmin zeggenschap over, anders dan via de getrapte representativiteit. Dit is de reden dat grote rijken op den duur uiteenvallen.

Het vormt een waarschuwing voor de Europese Unie niet verder uit te breiden: hoe meer uitbreiding, hoe minder solidariteit. En des te sneller zal de Unie uiteen vallen. Het werkt dus twee kanten op: naarmate immigranten verder uit de buitenste solidariteitsring naar binnengelegen ringen wensen te gaan, zal de weerstand toenemen. Maar andersom, naarmate men in de binnenste ring iets gedaan wil krijgen dat in de buitenste ring moet gebeuren (‘Brussel’), dan zal de weerstand toenemen omdat het als afstandelijk en inefficiënt wordt ervaren. Dit is de reden dat burgers zich thans meer verlaten op lokale beslissingsbevoegdheid in de stad en de buurt, ‘Den Haag’ wordt voor burgers minder relevant. ‘Brussel’ wordt belangrijker, maar wordt door burgers als opgedrongen ervaren. Het politieke krachtveld wordt uiteen getrokken.

Apengemeenschap

Frans de Waal (1948) is een wereldberoemde Nederlands-Amerikaanse evolutionair bioloog, hoogleraar psychologie aan de Emory University in Atlanta, directeur van Living Links en auteur van diverse bestsellers. Hij doet onderzoek naar dierlijke intelligentie en in het meesterlijke Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn (2016) toont De Waal aan dat apen empathisch zijn en solidair zijn ‘binnen een dicht netwerk van vrienden en verwanten, waar niemand ontsnapt aan de regels van de matrilineaire orde’. In de apenwereld is er een scherpe scheiding tussen ‘wij’ en ‘zij’. De Waal zegt: ‘het mentale verschil tussen mens en dier [is] niet wezenlijk maar slechts gradueel […]. Hoe dichter een soort bij ons staat, des te meer dit bijdraagt aan ons begrip van die soort’ (pp. 32-33).

De Waals onderzoek toont aan dat apen binnen een gemeenschap goed functioneren als het voor ieder lid van die gemeenschap duidelijk is hoe de hiërarchie in elkaar steekt en hoe de machtstructuur van hoog- naar laaggeplaatste apen er uit ziet. Hooggeplaatste apen, leiders, worden telkens door jongeren uitgedaagd. Mocht een leider niet meer de macht en kracht hebben de gemeenschap bijeen te houden, dan heeft de leider afgedaan. Gevoelens van empathie gelden enkel voor leden van de gemeenschap. Als een naburige groep apen de gemeenschap tracht binnen te dringen, dan komen ze van een koude kermis thuis. De hoogstgeplaatste aap gaat voor in de strijd tot ze verjaagd zijn. Xenofobe apen? Racistische apen? Populistische apen? Nee, die bestaan niet.

De mens als aap

Uiteraard is het interessant wat dit voor de mens kan betekenen. Sinds Darwin weten we dat de mens zich als dier in een evolutionair proces heeft afgesplitst van de aap. De Waal noemt het slechts een gradueel verschil dat via een geleidelijk proces heeft plaatsgevonden. Hij noemt apen slimmer dan wij denken. In de dierenwereld staan apen de mens het meest nabij, ze zijn voor menselijk gedrag het meest relevant. Ook wij denken in ‘wij-zij’ termen en ook wij formuleren machtsstructuren. Het zit diep in onze genen en maakt het mogelijk dat wij als mens in een gemeenschap efficiënt kunnen functioneren.

Opvallend is dat waar bij apen indringers met alle macht worden geweerd, waarbij de hoogstgeplaatste aap de leiding heeft, bij de mens indringers worden toegelaten juist op aandringen van de hoogstgeplaatste mens. Althans dit was tot voor kort het geval, maar nu minder omdat lager geplaatste mensen bezwaar maken tegen een nog grotere instroom. Dit bezwaar krijgt de vorm van populisme en van extreem rechts en extreem links. Blijkbaar kan ook bij de mens — net als bij apen — een plotselinge instroom van vreemden niet ongestraft plaatsvinden.

Dit wordt treffend geïllustreerd door Sam Peckinpah’s adembenemende film Straw Dogs (1971), waarin Dustin Hoffman zich als wetenschapper David Sumner met zijn vrouw Amy terugtrekt in een cottage op het Schotse platteland. Zijn aantrekkelijke vrouw, gespeeld door Susan George, is er opgegroeid. Als David wordt weggelokt dringen dorpelingen, oude aimants van vrouwlief, het huis gewelddadig binnen en verkrachten haar. Overigens is dit geen mooie ‘#metoo’ rol van Amy: ze laat het verkrachten ten slotte toe, zodat de aanvankelijke verkrachting overgaat in overspel. We zien de schuchtere wetenschapper David, die altijd conflicten ontweken heeft, veranderen in een nietsontziende wraaknemer. De zes indringers sterven een nogal onplezierige dood. Het dierlijke in de mens David wordt opgewekt en komt uiteindelijk naar boven. Als het er echt op aankomt zal de mens zijn gemeenschap verdedigen, je kunt er op wachten…

Weerstand tegen immigratie

De weerstand die mensen tonen tegen immigratie uit ring 10 gaat veel verder dan protest tegen banenverlies. Het weerspiegelt de weerzin tegen het teloorgaan van de gemeenschapszin door de komst van mensen uit ring 9 of 10. Als de immigratie eerst nog gering is neemt men aan dat de binnenste ringen er niet door worden aangetast, de gemeenschapszin blijft overeind. De immigranten worden warm welkom geheten. Maar naarmate de immigratie massaal wordt neemt de weerstand snel toe: men vreest aantasting van gemeenschapszin, onderling vertrouwen en betrokkenheid. De gemeenschap dreigt uiteen te vallen. Idem zie je dat bij de toestroom van toeristen: een bescheiden aantal wordt met open armen ontvangen, maar een overstelpend aantal wordt door stadsbewoners ervaren als een plaag. Er wordt gesteld dat deze weerstand irrationeel is, terwijl de weerstand dient om de gemeenschap in stand te houden. Het kan een tijd goed gaan, maar de reactie komt: populisme.

Populisme is te beschouwen als het verzet tegen identiteitsverlies en de aanval op de cohesie van de samenleving. Het is als puisten op een ziek lichaam. Je kunt dan niet zeggen ‘de puist is ziek’ (zoals nu), terwijl in feite het lichaam ziek is en de dokter de diagnose dient te stellen en vervolgens een traject voor genezing voorschrijft. Populistische leiders als ondermeer Fortuyn, Verdonk en Baudet stellen wel de diagnose, maar ‘ze komen niet met oplossingen’. Tegengeworpen kan worden dat het buitengewoon lastig is om met oplossingen te komen in een machtsstructuur die vooral in kosmopolitische termen denkt, zoals wereldburgerschap en globalisering. Dat geeft geen aansluiting bij populisten die juist in nationale en lokale termen denken. Het gevolg is dat populisten en kosmopolieten langs elkaar heen praten. De kloof is niet te overbruggen. Ze blijven elkaar verketteren. De puist blijft etteren.

Homo communicus first!

Menselijke eigenschappen beïnvloeden economische maar ook sociale keuzes. Onderzoek* toont telkens aan dat mensen niet voor een optimale uitkomst kiezen. Professor Richard Thaler, Chicago University, heeft de Nobelprijs voor Economie 2017 gekregen wegens zijn baanbrekend onderzoek naar irrationeel gedrag bij financiële keuzes. Het gaat daarbij om vuistregels (‘heuristics’) die wij hanteren bij het maken van inschattingen tijdens financiële beslissingen. We zijn slachtoffer van vertekeningen en denkfouten (‘biases and fallacies’). Bij financiële psychologie komt dat tot uiting in zelfvertrouwen, overmoed, euforie aan de ene kant en anderzijds onzekerheid, angst, schrik en paniek. Kansen en risico’s worden verkeerd ingeschat door irrationeel gedrag.

De mens tracht wel een homo economicus te zijn, maar kan dat slechts ten dele realiseren. De homo communicus bestaat evenmin als de homo economicus. De mens is geen perfect rationeel handelend wezen in financiële en sociale zaken, hoewel de mens dit wel tracht te zijn. Ook homo communicus is slachtoffer van vertekeningen, denkfouten en overmoed. Maar verondersteld mag worden dat de mens als homo communicus eerder rationaliteit vertoont dan de homo economicus, vanwege de drang naar overleving en voortplanting. De gemeenschap in stand te houden is het belangrijkste, daarna komt rationeel financieel handelen. De homo economicus is ondergeschikt aan de homo communicus.

Xenofoob, bestaat dat?

De weerzin of terughoudendheid jegens immigranten wordt in zich progressief noemende kringen al gauw xenofoob, racistisch of irrationeel genoemd, terwijl er zich in feite weinig anders voordoet dan de homo communicus die zich manifesteert. Herhaalde kreten als ‘deze samenleving is racistisch’ wijzen er op dat inmiddels de grenzen van solidariteit overschreden zijn. De komst van nog meer mensen uit ring 10 zal voor nog meer (vermeend) racisme zorgen. Men dient empathie te vertonen jegens de nooddruftige in ring 10, maar het mag duidelijk zijn dat dit een bescheiden solidariteit is. Die verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer naastgelegen ringen erdoor worden aangetast, het bekende ‘not in my backyard’.

Dan kan worden tegengeworpen: ‘Ik voel een diepe solidariteit met behoeftigen in den vreemde, n’importe van waar ze komen’. Dit is een vorm van solidariteit die men vanuit religie, ideologie en politiek aangeleerd heeft. Media spelen een uiterst belangrijke rol. Men krijgt rechtstreeks via de tv en social media de ellende van heinde en verre op het bord, waardoor gevoelens van empathie en schuldgevoelens (‘wij hebben het zo goed en zij zo slecht’) als het ware opgedrongen worden. Zonder de media zou men nooit die gevoelens gehad hebben. Deze aangeleerde vormen van solidariteit leggen het loodje zodra de binnenste ringen bedreigd worden. De ooit zo edele gevoelens blijken dan flinterdun. Als xenofobie voor apen niet bestaat, bestaat het dan wel voor de mens?

Politici

Waar ligt de oplossing? De afgelopen periode is vooral gedreven door het bedrijfsleven en kosmopolitisme. Het bedrijfsleven is telkens op aandringen van lobbyisten op haar wenken bediend: globalisering, Europese Unie, euro, tax havens, etc. Steeds meer is ring 10 opgezocht met als gevolg puisten op een ziek lichaam. ‘In the end’ zijn we veredelde apen. Een ongemakkelijke waarheid. De oplossing is: minder aandacht voor ring 10 en meer aandacht voor alles wat binnen de ringen 1 tot en met ring 8 plaatsvindt. Te weten: bescherming van burgers, bescherming van leefklimaat en bescherming van gemeenschap. Politici zijn daarin de afgelopen decennia niet geslaagd. Ze hebben de homo communicus veronachtzaamd. Ze worden dringend verzocht dit te herstellen. Als politici hierin niet slagen, dan zullen ze het vertrouwen van burgers definitief verliezen.

*Zie bijvoorbeeld Nassim Thaleb, Daniel Kahnemann, Richard Thaler  en Jaap van Ginneken

Frits Bosch

Frits Bosch is institutioneel consultant en publicist

Dit artikel delen of afdrukken




Commentaren en reacties


Kijk vooraf even op onze Spelregels en technische problemen
Reacties - klik hier

Voeg een reactie toe

https-doorbraak-be

Lees ook

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans