JavaScript is required for this website to work.
Communautair

Kiezen tussen de federale kieskring of democratie

Pieter Bauwens15/4/2023Leestijd 3 minuten

foto © Belga

Om de zoveel tijd duikt het idee weer op: de Federale Kieskring. Een ‘vals goed idee’. Want het zou meer problemen veroorzaken dan oplossen.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

In de komkommertijd van Pasen duikt een van de monsters van Loch Ness van de Belgische politiek opnieuw op: de federale kieskring. Een ideetje dat leuk lijkt, maar het niet is. Er zijn altijd vragen over die niet gesteld worden.

Op welke vraag is de federale kieskring het antwoord?

Op een bijeenkomst van ReBel zei Egbert Lachaert (Open Vld) dat het probleem is dat er geen maatschappelijk debat is tussen noord en zuid, en Brussel. Sterker nog, dat de partijen die opkwamen in de verschillende delen houden geen rekening met de andere kant. Met een federale kieskring zijn de verkiezingen niet langer gericht tegen een andere gemeenschap. Dat is problematisch. Een kiessysteem is nooit neutraal, maar moet zo neutraal mogelijk zijn. Deze kieshervorming is overduidelijk gemaakt om een bepaalde politieke overtuiging te bevoordelen. Is de remedie dan niet groter dan de kwaal?

Vermindert de federale kieskring de particratie?

Het antwoord daarop is duidelijk: neen. Het zal de partij zijn die bepaalt wie tot de politieke elite behoort die zich in de federale kieskring mag aanbieden. Volgens verschillende voorstanders zijn dat ‘de ministerabelen’. Dé vraag is of die dan ook nog kandidaat kunnen zijn in een kleine kieskring. Want wat als die topkandidaten op de federale kieskring niet verkozen worden? Maar als ze in beiden opkomen, hebben ze dan meer budget om aan verkiezingspropaganda te besteden? Geeft dat geen te groot concurrentieel voordeel?

Wie wordt federaal verkozen en welk statuut hebben die?

Hoeveel kamerleden worden er federaal verkozen? Vijftien of twintig? Zijn er quota voor Franstaligen en Nederlandstaligen, zes Franstaligen en negen Nederlandstaligen bijvoorbeeld? Maar wat als die tiende Vlaming meer stemmen heeft dan die zesde Franstalige en naar het Grondwettelijk Hof trekt? Trekt een quotum ook niet het hele idee van de federale kieskring in twijfel? Want dan is er een federale kieskring, maar de verkozenen zijn dan plots niet meer federaal, maar worden verkozen op basis van hun taalgroep.

Het is ook niet duidelijk op welke basis iemand dan Vlaming of Franstalige is nu is dat afhankelijk van de taal van de kieskring van de verkozene, tenzij in Brussel, daar telt de taal van de eedaflegging. Als de taal van de eedaflegging telt, wat met tweetaligen of hoe worden quota vastgesteld? Of telt de taalgroep niet voor de Belgen van de Federale kieslijst? Hoe worden ze dan geteld voor de bijzondere meerderheid?

Komen er dan federale debatten?

Een van de bedoelingen van de Federale kieskring is om te werken aan een eengemaakte politieke ruimte ‘België’. Dat wil zeggen dat er federale debatten zullen zijn. In welke taal zullen die gevoerd worden? Zal het Vlaams Belang ook aan die debatten mogen deelnemen, samen met de Franstalige partijen? Dat is niet evident. Franstalige partijen weigeren dat tot nu toe.

Krijg je dan debatten in Vlaanderen met Vlaams Belang en zonder Franstalige partijen? En Franstalige debatten zonder Vlaams Belang? Dan krijg je een kiesstelsel dat de bedoeling heeft om een bepaalde politieke opinie te bevoordelen en een debat dat een grote Vlaamse partij uitsluit. Hetzelfde probleem met de PVDA/PTB. Trouwens krijgen Groen/écolo en de PVDA/PTB één vertegenwoordiger op zo een debat of twee? Zijn ze één partij, of toch twee als dat beter uitkomt? Zullen tijdens die debatten ook de andere politieke families het tegen elkaar opnemen? Of vormen die één lijst met de Belgische liberalen, socialisten en … ?

Moet een premier of een minister in heel het land verkozen kunnen worden?

Dat is een argument van de voorstanders. Nu kunnen enkel Oost-Vlamingen voor Alexander De Croo (Open Vld) stemmen, klinkt het dan. Dat terwijl hij premier is van alle Belgen. De premier van Groot-Brittannië is verkozen in het district Richmont (North Yorkshire). Enkel de kleine tienduizend kiezers daar kunnen voor hem stemmen en hij is premier van heel Groot-Brittannië. Dat wordt niet als een probleem gezien.

Natuurlijk komt zijn partij in zowat heel het Verenigd Koninkrijk op. Maar niemand houdt Open Vld tegen om lijsten in te dienen in Luik, Namen, Waals-Brabant, Henegouwen of Luxemburg. Dan kunnen alle Belgen stemmen voor de partij van de premier. Het Vlaams Belang is in 2019 opgekomen in Henegouwen. Ze haalden er zonder campagne 18.000 stemmen.

Een duivels idee

Net zoals in zoveel andere voorstellen die bedoeld zijn om de structuren van dit land te doen werken, blijkt de duivel in het detail te zitten. Een federale kieskring blijkt een slechte oplossing voor een probleem omdat ze een heleboel andere problemen veroorzaakt. Nieuwe problemen die de Belgische knoop enkel strakker trekken en een duidelijk beleid nog moeilijker maken. Een vals goed idee dus.

Een echte federale kieskring zou willen zeggen dat alle hondervijftig kamerzetels in één kieskring worden verkozen. Van De Panne tot Manderfeld en van Meersel-Dreef tot Torgny. Geen taalgroepen, geen alarmbellen, geen bijzondere meerderheden. Nous sommes tous des Belges, een stem is een stem, een meerderheid een meerderheid. Meer België kan je niet krijgen. Het zal niet gebeuren. Niemand vraagt de voorstanders van een federale kieskring waarom niet. Net dat is het beste argument tegen die federale kieskring. De uiteindelijke vraag is: wat verkiest u, democratie of het behoud van dit land?

Pieter Bauwens is sinds 2010 hoofdredacteur van Doorbraak. Journalistiek heeft hij oog voor communautaire politiek, Vlaamse beweging, vervolgde christenen en religie.

Commentaren en reacties