JavaScript is required for this website to work.
Politiek

Kon er iemand Rousseau stoppen op weg naar de emocratie?

Pieter Bauwens28/1/2023Leestijd 3 minuten
Conner Rousseau ging in debat met Onderwijsminister Ben Weyts in de studio van
Terzake.

Conner Rousseau ging in debat met Onderwijsminister Ben Weyts in de studio van Terzake.

foto © VRT

Conner Rousseau is de beste tv-politicus. Getraind in de sociale media, weet hij wat werkt en wat niet. Inhoud werkt niet. Weg ermee.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Het debat tussen Conner Rousseau (Vooruit) en Onderwijsminister Ben Weyts (N-VA) toont het fundamentele verschil in visie. Wie moet de problemen oplossen? Volgens Rousseau moet de overheid dat doen, volgens Weyts moeten mensen zelf hun verantwoordelijkheid nemen. Het was ook de botsing tussen emotie en inhoud.

Superbelangrijk

Conner Rousseau is een ‘supergoede’ communicator die zijn taal en boodschap goed afstemt op zijn publiek. Dat doet hij niet door inhoudelijk een punt te maken. Rousseau schept sfeer, emoties overtuigen, cijfers vervelen. Een anekdote, een verhaal, is beter dan concrete politiek maatregelen.

Dus Conner vindt het ‘superbelangrijk’ dat kinderen goed Nederlands spreken op school en dat er communicatie mogelijk is tussen de ouders en de school. Hij is het in Terzake met Ben Weyts eens dat scholen aan de Vlaamse overheid moeten kunnen melden als die communicatie niet goed loopt.

Debiel

Maar wat moet er dan gebeuren? Volgens Weyts moet de overheid dan de stok bovenhalen en knippen in de schooltoelage die de ouders krijgen. Zo wil hij ze dwingen om Nederlands te leren, hun verantwoordelijkheid op te nemen.

Volgens Rousseau is dat ‘debiel’. Een woord dat wel scoort bij zijn doelgroep. Daarna hint hij dat Weyts aan het kindergeld wil zitten. De schooltoelage is strikt genomen geen kindergeld. Hij zegt dat niet rechtstreeks, hij suggereert dat. Heel slim.

Aanbod

Wat wil de Vooruit-voorzitter met ouders die maar geen Nederlands leren? ‘Meer aanbod voorzien’. Het is niet zoals bij Weyts een verhaal van ‘rechten en plichten’. Het is een verhaal van een overheid die nog meer haar best moet doen om de ouders te overtuigen. Nog meer wortelen voorzien. Geen stok.

Rousseau gaat zelfs nog verder. De slechte koala-taaltesten zijn de schuld van het onderwijs. 28 kleuters voor een leerkracht, te veel peuters in de crèche per verzorgende, dan kan je geen aandacht geven aan taalverwerving. Er is meer personeel nodig. De overheid moet meer haar best doen. De ouders en kinderen zijn de slachtoffers van een slecht functionerende overheid.

Onderwijs faalt

Dat is natuurlijk een interessante piste. Faalt ons onderwijs vandaag in haar kernopdracht: goed onderwijs bieden als fundament voor een goed leven? En zo ja, hoe komt dat? Je zou kunnen zeggen dat Weyts hierin wel zou kunnen meegaan. Want in het verleden zijn er foute pedagogische en didactische keuzes gemaakt, zegt hij in het debat.

Er is te veel gekozen voor het welbevinden van de leerlingen (met het idee dat de kennis dan wel meekomt), niet voor kennisverwerving. En volgens Weyts is er een verwarring gegroeid tussen gelijke kansen en gelijke uitkomsten. We hebben te weinig ingezet op excelleren.

Te is te

Dat is te concreet voor Rousseau. Dat lust de burger niet. Hij heeft geen boodschap aan woorden als pedagogie en didactiek. Dat gebruikt hij niet. ‘De lat hoger? Iedereen wil toch het beste voor zijn kinderen?’ Dat is klare taal.

Weyts zit daar maar te praten over meer aandacht voor wiskunde en Nederlands, terwijl er niet genoeg leerkrachten zijn. ‘Dat is spelen met de toekomst van de kinderen.’ En Weyts heeft volgens Rousseau geen plan: ‘Ik zie geen plan’. De Vooruit-voorzitter is duidelijk: ‘Alle leerlingen moeten in alle omstandigheden de beste onderwijskansen krijgen.’ En wie kan daar tegen zijn?

Uitdagen

Als Weyts daarna zijn plan uitlegt in drie puntjes, met de lichtpuntjes en de cijfers over het lerarentekort, gaat de info verloren. Je haalt het in een tv-debat niet met cijfers tegenover emoties en sfeerschepping.

Dat weet Rousseau. Dus ontwijkt hij handig de vraag van journalist Pieterjan De Smedt hoe Rousseau het zou aanpakken. N-VA zit 20 jaar in de regering, nu hebben ze plots gezien dat er problemen zijn… Hij diept een anekdote op over Portugal, zonder in detail te gaan. Daar lukt het wel, Weyts kan het niet.

Het zijn de Grieken

En nog anekdotisch: die vijf leerlingen die Grieks volgen? In drie scholen op een kilometer van elkaar. Dat moet anders. Zet die samen en spaar leerkrachtenuren uit. Dat klinkt goed. De kijker knikt bevestigend. Slim plan!

Die kijker heeft geen boodschap aan de opmerkingen van Weyts dat de Grondwet dan moet aangepast worden, de vrije schoolkeuze weet u wel. Federaal moet dat doen… Politieke feiten smelten in de sfeerscheppende saus. Om zeker te zijn gooit Rousseau er op het einde nog een lege brooddoos bij. Dat kennen de mensen.

Hebben en krijgen

Misschien heeft Weyts gelijk. Tussen droom en daad staan wetten in de weg. Maar gelijk krijgt hij niet. Rousseau is de beste tv-politicus in jaren. Getraind in de sociale media, weet hij wat werkt en wat niet. Inhoud werkt niet. Weg ermee.

Het zal voorzitter Rousseau en Vooruit ver brengen. Zeker de volgende verkiezingen. Maar een emocratie, dat is een democratie waarin emoties centraal staan en bewust wordt ingespeeld op de emotie, kan wel eens heel nare gevolgen hebben. Zullen we ons later afvragen: kon er niemand Rousseau stoppen op weg naar de emocratie?

Pieter Bauwens is sinds 2010 hoofdredacteur van Doorbraak. Journalistiek heeft hij oog voor communautaire politiek, Vlaamse beweging, vervolgde christenen en religie.

Commentaren en reacties