fbpx


Mijmering

Leid ons niet in verstrooiing

Uit verveling volgt zelfconfrontatie


safe space

‘Verveelt ge u niet te veel?’ Dé vraag die tegenwoordig in elk gesprek met vrienden, buren en collega’s wordt gesteld. Je kan ook geen nieuwssite bezoeken of je wordt bestookt met tips voor tijdverdrijf in quarantaine (‘De tien meest binge-waardige Netflixseries!’). De beroemden der aarden zetten filmpjes op sociale media waarin ze zuchtend en steunend van aan hun zwembad de wereld meedelen dat ze so bored zijn en ook de gewone sterveling deelt zijn zelfbeklag graag in Twittervorm. Een enquête van iVox vorige week bevestigt dit sentiment: de verveling slaat bij steeds meer mensen toe. Nu zegt 39 procent van de Belgen zich te vervelen, tegenover 31 procent drie weken geleden.

Ultieme luxe: verveling

Niet iedereen verveelt zich uiteraard. De zelfstandigen die hun zaak door deze crisis proberen te loodsen, de rouwenden die een dierbare verloren, de ouders die nu thuiswerken met kleine kinderen op de schoot,… die vervelen zich niet. Verveling overkomt ons namelijk alleen wanneer je daar de luxe toe hebt. Rousseau noemde verveling dan ook een ‘elitaire ziekte’ en Schopenhauer schreef dat ‘verveling de gesel van rijken’ is.

De Nederlandse filosoof Awee Prins schreef er zijn doctoraat over: ‘Je zou kunnen zeggen dat wie welvaart vermeerdert, vermeerdert verveling. De verveelde mens lijdt niet ondanks het geluk, maar dankzij het geluk.’ We zijn als samenleving welvarend en hebben nu plots een overvloed aan één van die laatste schaarse goederen: tijd. De ultieme luxe, maar de meeste mensen kunnen met die luxe niet om.

Nooit eindigende afleiding

Psychiater Dirk De Wachter ziet in de coronalusteloosheid een kans: ‘De vertraging waar we vaak naar zoeken, wordt ons nu opgelegd. Laten we die kans grijpen.’ Een opportuniteit zien in verveling is voor de meesten duidelijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Door de constante beschikbaarheid waaraan we gewend zijn van… nou ja eigenlijk van alles, hebben we ook nood aan permanente input, constante verstrooiing. Of om het met de woorden van John Lennon te zeggen: ‘There’s always something happening, but nothing going on.’

Het is wellicht een kenmerk van onze tijd dat zovelen zich moeilijk kunnen concentreren en geen geduld aan de dag kunnen leggen. De enige uitweg is een nooit eindigende afleiding. Dat zorgt natuurlijk voor vervelingsstress. Want wat gebeurt er in het vacuüm dat ontstaat wanneer je alles genetflixt hebt dat er te netflixen is? Dan volgt de zelfconfrontatie. Iedereen heeft meer diepgang in zich, maar is er vaak bang voor, want wat vinden we in de diepte? Quarantaine legt voor velen de schraalheid van het innerlijk leven bloot.

Rik Torfs gaf een prachtig interview aan Elsevier en zei over de coronacrisis: ‘We moeten met een aantal vragen dieper gaan dan we deden. Mensen zeggen tegenwoordig dat ze in het nu staan en van het moment willen genieten. Niet naar het verleden kijken en niet te veel naar de toekomst. Dat gaat uit van een volheid van het nu die er niet is. Door corona moet je meer terugkijken, naar goede dingen en vooruitkijken, met goede voornemens. Het wordt in zekere zin minder oppervlakkig. Het in het nu zijn kan nooit losstaan van de mens en de geringste toekomstverwachting.’

Misschien doet deze crisis ons wel ontdekken dat het ‘nu’ niet volstaat om alle tijd mee op te vullen en dan rest verveling voor wie vasthangt aan het nu.

Veertig dagen vasten

Treffend is ook dat de vastenperiode overlapte met de quarantaine. Ze lijken namelijk erg op elkaar. Het woord quarantaine komt van veertig dagen en in de bijbel staat quarantaine voor een periode van bezinning en beproeving, ook als zuivering. Het is een beproeving voor velen: terugkeren naar de wezenlijke dingen.

Verveling is op zich een fenomeen van alle tijden, maar voor ons is het een extra grote uitdaging omdat wij over zoveel vrije tijd beschikken. Dan vraagt het veel bezieling om niet verward te raken. Zingeving blijft vaak beperkt tot een yogasessie. Wij doen al heel lang aan neprust en deze gedwongen vasten maakt dat zeer duidelijk.

De katholieke filosoof Josef Pieper schreef: ‘In de rust is het mogelijk om weer mens te worden, los van enige utiliteit, belang of doel. Er is tijd om zes dagen te arbeiden, maar de zevende dag niet. Die zevende dag is er om los te komen van de dagelijkse dingen, om even stil te staan bij het leven. Om het leven, de zingrond van het bestaan, te kunnen vieren.’ Om gewoon te zíjn dus.

We hebben als mensen die rust, die afstand nodig om dieper na te kunnen denken. We zijn vandaag allemaal coronakloosterlingen. Het zou ons de kans moeten bieden om van ‘niks te doen hebben’ geen verveling te maken, maar een confrontatie met de manier waarop we gewend zijn ons leven in te vullen. Als corona ertoe leidt dat meer mensen in onze samenleving wat meer ruggengraat tonen en wat vaker de diepte opzoeken dan hebben we dat toch alvast gewonnen.

En anders houdt ge u maar in stilte bezig.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Els van Doesburg