Links en de geliefde ayatollahs
Blinde adoratie voor totalitaire regimes: Foucault en de mollahcratie

De protesten in Iran gaan door, maar linkse intellectuelen blijven muisstil.
foto © Belga/DB
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementEr vallen weer doden in Iran, heel veel doden. Bronnen spreken van meer dan 30.000. Maar deze keer geen universiteitscampussen die bezet worden, geen massabetogingen, geen pronkerige petities, geen ‘rode lijn’ voor Iran… De gilde van rectoren die in een opiniestuk van augustus 2025 schreef dat ze niet kon zwijgen over de crisis in Gaza, heeft intussen blijkbaar wel leren zwijgen.
Franse intellectuelen en andere artiesten die altijd bereid zijn hun progressieve stem te laten horen in eender welk debat, zijn nu de kampioenen van de minimale dienstverlening. Ook in ons land blijft het stil, op wat gefluister na. Het linkerveld dat zichzelf graag omschrijft als het middenveld, is met andere acties bezig. Doorbraak wees er al al op.
Het potje verontwaardiging van cd&v en Vooruit kookt deze keer niet over. Zelfs op het hoofdkwartier van Groen, waar altijd een grote ketel verontwaardiging boven het kampvuur hangt te pruttelen, kan je deze keer de cactussen horen groeien.
Wat hebben ze toch met de ayatollahs? Waar komt die grote linkse verdraagzaamheid voor een moorddadige religieuze dictatuur vandaan?
Laatste betoging van mei ’68
Parijs, zaterdag 19 april 1980. Een immense rouwstoet trekt naar de begraafplaats Montparnasse. 30.000 mannen en vrouwen, volgens sommige bronnen zelfs meer dan 50.000. Het is de begrafenis van Jean-Paul Sartre of ‘de laatste betoging van mei ’68’.
Sartre, de man die altijd aan de juiste kant van de geschiedenis stond. Lange tijd ‘compagnon de route’ van de Franse communistische partij. De man die communist was, wanneer men communist moest zijn. Die stalinist was, wanneer men stalinist moest zijn. De denker die maoïst was wanneer men maoïst moest zijn. Altijd aan de juiste kant van de geschiedenis. Altijd aan de kant van de onderdrukkers, maar dan wel in naam van de onderdrukten.
Foucault en Sartre trapten in dezelfde val: die van de bij momenten blinde adoratie van een totalitair regime
In de rouwstoet stapt ook filosoof Michel Foucault (1926-’84) op, het nieuwe idool van links. Net als Sartre is hij de beste aller militanten, de man van iedere strijd. In zijn oeuvre onderzoekt Foucault de relaties tussen macht, kennis en waarheid. Historie de la folie à l’âge classique, Les mots et les choses, Surveiller et punir… Ik heb als student zijn boeken verslonden. Verslonden is misschien veel gezegd, want je moest behoorlijk kauwen om zijn werk te verteren. Toch heb ik er veel aan gehad.
Volgens zijn biograaf Didier Eribon vertrouwt Foucault die dag aan vertrouwelingen toe dat hij als jongeman afstand wou nemen van Sartre. Iets wat hij in zijn oeuvre ook deed. Toch zal Foucault in dezelfde val trappen als Sartre: die van de bij momenten blinde adoratie van een totalitair regime.
Khomeini onder Franse appelboom
Ayatollah Ruhollah Khomeini moet Iran verlaten in 1964. Na een stop in Turkije zal hij vele jaren in ballingschap leven in Irak. In 1978 zet ook Saddam Hoessein hem het land uit onder druk van de Sjah van Iran. Khomeini vestigt zich in Frankrijk in het dorpje Neauphle-le-Château, vlakbij Parijs.
De Iraanse regering dacht dat de al oude ayatollah in het mondaine Parijs zou wegdeemsteren. Net het omgekeerde gebeurde: Khomeini kreeg er toegang tot de wereldpers. Hij cultiveert er het imago van de wijze oude man die gasten ontvangt onder een appelboom. Onder die gasten ook Michel Foucault.
Foucault ziet de Iraanse revolutie als een anti-imperialistische strijd tegen het Westen
Foucault geraakt in de ban van de Iraanse revolutie. In opdracht van de Italiaanse krant Corriere della Sera reist hij twee keer naar Teheran. Hij bezoekt Iran kort na ‘Zwarte Vrijdag’ (8 september 1978). De troepen van de Sjah hadden het vuur geopend op de demonstranten. Achteraf bekeken was dit het keerpunt van de Iraanse revolutie. Het was een kwestie van tijd voor de Sjah van het toneel verdween.
Foucault ziet de Iraanse revolutie als een anti-imperialistische strijd tegen het Westen en voornamelijk tegen de veramerikanisering van Iran. Hij ziet ayatollah Khomeini als een bevrijder en de mollahs als een bevrijdingsbeweging. De mollahs in Iran kristalliseren het verzet. Foucault omschrijft ze als ‘gevoelige platen waarop de woede en de ambities van de gemeenschap zich aftekenen’.
Foucaults politieke spiritualiteit
De Iraanse revolutie wil, volgens Foucault, breken met de moderniteit en met het kapitalisme. Het is een verzet tegen het westerse model van vooruitgang en secularisering. Hij benadrukt het belang van ‘politieke spiritualiteit’, de sjiitische islam als kracht voor politieke verandering. Het Westen daarentegen is de politieke spiritualiteit verloren.
Foucault geraakt gefascineerd door de kracht van religie om mensen in beweging te brengen. Het volledige volk, alle klassen, verwerpen de Sjah en staan aan de kant van Khomeini. De politieke spiritualiteit maakt dat betogers met ‘blote handen’ de gewapende troepen van de sjah trotseren, betoogt hij.
Wat begrijpt Foucault onder ‘politieke spiritualiteit? Hij legt uit: ’Men citeert altijd Marx en het opium van het volk. De zin die daar direct aan voorafgaat en die men nooit citeert, zegt dat de religie de geest is van een geestloze wereld. Laten we daarom zeggen dat de islam in dit jaar 1978 niet het opium van het volk is geweest, precies omdat het de geest is geweest van een geestloze wereld’.
Volgens Foucault beoogt de Iraanse revolutie de volledige transformatie van de mens
Voor Foucault is Iran ‘een groots duel tussen twee personages met traditionele wapenschilden: de koning en de heilige, de gewapende soeverein en de berooide banneling, de despoot met tegenover zich de man die met blote handen opstaat, toegejuicht door een volk’. Hij ziet Khomeini als ‘het fixatiepunt van een collectieve volkswil’.
De Iraanse revolutie is voor Foucault geen klassieke marxistische opstand voor de herverdeling van het geld en voor andere wetten. De opstand beoogt de volledige transformatie van de mens. Het is niet zozeer het politieke regime of de economische organisatie die men wil veranderen, maar de mens zelf.
Foucault blind voor opkomende theocratie
Foucault mist volledig de gewelddadige kant van de opkomende theocratie. In Le Nouvel Observateur (16-22 oktober 1978) schrijft hij: ‘Eén ding moet duidelijk zijn: onder “islamitische regering” verstaat niemand in Iran een politiek regime waarin de geestelijkheid een leidende of kaderrol zou spelen’.
Foucault bewondert de onverzettelijkheid van Khomeini en de persoonlijke band die de banneling heeft met het Iraanse volk. Een gevolg van drie elementen: ‘Khomeini is er niet: al vijftien jaar leeft hij in ballingschap, waaruit hij zelf pas wil terugkeren als de Sjah vertrokken is; Khomeini zegt niets, niets anders dan “neen” – tegen de Sjah, tegen het regime, tegen de afhankelijkheid; ten slotte is Khomeini geen politicus: er zal geen partij van Khomeini zijn, er zal geen regering-Khomeini komen’ (Corriere della Sera, 26 november 1978).
Geboorte van de mollahcratie
Het zal dus anders lopen. Khomeini blijkt wel degelijk een handig politiek strateeg. Zijn tegenstanders schakelt hij uit. Khomeini wordt wél de hoogste leider met absolute macht. Khomeini verborg zijn gedachtengoed niet, integendeel zelfs. Het bestuur moet gebaseerd zijn op de wetten van God, bewaakt door een hoge religieuze leider. Die leer verkondigde Khomeini al lang, maar westerse intellectuelen wilden het niet horen.
Alle voortekenen die een theocratische autocratie aankondigen worden genegeerd. Alle kritiek wijst Foucault hautain van de hand. Ook wanneer een Iraanse lezeres hem waarschuwt voor het gevaar van een fanatiek religieuze dictatuur. Hij besefte niet dat ‘spiritualiteit’ makkelijk omslaat in terreur.
Alle voortekenen die een theocratische autocratie aankondigen worden genegeerd
Op 16 januari 1979 verlaat de Sjah Iran. Op 1 februari vliegt Khomeini met Air France naar Teheran, vergezeld door vele journalisten. Foucault is bij het vertrek zelf op de luchthaven. Aangekomen in Teheran wordt Khomeini zelfs door de piloot van het Air France-toestel de trap af geholpen. ‘Vreugde houdt haar intocht in Teheran’, leest men in het linkse Libération.
Eind maart neemt Iran bij referendum een nieuwe grondwet aan. Voortaan is Iran de Islamitische Republiek Iran. Nog voor de nieuwe grondwet wordt aangenomen zijn er al tegenstanders geëlimineerd. Op 8 maart was er ook al een eerste betoging van vrouwen tegen elke vorm van dictatuur en tegen het verplicht dragen van de hoofddoek. Het heeft allemaal niet mogen baten.
Rode oogkleppen
Foucault was, net als andere linkse intellectuelen, hyperkritisch voor de westerse democratie. Hij legde genadeloos de machtsstructuren bloot. Maar tegelijk was hij stekeblind voor de aankomende terreur van het Iraanse theocratische regime. De mollahcratie, een verstikkende machtsstructuur die in de naam van religie werd opgebouwd, zag hij niet komen.
Linkse denkers steunen elke revolutie, als ze maar gericht is tegen ‘westers imperialisme’
Lenin, Stalin, Mao, Castro, Pol Pot, Chavez… allemaal bevrijders volgens linkse denkers. Allemaal op zoek naar een betere wereld, tot die betere wereld het rijk van de gruwel blijkt te zijn. Het lijkt er wel op dat linkse intellectuelen elke revolutie steunen, als ze maar gericht is tegen het ‘westerse imperialisme’ dat ze zelf zo haten.
‘Ik zeg het en ik herhaal het: linkse intellectuelen leren nooit; dat is zelfs waaraan men hen herkent’, schrijft Franz-Olivier Giesbert in zijn recent verschenen Voyage dans la France d’avant. Hij heeft gelijk…

Hendrik Vuye is doctor in de rechten, master in de criminologie en master in de filosofie. Hij is gewoon hoogleraar Staatsrecht en Mensenrechten aan Universiteit Namen
Kan de band tussen politicus en partij wat minder strak of zijn we veroordeeld tot particratie?
Gekkigheid mag, maar het moet wel gekkigheid blijven.











