fbpx


Economie, Onderwijs

Minder pretdoctorandi, meer rappe kopers




In De Standaard is een hanengevecht bezig tussen de heren Lorin Parys en Marc Hooghe. Parys, jurist, N-VA’er, oud-inspirator van Flanders District of Creativity – ooit een ideetje van Patricia Ceyssens (OpenVld) – pleit voor een lagere betaling van de nieuwe lichting doctorandi want er zijn er te veel en men kan twijfelen aan hun nut en inzetbaarheid. Ai, ai, ai. KUL-hoogleraar Marc Hooghe verwijt Parys te blijven hangen in de mythe van de wereldvreemde doctors, die niet nuttig zouden zijn voor het bedrijfsleven.

Eerste bedenking. Parys plaatst zijn verhaal in een veel bredere context dan die waar Hooghe op inzoomt. Tweede bedenking. Wat is de weg naar blijvende welvaart? Het antwoord luidt modieus: innovatie en dus onderwijs, onderwijs en onderwijs. De eerste breukjes verschijnen in de dam van het gewoontedenken rond de hogeschoolobsessie. Meer universitairen kan je missen. Je economie wordt sterker met shopaholics, fans van Wijnegem Shopping Center.

Massificatie

Is de massificatie van het hoger onderwijs, wat bijvoorbeeld leidt tot het groeiend heir der doctorandi, een zegen? Is zij een nieuwe afgod voor politici die het geloof in hun eigen ideologie verloren hebben en balken over een oorzakelijk verband tussen een tsunami van Bachelors en Masters en een competitief land? Het credo van de politiek en de ouders met leerplichtige kinderen is: we hebben meer universitairen nodig voor onze economische toekomst. Dames en heren, het is even verdedigbaar om te stellen dat ons arbeidsleger overgekwalificeerd is. Het is niet omdat sommige universitairen goed verdienen dat een nog grotere groep daarom ook beter af is. Evenmin als twee aspirines gezond zijn en vijf aspirines dus nog gezonder.

Voor de beleidsmakers vloeit uit nieuwe studies het besluit: er bestaat geen oorzakelijk verband tussen de steeds groeiende onderwijsbegrotingen en de economische groei. Dat bewijzen de economieën van de Verenigde STaten en Zwitserland met hun lage onderwijsbegrotingen en de cijfers van ontwikkelingslanden als Egypte en Zuid-Korea (al lang ontwikkelingsland af, maar lees verder voor de trend). In 1980 stond Egypte op de ranglijst van de armste landen op de 47e plaats. In 1995 was Egypte het 48e land, de gemiddelde groei in die vijftien jaar was minder dan 2%. Tussen 1970 en 1995 klom de participatiegraad in het lager onderwijs naar 90%, in het middelbaar onderwijs van 32% naar 75%. Tussen 1970 en 1990 groeide het aantal universitaire studenten van 9 tot 17%. Vergelijk dat met Zuid-Korea. De onderwijsexpansie liep gelijk, maar Zuid-Korea had een groeipercentage van 7% per jaar van 1960 tot 1998. Een reeks studies van de Wereldbank suggereert de negatieve verhouding tussen onderwijsparticipatie en groei. Dat wil zeggen dat de landen die het meeste hebben gedaan om het onderwijs op te peppen, gemiddeld trager groeien dan de landen die minder geld in het onderwijs hebben gestopt. Dat gaat in tegen de intuïtie van de burgers en de beleidsmakers. Het is tegendraads denken, echter, zou het niet zijn dat economische groei meer onderwijs uitlokt, en niet omgekeerd?

Wolf

Het oogmerk om steeds meer humanioraleerlingen door te sluizen naar het hoger onderwijs is spilzucht. Niet Frans Crols zegt dat, maar een internationaal gerenommeerde onderwijskundige van de University of Londen, Alison Wolf. Zij publiceerde in 2004 het boek Does Education Matter?. De heibel over haar stelling (‘het hoger onderwijs is van veel minder belang dan wij denken’) is niet stilgevallen want het brengt de hoogmoed, de boterham, het beleid van velen in het gedrang. Wie haar boek leest, met haar praat (wat ik deed) en de aansluitende debatten volgt, ziet dat de groeiende onderwijsbudgetten geen economische meerwaarde blijven opleveren.

Get educated, get richer, die kreet klopt. De investeringen in de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen zijn rendabel en noodzakelijk, maar wat daarboven uitstijgt, is interessant voor de individuele student, niet voor de economie. Het rendement van de eerste fasen van het onderwijs dat de scholier en later de student volgt, wordt gemaskeerd door de laatste fase. De meest waardevolle vaardigheden zijn ontwikkeld op de leeftijd van veertien en zestien jaar.

De lamentatie over de lage sommen voor onderzoek en ontwikkeling, te weinig ingenieurs, een gebrek aan biotechnologen, is plakkerig. Het discours van Voka en vele andere, denk aan het morsdode Lissabonproject, is een herkauwen van het technofetisjisme. Die hebbelijkheid brengt mee dat te veel aandacht wordt besteed aan uitvindingen en te weinig aandacht aan wat de consument met die uitvindingen doet. De VS hebben een relatief lage investeringsgraad vergeleken met andere rijke landen. Niemand zal echter de economische dynamiek van de Amerikanen betwisten. Amar Bhidé van Columbia University, (Venturesome Consumption, Innovation and Globalisation) besloot jaren geleden al dat consumenten die zonder vaar noch vrees nieuwe producten en diensten willen kopen het hoofdingrediënt van innovatie zijn. De koopgekke Amerikanen zijn belangrijker dan de bollebozen in hun universiteitsbibliotheken.

Lorin Parys zit op het goede spoor en Marc Hooghe verdedigt de belangen van zijn klasse van onplaatsbare politologen, -agogen en kretologen.

 

Foto: © Reporters 

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Frans Crols

Frans Crols was hoofdredacteur en directeur van het economisch magazine Trends en na zijn 65 werd hij vrije pen van ’t Pallieterke, Tertio en Doorbraak.