fbpx


Binnenland, Multicultuur & samenleven
inburgering

Nieuw Vlaams inburgeringsbeleid: strenge aanpak of een maat voor niets?

Kunnen verplichte tests Nederlands en maatschappelijke oriëntatie integratie en tewerkstelling verbeteren?



De Vlaamse regering werkt aan een nieuw integratie- en inburgeringsbeleid. Dit beleid zal een pak strenger zijn. Dat is toch de bedoeling. De tewerkstellingscijfers bij nieuwkomers zijn desastreus en behoren tot de slechtste van Europa. Bovendien is de kennis van het Nederlands sterk onvoldoende. Eén op de vier kleuters spreekt thuis geen Nederlands.

De spectaculaire verkiezingsoverwinning van het Vlaams Belang speelt natuurlijk ook mee. In een dubbelinterview (verschenen op de site van Open Vld) verwoordden Bart Somers en Gwendolyn Rutten het als volgt: ‘Ik ben het wel eens dat we naar het signaal van vele kiezers van die partij moeten luisteren. Sommige verzuchtingen over integratie, armoede enzovoort zijn terecht… We moeten streng zijn aan onze toegangspoorten. We kunnen niet de hele wereld opvangen.’

Ook CD&V-voorzitter Joachim Coens liet zich onlangs in de Zondag niet onbetuigd: ‘Er is te veel migratie geweest, waardoor buurten te snel veranderd zijn. Illegaliteit mogen we helemaal niet meer aanvaarden. We moeten eerst de mensen die hier zijn, beter integreren.’ Op de achtergrond wrijft het Vlaams Belang zich in de handen. Steeds meer eisen van hun vermaledijde 70-punten programma worden verwezenlijkt.

De lat moet hoger

Nieuwkomers kunnen pas een inburgeringsattest verkrijgen als ze slagen voor gestandaardiseerde testen voor de cursussen Nederlands als tweede taal (NT2) en maatschappelijke oriëntatie (MO). Werkloze inburgeraars moeten zich verplicht inschrijven bij de VDAB. Wie na twee jaar te weinig heeft gewerkt, moet een bijkomende taaltest afleggen. Deelnemers zullen voor de cursussen en de testen moeten betalen. De SERV benadrukt dat de Vlaamse Regering extra drempels creëert voor mensen die nu reeds moeilijk de weg naar de arbeidsmarkt vinden. ‘Werk en opleiding zijn een belangrijke motor voor duurzame integratie.’

Tot nu toe volstond het om regelmatig aanwezig te zijn tijdens het inburgeringstraject. Nieuwkomers zullen ook moeten slagen voor de gestandaardiseerde testen voor Nederlands en maatschappijoriëntatie. Wie niet slaagt, moet de test overdoen. Niets belet de inburgeraar om intussen aan de slag te gaan en de kennis van het Nederlands op de werkvloer aan te scherpen. De Vlaamse regering verkiest terecht dat de inburgeraar eerst een breed, algemeen taal- en inburgeringstraject doorloopt.

Naast de Nederlandse taalverwerving, de maatschappelijke oriëntatie en de trajectbegeleiding voorziet de Vlaamse overheid nog buddytrajecten. Rond de nieuwkomers worden sociale netwerken gebouwd om de kans op integratie te versterken. Elke inburgeraar zal minstens veertig uur moeten optrekken met een Vlaamse buddy. Het aanbod is vrijwillig voor wie werkt, studeert of vrijwillig een inburgeringstraject volgt.

Betere kwaliteit opleiding

De Vlaamse overheid legt terecht de lat voor de kennis van het Nederlands een stuk hoger. Het NT2-traject was te vrijblijvend en de kwaliteit van de opleiding liet soms te wensen over. De kennis van het Nederlands was in heel veel gevallen ondermaats, waardoor nieuwkomers zich te weinig integreerden en in sociale isolatie terechtkwamen. Bovendien waren er flink wat nieuwkomers die niet echt gemotiveerd waren om goed Nederlands te leren. Dat is zelfs Conner Rousseau (sp.a) niet ontgaan: ‘Iemand die geen Nederlands wil leren, kan hier weinig komen doen.’

Om er zeker van te zijn dat de inburgeraars het traject goed en grondig doorlopen, zullen ze na twee jaar moeten slagen voor een extra mondelinge taaltest (niveau B1). De kennis van het basisniveau (A2) ligt te laag. De decreethouder trekt het niveau van de kennis van het Nederlands terecht op. De SERV stelt dat de kennis van het Nederlands op de werkvloer moet worden aangescherpt. De inburgeraar moet dan ook de kans krijgen om op de werkvloer ervaring op te doen, door bijvoorbeeld stages te organiseren, aangevuld met gerichte opleidingen. Een verplichte inschrijving in de VDAB zal dan ook in het decreet worden opgenomen. Mensen die tijdens de twee jaar inburgering zes maanden onafgebroken hebben gewerkt, zullen terecht voor de bijkomende test worden vrijgesteld.

Realistisch?

Nieuwkomers zullen voor de taalcursus moeten betalen. Voor elk onderdeel zal €90 worden gevraagd. Voor een tweeoudergezin zal de kost van een traject algauw oplopen tot €720. De SERV vreest terecht dat de kost van de opleiding op de lokale besturen zal worden afgewenteld. Bovendien lopen spijbelaars de kans dat ze een boete van €5.000 moeten betalen. Realistisch?

Bovendien dreigen nieuwkomers die onvoldoende hun best doen om te integreren, hun verblijfsstatus te verliezen. In het voorontwerp van decreet staat immers dat er met de Dienst Vreemdelingenzaken gegevens zullen worden uitgewisseld over de bereidwilligheid en inzet tijdens het inburgeringstraject. In hoeverre dit zal leiden tot een lik-op-stukbeleid is zeer de vraag. Het federale uitwijzingsbeleid laat heel veel te wensen over.

Kanttekeningen

Het nieuwe integratie- en inburgeringsbeleid oogt fors, maar beperkt zich tot een segment van het aantal nieuwkomers. In 2019 waren meer dan 43.000 van de 52.339 nieuwkomers niet verplicht een traject te volgen. Het gaat dan vooral om burgers uit andere EU-lidstaten voor wie de inburgeringsplicht niet geldt. Uiteraard kunnen EU-nieuwkomers het traject vrijwillig en gratis doorlopen. Het verplichte traject geldt niet eens voor 20% van de nieuwkomers.

De Vlaamse regering wil nieuwkomers ook een ‘participatieverklaring’ laten ondertekenen, waarin ze onze waarden en normen ondertekenen. De SERV is daar bijzonder kritisch over en stelt zich vragen bij ‘de inhoud en de juridische basis van de voorgestelde verklaring’. Volgens de SERV is het ongrondwettelijk om mensen te dwingen onze waarden en normen te onderschrijven en ze bovendien nog in acties om te zetten als bewijs van integratie. Vraag is of de Vlaamse regering wel genoeg juridische vaste grond onder de voeten heeft.

Brussel en de federale overheid

Bovendien kan Vlaanderen een streng inburgeringsbeleid uitwerken, maar in Brussel blijft een verplicht inburgeringstraject dode letter. De start van de verplichte inburgeringstrajecten was beloofd op 1 januari 2020, maar Brussels minister Alain Maron (Ecolo) stelde de inwerkingtreding voor onbepaalde duur uit wegens ‘praktisch onhaalbaar’. Brussel is Vlaanderen niet, maar grenst er wel aan.

Dan is er nog het asiel- en het migratiebeleid van de federale overheid. Een gericht migratiebeleid blijft dode letter en de asielaanvragen stegen in december 2020 met 22%. Ook het terugkeerbeleid is desastreus. Het enige positieve aanknopingspunt is dat de federale regering mee de schouders wil zetten onder een aankomstinfrastructuur voor permanente tijdelijkheid, waaraan men ofwel inburgering en integratie, ofwel terugkeerbegeleiding koppelt.

De Vlaamse regering kan zich dan wel stoer op de borst kloppen, maar er zijn al te veel stokken die in de spaken van de wielen van een nieuw integratie- en inburgeringsbeleid kunnen worden gestoken.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Julien Borremans

Julien Borremans is leerkracht, columnist en werkt mee aan verschillende internetfora.