JavaScript is required for this website to work.
Commentaar

Pleidooi voor een elite (en een Senaat)

ColumnRoan Asselman21/11/2025Leestijd 4 minuten

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.

Ik neem ook een abonnement

Als eerste minister Bart De Wever zijn zin krijgt, is de Senaat binnenkort verleden tijd. Dat is jammer, want het Belgische hogerhuis kan meer zijn dan wat het vandaag is.

Het was een trieste affaire, de eerste commissievergadering over de afschaffing van de Senaat. Oud-voorzitster Stephanie D’Hose (Open Vld) kon op Facebook haar enthousiasme niet verbergen over de opheffing van de kamer die ze zelf had geleid.

Premier De Wever (N-VA) parafraseerde dan weer Shakespeares Marcus Antonius toen die Caesar begroef: ‘I did not come to praise the Senate, but to bury it.’ Met dat verschil dat Antonius’ speech wel degelijk een verdediging van Caesar was, en die van De Wever geenszins die van de Senaat.

Geen werk of dubbel werk

Het klopt dat de Senaat vandaag weinig doet. Na opeenvolgende staatshervormingen is het hogerhuis alleen bevoegd voor constitutionele aangelegenheden (in de ruime zin). Belangrijke materie, maar ook weinig dynamisch en dus niet arbeidsintensief. Bovendien zijn het onderwerpen waarvoor de Kamer ook bevoegd is, want de Senaat doet (bijna) niets alleen. Geen werk of dubbel werk, dat is de Senaat in 2025.

De opzettelijke uitholling van de Senaat wordt nu aangegrepen om hem volledig af te schaffen. Gebeurt dat ook, dan wordt België pas het derde westerse land zonder tweekamerstelsel (na Portugal en Luxemburg). Ook onze buurlanden werken namelijk met een hoger- en lagerhuis, net als de Verenigde Staten, Canada en Australië. Die vaststelling is, uiteraard, geen afdoende reden om vast te houden aan de eigen Senaat, maar misschien wel een aanleiding om na te denken over de echte reden voor de verschraling van ons politiek bedrijf.

Particratie

Die echte reden is de uitholling van het parlement an sich, niet van de Senaat in het bijzonder. Senatoren doen net als Kamerleden wat hun partijvoorzitters hen opdragen. Ze zijn even afhankelijk van de marsorders uit de partijhoofdkwartieren, waardoor hun parallelle bestaan inderdaad overbodig wordt. Daarnaast zijn de kiesvoorwaarden voor senatoren en Kamerleden identiek, waardoor hetzelfde politiek personeel in beide kamers plaatsneemt. Een Kamerlid kan, met andere woorden, net zo goed senator zijn (en vice versa).

Twee inwisselbare assemblees van politici onder directe controle van de partijvoorzitters, is inderdaad absurd.

Twee inwisselbare assemblees van politici die onder de directe controle staan van de partijvoorzitters, is inderdaad absurd. Het euthanaseren van de Senaat is evenwel maar één van de twee manieren om aan deze absurditeit te verhelpen. De andere is de Senaat oplappen, waardoor hij niet langer door het leven moet als het slome tweelingbroertje van de Kamer. Dat vereist wel flink wat politieke moed – veel meer dan voor de afschaffing – en een attitude die vandaag niet populair is bij de bevolking.

Een elite, alstublieft

De Senaat moet tezelfdertijd verder van en dichter bij ‘de mensen’ staan. Dat kan enerzijds door deze kamer een onverbloemd elitair karakter te geven en anderzijds door de verkiezing van zijn leden (deels) te onttrekken aan de particratie.

Hét kiesrecht bestaat eigenlijk niet. Er is het actief kiesrecht, het recht om te verkiezen, en het passief kiesrecht, het recht om verkozen te worden. De identiteit van een parlementaire kamer wordt bepaald door beide kiesrechten. Het actieve – one man, one vote – verzekert dat elke burger evenveel te zeggen heeft over wie een parlementair mandaat opneemt. Dit democratisch beginsel moet voor een nieuwe Senaat heringevoerd worden – de Senaat wordt vandaag niet verkozen – maar hoeft niet te worden doorgetrokken naar het passief kiesrecht.

Als de Senaat een toekomst heeft, is het als controlekamer geplukt uit de maatschappelijke elite.

Als de Senaat een toekomst heeft, is het als een controlekamer die geplukt is uit de maatschappelijke elite. Een kamer die elk wetsvoorstel tot zich kan trekken, maar dat niet per se moet doen. Een kamer ook die, om instabiliteit te voorkomen, de regering niet kan doen vallen – een recht dat enkel de Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft. Senatoren houden zich bezig met wetgeving, de dagelijkse politiek wordt bedreven in de Kamer.

De achilleshiel van deze Senaat is het anti-elitarisme-discours dat heerst ter linkerzijde, maar ook aan een bepaalde rechterzijde. Ook is het niet vanzelfsprekend die andere Senaat te definiëren. Minst controversieel is allicht de verhoging van de minimumleeftijd voor senatoren van achttien (zoals in de Kamer) naar, bijvoorbeeld, vijfendertig. Garanties biedt zo’n ingreep natuurlijk nooit, maar leden van de Senaat moeten kunnen buigen op levenservaring die relevant is voor hun ambt.

De achilleshiel van deze Senaat is het anti-elitarisme.

Andere ideeën die ik aan u voorleg (en waarover u hieronder kunt discussiëren).

Ten eerste, alleen moeders en vaders kunnen toetreden tot de Senaat. Zij hebben immers een familiaal, intergenerationeel belang bij het welvaren van hun volk, en denken hopelijk op langere termijn.

Ten tweede, de beperking van het passief kiesrecht tot burgers met een hoger diploma. De maatschappij wordt almaar complexer, en hoger onderwijs is meestal een goede manier om met deze complexiteit om te gaan.

Ten derde, senatoren zijn niet alleen Belg, maar ze moeten ook kinderen zijn van Belgen. Zij moeten een meer innige band hebben met het land dat zij bestieren dan de leden van de Kamer.

Niet democratisch

Nu vraagt u zich misschien af wat moet verhinderen dat partijbesturen dezelfde controle uitoefenen op senatoren als op Kamerleden. Het antwoord is: inbedding.

Iedere senator vertegenwoordigt één kleine kieskring. Politieke partijen kunnen uiteraard kandidaten afvaardigen in deze kieskringen, maar een populair of bijzonder gewaardeerd lid van de gemeenschap kan ook zonder lidkaart verkozen worden. Denk, zo u wil, aan een hypothetische kieskring ‘Aalter’, waarin een bekend oud-burgemeester kandideert zonder de steun van zijn voormalige partij. Senator De Crem klinkt ook niet verkeerd, maar dat is natuurlijk subjectief.

Het beste beleid is nu eenmaal niet altijd het meest democratische.

Een systeem van vooraanstaande, verankerde en betrekkelijk onafhankelijke burger-senators is maar mogelijk wanneer wij, als samenleving, onze absolute gelijkheidseis loslaten. Het idee dat iedereen altijd alles moet kunnen en kunnen krijgen. Deze Senaat laat niet eender wie toe. Dat is het punt – a feature, not a bug. Het beste beleid is nu eenmaal niet altijd het meest zogenaamd democratische.

Roan Asselman (1996) is analist, redacteur en Amerikacolumnist van Doorbraak. Hij concentreert zich op de impact van massamigratie op Europese natiestaten, de invulling van politieke rechten in het digitaal tijdperk en de ethische vraagstukken binnen de (bio)medische wetenschap. Roan is jurist en bio-ethicus (beide KUL) en behaalde een postgraduaat in het vermogensbeheer (EMS).

Commentaren en reacties