Satire
poëzie

Het verstandig, opstandig en losbandig leven

Socrates et cetera 29


Hier ligt onder mijn neus een bundel, een afscheiding van wat een literaire vorm genoemd wordt: poëzie, of ‘dichtkunst’ voor de estheten onder de lezers. Vrolijke Verwoesting is de titel en handwerk van Delphine Lecompte. Haar vijfde bundel in de stal van uitgeverij De Bezige Bij. Uit de dichtbundel stijgen dubieuze dampen op. De lezer gaat er van duizelen. Hij likt zijn lippen af. De ene krijgt er pretoogjes van en de andere fronst de wenkbrauwen. Of het ene zowel als het andere ten goede of ten kwade komt van de geestelijke gezondheid van de lezer, mag betwijfeld worden. De dichteres is een heks die doorgaat voor een seksgodin, en daar geen bezwaar tegen heeft. Integendeel. De foto op de achterkaft van haar nieuwe bundel is te suggestief om het te weerleggen.

Geconsumeerd

Vijfhonderd jaar geleden belandde een vrouw als Delphine Lecompte op de brandstapel. Vierhonderd jaar geleden zou ze zijn opgesloten in een klooster, om haar zonden te boeten met het poetsen van de vloeren van welgestelde nonnen. Driehonderd jaar geleden als maintenance geschonken worden aan de paus. Tweehonderd jaar terug verbannen naar de katoenpluk in de zuidelijke staten van Amerika. Honderd jaar geleden gedropt worden in het bordeel van Ika Loch en in het decennium na Wereldoorlog II geconsumeerd zijn door alle leden van de Vijftigers en Cobra, die zonder vrouw in meervoudsvorm geen pen of penseel in beweging kregen.

Fritzi Harmsen van Beek en Alice Nahon zijn Delphine Lecompte voorgegaan in het verstandig, opstandig, losbandig leven. Hadden de drie dames gelijktijdig in het kunstmilieu met hun heupen gezwaaid en hun borsten aangeboden, dan zouden ze om de vijf voet een sacochengevecht zijn aangegaan, in hun niet te stillen honger naar behaarde dokwerkers, sadistische tuinkabouters, ballonvormige textielbaronnen, eenbenige trappenbouwers, dwergen van het genre Toulouse-Lautrec, stotterende schelmen, halfblinde bankiers met een druipneus, zingende grafdelvers en tweederangs schrijvers die om den brode recensies moeten schrijven.

Meisjeskleedjes en doorzichtige bloesjes

Het ware leven van bed en bad, belegde klootjes en sloten cava bij nacht en dag hebben ze van zich afgeschud op ongelijnd muziekpapier. Fritzi in een lucide zwerftocht aangedreven door rode wijn en Alice als een nepmaagd met meisjeskleedjes en doorzichtige bloesjes om voor de spiegel in eigen slip te kunnen prutsen, nog even voor het aan het dichten slaan. Delphine zet de trend van beide dames voort. Radicaler, frontaler, gekruid met vettige insinuaties hoe zij het leven om en in zich ervaart. De taal van Delphine Lecompte is nieuwe barok met renaissancetrekjes, een nette dame onwaardig maar noodzakelijk om haar geile bestaan te financieren. En gelijk heeft ze. Het kapitalisme heeft alle ismen overwonnen. Een mens moet naakt gaan om zich goed te kunnen kleden.

Opsteller van dit epistel trachtte het powetische breinbeeld van fraulein Lecompte zonder één gram kapok te benaderen. Helaas, hij faalde schromelijk, ondanks propere sokken, kakelvers ondergoed en versgewassen schaamharen. Geef toe, lezer, meer kan een mens met een aangeboren slechte wil toch niet doen, om zijn visie op het werk van deze innig stoute dichteres een deftige vorm van geloofwaardigheid te geven. Het enige waar ondergetekende toe in staat is, is te stellen dat de gedichten van Delphine Lecompte bekentenissen zijn. Wat anderen niet zeggen maar doen, zegt ze in hun plaats, zichzelf daarbij niet vergetend. Ze is de Geilige Maagd van de kinderen van een ontwortelde generatie – wegens gebrek aan kunst en cultuur – opgegroeid met en na Mei ’68.

Genoeg zever met zuurzoete smaak. Als voorbeeld onder de ondertekening een gedicht van de baldadige dichter van het vrouwelijk geslacht uit de vorige week ontkurkte bundel. Hier gaan we. Salutations distinguées,

De borsten en de leeuwentemmer

Ik sta op met de illusie dat ik onschuldig ben
Dan zie ik mijn borsten en moet ik de illusie opgeven
Gisteren liet ik deze borsten kneden door een morbide leeuwentemmer
Ik zei: ‘Tem mij!’
Maar hij zei verveeld: ‘Jij bent al getemd.’

Ik ga naar buiten en kom meteen de ontslagen kraanmachinist tegen
Om de tijd te verdrijven probeert hij kinderen te verleiden
Maar hij houdt niet echt van kinderen; hij vindt ze pedant en deprimerend
Ik vraag: ‘Heb je zin om met me mee te gaan naar het ziekenhuis en nierbekkens te stelen?’
Hij zegt: ‘Oké.’

We nemen de bus naar het ziekenhuis
De mystieke chrysantenkweker zit in de bus, maar hij heeft geen oog voor mij
Hij flirt met een transseksuele coniferenscheerder, dat is zijn zaak
Ik kijk uit het raam en zie belachelijk veel mensen die de moed erin houden
Hoe doen ze dat? Of nee: waarom doen ze dat?

De ontslagen kraanmachinist legt een hand op mijn hand, priesterlijk
Ik trek mijn hand weg en zeg: ‘Ik overweeg een borstvergroting.
Verder overweeg ik ook nog een kluizenaarsleven in Lapland. En vadermoord.’
De ontslagen kraanmachinist zegt: ‘Het eerste en het laatste zijn goede ideeën.’
Dan zijn we aangekomen, het ziekenhuis staat er nog; ik droomde enkele nachten geleden
Dat twee verdorven sponzenverkopers het met de grond hadden gelijkgemaakt.

We betreden het ziekenhuis en nemen de lift naar de derde verdieping
Daar hebben ze de grootste collectie nierbekkens
In de lift staan twee Roemeense gynaecologen, ze staren naar mijn schaamstreek
Ik zeg: ‘Ja, ik heb een vulva. Nee, ik heb geen kind. Is het nodig om zout in de wonde te strooien?!
Natuurlijk wil ik een zoon die fagot speelt en me meeneemt naar Sicilië wanneer ik Parkinson heb.’

‘Om je van een klif te duwen?’ Vraagt de brutaalste gynaecoloog
‘Nee. Gewoon omdat hij me aanbidt en vindt dat ik Sicilië moet hebben gezien
Vooraleer ik de pijp aan Maarten geef.’
Die uitdrukking kennen ze niet
We stappen uit de lift, de ontslagen kraanmachinist zegt: ‘Ik wil je wel bezwangeren.’

We bedrijven de liefde tussen naargeestige katheters en liefelijke nierbekkens
Nu kan het hunkeren naar mijn kind beginnen
Ik zeg: ‘Het hunkeren naar mijn zoon kan nu een aanvang nemen.’
De ontslagen kraanmachinist zegt: ‘Maar eerst moet je je borsten laten vergroten
En je vader vermoorden.

 

Delphine Lecompte – uit: Vrolijke Verwoesting, 2019

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Ik word vriend van Doorbraak.

Guido Lauwaert

Guido Lauwaert is regisseur, acteur, auteur, columnist en recensent voor o.a. Het Laatste Nieuws, NRC Handelsblad, Knack en Doorbraak.