JavaScript is required for this website to work.
post

De positie van Tom Meeuws, meer dan ooit onhoudbaar

Jan Ghysels21/1/2018Leestijd 8 minuten
Ook De Lijn komt met blutsen uit het verhaal van Tom Meeuws

Buses and logo of De lijn

Reporters / SCHEIRE

Ook De Lijn komt met blutsen uit het verhaal van Tom Meeuws Buses and logo of De lijn Reporters / SCHEIRE

foto © Reporters

De feiten die Tom Meeuws aan De Standaard bekend heeft, zijn geen klein bier. Hij heeft 650.000€ aan De Roma doen toekomen, zonder overheidsopdracht en zonder te onderzoeken of er alternatieven waren. Dat kan niet.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Publieke biecht in De Standaard

Tom Meeuws doet in De Standaard zijn verhaal over zijn vertrek bij De Lijn. Dat tart de verbeelding. Die man neemt ons ofwel voor onnozelaars, ofwel weet hij niet te best met wat hij bezig is, ofwel doet hij zich zo dom voor om zijn daden minder erg voor te stellen. Geen van deze opstellingen getuigt van de juiste ingesteldheid om politieke verantwoordelijkheid te dragen.

Opmerkelijk is dat de journalisten Bart Brinckman en Matthias Verbergt enkel het verhaal van Meeuws opschrijven. Zij stellen geen geen, laat staan kritische vragen. Dat daartoe nochtans redenen waren, zal zo dadelijk blijken. De verklaringen van Meeuws worden door de krant onverkort gepubliceerd, als ware het Moses zelf die net de Stenen Tafels had afgelezen. Sterke journalistiek is dat niet. Of waren de journalisten zo met stomheid en medelijden geslagen dat zij vraagstelling erover vonden?

De krant doet er wel nog een schepje bovenop, wat doet vermoeden dat het een vermeende reddingspoging was. De publieke biecht van Meeuws wordt over twee bladzijden uitgesmeerd en opgesmukt met enkele suggestieve foto’s. In het verhaal worden tussentitels geplaatst die zeker wat de conclusie betreft, het vermoeden wekken dat die gedeeld wordt door de krant. De teneur van Meeuws zijn biecht is dat het echte probleem het misbruik van een arbeidsgeschil zou zijn en de ‘schending van een geheimhoudingsclausule’ over de beëindiging van dat geschil. Meeuws als slachtoffer dus. Meeuws zou een sympathieke rode rakker zijn die de regels wat ombuigt, maar in het algemeen belang. Hetgeen door de krant wordt uitvergroot, ondersteunt de boodschap die Meeus wilt laten passeren. Omdat hij rood is wordt hij vervolgd door de boze NVA en omdat hij de regels ombuigt is Marc Descheemaecker zijn persoonlijke kwelduivel. Dat is niet zo en Meeuws kan dat verhaal ook helemaal niet hard maken. Eigenlijk blijft Meeuws hangen in zelfbeschuldiging. De partijtop van SP.A heeft Tom’s biecht gelezen en gezien dat het niet goed was en de handigste onder zijn mandatarissen het veld in gestuurd, Johan Vande Lanotte. 

De wet overheidsopdrachten is (g)een vodje papier

Naar de feiten en het verhaal van Meeuws nu. Er was bij De Lijn 650 000 euro (exclusief BTW) gebudgetteerd voor een evenement rond de opening van de ‘Reuzenpijp’. Meeuws ging daar als regiodirecteur ‘professionaliteit’ in brengen, door op zoek te gaan naar externe partners. Hoewel hij het meervoud gebruikt, noemt hij maar één externe partner, De Roma. Naar andere blijkt in het geheel niet gezocht te zijn. De Roma is naar zijn mening het meest gerenommeerde cultuurhuis van Vlaanderen. Waarop die mening steunt, zal een professioneel geheim zijn, want daar zegt hij ook niets over. 

Over hoe hij de samenwerking met De Roma organiseerde verklaart hij het volgende en ik citeer: ‘Ik hield geen rekening met de wet op de overheidsopdrachten. Hoe dan ook waren we wellicht uitgekomen bij De Roma. De wet op de overheidsopdrachten laat vrijheid als er maar één aanbieder de zeer specifieke diensten kan leveren.’ 

En hij vervolgt: ‘Toen het festival naderde, zijn er inderdaad bedragen aan de Roma overgemaakt voor het contract definitief gesloten was.’ 

Goed op dreef, voegt hij daar verder nog aan toe: ‘Door alle festiviteiten te laten doorgaan, heeft de raad van bestuur expliciet de ‘making of’ bekrachtigd. Toegegeven, De Lijn had ook een contractuele verbintenis met De Roma. Ik erken dat ik mijn handtekeningsbevoegdheid heb overschreden. Voor het overige geef ik geen enkele fout toe…’

Ja u leest het goed. Een regiodirecteur van De Lijn is van oordeel dat het professioneel en doortastend is om een bedrag van 650 000 euro + BTW overheidsgeld te spenderen, zonder de wet op de overheidsopdrachten toe te passen! Dat wordt verteld alsof dit een bagatel is, maar dat is heel ernstig. Tot op vandaag, lijkt Meeuws de ernst daarvan niet te (willen) beseffen. Onmiddellijk gaat hij de feiten relativeren door te stellen dat De Roma de enige was die de dienst kon leveren. Die bewering wordt niet onderbouwd en is ook niet geloofwaardig. De bewering houdt immers in dat er in gans Vlaanderen, buiten het cultuurhuis De Roma, geen enkele event- of festivalorganisator is die voor 650 000 euro + BTW iets rond de Reuzenpijp kon organiseren. Dat zou straf zijn. Met professionalisme en doortastendheid, heeft men voor alle zekerheid aan niemand anders de vraag gesteld. Blijkbaar is Meeuws niet zo heel zeker van wat hij zelf poneert. Hij stelt immers dat zelfs wanneer de wet overheidsopdrachten toegepast werd, men ‘wellicht’ ook uitgekomen was bij De Roma. Als het maar ‘wellicht’ is, waren er dus toch mogelijk alternatieven. Aan het slot van zijn uiteenzetting geeft Meeuws trouwens andermaal toe: ‘…al heb ik voortvarend voor een bepaalde contractant gekozen.’ 

Waarom zou De Roma trouwens de enige zijn die het evenement kon organiseren? Meeuws geeft daarover geen uitleg. Uit het verhaal dat ons verteld wordt, zou men de indruk kunnen krijgen dat dit is omdat De Roma de zaal heeft. Maar, waarom is juist die zaal zo belangrijk? En als die zaal dan zo belangrijk was, kon dan niet gehandeld worden in overeenstemming met de wet overheidsopdrachten? Zo kon De Lijn de zaal misschien huren, zodat diverse organisatoren een voorstel konden formuleren, over wat zij in die zaal rond de Reuzenpijp zouden kunnen organiseren? Het is duidelijk dat er maar één scenario was, namelijk in en door De Roma. Dat maar één organisator de dienst kon verlenen is nooit ernstig onderzocht, dat was enkel een vaststaand gegeven in het hoofd van Meeuws of degenen die hem dat ingefluisterd hebben en dat was klaarblijkelijk niet de Raad van Bestuur van De Lijn. Er is niet gezocht naar alternatieven en die mochten ook niet naar boven komen. Om daar volledig zeker van te zijn, is er geen bevraging van de markt gedaan, is er geen lastenboek opgesteld en werd de Raad van Bestuur buiten spel gezet.

Beslissen om de wet overheidsopdrachten niet toe te passen is een manier om de vrijheid van opbod of van inschrijving te belemmeren, wat o.a. bestraft wordt door artikel 314 van het Strafwetboek. Dat valt niet terug te brengen tot een louter ‘arbeidsgeschil’.

                                                                                                                                           

Goed bestuur, op de wijze van Tom Meeuws

Vande Lanotte heeft de bui zien hangen. In De Zondag vat hij de feiten bijzonder beknopt samen en tracht hij er een draai aan te geven. Volgens Vande Lanotte heeft Meeuws bij De Lijn niet meer gedaan dan ‘splitsen van facturen’. Dat wordt echter door Meeuws zelf tegengesproken. Hij verklaart klaar en duidelijk in De Standaard dat hij de wet overheidsopdrachten niet heeft toegepast.

Bij het toekennen van de opdracht aan De Roma, buiten de wet overheidsopdrachten om, wordt er wel een contract opgemaakt. Dat contract was naar zeggen van Tom Meeuws, ‘in de kersttijd wat blijven liggen’. Daarmee was zijn externe partner in moeilijkheden gekomen. Dat was voor Meeuws allemaal geen probleem omdat ze elkaar vertrouwden. Tja, als je een contract krijgt zonder overheidsopdracht, mag je wel wat vertrouwen hebben zeker. Tom weet daarvoor een oplossing. Hij doet al uitbetalingen nog voor dat er zelfs een contract gesloten is. Doortastend, zeker, maar professioneel?

Uiteindelijk wordt er een contract opgemaakt tussen De Lijn en De Roma. Volgens zijn verklaring heeft Tom Meeuws dat contract ondertekend. Hij geeft toe dat hij daarbij zijn handtekenbevoegdheid overschreden heeft. Het is maar hoe je het bekijkt. Het gaat hier niet over zijn handtekenbevoegdheid, maar om zijn bevoegdheid. Hij was niet bevoegd en daarom mocht hij ook niet tekenen. Hij laat uitschijnen dat hij bevoegd is om De Lijn te verbinden en doet dat ook. Ik zou het contract moeten lezen, maar ik voel aan mijn ellebogen dat een valsheidsonderzoek aan de orde zou kunnen zijn.

Die bevoegdheidsoverschreiding was doordacht en Meeuws geeft dat toe.  De bedoeling was klaarblijkelijk de Raad van Bestuur van De Lijn voor voldongen feiten te plaatsen. In de woorden van Meeuws: ‘Door alle festiviteiten te laten doorgaan, heeft de raad van bestuur expliciet de ‘making of’ bekrachtigd.’ Hij voegt daar aan toe dat De Lijn natuurlijk niet anders kon dan de festiviteiten laten doorgaan, omdat De Lijn een contractuele verbintenis had met De Roma. En hierop stelt de voormalige regiodirecteur: ‘De Lijn had mij aan boord kunnen houden.’ Zou hij dat echt zelf geloven?

Leerschool van een fikser

Op een schelmse manier laat Meeuws opmerken dat ‘sommigen’ hem een ‘fikser’ noemen en ‘dat mag’ van hem, maar dan in wat hij noemt ‘de mooie betekenis van het woord: ik zie erop toe dat zaken geregeld raken, in het algemeen belang.’ Tom Meeuws is zeker een fikser, maar zijn optreden lijkt eerder in het belang van De Roma dan in het belang van het algemeen. Meeuws is meer nog dan een fikser, een schalkse begrotingsruiter (uitzonderingsregeling in het begrotingsrecht wat de aanrekeningsregels betreft om uitzonderlijke kredietoverdrachten mogelijk te maken). 

Meeuws stelt het voor alsof hij slagkrachtig en professioneel opgetreden is. De sympathieke man die niet altijd de regeltjes volgt, maar die wel resultaat boekt. Hij noemt dat een ‘beroepsmisvorming’ die hij bij de Antwerpse administratie zou opgedaan hebben omdat hij daar (ook al) beschikte ‘over heel veel vrijheid om grote uitgaven te doen’. Mooie boel moet dat daar toen geweest zijn onder Patrick Janssens. Volgens Meeuws zou het onder de oude burgemeester dus de gewone gang van zaken geweest zijn om in het algemeen belang de wet overheidsopdrachten niet toe te passen, te contracteren met de vrienden, te betalen zonder contract en facturen te splitsen. We laten dat geheel voor zijn rekening.

Zorgvuldig met belastinggeld ?

Tom Meeuws voert aan dat hij geen euro overheidsgeld in zijn zakken gestoken heeft. Ik wil dat aannemen, dat zou er nog aan mankeren. Dat overheidsgeld is door hem wel zonder overheidsopdracht terechtgekomen bij De Roma, waarmee hij naar eigen zeggen een vertrouwensband heeft. In tegenstelling tot wat Meeuws denkt, is er ook sprake van gesjoemel met belastinggeld, wanneer men geen enkele Euro zelf op zak steekt, maar dat buiten de geëigende procedures aan anderen doet toekomen.

Het geld was gebudgetteerd voor festiviteiten, als dus Meeuws, waarmee hij klaarblijkelijk wil betogen dat het geld overeenkomstig zijn bestemming aangewend is, namelijk voor festiviteiten. Dat de gelden gebudgetteerd waren is echter geen vrijbrief om er vrij over te beschikken en zonder procedure te bepalen wie de festiviteiten organiseert. 

Controle, dading en zwijgplicht?

Naar eigen zeggen van Meeuws, zijn het enkele personeelsleden van De Lijn, die met een anonieme brief de kat de bel hebben aangebonden, waarop de zaak bij de Voorzitter van de Raad van Bestuur is terecht gekomen. Wat Meeuws ook moge beweren, die Raad van Bestuur is voor hem klaarblijkelijk milder geweest dan de wet voorziet.

Iedere ambtenaar die in de uitoefening van zijn ambt kennis krijgt van een misdrijf, moet dat melden aan de procureur des Konings, zo wil artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering het. De bedoeling van deze aangifteplicht is, te voorkomen dat ambtenaren die een controlebevoegdheid hebben op eigen gezag zaken door de vingers gaan zien en zich zo de bevoegdheid van de procureur des Konings toeëigenen om te seponeren. De Lijn heeft de zaak niet doorgespeeld aan de procureur des Konings. Men heeft precies gedaan wat het genoemde artikel 29 heeft willen voorkomen. De Lijn heeft de zaak zelf geseponeerd door een dading af te sluiten. In de woorden van Meeuws: ‘Mijn werkgever heeft toen geoordeeld dat er geen reden was voor ontslag of voor een rechtsprocedure.’ Als het voorwerp van die dading is dat de bevoegdheid van artikel 29 niet zal worden uitgeoefend, dan is die dadingsovereenkomst natuurlijk volstrekt onwettig en daar ziet het ook naar uit. Geen wonder dat men aan die overeenkomst een geheimhoudingsclausule gekoppeld heeft. Meent Meeuws echt dat hij gaat dagvaarden voor de schending van de geheimhouding van een onwettige overeenkomst? Dat wordt interessant. De ambtenaar die artikel 29 naast zich neer legt, begaat daarmee geen misdrijf. Dat gedrag kan hem dus enkel tuchtrechtelijk aangerekend worden.

Wat mij nog het meest intrigeert, is dat deze zaak zo lang geheim is kunnen blijven. Het contract met De Roma en de dading moeten toch naar boven gekomen zijn bij een interne audit, of bij een controle van het Rekenhof? Werken onze controleorganismes niet, of zijn er kunstgrepen gebeurd om hen af te leiden?

De Lijn is een extern verzelfstandigd agentschap (Kaderdecreet 2003). Een dergelijk agentschap staat onder toezicht van de Vlaamse regering. De Vlaamse regering stelt daartoe een afgevaardigde aan. De regeringsafgevaardigde houdt toezicht op de overeenstemming van de verrichtingen en de werking van het agentschap met het algemeen belang en waakt over de naleving van de wetten, decreten, ordonnanties en reglementaire besluiten, het organiek statuut van het agentschap en het ondernemingsplan. De regeringsafgevaardigde aangesteld door de Vlaamse Regering op voordracht van de minister bevoegd voor Financiën en Begroting oefent dezelfde toezichtsfunctie uit als de regeringsafgevaardigde aangeduid op voordracht van de bevoegde minister onder wie het agentschap ressorteert inzake alle beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag. 

Besluit

Het staat vast en er wordt niet betwist dat er voor 650 000 euro overheidsgeld uitbetaald is voor diensten die niet gegund zijn op grond van de wet overheidsopdrachten. Deze feiten zijn  niet verjaard. Zij moeten in toepassing van artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering meegedeeld worden aan de procureur des Konings. De procureur zal voor het onderzoek best een beroep doen op de gespecialiseerde speurders van de Centrale Dienst voor de Bestrijding van Corruptie (CDBC).

Het Rekenhof moet de zaak grondig onderzoeken en nagaan hoe dit voor het Hof verborgen is kunnen worden gehouden. 

De ministers Weyts en Tommelein moeten hun regeringscommissaris opdracht geven om het verleden te onderzoeken en daarover te rapporteren aan de Vlaamse regering.

Na deze bekentenis trekt Tom Meeuws zich best uit de politiek terug. Het is niet voor te stellen hoe hij met dergelijke feiten campagne kan voeren, laat  staan politieke verantwoordelijkheid kan dragen. De feiten waarvan hij de materialiteit toegeeft, moeten wel nog verder onderzocht worden. Zijn verklaringen doen immers bijkomende vragen rijzen.

Jan Ghysels (1961) is als jurist o.a. gespecialiseerd in grondwettelijk en administratief recht. Hij is als grondwetspecialist verbonden aan de UGent. Hij is oprichter van het tijdschrift Publiekrechtelijke Kronieken en hij was o.a. lid van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht.

Meer van Jan Ghysels
Commentaren en reacties