JavaScript is required for this website to work.

Friese portretten: een Vlaamse biograaf ontdekt Friesland

Wido G. J. Bourel17/11/2018Leestijd 5 minuten
TitelFriese portretten
SubtitelHoe een Vlaming Friesland ontdekt
AuteurPieter Jan Verstraete
UitgeverAspekt
ISBN9789463384896
Onze beoordeling
Aantal bladzijden278
Prijs€ 19.95

In ‘Friese portretten’ meandert biograaf Pieter Jan Verstraete doorheen tientallen portretten van voormannen uit de Friese cultuur-, taal- en politieke beweging.

Auteur Pieter Jan Verstraete is ongetwijfeld een van de meest productieve schrijvers in Vlaanderen en de biograaf van bekende en minder bekende figuren uit de Vlaamse Beweging in het interbellum en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Inmiddels tel ik in mijn bibliotheek niet minder dan 58 boeken van zijn hand en 25 brochures. Om maar te zwijgen over de vele artikels en recensies in diverse boeken en tijdschriften. Wie doet hem dat na?

Met zijn Friese Portretten, onlangs verschenen bij de Nederlandse uitgeverij Aspekt, stelt Pieter Jan de oogst voor van een twintig jaar lange ontdekkingstocht door Friesland en de Waddeneilanden en van vele opzoekingen over de Friese beweging. Samen met echtgenote Ann is hij waarschijnlijk de meest trouwe Vlaamse bezoeker geweest van TRESOAR – Fries voor ‘schat’- wat staat voor het Frysk Histoarysk en Letterkundich Sintrum, het vroeger Friese Letterkundig Museum in Leeuwaarden. TRESOAR beschikt over een grote wetenschappelijke bibliotheek, omvangrijke archieven, en een grote verzameling documenten en objecten over de Friese literatuur.

De auteur verwoordt het zo: ‘in mijn Friezenboek ga ik niet zozeer in op het verleden maar onderneem ik veeleer een ontdekkingsreis doorheen de rijke Friese portrettengalerij’. In het besef van de auteur dat hij zo ongeveer de enige Vlaming is die iets uitvoerig over Friesland publiceert sinds 1945… Een spijtige realiteit die veel zegt over de Vlaamse Beweging en haar werkelijke verhouding tot – en belangstelling voor – de strijd van andere volkeren en culturen dicht bij ons.

Deze portretten verschenen reeds afzonderlijk in de verschillende jaargangen van het jaarboek De Nederlanden Extra Murosvan de vereniging Zannekin, samengesteld door eindredacteur Maurits Cailliau. Sinds de jaren 70 van de vorige eeuw vestigt dit jaarboek de aandacht op de grensgebieden, met Frans-Vlaanderen op kop, die ooit tot de historische Nederlanden hebben behoord. Ze werden voor dit boek waar nodig bijgewerkt en geactualiseerd.

Bij wijze van introductie citeert de auteur uitvoerig uit het boek Opkomst en bloei van het Friese nationalisme, 1740-1875 van Philippus Breuker, gewezen hoogleraar Friese taal- en letterkunde: ‘Onder de nationale culturen in Europa neemt de Friese een vrij belangrijke plaats in (…). De kracht van het Friese nationalisme verbaast, wanneer men weet dat de taal gesproken, althans verstaan wordt door een bevolking van nauwelijks meer dan een half miljoen mensen (…)’.

De prins van de Friese literatuur

De Friese beweging heeft zijn dynamiek gevonden in de 19de eeuw, maar de fundamenten zijn veel ouder. Als het Fries nog bestaat is het dankzij een figuur als Gijsbert Japicx (1603-1666), bijgenaamd de prins van de Friese literatuur. Verstraete spreekt over de onderwijzer en dichter Japickx als over een wonder. In zijn tijd was het Fries als schrijftaal op sterven na dood. Door zijn keuze voor het Fries als taal voor z’n gedichten bewees hij dat een Friese literatuur mogelijk was. Pieter Jan Verstraete: ‘Japicx heeft aan het Fries onschatbare diensten op het terrein van Lyriek, proza, brief en psalmvertalingen bewezen’. Door zijn talent heeft hij de Friese taal haar adelbrieven teruggegeven en zijn werk kan wedijveren met de grote klassieke dichters als Pieter Corneliszoon Hooft, Joost van den Vondel, Jacob Cats én Michiel de Swaen.

Negentiende eeuw en Romantiek

Dit alles belet niet dat Japickx een eeuw later, zo goed als vergeten was. De in de 19de eeuw hernieuwde de belangstelling voor zijn oeuvre en voor de Friese taal is volgens Verstraete ‘te situeren in de romantiek met zijn bijzondere belangstelling voor allerlei kleine Europese talen als het Noors, Deens, Beiers, IJslands en het West-Vlaamse taalparticularisme.’

Ook eigen aan de romantische periode is de drang van de 19de-eeuwse Friese vooraanstaanden naar mythische voorvaderen en naar een oeroude geschiedenis. Dit is wellicht de ware toedracht van het Oera Linda-boek, een aloude familiekroniek ‘ontdekt’ in juni 1867. Dat de discussie over de echtheid van dit manuscript zoveel stof zou doen opwaaien berust wellicht op het ego van enkele Friese intellectuelen en op een verdoken afrekening met het Fries nationalisme van toen, zoals de auteur het terecht meldt. Maar het kruist ook aloude verhalen van onder de zee verdwenen landen en eilanden langs de Noordzeekust. Geologische sporen zijn nog tastbaar en in verband te brengen met de fabelachtige verdwenen eilanden op oude kaarten, en met de mythologische verhalen en legenden over verdwenen volkeren en culturen in het noorden. Er blijft dus wel degelijk een mysterie bestaan, los van het Oera Linda manuscript.

Grote namen uit de 19de-eeuwse Friese beweging zijn Everwinus Wassenbergh, de pionier van de Friese beweging; de gebroeders Joast Hiddes en Eeltje Hiddes Halberstma, de laatste, auteur van het Friese volksliedDe Alde Friezen;de grondlegger van de Friese gedachte Hartmen Sytstra; en Waling Dijkstra, ‘zowat de grootste en meest bevlogen volksschrijver en verteller van Friesland’. En ook, met een voet in de 20ste eeuw ,de vergeten schrijver Steffen Bartstra; Foeke Buitenrust Hettema, Fries én Groot Nederlander die ooit in Gent woonde, doctor in de Nederlandse letterkunde op het proefschrift Bijdragen tot het Oudfriesch woordenboek; Obe Postma, bijgenaamd Frieslands Europese’ dichter; een vrouw ook, in dit nogal mannelijk gezelschap, Simke Kloosterman die als baanbreekster van de Friese roman voorgaat.

Geef toe, voor het Vlaamse publiek onbekende Friese namen, waarover Pieter Jan Verstraete ons boeiend weet te vertellen.

Groot-Nederlander én Fries

Een figuur die me altijd heeft aangetrokken is de Friese arts en taalkundige dr.Johan Winkler (1840-1916). Dat komt omdat hij bij ons bekend is voor zijn boek Oud Nederland, verschenen in 1888, met onder meer het merkwaardig relaas van zijn reis door Frans-Vlaanderen. Het was in de tijd dat men mijn geboorteland Frans-Vlaanderen ‘nog kon doorkruisen zonder een woord Frans te spreken’, aldus Winkler. Ik heb jaren gedaan om dat boek OudNederlandantiquarisch te vinden en ik koester het exemplaar in mijn bezit als een van de meest waardevolle boeken uit mijn bibliotheek.

Verstraete voegt er ook aan toe dat Johan Winkler in Vlaanderen bekend is omwille van zijn letterkundige vriendschap met Guido Gezelle. Wat de protestantse Winkler voelt voor Vlaanderen en Frans-Vlaanderen verwoordt hij in een van zijn eerste brieven aan Gezelle: ‘Dat ik een volbloed Geus ben , ja in uw oog allicht een nieuwerwetsche heide. Er is ja toch zoo veel wat ons bindt, de liefde voor onze schoone volkstaal, ’t zij dan Vlaamsch, ’t zij dan Friesch, onze afkeur van alle nieuwe Hollandsche spraakdwang, onze begeestering voor alles wat volkseigendom is.’

Pieter Jan Verstraete ziet Johan Winkler als Fries én Groot Nederlander en terecht. Naast Frans-Vlaanderen gaat zijn boek Oud Nederlandook over de Nederlandse gebieden in Duitsland, Land, volk en taal van West-Vlaanderen, en over alle streken waar de Friesen sporen hebben nagelaten.

Op taalgebied is zijn beroemdAlgemeen Nederduitsch en Friesdialecticon, verschenen in 1874, een monument van bijna duizend pagina’s. Met, stel je voor, 186 verschillende dialectvertalingen van de parabel van de verloren zoon uit het evangelie van Lucas. Verstraete voegt er aan toe: dialectvertalingen uit ‘een gebied dat reikt van Duinkerke in Frans-Vlaanderen tot Königsberg in het voormalige Oost-Pruisen’. Ten slotte, en om nog even op het Oera Linda-dossier terug te komen: Winkler was ook de eerste Friese geleerde die, in zijn tijd, de echtheid van het Oera Linda-boek in twijfel trok.

De woelige 20ste eeuw

In de 20ste eeuw ontsnapt Friesland niet aan de woelige tijden waar nationalisme, federalisme, nieuwe orde én collaboratie diepe sporen nalaten in de Friese beweging en de Friese maatschappij. Collaboratie is dus geen alleenstaand Vlaams patent zoals sommige auteurs ons nogal simplistisch trachten voor te stellen. Ook vele minderheden in Europa zijn de tragische spelers – of pionnen – van deze complexe periode.

Pieter Jan Verstraete schetst zo een tiental portretten van Friese voormannen uit het interbellum en uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog, een periode waarin hij als geen ander thuis is. Schetsen en trachten te begrijpen, zonder te oordelen, dat is een verademing. Het federalisme van ene Eeltsje Boates Folkertsma; Friese nationalisten die kozen voor de Nieuwe Orde als Rintsje Piter Sybesma, de taalstrijder Douwe Kalma, en Jan Melles van der Goot. Deze laatste oprichter van een politieke partij genaamd Frysk Faksiste Front en later, samen met de boerenleider en dichter Douwe Hermans Kiestra, van de collaborerende Fryske Folkspartij.

Het boek Friese Portretten van Pieter Jan Verstraete is beslist een aanrader voorwie wil grasduinen in de geschiedenis van de Friese beweging met de ogen van een zeer getalenteerd biograaf. Meteen aanschaffen dus !

Wido Bourel (1955) is Frans-Vlaming, publicist en promotor van de Nederlandse taal en cultuur in zijn geboortestreek. Al heel jong zette hij zich in voor de verdediging van de Vlaamse identiteit in Frans-Vlaanderen. Hij publiceerde verschillende werken over Frans-Vlaanderen, de relatie Benelux-Frankrijk, taal, cultuur en geschiedenis van de Lage Landen en de Europese volkeren.

Commentaren en reacties