JavaScript is required for this website to work.

Vleugelman: fantasie gaf het leven van Bomans vleugels

Manu Van der Aa7/6/2025Leestijd 3 minuten
TitelVleugelman
SubtitelGodfried Bomans 1913-1971
AuteurGé Vaartjes
UitgeverSingel Uitgeverijen
ISBN9789021424866
Onze beoordeling
Aantal bladzijden768
Prijs€ 45
Koop dit boek

Zijn ster is de laatste jaren wat getaand. Nochtans was Godfried Bomans (1913-1971) decennialang een van de bekendste schrijvers van de Lage Landen. Zijn boeken verkochten met de honderdduizenden, hij gaf talloze lezingen en zorgde voor de komische noot in verschillende tv- en radioprogramma’s, zowel in Nederland als in Vlaanderen. Net vanwege zijn reputatie als humorist heeft Bomans waarschijnlijk nooit een literaire prijs gekregen. En behalve door Jeroen Brouwers en Michel van der Plas is er weinig substantieels over hem en zijn werk geschreven. Met deze lijvige Biografie doet Gé Vaartjes de grote schrijver Bomans eindelijk recht aan.

Katholieke opvoeding

Gé Vaartjes, die eerder biografieën van de Nederlandse auteurs Herman de Man en Top Naeff schreef, is grondig te werk gegaan. Hij begint met een uitvoerige schets van Bomans’ streng katholieke opvoeding onder het juk van vader Jan Bomans. Vaartjes schildert Bomans’ vader, een invloedrijk politicus, als een echte boeman af, terwijl de feiten dat toch niet helemaal lijken te staven.

Na honderd bladzijden is Godfried eindelijk van de middelbare school af en gaat hij rechten studeren. Dat had strakker gekund. Van zijn studies bracht Bomans wegens gebrek aan motivatie niet veel terecht. Wel stortte hij zich vol overgave in het (katholieke) studentenleven, met een bijzondere interesse voor studentikoze literatuur en, naderhand, meisjes. Bomans dacht even een roeping te hebben en wilde intreden, zoals zijn zus en een van zijn broers. Zijn hang naar werelds vertier zou te groot blijken. De kroeg, de literatuur en vrouwen zouden de rest van zijn leven bepalen.

Hartstocht voor het woord

Hij beschouwde het schrijven eerst als een hobby. Met de publicatie en het instant succes van zijn roman Pieter Bas in 1936 werd echter meteen duidelijk waar zijn toekomst lag. De ‘hartstocht voor het woord’ had hem voorgoed te pakken. In 1942 volgde nog een roman, Erik of het klein insectenboek, waarmee hij nog meer succes oogstte. Hij gaf zijn studies op en ging zich uitsluitend aan het schrijven wijden, onder meer als vertaler van zijn grote voorbeeld Charles Dickens. Daarnaast schreef hij columns voor de Volkskrant en artikels voor Elseviers Weekblad. Het ging veelal om korte stukjes die later gebundeld zouden worden, zoals in Kopstukken (1947), dat het hilarische fictieve interview ‘De honderdjarige’ bevat. Voorts zijn er zijn Sprookjes (met o.m. ’De rijke bramenplukker’) en verhalen rond de illustere personages Bill Clifford en Pa Pinkelman.

Pietsie en vele anderen

Bomans’ verhouding met vrouwen is, deels door zijn opvoeding, altijd moeilijk geweest, maar in 1944 besloot hij toch te trouwen met Gertrude ‘Pietsie’ Verscheure. Tenminste, hij huwde voor de wet, begon daarna te twijfelen en zegde de kerkelijke inzegening op het laatste moment af. Bomans zou meer dan een jaar nodig hebben om de stap te zetten en te gaan samenleven met zijn wettige echtgenote. Hoewel hij er altijd een of meer minnaressen op nahield, hield het huwelijk stand tot aan zijn dood in 1971.

Toen Bomans begin jaren ’50 door Elseviers Weekblad voor een jaar naar Rome werd gestuurd, ging Pietsie wel mee, maar woonden ze het grootste deel van de tijd apart. Ondanks zijn vele amoureuze escapades speelde Bomans klaarblijkelijk niet veel klaar tussen de lakens. Pietsie beviel in 1960 wel van een dochter, Eva, maar die was – met instemming van Bomans – verwekt door een andere man.

Twijfel en verscheurdheid

Hoewel deze biografie flink wat overbodigs bevat, leest ze al bij al vlot weg. Vaartjes toont aan dat er achter Bomans’ zelfverzekerde facade van grappenmaker een man school die twijfelde aan zijn geloof, aan zijn literaire talent, aan zijn manier van leven. Een man die constant op zoek was naar liefde en bevestiging, maar net zo goed een sadistisch en pesterig kantje had dat afstootte.

Een man die een mooi verhaal liet primeren op de waarheid – ‘zijn fantasie gaf het leven vleugels’ – ook in zijn journalistieke werk: een aantal van zijn reportages zijn aantoonbaar bij elkaar gefantaseerd. Mogelijk heeft zelfs zijn biograaf zich hier en daar laten rollen. Je zou het Bomans bijna gunnen.

Manu van der Aa (1964) is literatuurhistoricus en stichtend redacteur van het literair-historisch tijdschrift Zacht Lawijd. Hij publiceerde o.m. over E. du Perron, Michel Seuphor, Gerard Walschap, Alice Nahon, Paul-Gustave van Hecke en Paul Méral.

Commentaren en reacties