JavaScript is required for this website to work.

Terug van het oostfront: over de strijd, vlucht, gevangenschap en terugkeer van Vlaamse oostfronters

Pieter Jan Verstraete31/5/2024Leestijd 4 minuten
TitelTerug van het oostfront
SubtitelGevangen, gevlucht, gesneuveld
AuteurRudi Massart en Jonathan Trigg
UitgeverErtsberg
ISBN9789464750867
Onze beoordeling
Aantal bladzijden174
Prijs€ 35,95
Koop dit boek

In 2021 publiceerden Rudi Massart en Jonathan Trigg hun eerste gemeenschappelijke boek over de Vlaamse oostfronters onder de titel Vlaamse jongens, Duits front. De strijd aan het oostfront in beeld. Nu verschijnt bij een andere uitgever het vervolgdeel: Terug van het oostfront. Gevangen, gevlucht, gesneuveld.

Ook dit tweede deel, op albumformaat, is een boek met veel illustraties waarvan er heel wat nooit eerder gepubliceerd werden en met een menselijk verhaal. De oorlogsfeiten en ideologische achtergrond werden tot een minimum beperkt.

Zware verliezen

Het eerste deel eindigde met de ontbinding van het Vlaams Legioen en de transformatie ervan tot de zesde SS-Freiwilligen-Sturmbrigade. De eenheid was beter bewapend en bezat haar eigen pantserwagens.

Niet dat er plots zoveel meer vrijwilligers waren, maar de bevrijding van Frankrijk en België leidden ertoe dat heel wat collaborateurs hun heil zochten in de vlucht

Maar al bij haar eerste inzet in januari 1944 leed de brigade, die als een alarmeenheid ingezet werd, zware verliezen en werd ze omsingeld door het Rode Leger bij de stad Jampol in de Oekraïne. Een Vlaamse ooggetuige schreef: ‘Jampol werd het zwaarste gevecht dat ik ooit heb gezien… Je moest geluk hebben om hier te overleven… en dan was er die ijskoude winter’.

Bij aankomst in hun garnizoen in Debica verschenen nog zo’n vierhonderd niet-gewonde soldaten op het appel. Oorspronkelijk telde de Sturmbrigade 2.500 manschappen. De rest was gesneuveld, vermist of gewond.

Collaborateurs op de vlucht

Later dat jaar in september werd de brigade uitgebreid tot de 27ste SS-Freiwilligen-Grenadier-Division ‘Langemarck’. Niet dat er plots zoveel meer vrijwilligers waren, maar de bevrijding van Frankrijk en België leidden ertoe dat heel wat collaborateurs hun heil zochten in de vlucht.

Allerlei Vlaamse paramilitaire en bewakingseenheden werden aan de divisie toegevoegd. Maar echte gevechtswaarde aan het front hadden deze aanvullingen niet.

Ontsnappen aan de Sovjets

De ‘Langemarck’-divisie werd tijdens de resterende duur van de oorlog geen enkele keer als gesloten formatie ingezet. Wel werd ze versplinterd in enkele gevechtsgroepen. Onder meer het Jugendbataillon Langemarck maakte deel uit van zo’n ‘Kampfgruppe’ en onderging een vreselijke tragedie.

Nauwelijks opgeleid en amper bewapend diende ze einde april 1945 een onhoudbare stelling te verdedigen tegen de Sovjets. Vele jongens van zestien tot zeventien jaar sneuvelden, werden gewond of opzettelijk gedood door de vijand.

Velen overleefden het niet of werden pas jaren later vrijgelaten. Bij hun terugkeer werden de meesten door justitie opgepakt en nog eens veroordeeld

Anderen werden gevangengenomen en rechtstreeks naar de gruwelijke goelagkampen in Siberië vervoerd. Velen overleefden het niet of werden pas jaren later vrijgelaten. Bij hun terugkeer werden de meesten door justitie opgepakt en nog eens veroordeeld. Na een korte periode in gevangenschap konden ze vaak definitief huiswaarts keren: de Koude Oorlog woedde toen al volop.

Voor hun boek konden de auteurs en samenstellers heel wat onbekende bronnen boven water halen. Vooral de in het boek gepubliceerde foto’s trekken de aandacht. Een van de meest aangrijpende is deze van een vermoord repressieslachtoffer gedumpt in een transportbox voor dieren. Vermoedelijk werd de foto in Brussel genomen.

Straatrepressie

Heel wat aandacht is er voor de straatrepressie. Enkele foto’s tonen hoe vrouwen getroffen werden. Op enkele foto’s worden vrouwen kaalgeschoren. Een foto toont een vrouw die iemand van haar kunne kaalscheert. Enkele mannen staan er grijnzend bij.

Onder de kin van het slachtoffer wordt een foto van Joris van Severen vastgehouden. Die laatste had nochtans geen uitstaans met de collaboratie. Hij werd door hysterische Franse soldateska op 20 mei 1940 in het Franse Abbeville vermoord.

Een andere foto toont een groepje vrouwen die pas opgepakt werden. Een van de (zogenaamde) verzetsmannen richt zijn geweer dreigend op een van deze vrouwen. Terecht klagen Massart en Trigg de straatrepressie aan: ‘De straatrepressie blijft een schandvlek. Die kunnen we nooit meer uitwissen. En dat hoeft ook niet. We moeten ons de straatrepressie blijven herinneren, omdat ze zo schandelijk was, en plaatsen in een ruimere context.’

Neuengamme

Voor hun boek konden de schrijvers onder meer een beroep doen op de foto’s en documentatie van oostfrontvrijwilliger Marcel van Cauwenbergh. Zijn traject wordt in het boek gevolgd. Vlak voor de capitulatie bevonden hij en zijn kameraden zich in het noorden van Duitsland. Een laatste bevel luidde: ‘Naar het Westen!’ Zodat ze niet in handen vielen van de Sovjet-Russen.

De meeste Langemarckers werden door Britten en Amerikanen gevangen. Als SS-soldaten konden ze niet rekenen op een milde behandeling. Ze kwamen terecht in het voormalige KZ van Neuengamme bij Hamburg.

Daar dreigden de Amerikanen even ze aan de Sovjets over te leveren wat voor de nodige paniek zorgde. Ten slotte werd Van Cauwenbergh in juli 1945 naar België overgebracht, waar hij in het kamp van Leopoldsburg en Hemiksem terecht kwam.

Verschrikkelijke toestanden

Vooral in de abdij en kazerne van Hemiksem heersten er verschrikkelijke toestanden. In de abdij zaten 3.000 geïnterneerden opgesloten. Uit protest tegen hun slechte behandeling werd er op 23 juli 1945 brand gesticht, waardoor het gebouw zwaar getroffen werd.

Op foto’s zien we de grote slaapzalen op de zolderverdieping waar er bijvoorbeeld geen sanitair was. Het duurde lang eer het lot van de gevangenen verbeterde.

We eindigen met een laatste citaat uit het boek: ‘Het feit blijft dat België per hoofd van de bevolking harder omging met zijn collaborateurs dan enig ander westers land, behalve Noorwegen.’

Wie het eerste deel kocht, zal ookTerug van het oostfront willen hebben. Alleen al de bijzondere documentaire waarde van de illustraties verantwoordt deze aankoop volledig. Het boek zelf is mooi en verzorgd uitgebracht.

Pieter Jan Verstraete (1956) is bibliothecaris in Kortrijk maar wijdt zich al zijn hele leven aan de geschiedschrijving van de Vlaamse Beweging. Hij is de biograaf van o.a. Hendrik J. Elias, Odiel Spruytte, Reimond Tollenaere, Leo Vindevogel en tientallen militanten uit de Vlaamse Beweging. Momenteel werkt hij aan een monumentale biografie van Staf De Clercq.

Commentaren en reacties