fbpx


Binnenland, Wetenschap
seroprevalentie

Samuel Coenen: ‘We hebben een goed en open publiek debat nodig’




Samuel Coenen is verbonden aan de Universiteit Antwerpen als professor klinische epidemiologie van de vakgroep Family Medicine & Population Health en is voormalig diensthoofd van het Centrum Huisartsgeneeskunde. Hij werkt nauw samen met het Vaccin & Infectieziekteninstituut en is tevens hoofdonderzoeker van de CHARMING (Coronavirus HuisARtsenpraktijk -MédecINe Générale) studie. Daarin wordt gekeken naar de seroprevalentie (aanwezigheid van antilichamen tegen SARS-CoV-2 in het bloed) bij huisartsen en andere eerstelijnszorgverstrekkers. Dankzij deze studie heeft Coenen een goed zicht op de evolutie van…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Samuel Coenen is verbonden aan de Universiteit Antwerpen als professor klinische epidemiologie van de vakgroep Family Medicine & Population Health en is voormalig diensthoofd van het Centrum Huisartsgeneeskunde. Hij werkt nauw samen met het Vaccin & Infectieziekteninstituut en is tevens hoofdonderzoeker van de CHARMING (Coronavirus HuisARtsenpraktijk -MédecINe Générale) studie. Daarin wordt gekeken naar de seroprevalentie (aanwezigheid van antilichamen tegen SARS-CoV-2 in het bloed) bij huisartsen en andere eerstelijnszorgverstrekkers.

Dankzij deze studie heeft Coenen een goed zicht op de evolutie van de seroprevalentie bij de onderzochte groep. Wij contacteren hem om te peilen naar de resultaten en om een antwoord te krijgen op onze vragen rond de grote verschillen tussen de verschillende landsdelen. Het gesprek evolueert al snel naar het belang van aandacht vanuit het beleid voor de eerstelijnszorg, het verschil in debatcultuur tussen Nederlandstaligen en Franstaligen en vandaar naar de conclusie dat er meer nood is aan een beschaafd en open debat over de aanpak van de crisis.

Verschillen tussen de gemeenschappen lossen stilaan op

Uit een artikel in De Artsenkrant dd. 11 maart jl. bleek dat er een groot verschil bestaat tussen de seroprevalentie bij huisartsen en andere eerstelijnszorgverleners in Vlaanderen enerzijds en Wallonië en Brussel anderzijds. Die laatste landsdelen scoorden dubbel zo hoog, hetgeen wijst op een hogere infectiegraad. We zagen gelijkaardige resultaten bij de analyse van bloedstalen van bloeddonoren van het Rode Kruis. Dat wijst er op dat het virus aan de overkant van de taalgrens meer circuleerde. De kloof werd ook steeds groter. Zet die tendens zich door?

‘Dat is een moeilijke vraag omdat er ondertussen veel gevaccineerd is bij onze doelgroep. Je kan de evolutie eigenlijk goed zien op het dashboard van Sciensano. Daar zie je dat bij het eerste meetpunt van onze studie, eind december 2020, er grote verschillen zijn tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Dat wordt in het tweede meetpunt eind januari bevestigd. Maar, vanaf dat moment zie je dat er al ongeveer 60% van de doelgroep is gevaccineerd. Vanaf dan begin je dus een vertekend beeld te krijgen en kan je op basis van de seroprevalentie alleen geen conclusies meer trekken over het rondgaan van het virus. Wij maken namelijk geen onderscheid tussen antilichamen veroorzaakt door infectie en antilichamen opgewekt door vaccinatie.’

‘Bij ons eerste meetpunt zie je bij Vlaamse eerstelijnszorgverleners 11% seroprevalentie, terwijl de seroprevalentie in Wallonië 20% en in Brussel 18,5% is. Het Belgisch gemiddelde ligt eind december op 15%. Bij het vierde en voorlopig laatste meetpunt zijn de rollen omgekeerd. Vlaanderen zit dan op 87%, terwijl Brussel met 76% en Wallonië met 80% wat achterop lopen. Dit met een Belgisch gemiddelde van 84%. Vlaanderen begint dus met de laagste seroprevalentie en eindigt voorlopig het hoogst.

‘Wallonië en Brussel waren dus initieel harder getroffen door het virus, maar door de grotere inhaalbeweging via vaccinatie in Vlaanderen zijn de rollen nu omgekeerd. Ik moet daar wel bij vermelden dat ondertussen ook de andere landsdelen een inhaalbeweging hebben gemaakt. De doelgroep is in alle regio’s voor meer dan 90% gevaccineerd is en de verschillen zijn niet meer zo groot.’

Resultaten bevestigen klinische studies

Kan je via de studie iets zeggen over de efficiëntie van de vaccins?

‘Ik heb voor mezelf de data van de gevaccineerde deelnemers al eens nauwer bekeken en daaruit bleek dat één week na vaccinatie nog niet veel te bespeuren viel. Na twee weken verdubbelt de seroprevalentie en na drie weken zit je al aan 70%.’

Dat lijkt dan gelijk te lopen met de resultaten uit de klinische studies van de producenten van de vaccins?

‘Dat lijkt inderdaad zo te zijn. Ik moet daar wel voorzichtigheidshalve bij opmerken dat we een sneltest gebruiken die heel accuraat is in een labo-omgeving. In het ware leven, wanneer 3000 verschillende zorgverleners hier mee aan de slag gaan, neemt deze accuraatheid wel af. Daar zit wat ruis op. Zo krijg je dus een relatieve onderrapportering waardoor ik durf te zeggen dat in de realiteit de seroprevalentie -en dus de efficiëntie van de vaccins- hoger ligt dan uit onze data blijkt.’

Eerstelijnszorg als buffer door beleid genegeerd

Waarom beperkt u zich in deze studie eigenlijk tot de huisartsen, de eerstelijnszorg?

‘Er wordt in deze crisis heel veel gekeken naar de algemene bevolking. Er gaat ook veel aandacht naar het ziekenhuispersoneel. Naar de eerstelijnszorgverleners veel minder. De huisartsen zien een heel groot percentage van de bevolking. Zij hebben ook het meeste patiënten met Covid-19 gezien, vaak in minder beschermde omstandigheden. Vooral in het begin hadden ze nauwelijks persoonlijk beschermingsmateriaal. Ze waren zelf ook snel actief in triage- en testcentra. Ik wou nagaan in hoeverre dat alles een rol speelde voor hun infectiegraad.’

‘Het verbaasde me hoe weinig aandacht hiervoor was. Ook in het buitenland vind je niet meteen studies terug. Nochtans is de eerste lijn cruciaal, ook als buffer voor de ziekenhuizen. Als die niet functioneert, is het hek van de dam. Wanneer de huisarts er niet meer is om zoveel mogelijk mensen thuis en ambulant te behandelen, worden de ziekenhuizen pas echt overspoeld.’

Er is misschien wel een probleem, vooral in de grootstedelijke context, maar ook in het Franstalige landsdeel, met het overslaan van de eerstelijnszorg. Mensen durven daar wel vaker recht naar de spoed te trekken met de minste klacht…

‘Vooral in de grootsteden zijn er veel mensen die de organisatie van ons gezondheidssysteem niet goed kennen. Zij hebben geen huisarts of vinden de huisartsenwachtpost niet. Zij gaan inderdaad vaak rechtstreeks naar de spoeddienst met gezondheidsklachten die daar niet thuis horen. Ik neem aan dat dit met corona niet anders is verlopen. Ik heb daar zelf geen data over, maar ik kan me dat perfect inbeelden.’

Terug naar de huisartsen. U sprak over een vaccinatiegraad vanaf eind januari van 60%. Dat is veel, rekening houdend met het feit dat toen eigenlijk alleen de WZC’s aan de beurt waren.

‘Vanuit de WZC’s zijn veel huisartsen meegenomen bij de vaccinatie. Daar zijn de huisartsen zeker niet vergeten en zij hebben op hun beurt die mogelijkheid aangegrepen om de nodige bescherming te zoeken. Op 1-2-3 waren de huisartsen en hun medewerkers gevaccineerd, ook om hun rol in de eerstelijnszorg te kunnen blijven spelen. Zoals gezegd, als zij uitvallen, is het hek van de dam.’

‘Ik merk hetzelfde in de respons op onze oproep voor het CHARMING-onderzoek. De uitnodigingen die we verstuurden om deel te nemen hadden heel snel veel succes. Er werd enorm positief gereageerd. Binnen de kortste keren hadden we meer dan 3000 deelnemers. Als je aandacht hebt voor de zorgverleners in de eerste lijn, zoals met relevant onderzoek, krijg je een goede respons.’

Franstalige geesten rijpen trager…

Heeft u een verschil gezien in vaccinatiebereidheid tussen de taalgemeenschappen bij de eerstelijnszorg? Bij de algemene bevolking bestaat die onmiskenbaar.

‘Ik heb dat zeker gemerkt. Wij hebben onze deelnemers de vraag gesteld of ze gevaccineerd wilden worden van zodra er een vaccin beschikbaar was. De verschillen waren niet heel groot, maar je zou bij gezondheidsprofessionals toch verwachten dat die er niet zijn. Het gaat dan over 5 tot 10% minder bereidheid bij Franstaligen. Je ziet dat ook aan de vaccinatiegraad. Die stijgt in Brussel en Wallonië trager dan in Vlaanderen. Je merkt ook een verschil tussen de huisartsen en de andere eerstelijnszorgverstrekkers zonder huisartsenopleiding. Daar is de vaccinatiebereidheid gevoelig minder.’

‘Ik moet daar ook enige nuance bij aanbrengen. Er bestaan allerlei redenen waarom mensen negatief antwoorden op die vraag. Sommigen hebben de ziekte doorgemaakt en zien nu een vaccinatie niet als prioritair voor henzelf. Anderen hebben soms een contra-indicatie voor vaccinatie. Daar kunnen veel factoren meespelen die daarom niets te maken hebben met antivax-standpunten. Ik heb ook mogen constateren -en dat is bemoedigend- dat de vaccinatiegraad groter is dan de bereidheid die initieel werd aangegeven. We zitten nu aan meer dan 90% in alle regio’s. Dat is voor mij het meest geruststellend.’

Ik hoorde dat in 2009 bij de vaccinatie tegen de Mexicaanse griep er ook een tweetal weken vertraging zat op de bereidheid aan Franstalige kant. Dat zou cultuurgebonden kunnen zijn. Zij discussiëren er eerst uitgebreid over voor ze de stap zetten.

‘Nu u het zegt… We hebben de vraag enkele malen gesteld. Het verschil tussen de gemeenschappen was de eerste keer het grootst. Dat was na een tweede bevraging al grotendeels weggewerkt. Misschien hebben de geesten iets meer tijd nodig hebben om te rijpen aan Franstalige kant? Fundamenteel is er geen verschil op het eindpunt.’

Het debat leeft ook meer aan de andere kant. Er wordt vrijer gesproken over dit thema. Dat is op zich ook niet slecht.

‘Ze doen er misschien iets langer over om overtuigd te raken, maar het resultaat telt. Overigens hoor je ook vaak zeggen dat een bekeerling vaak de beste pleitbezorger wordt van de zaak. Wanneer je gewoon iets aanneemt, zonder discussie, is het enthousiasme ook wat lauwer. Na een goed geargumenteerd debat heb je je mening veel sterker gevormd en ga je dat standpunt ook vuriger uitdragen. Zo overtuig je dan weer anderen.’

…Maar debat leeft meer aan Franstalige zijde

Ha! Een goed debat! Daar zijn we voorstander van. En daar ontbreekt het hier in Vlaanderen aan. Wanneer je kritische vragen stelt wordt je al snel weggezet als antivaxxer. Zit daar een probleem?

‘Er zijn inderdaad heel veel vragen die leven en mensen die nog amper vragen durven stellen, uit angst om weggezet te worden als non-believer, anti-vaxxer of iemand die het beleid wil ondergraven. Terwijl net de antwoorden op al die vragen maken dat je, eerst jezelf en daarna je patiënten, motiveert om regels te volgen en je te laten vaccineren. Zolang de antwoorden op die vragen er niet zijn, kan dat niet. En zolang die vragen niet gesteld mogen worden, komen de antwoorden ook niet.’

‘We kunnen misschien in Vlaanderen iets leren van de debatcultuur in Wallonië als daar die vragen wél gesteld kunnen worden. Als puntje bij paaltje komt, zijn ze ook overtuigd, laten ze zich ook vaccineren. En nogmaals, misschien zijn ze uiteindelijk vuriger pleitbezorgers.’

Nood aan debat is hoog

Ik kan u daar enkel in bijtreden. Het open debat leeft veel meer aan de andere kant van de taalgrens. En zonder dat twijfelaars of andersdenkenden op een vileine manier worden kaltgestellt. De manier waarop in Vlaanderen wordt omgegaan met mensen die zich kritisch durven opstellen is debatdodend en beschamend. Wanneer er enkel plaats is voor een pensée unique sterft het wetenschappelijk debat.

‘Zo zou ik het zelf niet verwoorden, maar ik ben het eens met de waarde van een goed debat. Op een bepaald moment had je de grote tegenstelling tussen de Great Barrington Declaration en hun opponenten van het John Snow Memorandum. Daarover zijn debatten georganiseerd door de Johns Hopkins School of Public Health en ook door de American Medical Association. Deze debatten werden zorgvuldig gemodereerd en zeer gewaardeerd, gewoon al omdat de mogelijkheid ervoor bestond. Uiteindelijk blijkt dan dat er meer raakpunten zijn dan verschillen. Er ontstond veel begrip voor elkaars standpunten.’

‘Ik vraag me af waarom wij daar hier niet toe komen. Zo een debat, waarbij je moet vaststellen dat je helemaal niet zo ver van elkaar staat. Waardoor je uiteindelijk begrijpt waar de ander voor staat, wat de redeneringen zijn, wat er eigenlijk gezegd wordt. Want tijdens die debatten bleek dat er vooraf misverstanden bestonden, dat er zaken op een andere manier geïnterpreteerd werden dan de auteurs bedoeld hadden. Achteraf bleek dat de deelnemers van elkaar hadden geleerd.

‘Wanneer je enkel je standpunt poneert en geen andere meningen toelaat, is dat helemaal niet verrijkend. Dat is overigens ook niet wetenschappelijk en al zeker niet vertrouwenwekkend. Wanneer je écht het gesprek aangaat, merk je dat we het vaak grotendeels eens zijn, maar dat er verschil is in nuance. Af en toe lopen de meningen over bepaalde zaken wel uiteen, maar je lost niets op door vanuit de loopgraven van de sociale media op elkaar te schieten.’

Fouten durven toegeven

De verschillen zitten vooral in de manier van aanpakken. Er moeten keuzes gemaakt worden en soms blijken die door voortschrijdend inzicht de foute te zijn geweest. Dat toegeven lijkt hier toch moeilijk te liggen…

‘Ik ben misschien wat bevooroordeeld en ik volg niet alles wat in de media gezegd en geschreven wordt, maar ik heb Herman Goossens, waar ik vaak mee samenwerk, toch al een aantal keer expliciet horen zeggen dat hij zich vergist heeft in dit virus. Dat vind ik goed, zelfs geruststellend, om te horen. Niemand heeft de waarheid in pacht. En de waarheid van vandaag is morgen misschien alweer achterhaald.’

‘Sommigen -ook in de politiek- hebben er blijkbaar toch meer moeite mee om een principe, een idee, los te laten en toe te geven dat ze fout waren. Dat zou ik graag meer zien, dat fouten en vergissingen worden toegegeven. Is het zo erg om dat te doen? Toegeven dat je beslissingen hebt genomen op basis van de kennis die op dat moment voorhanden was? Dat is veel geloofwaardiger.’

Rol van (sociale) media

De media spelen hier toch ook een rol in…

‘Je hebt de media die nieuws willen brengen. En wat verkoopt het best? Het conflict, de sappige zaken… En dan zie je hoe verschillende wetenschappers die in de picture staan soms bestookt worden op sociale media. En niet alleen virtueel, maar ook persoonlijk, door mensen die aan de deur komen staan. Sommigen moeten politiebescherming krijgen. Wat levert dat echt op?’

‘Nee, we hebben regelmatig een goed en open publiek debat nodig tussen mensen met kennis van zaken, zoals de voorbeelden die ik aanhaalde. Dat zou ik graag zien. Laat ons daar een voorbeeld aan nemen.’

 

[ARForms id=103]

Winny Matheeussen

Enige tijd geleden geboren, in de herfst. Momenteel levend.